De jongste dochter zeurde al dagenlang om Zeeuwse
bolussen. Ze was ze zelfs al in miniatuurvorm aan het namaken van fimo-klei,
dus de boodschap was duidelijk. Ik zie zelf altijd een beetje op tegen dit
soort projecten en vermoed dan dat ze lastiger zijn dat ze eruit zien. Maar…
het viel mee. Ik kan zelfs zeggen dat ze behoorlijk simpel waren. Niet in de
laatste plaats doordat de dochter zelf het meeste werk heeft gedaan. Dat zegt
al genoeg: als een tienjarige het kan, dan wij toch ook…?
Zeeuwse bolussen
14 stuks
voor het gistdeeg:
220 ml lauwe melk
80 gr gewone suiker
7 gram gedroogde gist (=1 zakje)
500 gr bloem
80 gr zachte roomboter
1 ei
1 tl zout
voor de suikerlaag:
250 gr bruine basterdsuiker
optioneel: fijne rasp van een halve citroen
½ el kaneel
Voor het gistdeeg kneed je alles samen tot een soepel
deeg en laat dit 1 uur afgedekt op een warme plek rijzen. Ik zet het in een heel
lauwe oven (even twee minuten aanzetten en dan weer uit. Het moet echt maar net
ietsjes verwarmd zijn!)
Maak ondertussen het suikermengsel: gewoon alles mengen.
Verdeel het deeg in 14 bolletjes (dat is ongeveer 65 gram
per bolletje).
Leg het suikermengsel op je werkblad en rol de bolletjes
deeg erdoor. Leg ze opzij en rol de bolletjes nu een voor een uit tot lange
strengen van zo’n 40 cm lang. Rol de streng dan door de suiker, zodat alles
lekker dik bedekt is en rol de streng op tot een losse slak. Niet te strak,
want het moet nog kunnen rijzen. Het einde van het deeg stop je onder de bolus.
De suiker mag op, dus wat overblijft kan je verdelen over de bolussen. Laat ze
nog eens 1 uur afgedekt rijzen op een warme plaats.
Verwarm de oven voor op 250 graden (conventioneel. Ik heb
hetelucht niet uitgeprobeerd. Wanneer je niet anders hebt zou je een
heteluchtoven moeten verwarmen op 215 graden). Het brood wordt loeiheet en dus kort gebakken: 7 tot 9
minuten. Bij mij was 9 minuten precies goed.
Zorg nu dat je een tweede bakplaat en nog een stuk
bakpapier hebt klaarstaan. Haal de plaat uit de oven, leg er bakpapier op en
daarop een bakplaat en draai alles om. Onderkant wordt dus bovenkant. Haal de
plaat en papier eraf en laat verder afkoelen.
Eet ze het liefste op dezelfde dag op.
22 maart 2021
Zeeuwse bolussen
22 december 2020
Kruimeltaartje met rode bessen en pinda’s
Kruimeltaartje met aalbessen en pinda’s
Bron: magazine Lecker
voor het deeg:
300 gr bloem
200 gr roomboter
150 gr suiker
snuf zout
voor de vulling:
300 gr rode bessen (aalbessen)
50 gr suiker
1 el maïzena (ik gebruik een maatschepje van 15 ml (=1 el))
100 gr gezouten pinda’s (jawel, dat zout kan best), grof gehakt
Voor het glazuur:
40 gr poedersuiker
beetje citroensap of zoals ik deed: een beetje aardbeiensiroop

Het origineel pakt het wat onconventioneel aan: ze smelten de boter en mengen dat met de bloem, suiker en wat zout. Het werkt prima, maar levert een slap deeg op. Dat valt dan wel weer uitstekend met de hand uit te drukken in de vorm. Wie het deeg liever rolt, zou de boter beter niet smelten. Ik verwacht dat het deeg dan ook wat steviger wordt. Overigens, het originele recept klopt qua ingrediënten niet. De aanvulling is van mijn hand en volgt een simpel korstdeeg.
Hoe dan ook, vorm een deeg en neem daar iets meer dan de helft van af. Druk dat uit in een springvorm of andere taartvorm (ik had een vorm van zo’n 24 cm) waar je ook een vel bakpapier in hebt gelegd. Vorm daarbij een kleine rand van 2 cm.
Maak de bessen schoon en ris ze van de takjes. Meng met suiker en maïzena. Verdeel dit over de taartbodem.
Meng de gehakte pinda’s met het overgebleven deeg en verkruimel dit over de bessenlaag. Als je het slappere deeg hebt gebruikt, dan moet je het gewoon in stukjes plukken. Dat deeg valt niet echt te verkruimelen, tenzij je het hebt gekoeld.
Verhit een oven voor op 180 graden (of 160 hetelucht) en bak de taart gedurende 35 tot 40 minuten. Laat hem eerst helemaal afkoelen.
Maak dan het glazuur. Citroensap lijkt me lekker, maar ik maakte nu een roze glazuur met een beetje aardbeiensiroop. Meng de poedersuiker met een beetje sap of siroop tot een dikkig glazuur. Je hebt maar weinig vocht nodig trouwens. Laat dit in strepen van een lepel lopen, over de taart heen, en laat het nog een poosje uitharden in de koelkast.
3 december 2020
Hongaarse appeltaart (almás pite)
27 oktober 2020
Duitse broodjes met aalbessen (Johannisbeer Streuseltaler)

Het zurige van de bessen past erg goed bij de zoete broodjes, maar als het moet kan je dit ook maken met ander fruit, bijvoorbeeld (kleiner gesneden) kersen, frambozen of kruisbessen. In Duitsland koop je ook kruisbessen in pot, dat zijn meestal kleinere bessen en die zouden hier ook uitstekend bij passen.
Ik heb het trouwens altijd over aalbessen en ik heb dit eens opgezocht. Het blijkt dat aalbessen zowel rood als wit kunnen zijn. Vandaar dat de naam rode bessen in dit geval beter is. Afgezien van de kleur schijnt er trouwens geen verschil te zijn tussen rood en wit. Weet ik dat ook weer…
Duitse broodjes met aalbessen (Johannisbeer Streuseltaler)
12 stuks
voor het gistdeeg:
220 ml melk
80 gr suiker
7 gram gedroogde gist (1 zakje)
500 gr bloem
80 gr zachte roomboter
1 ei
1 tl zout
voor de kruimellaag:
100 gr koude roomboter
100 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
150 gr bloem
voor het kwarklaagje:
250 gr kwark
30 gr suiker
1 zakje vanillesuiker of een scheutje vanille-extract
1 ei
tenslotte nodig:
ongeveer 250 gr aalbessen (rode bessen), gewassen en afgerist
Voor het gistdeeg kneed je alles samen tot een soepel deeg en laat dit 30 minuten afgedekt op een warme plek rijzen. Verdeel het dan in twee gelijke stukken, en verdeel die ook weer in tweeën. Verdeel daarna elk stuk in drieën: nu heb je 12 gelijke stukken voor je liggen. Vorm er bolletjes van en leg ze op bakpapier op twee grote bakplaten. Zes per plaat dus, zodat ze nog de ruimte hebben om te rijzen. Druk de bolletjes met behulp van wat bloem plat. Zet ze dan warm en afgedekt weg tot ze mooi gerezen zijn. Ik zet ze in een heel lauwe oven (even twee minuten aanzetten en dan weer uit. Het moet echt maar net ietsjes verwarmd zijn!) gedurende zeker 40 minuten.
Ondertussen maak je het kruimeldeeg. Doe daarvoor de ingrediënten in een kom en snijd de boter er met twee messen doorheen. Wanneer de boter tot kleine stukjes is gesneden, kneed je het heel vlug tot een rommelig kruimeldeeg. Niet langer kneden dan nodig is; daar wordt het taai van. Je kunt het ook in de keukenmachine mengen, maar het is niet erg veel, dus je hebt het ook zo met de hand gemaakt. Zet dit in de koelkast weg.
Maak dan ook nog het kwarkmengsel door alles door elkaar te mengen.
Verhit de oven tot 160 graden hetelucht (hetelucht omdat je twee platen in de oven zet. Zonder hetelucht bak je op 180 graden, maar dan plaat voor plaat).
Verdeel de kwark over het deeg; ongeveer een eetlepel per broodje. Verdeel de bessen erover en tenslotte ook de kruimels. Laat daarbij een rand van 1 cm aan de buitenkant vrij (zoals je op de foto’s hieronder ziet is dat nog een hele kunst!)
Bak de broodjes gaar in 20 tot 25 minuten. Niet veel langer, want dan bakken ze te droog.
Laat ze afkoelen en bestuif ze eventueel met poedersuiker of een glazuur als je dat wil.
Nb. Ik hield wat kruimels en kwark over: ik heb de kwark in een schaaltje gedaan, met een paar verdwaalde bessen erin en de kruimels erop. Die heb ik later ook gewoon gebakken in de oven tot het stevig was. En dat was zo lekker dat ik dat nog eens opnieuw zal maken als toetje! :)
28 september 2020
Schoenlapperstaart
2 augustus 2020
Simpele gebakken kwarktaart met speculoos
1 maart 2020
Citroencake
17 december 2019
Ginger snaps met Amarula crème
28 september 2019
Amandeltaartje met kirsch
10 maart 2019
Duitse pruimen-kruimeltaart
3 februari 2019
Kuchen Borracho (Chileense appelcake met rum)
19 november 2018
Appel-yoghurtmuffins met havermout
24 augustus 2018
Flensjes-citroentaart van Michel Roux
20 mei 2018
Bananencake met rabarber en rozemarijn
23 maart 2018
Engelse krentenbroodjes - hot cross buns
26 februari 2018
Zachte vanille-roomtoffees
De karamel is klaar als het loskomt van de bodem van de pan en mooi bruin, taai en elastisch is. Als je een thermometer hebt, dan moet het ongeveer 120 graden zijn. In de bovengenoemde link van toffees wordt de specifieke stadia van het suiker koken genoemd en voor zachte toffees moet je nu dus stoppen met verhitten. Als je doorgaat, krijg je harde toffees.
Giet de karamel in een kleine vorm (ongeveer 20 x 20 cm), bekleed met bakpapier. Laat de karamel afkoelen tot kamertemperatuur en snijd het dan in blokjes. Oh ja, en kijk uit met meekokende kinderen; de karamel is gloeiend heet! Niet proeven dus, voordat het voldoende is afgekoeld!
12 februari 2018
Zelfgemaakte sultana’s
In Nederland noemen we ze sultana’s, en iedereen kent ze, maar eigenlijk is dit koekje Engels, waar ze Garibaldi biscuits heten. Het is een braaf en matig gezoet koekje en stamt al uit 1861. Ze zijn vernoemd naar de Italiaanse generaal Garibaldi, welke een heldenstatus in Engeland had (waarom is mij volstrekt onduidelijk…) en het schijnt dat er wel meer dingen naar hem vernoemd zijn. Maar ach, ze noemen het koekje tegelijkertijd ook ‘geplette vliegen’ samen met andere onaardige dingen over vliegen, omdat de geplette rozijnen daar aan doen denken. Maar het is al met al een leuk projectje voor de kinderen, juist omdat het zo’n bekend koekje is. Ze zijn ook echt een fluitje van een cent.



































