18 mei 2014

Varkentjes in de modder-taart


Ik liet mijn oudste dochter een foto zien op mijn telefoon. “Zeg, wil je voor je verjaardag deze ‘varkentjes in de modder-taart’?”
De bijna vierjarige was op haar hoede. “Is dat echte modder?”
“Nee, het is eigenlijk chocolade.”
“Maar dan is het toch ‘varkentjes in de chocolade-taart’?”
“Eh, ja… Dat is waar.”
“Dan moeten ze niet zeggen dat het modder is, hè?”
“Nee…” Er was weinig tegen in te brengen.
“Nou, dan wil ik die wel.”

Zo gezegd, zo gedaan. De ‘varkens in de modder’ waren vorig jaar opeens erg populair op Facebook, nadat ze waren verzonnen door een zekere Fiona. Als je er op googelt, kom je ook nog wel een foto van de originele tegen (naast een waslijst interpretaties ervan). Er zijn een paar recepten van te vinden, maar ik heb toch maar wat eigen recepten erop los gelaten. Tenslotte ben ik bepaald geen patissier en qua bakwerk vertrouw ik graag op recepten waarvan ik weet dat ze werken. En los bekeken is deze taart niets eens gek veel werk. Goed, je moet een uurtje varkens kleien, maar verder is het een kwestie van cake bakken, vullen, dammetje eromheen bouwen, en overgieten met ganache. Het is zelfs niet echt moeilijk.



Het origineel gebruikt Kitkats voor de rand, maar het lijkt me teveel om naast zoveel cake en chocolade, er ook nog eens drie multipacks candybars door te jagen. Lange vingers leken mij iets vriendelijker.

Ik maakte ook geen normaal kapsel voor de cakelaag, maar week uit naar mijn eigen kwarkcake-recept. Deze is ook niet te vet (maar iets vetter dan kapsel), maar wel lekker smeuig door de kwark. Het is iets natter dan kapsel, maar ook wat steviger.

Varkentjes in de modder-taart
recept voor een springvorm van 20 cm

Begin met de varkentjes:
nodig: 1 pakje roze marsepein van 250 gram. Ontwerp naar eigen inzicht J
Onderdelen kan je aan elkaar vastplakken met een mini-drupje water. Maak de onderkanten wat platter, zodat je ze straks op de ganache legt, in plaats van ze erin te drukken.





Voor de kwarkcake:
150 gr roomboter op kamertemperatuur + een beetje om de vorm in te vetten
225 gr suiker
2 zakjes vanillesuiker
1 tl zout
3 eieren (L)
375 gr magere, milde kwark
375 gr bloem (geen zelfrijzend bakmeel; je hebt meer bakpoeder nodig dan wat er in zelfrijzend bakmeel zit)
1,5 afgestreken el bakpoeder

Verwarm de oven op 180 graden (160 graden voor hetelucht).

Mix de boter met de suiker, vanillesuiker en zout. Mix de eieren erdoor. Roer daarna de rest erdoor.
Het wordt een vrij stevig beslag. Leg een vel bakpapier op de losse bodem van de springvorm en sluit de ring er weer op. Vet de rand in met een beetje roomboter. Schep het beslag erin. De vorm zou ongeveer voor driekwart gevuld moeten zijn.
Bak de cake 60 tot 70 minuten of totdat een satéprikker die je erin steekt er weer droog uitkomt.

Laat de cake afkoelen. Je kunt hem prima een dag van tevoren bakken.



Waarschijnlijk (en hopelijk) is de cake boven de vorm uitgerezen. Gebruik de bovenkant van de vorm als steun en snijd de top van de cake eraf, zodat de bovenkant overal min of meer gelijk is. Wanneer je de bol laat zitten, heb je een enorme ophoping van ganache aan de zijkanten en dat is wat teveel van het goede.

Snijd de cake dan ook met een groot broodmes in twee helften.

Maak de vulling:

150 gr gezeefde poedersuiker
50 gr roomboter, op kamertemperatuur
20 gr cacaopoeder
1 1/2 el melk

Klop de suiker, boter en cacao met een mixer door elkaar. Het zal een droog, kruimelig mengsel zijn. Voeg de melk eraan toe en klop het met de mixer op tot luchtig. Smeer dit uit over de onderste helft van de cake. Leg daarna de bovenkant er weer op.



Dan de ganache, waarmee je niet alleen de koekjes op de zijkanten plakt, maar wat ook het modderbad zal vormen: verhit 250 ml slagroom tot net niet kokend en giet dit over 400 gram melkchocolade, welke je in kleine snippers hebt gehakt. Laat het even staan en roer het dan tot een egaal mengsel. Laat het iets verder afkoelen. Voordat je het verder gebruikt, moet het terug koelen tot het de dikte van yoghurt heeft bereikt.

De koekjesrand: ik gebruikte 1 pak (van 200 gram) van Jeurgens Tiramisu lange vingers. Die zijn iets breder en langer dan de normale. 1 pak was voldoende; ik hield er drie van over. Omdat het een tobbe moet voorstellen, had ik ook nog gedacht aan (chocolade)oublierolletjes, maar die kon ik nergens vinden.
Wanneer de ganache smeerbaar is, smeer je de zijkant van de taart in met een paletmes of een taartschep ofzo. Gewoon een flink mes zal ook wel lukken. Zet de koekjes er tegenaan. Waarschijnlijk plakken ze wel, maar als ze toch wankel staan, zet ze er dan eerst schuin tegenaan en trek ze daarna recht met een lint dat je eromheen bindt. Plakken of niet; je hebt dat lint in ieder geval nodig om wat stevigeheid in te bouwen. Wanneer alles koud is, kan je een plak taart aan het koekje optillen, maar dat heeft wel wat hulp nodig.


Dan het lastigste gedeelte: je moet wachten tot de ganache bijna niet meer vloeibaar is en dat duurt langer dan je zou verwachten... Wanneer je het eerder op de taart giet, zal het tussen de koek door sijpelen. Wacht dus tot het zeer lobbig is geworden en giet het dan in ‘de tobbe’. Als het goed is, spreidt het zich uit tot een egale laag. Zet de taart in de koelkast om op te stijven. Zet er na een klein uurtje de varkentjes in. Je hoeft ze slechts heel licht aan te drukken om ze vast te zetten (ik ga ervan uit dat je de varkensonderdelen die ‘onder water’ liggen er niet bij hebt gemaakt!). Uiteindelijk heeft de ganache trouwens de dikte van een stevige, maar smeerbare roomboter. Je ziet bij veel voorbeelden dan men golfjes heeft gemaakt in de ganache, maar wanneer je daar geen ervaring mee hebt, ziet het er al snel uit als geklieder. Ik heb het daarom niet gedaan.







Ik ben tijdens de verjaardag even weggeslopen met het restant van de taart, voor een foto van de binnenkant:



En wat de smaak betreft: heerlijk! Een echte verjaardagstaart. Wanneer je de lange vingers gebruikt, wordt de taart wel het beste op de dag zelf opgegeten, omdat de koek na een dag wat zachter wordt. Verder kan er met veel mensen van worden gegeten. De taart is tenslotte hoog en machtig, dus ik sneed plakjes van 1 koekje breed. Dat waren er toch al gauw twintig.

O ja, de andere dochter had ook een taart, hoor. Een slagroomtaart met insecten erop, want zo’n meisje is het. Als je Dochter Zo haar gang laat gaan, zoekt ze ’s morgens nog voor het ontbijt in haar pyjama naar slakken in de tuin. Dus zij had een slak, lieveheersbeestjes, een regenworm en een groene rups.


~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Vond je dit bericht leuk? Deel het dan aub op Facebook of Twitter via de knoppen hieronder!



15 mei 2014

Aardbei- en komkommersalade van Nigel Slater


Nigel Slater noemt deze salade in zijn boek Eat ‘zo zomers als Pimm’s op een perfect gemaaid grasveld’. En dat is precies wat het is. Zo proeft het ook. Het lijkt een vreemde combinatie, maar het is zo licht en fris, dit moet je proberen voor de lente of de zomer!
Nigel gebruikt voor de dressing een (aangelengde) vlierbloesemsiroop. Dat is bij ons niet zo gebruikelijk als in Engeland. Ikea verkoopt de siroop wel (of je maakt het zelf) en je kunt deze aangelengd met water gebruiken, maar ik verving het voor het sap van 1 mandarijn. Aangelengde citroensiroop zou ook lekker zijn.

Aardbei- en komkommersalade
Bron: Nigel Slater – Eat

1 komkommer
250 gr aardbeien
1,5 el honing
6 muntblaadjes
4 el met water aangelengde (vlierbloesem)siroop of het sap van een mandarijn


Snijd de komkommer in de lengte door, schraap het zaad eruit met een theelepel en gooi dat weg. Snijd de komkommer daarna in kleine blokjes of plakjes. Maak de aardbeien schoon en snijd ze doormidden. Doe ze met de komkommer in een kom.

Pureer voor de dressing de honing, munt en siroop of sap met een blender. Wanneer je die niet hebt, zal je de munt heel erg fijn moeten snijden. Schenk de dressing bij de komkommer en aardbei, en laat het even intrekken. Bewaar de salade in de koelkast, maar laat hem een half uur voor het serveren op kamertemperatuur komen.

Oordeel van het smaakpanel: de jongste lust dit wel. Komkommer en aardbei worden vaak al wel door kinderen gegeten, dus dit is misschien zomaar de eerste salade die ze mee-eten?

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Vond je dit bericht leuk? Deel het dan aub op Facebook of Twitter via de knoppen hieronder!




12 mei 2014

Rijstkoekjes met spinazie, lente-ui en feta


Nog eens koekjes, maar net even anders dan de vorige. Deze worden gemaakt met rijst, spinazie en een beetje karnemelk. De feta en de lente-ui geven ze wat pit. Maar helemaal super erbij was de mangochutney van Geeta’s, die ik heb ontdekt. Die tilt een simpel koekje op tot een heel lekker hapje. Koud zijn de koekjes de volgende dag ook weer lekker.


Rijstkoekjes met spinazie, lente-ui en feta
Voor ongeveer 20 koekjes

125 ml karnemelk (of gebruik alleen maar gewone melk)
75 ml melk
3 eieren (L)
150 gr zelfrijzend bakmeel
zout
200 gram ongekookte (zilvervlies)rijst (= 400 gr gekookt)
1 tl gedroogde oregano
1 bosje lente-ui (5 stuks ongeveer), in ringetjes
300 gr verse spinazie
200 gr verkruimelde feta
olie om te bakken



Kook de rijst gaar en laat het afkoelen.

Hak de spinazie wat fijner en doe het in een grote kom. Giet een pan vol kokend water op de spinazie en laat het zo een minuut staan. Giet de inmiddels geslonken spinazie dan af en laat het goed uitlekken in en vergiet. Knijp het ook nog wat uit, zodra het hanteerbaar is.

Meng dan alle ingredienten van karnemelk tot en met zout tot een pannenkoekenbeslag en meng daar weer de resterende ingredienten door. 

Bak er koekjes van in een scheutje olie. Warm serveren. Eventueel gebakken koekjes even warm houden in een oven van 100 graden tot alle koekjes klaar zijn.


Oordeel van het smaakpanel: met een eigen sausje erbij gaat het wel bij de kinderen. Meneer en ik smullen er de volgende dag nog van.

Vond je dit bericht leuk? Deel het dan aub op Facebook of Twitter via de knoppen hieronder!




9 mei 2014

Simpele Indiase pannenkoekjes met wortel, lente-ui en raita


Deze pannenkoekjes worden mals gemaakt met cottage cheese oftewel hüttenkase. Het is een kwestie van in elkaar roeren en bakken. Dan alleen nog een frisse en simpele raita erbij, die ook niet meer is dan yoghurt en komkommer; simpel, maar doeltreffend.

Simpele Indiase pannenkoekjes met wortel, lente-ui en raita
ongeveer 12 koekjes


250 ml melk
3 eieren (L)
150 gr zelfrijzend bakmeel
zout
200 gr cottage cheese / hüttenkase
400 gr grof geraspte wortel
½ bundeltje lente-uitjes (3 stuks), in fijne ringetjes
2 opgehoopte tl garam masala (of maak zelf een simpele mix van kaneel, korianderzaadpoeder, komijnpoeder, zwarte peper)
eventueel 1 el nigellazaad, maar dat is vooral voor het oog
(zonnebloem)olie om in te bakken

Meng alles samen en bewaar het beslag niet, want dan wordt het dunner. Bak het dus direct, op niet te hoog vuur, zodat de wortel tijd krijgt om te garen. 5 minuten per kant zou goed moeten zijn. Bak met meerdere pannen tegelijkertijd of warm ze later op, of houd ze warm in een lauwe oven.

Erbij komt een simpele raita van 1 deel yoghurt, 1 deel grof geraspte en uitgeknepen komkommer, eventueel wat knoflook uit de pers, zout en peper



Oordeel van het smaakpanel: gaat wel. Zoals gewoonlijk gaan de koekjes er de volgende dag koud makkelijker in, onder het mom van ‘snack’.

Vond je dit bericht leuk? Deel het dan aub op Facebook of Twitter via de knoppen hieronder!




5 mei 2014

Hip! Bonenpuree met gekarameliseerde witlof, ui en kabeljauw


In het vorige artikel lepelde ik 40 jaar aan foodtrends op, om te eindigen met 2014. Maar laat ik die beknopte lezing nog even visualiseren met een recept... Iets hips. Iets zeer 2014. Deze hieronder leunt een beetje op een soortgelijk gerecht dat laatst in de Engelse Delicious van maart 2014 stond. In ieder geval voor de saus.  Het is 'nouveau ruig', ongecompliceerd, het is zonder tarwe of aardappels, met veel groente, met bonen, en een stuk vis voor het lekker, maar als je die weglaat, eet je nog steeds goed.  Vegetarisch kan dus ook nog. Zelfs veganistisch is een makkie. Maar dan moet je uitwijken naar margarine en dat zou ik toch niet aanraden. Margarine is zo jaren 80…

De bonenpuree is door de bouillon veel smaakvoller dan bijvoorbeeld hummus, hoewel het er erg op lijkt. De witlof koken we natuurlijk niet; die sudderen we zachtjes in wat boter en een snufje suiker totdat het aan alle kanten zoet en en gekarameliseerd is. Die roomwitte flinters kabeljauw passen er heel goed bij. Nou, en dan bent u toch een partij hip bezig...


Bonenpuree met gekarameliseerde witlof, ui en kabeljauw
Onderstaande hoeveelheid aten Meneer en ik samen, maar je houdt dan wel saus over, die de volgende dag moeiteloos door kan als een soort hummus. De saus zou voor 4 porties door kunnen gaan.

Voor de bonenpuree:
2 el olijfolie
1 kleine ui, in ringen
1 teen knoflook, in stukjes
1 groot blik reuzebonen / cannellinibonen of gewone witte bonen (uitlekgewicht ongeveer 450 gram)
150 ml tuinkruiden- of kippenbouillon
zout en peper
kneepje citroensap  (of een eetlepel witte balsamico)

Fruit de ui in de olie tot deze zacht, maar niet gekleurd. Voeg de knoflook, uitgelekte bonen en bouillon toe en laat het nog enkele minuten sudderen. Pureer dan alles in een blender of met een staafmixer. Breng de puree op smaak met het citroensap, zout, peper en eventueel extra olijfolie. Zet het daarna op kamertemperatuur weg. Het kan eventueel opgewarmd worden wanneer het opgediend wordt, maar het kan prima op kamertemperatuur worden gegeten.

Voor de witlof en uien:
500 gr witlof (3 stronkjes)
ongeveer 200 gr (zoete) ui, in halve ringen
25 gr roomboter
1 afgestreken el suiker
2 el balsamico azijn
zout

Snijd de witlof in de lengte doormidden en houd ze verder intact; laat de harde kern erin zitten, anders valt de witlof uit elkaar in de pan. Snijd eventueel een dun plakje van de onderkant om hem schoon te maken.

Smelt de boter in een grote koekenpan (pak anders maar twee pannen. Het vraagt flink wat ruimte). Dan een schepje suiker toevoegen en de witlof in de pan schikken met het snijvlak naar beneden. Leg de ui er ook bij. Bak dit op middelhoog vuur, maar let erop dat de boter niet verbrandt. Eventueel wat water toevoegen wanneer het te droog wordt. Draai de lof halverwege om. Het heeft zo’n 15 minuten nodig om te garen. In de laatste minuut voeg je de balsamico toe en schud je de witlof en ui even rond in de pan. Niet teveel aan rommelen, zodat de lof mooi heel blijft.

Ondertussen 500 gr kabeljauwfilet in enkele minuten per kant gaar bakken in olie of boter.

Schep flink wat van de bonenpuree op een schaal en verdeel het tot een dikke laag. Verdeel daar de witlof en uien over en leg de kabeljauw erop. Jum!

Vond je dit bericht leuk? Deel het dan aub op Facebook of Twitter via de knoppen hieronder!