Posts tonen met het label Gebak. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gebak. Alle posts tonen

22 maart 2021

Zeeuwse bolussen


De jongste dochter zeurde al dagenlang om Zeeuwse bolussen. Ze was ze zelfs al in miniatuurvorm aan het namaken van fimo-klei, dus de boodschap was duidelijk. Ik zie zelf altijd een beetje op tegen dit soort projecten en vermoed dan dat ze lastiger zijn dat ze eruit zien. Maar… het viel mee. Ik kan zelfs zeggen dat ze behoorlijk simpel waren. Niet in de laatste plaats doordat de dochter zelf het meeste werk heeft gedaan. Dat zegt al genoeg: als een tienjarige het kan, dan wij toch ook…?

Zeeuwse bolussen

14 stuks

voor het gistdeeg:
220 ml lauwe melk
80 gr gewone suiker
7 gram gedroogde gist (=1 zakje)
500 gr bloem
80 gr zachte roomboter
1 ei
1 tl zout

voor de suikerlaag:
250 gr bruine basterdsuiker
optioneel: fijne rasp van een halve citroen
½ el kaneel

Voor het gistdeeg kneed je alles samen tot een soepel deeg en laat dit 1 uur afgedekt op een warme plek rijzen. Ik zet het in een heel lauwe oven (even twee minuten aanzetten en dan weer uit. Het moet echt maar net ietsjes verwarmd zijn!)

Maak ondertussen het suikermengsel: gewoon alles mengen.

Verdeel het deeg in 14 bolletjes (dat is ongeveer 65 gram per bolletje).

Leg het suikermengsel op je werkblad en rol de bolletjes deeg erdoor. Leg ze opzij en rol de bolletjes nu een voor een uit tot lange strengen van zo’n 40 cm lang. Rol de streng dan door de suiker, zodat alles lekker dik bedekt is en rol de streng op tot een losse slak. Niet te strak, want het moet nog kunnen rijzen. Het einde van het deeg stop je onder de bolus. De suiker mag op, dus wat overblijft kan je verdelen over de bolussen. Laat ze nog eens 1 uur afgedekt rijzen op een warme plaats.

Verwarm de oven voor op 250 graden (conventioneel. Ik heb hetelucht niet uitgeprobeerd. Wanneer je niet anders hebt zou je een heteluchtoven moeten verwarmen op 215 graden). Het brood wordt loeiheet en dus kort gebakken: 7 tot 9 minuten. Bij mij was 9 minuten precies goed.

Zorg nu dat je een tweede bakplaat en nog een stuk bakpapier hebt klaarstaan. Haal de plaat uit de oven, leg er bakpapier op en daarop een bakplaat en draai alles om. Onderkant wordt dus bovenkant. Haal de plaat en papier eraf en laat verder afkoelen.

Eet ze het liefste op dezelfde dag op.

Voor het rijzen


net afgebakken


22 december 2020

Kruimeltaartje met rode bessen en pinda’s



Die pinda’s! Die maakten hier beslist het verschil. Ik twijfelde er eerst over, maar het was een onverwachts goede combinatie met de zurige bessen. Wat de bessen betreft; je hebt er amper omkijken naar. Je doet er verder niets mee, maar ze ‘smelten’ dankzij de maïzena, tot een jamlaagje in de taart. Een erg simpel taartje, dat zo gemaakt is, maar met een groot effect.

Kruimeltaartje met aalbessen en pinda’s
Bron: magazine Lecker

voor het deeg:
300 gr bloem
200 gr roomboter
150 gr suiker
snuf zout

voor de vulling:
300 gr rode bessen (aalbessen)
50 gr suiker
1 el maïzena (ik gebruik een maatschepje van 15 ml (=1 el))
100 gr gezouten pinda’s (jawel, dat zout kan best), grof gehakt

Voor het glazuur:
40 gr poedersuiker
beetje citroensap of zoals ik deed: een beetje aardbeiensiroop



Het origineel pakt het wat onconventioneel aan: ze smelten de boter en mengen dat met de bloem, suiker en wat zout. Het werkt prima, maar levert een slap deeg op. Dat valt dan wel weer uitstekend met de hand uit te drukken in de vorm. Wie het deeg liever rolt, zou de boter beter niet smelten. Ik verwacht dat het deeg dan ook wat steviger wordt. Overigens, het originele recept klopt qua ingrediënten niet. De aanvulling is van mijn hand en volgt een simpel korstdeeg.

Hoe dan ook, vorm een deeg en neem daar iets meer dan de helft van af. Druk dat uit in een springvorm of andere taartvorm (ik had een vorm van zo’n 24 cm) waar je ook een vel bakpapier in hebt gelegd. Vorm daarbij een kleine rand van 2 cm.

Maak de bessen schoon en ris ze van de takjes. Meng met suiker en maïzena. Verdeel dit over de taartbodem.
Meng de gehakte pinda’s met het overgebleven deeg en verkruimel dit over de bessenlaag. Als je het slappere deeg hebt gebruikt, dan moet je het gewoon in stukjes plukken. Dat deeg valt niet echt te verkruimelen, tenzij je het hebt gekoeld.

Verhit een oven voor op 180 graden (of 160 hetelucht) en bak de taart gedurende 35 tot 40 minuten. Laat hem eerst helemaal afkoelen.

Maak dan het glazuur. Citroensap lijkt me lekker, maar ik maakte nu een roze glazuur met een beetje aardbeiensiroop. Meng de poedersuiker met een beetje sap of siroop tot een dikkig glazuur. Je hebt maar weinig vocht nodig trouwens. Laat dit in strepen van een lepel lopen, over de taart heen, en laat het nog een poosje uitharden in de koelkast.



 

 

3 december 2020

Hongaarse appeltaart (almás pite)



Er komen hier dagelijks twee Hongaarse jongens over de vloer; buurjongens en vriendjes van de kinderen, en dat is heel nuttig. Onze meiden kunnen nu onder andere tot tien tellen in het Hongaars en je weet maar nooit wanneer dat nog eens van pas komt. Natuurlijk vindt er culinair ook rijkelijk kruisbestuiving plaats en ik heb meerdere Hongaarse taarten op de to do-lijst staan, maar we beginnen simpel: een appeltaart. Almás pite. Toen ik het tegen één van de jongens zei, zag ik een miniem lachje voordat ik werd gecorrigeerd: je spreekt het uit als ‘almasj pite’- zie link!


Hongaarse appeltaart (almás pite)
Bron: Zserbo 

voor het deeg:
270 gr zelfrijzend bakmeel
60 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
100 gr koude roomboter
1 middelgroot ei (M) (of een groot ei (L), maar houd dan iets apart voor het bestrijken van de bovenkant!)
60 gr yoghurt (ik neem Griekse yoghurt)
snuf zout

voor de vulling:
1,5 kg appels (ik gebruik Jona Gold)
1,5 tl kaneel
60 g suiker
1 el griesmeel (niet in huis; ik heb er een eetlepel havermout in gedaan. De eerste keer was ik het helemaal vergeten en dat kwam ook goed…)

om te bestrijken: 1 ei

Bakvorm: het origineel zegt een dichte vorm van zo’n 32×32 cm, maar ik gebruikte een grote springvorm, bekleed met bakpapier

Maak eerst de appelmoes: schil de appels, haal het klokhuis eruit en rasp de appels op een grove rasp. Doe ze in een kookpan, samen met de suiker en kaneel, en breng aan de kook. Laat het op niet te hoog vuur pruttelen tot de appels zacht is. Daar hoeft dus niet extra vocht bij, het is juist de bedoeling dat het meeste verdampt. Leg dus ook geen deksel op de pan. Het origineel laat je de appelrasp ook nog uitknijpen, maar dat geloofde ik wel. Af en toe roeren, zeker aan het einde als het meeste vocht verdampt is! Ik trek hier wel een half uurtje voor uit. Vijf minuten voor het klaar doe je de eetlepel griesmeel erbij om de puree nog steviger te maken, maar dat doe ik dus met een goede eetlepel havermout. Je moet uiteindelijk een echt dikke appelmoes hebben. Het is de bedoeling dat het straks na het bakken niet uitloopt. Laat het dan afkoelen.

Ondertussen maak je het deeg. Doe het meel, de suiker en vanillesuiker met een snuf zout in een kom. Snijd de koude roomboter er in stukjes doorheen, en/of snijd de boter met twee messen in het meel fijn. Wrijf het dan vlug tot kruimels. Voeg het ei en de yoghurt toe en kneed het nu vlug tot een soepele bal deeg. Niet langer kneden dan nodig is! Bewaar het deeg in de koelkast tot je klaar bent voor het vormen.

Verwarm de oven voor op 180 graden conventioneel (of 170 graden hetelucht).

Verdeel het deeg in 2 stukken en rol er eentje uit op een bebloemd werkvlak. Plaats de lap in de bakvorm (liefst op bakpapier of anders een ingevette vorm). De taart heeft geen zijkant van deeg! Het is echt een bovenkant met onderkant en vulling ertussen. Prik de bodem op een paar plaatsen in met een vork. Leg de afgekoelde appelmoes erop. Rol de twee bal deeg ook uit en plaats deze er ook op. 

Bestrijk de bovenkant met wat geklutst ei. Prik de bovenkant ook nog even in en bak de taart dan in ongeveer 35 minuten gaar en bruin. Je kunt hem lauw eten, maar koud met slagroom erbij is hij ook erg lekker.

27 oktober 2020

Duitse broodjes met aalbessen (Johannisbeer Streuseltaler)



Toen ik het recept voor deze broodjes tegenkwam zat ik weer in één keer in Duitsland! Die moest ik maken! Het is dan wel niet helemaal de tijd voor rode bessen, maar bij de AH hebben ze van die mooie trosjes liggen:



Het zurige van de bessen past erg goed bij de zoete broodjes, maar als het moet kan je dit ook maken met ander fruit, bijvoorbeeld (kleiner gesneden) kersen, frambozen of kruisbessen. In Duitsland koop je ook kruisbessen in pot, dat zijn meestal kleinere bessen en die zouden hier ook uitstekend bij passen.

Ik heb het trouwens altijd over aalbessen en ik heb dit eens opgezocht. Het blijkt dat aalbessen zowel rood als wit kunnen zijn. Vandaar dat de naam rode bessen in dit geval beter is. Afgezien van de kleur schijnt er trouwens geen verschil te zijn tussen rood en wit. Weet ik dat ook weer…

Duitse broodjes met aalbessen (Johannisbeer Streuseltaler)
12 stuks

voor het gistdeeg:
220 ml melk
80 gr suiker
7 gram gedroogde gist (1 zakje)
500 gr bloem
80 gr zachte roomboter
1 ei
1 tl zout

voor de kruimellaag:
100 gr koude roomboter
100 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
150 gr bloem

voor het kwarklaagje:
250 gr kwark
30 gr suiker
1 zakje vanillesuiker of een scheutje vanille-extract
1 ei

tenslotte nodig:
ongeveer 250 gr aalbessen (rode bessen), gewassen en afgerist

Voor het gistdeeg kneed je alles samen tot een soepel deeg en laat dit 30 minuten afgedekt op een warme plek rijzen. Verdeel het dan in twee gelijke stukken, en verdeel die ook weer in tweeën. Verdeel daarna elk stuk in drieën: nu heb je 12 gelijke stukken voor je liggen. Vorm er bolletjes van en leg ze op bakpapier op twee grote bakplaten. Zes per plaat dus, zodat ze nog de ruimte hebben om te rijzen. Druk de bolletjes met behulp van wat bloem plat. Zet ze dan warm en afgedekt weg tot ze mooi gerezen zijn. Ik zet ze in een heel lauwe oven (even twee minuten aanzetten en dan weer uit. Het moet echt maar net ietsjes verwarmd zijn!) gedurende zeker 40 minuten.

Ondertussen maak je het kruimeldeeg. Doe daarvoor de ingrediënten in een kom en snijd de boter er met twee messen doorheen. Wanneer de boter tot kleine stukjes is gesneden, kneed je het heel vlug tot een rommelig kruimeldeeg. Niet langer kneden dan nodig is; daar wordt het taai van. Je kunt het ook in de keukenmachine mengen, maar het is niet erg veel, dus je hebt het ook zo met de hand gemaakt. Zet dit in de koelkast weg.

Maak dan ook nog het kwarkmengsel door alles door elkaar te mengen.

Verhit de oven tot 160 graden hetelucht (hetelucht omdat je twee platen in de oven zet. Zonder hetelucht bak je op 180 graden, maar dan plaat voor plaat).

Verdeel de kwark over het deeg; ongeveer een eetlepel per broodje. Verdeel de bessen erover en tenslotte ook de kruimels. Laat daarbij een rand van 1 cm aan de buitenkant vrij (zoals je op de foto’s hieronder ziet is dat nog een hele kunst!)

Bak de broodjes gaar in 20 tot 25 minuten. Niet veel langer, want dan bakken ze te droog.

Laat ze afkoelen en bestuif ze eventueel met poedersuiker of een glazuur als je dat wil.

Nb. Ik hield wat kruimels en kwark over: ik heb de kwark in een schaaltje gedaan, met een paar verdwaalde bessen erin en de kruimels erop. Die heb ik later ook gewoon gebakken in de oven tot het stevig was. En dat was zo lekker dat ik dat nog eens opnieuw zal maken als toetje! :) 

klaar om de oven in te gaan


...en klaar!







28 september 2020

Schoenlapperstaart


Jaren geleden kreeg ik een e-mail van een secretaresse van een garagebedrijf. Ze hadden een jubileum, vertelde ze, en het bedrijf bestond al lange tijd. Heel erg lang. Zo lang, dat het ze een leuk idee leek om hun klanten als onderdeel van de festiviteiten een recept mee te geven van een appeltaart 'zoals deze in oma’s tijd ook al werd gemaakt'. En nu had ze gezien dat ik zoveel van oude kookboeken hield en of ik niet even wilde kijken of er iets in stond…?

Nou, dat kon ik natuurlijk wel. Maar die appeltaart is helemaal niet zo spannend. Die maakten ze honderd jaar geleden al precies zo. Sterker nog, 200 jaar geleden zou je hem ook zonder moeite hebben herkend. Weet je wat jullie moeten doen, zei ik. Je moet het recept voor schoenlapperstaart geven. Dát is nou echt een appeltaart die niemand meer eet, terwijl (overgroot)oma hem in 1900 beslist wel kende. 

Sterker nog, de schoenlapperstaart (ook wel eens schoenmakerstaart genoemd) staat al in het eerste Nederlandse kookboek ‘De Verstandige Kock’ uit 1667. Echt heel chic is de taart niet, hoor. Hij is vrij nat en heeft dus geen deeg. Ik zou het ook niet snel voor een verjaardagsvisite maken, want hij is wat boers. Het lijkt nog het meeste op de binnenkant van appeltaart, maar dan in vaste vorm. Je zou het zelfs een appelpudding kunnen noemen. Nee, gebakken appelmoes; dat is het. Maar lekker jongens…! En zeer geschikt als dessert natuurlijk, zo’n pudding. 



Kijk, even voor de aardigheid het recept uit 1667:


Om een schoenmakerstaert te backen: Neemt suere Appels, schildtse, aen stucken gesneden en gaar gekoockt, wrijft die kleyn, neemt dan boter, Suycker, en Corenten, yder na zijn believen, en dat samen met 4 à 5 eyeren daer in gheroert, neemt dan geraspt Tarwenbroot, en doet dat onder in een schootel, daer op u Appelen geleght, doeter weer geraspt Tarwenbroot boven over, en deckt dan toe met een decksel van een Taertpanne, en vuur daer op gheleght, maeckt een goede korste.

Waar men toen broodkruim gebruikte is het nu makkelijker om beschuiten te verkruimelen. Dat deed oma ook al. Ik weet trouwens niet wat het garagebedrijf er uiteindelijk mee gedaan heeft.

Schoenlapperstaart

1 kg zoetzure (moes)appels (in ieder geval appels die goed tot moes koken; Jonagold is prima. Goudreinet ook)
100 gr rozijnen
11 beschuiten (110 gr)
80 gr roomboter
75 gr suiker
1 tl kaneel
snuf zout
5 grote eieren (L) of 6 middelgrote (M)
eventueel poedersuiker

Schil de appels, haal het klokhuis eruit en snijd de appel in stukjes. Doe ze in een kookpan, samen met een scheut water, en breng het aan de kook (zonder deksel erop). Kook de appels stuk tot een dikke appelmoes. Kijk uit dat het niet te droog kookt. Als je appelmoes erg vochtig is, kunnen die rozijnen mooi even meekoken, zodat ze wat vocht opslurpen, maar het moet uiteindelijk wel een echt dikke appelmoes zijn. Weeg de moes: je hebt 750 gram nodig. Niet meer, hoor; dan wordt de taart te nat. 

Haal van het vuur en laat de boter in de warme appelmoes smelten. Wanneer het redelijk afgekoeld is, voeg je de verkruimelde beschuiten, suiker, kaneel en zout toe. 

Splits de eieren in dooiers en eiwit. Voeg de dooiers toe aan de lauwe appelmoes en meng deze erdoorheen. Klop de eiwitten stijf in een kom tot je de kom op z'n kop kan houden (ja, en dan blijven die eiwitten dus in de kom, jongens...) Spatel de eiwitten dan ook met liefde door de appelmoes. Het moet een mooie, luchtige massa worden, dus zachtjes spatelen!

Verhit de oven voor op 200 graden (of hetelucht 180 graden). Bekleed een springvorm van 20 of 24 cm met bakpapier (papier even onder de kraan houden en losjes samenvouwen tot een bol, dan uitvouwen. Nu kan je het heel makkelijk in de vorm plooien). Doe het beslag in de vorm. 

Bak de taart 45 minuten. Als je er een sateprikker insteekt moet deze er schoon uitkomen.

Laat de taart afkoelen in de vorm voor dat je de randen eraf haalt. Bestrooi de taart met poedersuiker. 


2 augustus 2020

Simpele gebakken kwarktaart met speculoos


Dit is een heel simpel taartje dat je in een oogwenk maakt, als je maar de tijd neemt om het af te laten koelen. Je moet hem echt in de koelkast koud laten worden. Voor de bodem gebruikte ik speculoos; je weet wel, dat koekje dat eruit ziet als speculaas, maar smaakt als bastogne. Ik verwacht overigens dat zowel speculaas als bastogne net zo goed kunnen worden gebruikt. 

De taart is op zichzelf lekker, maar ik deed er ook een schepje jam naast. Wel eentje die niet zo zoet is. Bijvoorbeeld de jam van Bonne Maman Meer Fruit Minder Suiker. Die smaakt meer naar fruit dan naar een mierzoete jam en dat bevalt mij wel.


Simpele gebakken kwarktaart met speculoos
recept voor 8 puntjes

100 gr roomboter
200 gr speculoos koekjes
400 gr volle kwark
100 ml slagroom
125 gr suiker
2 grote eieren (L)
 
een kleine springvorm van 18 cm

Verwarm de oven voor op 180 graden (160 gr hetelucht).

Smelt de boter. Verkruimel de koekjes tot heel fijn; ik doe ze in een stevige diepvrieszak en sla/rol ze met een deegroller tot kruimels. Meng ze dan met de boter. 

Bekleed de springvorm met bakpapier (even natmaken en uitknijpen – dan plooi je het papier heel makkelijk in de vorm). Druk de kruimels erin uit om de bodem te vormen. 

Meng de andere ingrediënten en giet dit op de koekbodem. Laat dit 60 minuten bakken in de oven. Het midden is dan nog wat wiebelig, maar bij het afkoelen stijft dat op. Laat de taart dus ook helemaal afkoelen en serveer koud uit de koelkast. Eventueel dus met wat fruit of een niet zo zoete jam ernaast.



1 maart 2020

Citroencake



Het beste recept voor een gewone cake blijft de ‘quatre-quarts’ – oftewel gelijke gewichten voor eieren, suiker, bloem en boter – en dat maak je natuurlijk met je ogen dicht. Daar kan je allerlei smaken aan toevoegen, maar als je veel vloeistof toevoegt moet je toch de verhoudingen aanpassen en daar pak ik graag een recept bij. Op bakgebied heb ik weinig aangeboren gevoel voor de fijne balans... Het recept hieronder is dus duidelijk niet van mij, maar ik kan het aanraden. Het werd een heerlijke zachte cake met een goede citroensmaak.

Het origineel doet maar liefst de rasp van 6 citroenen in het beslag, maar ik hield het bij 3 grote exemplaren, omdat ik even niets kon aanvangen met al dat sap. Tenslotte pers je de benodigde 100 ml wel uit 2 stuks, dus je houdt sowieso al extra sap over. Ik doe dat zelf graag in een kan, vul dat af met koud water en zet het in de koelkast om later te drinken. Maar je kunt het sap ook gebruiken voor een glazuur: doe een beetje sap bij een kommetje poedersuiker en roer dat tot een lobbig glazuur. Giet dat na het bakken over de afgekoelde cake. Nog meer citroensmaak.

In het originele recept werd ook gezegd dat men de cake wel eens maakt met sinaasappelsap en wat gele rozijnen erbij. Dat zie ik ook wel zitten!

Citroencake
Bron recept: Eating Asia

225 gr zachte roomboter
270 gr suiker
4 middelgrote (M) eieren of 3 grote (L)
320 gr zelfrijzend bakmeel
60 ml melk
snuf zout
100 ml citroensap
fijn geraspte schil van 3 grote citroenen (liefst biologische)

Verhit de oven voor op 180 graden conventioneel (of 160 graden hetelucht). Pak er een bakvorm bij en boter die in of leg er bakpapier in. Ik gebruikte een brownievorm van 22 cm.

Klop de boter en suiker wit en luchtig. Voeg de eieren één voor één toe. Spatel er dan het bakmeel, melk en zout doorheen en tenslotte de rasp en het sap. Giet dit in de vorm en bak de cake gaar in ongeveer 1 uur. Steek er aan het einde een satéprikker in: als die er schoon en droog uitkomt is de cake klaar. Laat het afkoelen en haal dan uit de vorm.



17 december 2019

Ginger snaps met Amarula crème



Nog even snel voor de kerst: deze koekjes waren zo lekker….! Het zijn gemberkoekjes met een romig laagje van witte chocolade met Amarula-likeur. Dat laatste is een heerlijke, romige likeur uit Zuid Afrika, op smaak gebracht met Afrikaanse marulavruchten. Dat kan samen alleen maar goede dingen betekenen.

Ginger snaps met Amarula crème
Recept voor 12 koekjes

125 gr zelfrijzend bakmeel
½ tl gemalen gember
50 gr donkere basterdsuiker
een snuf zout
50 gr koude roomboter
6 bolletjes stemgember op siroop, gesnipperd
2 el ahornsiroop of honing


Verwarm de oven voor op 175 graden conventioneel (of 160 graden hetelucht). Doe het bakmeel in een kom en meng het gemberpoeder, suiker en zout erdoor. Voeg dan de boter toe in kleine stukjes en wrijf/kneed het met je handen door het bakmeel tot een korrelig mengsel. Voeg de ahornsiroop en gemberstukjes toe en kneed het snel tot een samenhangend geheel. Niet te lang kneden; daar wordt het taai van. Ik vond mijn deeg nog wat droog en voegde een klein beetje van de gembersiroop toe.

Ik vormde het deeg tot een dikke worst en sneed deze in 12 plakken.  Leg ze op een met bakpapier beklede bakplaat en druk ze plat tot koekjes van zo’n 7 cm breed. Bak de koekjes ongeveer 15 minuten in de oven. Ze zijn dan nog wel zacht, maar ze zullen bij het afkoelen hard worden.
Laat ze dus afkoelen en maak ondertussen het glazuur:

Amarula-crème
100 gr witte chocolade, in stukjes
20 ml Amarula likeur

Doe chocolade en likeur in een diep bord en zet dat op een kookpan met daarin een laagje net niet kokend water (dit is ‘au-bain-marie’ smelten). Het bord mag het water niet aanraken.
Roer en wacht tot de chocolade smelt. Meng het dan goed door elkaar. Wanneer het lijkt te schiften (het wordt korrelig en dik), voeg je een eetlepel koud water toe en roer het erdoor. Als het goed is, kan je het nu weer gladroeren. Schep nu een opgehoopte theelepel op elk koekje en strijk het snel uit. Laat dit afkoelen; de chocolade stijft weer op tot een stevig glazuur.

Eén van de dochters deed mee met de foto-sessie :) 




28 september 2019

Amandeltaartje met kirsch



Mijn bescheiden suggestie vandaag: zet dit nou eens op je lijstje voor een etentje. Het is namelijk een heel fraai taartje, dat toch simpel is, maar apart genoeg voor een speciaal moment. Denk aan een soort luchtiger variant van amandelspijs. En als je van marsepein houdt, dan lust je dit ook.

De kirsch kan je desnoods vervangen met een andere drank. Je hoeft het er niet speciaal voor te kopen, maar als je dat wel wil: kirsch is ook in kleine flesjes verkrijgbaar.

Ik serveerde dit met citroensorbet, maar je kunt meerdere kanten op. Ik had eigenlijk een mandarijn- of sinaasappelsorbet willen gebruiken, maar ook een sinaasappelkwark of -yoghurt is geschikt. En ach, slagroom,  kersenjam of zelfs zo’n blik kersenvlaaivulling, vers fruit, frambozenpuree, kersen ingemaakt in gekruide wijn (zeker met de kerstdagen), of mascarpone losgeroerd met wat cognac of amaretto zijn allemaal prima opties!

Amandeltaartje met kirsch
gebaseerd op een recept van het magazine Bon Appetit van juni 1999
- voor een klein taartje dat je zeker in 8 tot 12 stukjes kan snijden voor een dessert
- ik gebruikte een kleine springvorm van 18 cm

125 gr suiker
175 gr roomboter, op kamertemperatuur
300 gr kant-en-klaar amandelspijs (bv van Dr Oetker)
4 middelgrote eieren (M)
2 el kirsch of een andere drank (amaretto bv)
een snuf zout
60 gr bloem
1 iets opgehoopte tl bakpoeder
Optioneel: poedersuiker

Ook nodig: een 18 cm springvorm met bakpapier

Verwarm de oven voor op 175 graden conventioneel (desnoods 165 graden hetelucht). Bekleed de springvorm met bakpapier (als je het papier een beetje nat maakt, kan je het daarna verfrommelen en netjes in de vorm vouwen.)

Rasp de amandelspijs op een grove rasp, zodat het straks mooi homogeen wordt verdeeld in het beslag.

Mix de suiker en boter luchtig en romig. Mix de spijs erdoor, de eieren één voor één, de kirsch en het zout. Meng dan de bloem en het bakpoeder erdoor. Schep het beslag in de springvorm.

Bak de taart zo’n 40 tot 45 minuten. Als je er een satéprikker insteekt, moet deze er weer schoon uitkomen. Laat de taart in de vorm afkoelen. De taart souffleert (rijst) behoorlijk en het midden van de taart zal ook wat inzakken bij het afkoelen, maar dat maakt niet uit.

Eventueel na het afkoelen met poedersuiker bestuiven.




10 maart 2019

Duitse pruimen-kruimeltaart



Ik houd niet van taarten met deeg aan de buitenkant. Nou ja, wel om te eten, maar om te maken vind ik het altijd zo’n geneuzel. Nog erger is het als dat deeg dan ook nog eerst blind moeten worden gebakken… Zoveel stappen, zoveel gedoe.
Maar… dan deze taart. Dit is toch echt serieuze taart, maar het staat wel binnen 15 minuten in de oven. De bodem bestaat uit een simpel cakebeslag. Daarop komt een laag pruimen uit een pot. En tenslotte strooi je daar rijkelijk een kruimeldekentje overheen. En dan krijg je dus zo’n lekkere, royale, Duitse plaattaart.

Verse (gehalveerde en ontpitte) pruimen zouden ook kunnen trouwens, maar dan wel in het seizoen!

Duitse pruimen-kruimeltaart
Voor een taartvorm van ongeveer 24 cm
Bron: Backen macht Freude – kookboek van Dr. Oetker

125 gram zelfrijzend bakmeel
125 gram suiker
125 gram roomboter op kamertemperatuur
125 gr eieren (ongeveer 2 grote)
1 zakje vanillesuiker
snuf zout
2 potten ingemaakte pruimen met een uitlekgewicht van ongeveer 180 gram (ik had dus 360 gr pruimen), uitgelekt

voor het kruimeldeeg:
150 gram bloem
100 gram suiker
½ tl kaneel
100 gram koude roomboter, in stukjes



Verwarm de oven voor op 180 graden (of 170 graden hetelucht). Bekleed een taartvorm van zo’n 24 cm met bakpapier. Een kleinere vorm lukt ook wel, maar als je iets groters gebruikt, wordt het een erg dun taartje.

Mix of klop de zachte boter met de suiker romig. Voeg dan de eieren toe en daarna de bloem, zout en vanillesuiker. Doe het beslag in de vorm en strijk het glad. Dat is lastig met dat papier, en als je dat niets vindt, dan beboter je het blik maar gewoon, maar ik vind papier uiteindelijk handiger bij het bakken. Bj een springvorm kan je eventueel ook gewoon een vel papier op de bodem leggen en dat inklemmen met de rand.
Verdeel de uitgelekte pruimen over het beslag.

Maak dan het kruimeldeeg: doe alles in een kom en knijp het met je vingers samen tot een rommelig deegje, waar je na een tijdje kruimels van kan knijpen. Bewerk het niet te lang!
Verdeel de kruimels over de pruimen en bak de taart in ongeveer 50 minuten gaar in de oven. Als je er een sateprikker in steekt, moet deze er weer schoon uitkomen – dan is het cakebeslag ook gaar.

Laat de taart nu helemaal afkoelen. Hij kan ook goed tegen bewaren, dus de dag erna is hij ook nog lekker. En jawel, daar mag best slagroom bij.



3 februari 2019

Kuchen Borracho (Chileense appelcake met rum)


Een Duitse cake uit Chili? Toch wel… Het ligt niet erg voor de hand, maar Chili heeft dus een grote groep inwoners waarvan de voorvaders uit Duitsland kwamen. In de tweede helft van de 19e eeuw emigreerden zo’n 30.000 Duitsers naar Chili uit onvrede met het politieke klimaat thuis. En vandaag de dag schijnt er nog steeds een grote groep Chilenen te zijn die zich identificeert als Chileens-Duits. En dan krijg je dus dit soort cakes.

De cake is een wonderlijk geval, want de appelschijfjes worden gemengd met slagroom en suiker en dan als lagen tussen het beslag verwerkt. Dat zorgt voor een wat vochtige cake die hier en daar custard-achtige stukken heeft. Het origineel maakt men met rum in het beslag, maar bij gebrek daaraan nam ik een triple sec. Cointreau bijvoorbeeld, hoewel een goedkoper merk hiervoor prima is. En eigenlijk beviel die zo goed, dat ik de rumversie nog steeds niet heb gemaakt.

Kuchen Borracho (Chileense appelcake met rum)
Bron: het boek ‘Warm Bread and Honey Cake’ van Gaitri Pagrach-Chandra

Ik gebruik een vierkante ovenschaal van zo’n 20 cm breed, maar onder het recept zet ik ook nog eens de hoeveelheden voor een 26 cm springvorm!

Voor de appelvulling:
700 gr frisse, zurige appels (maar niet zo zuur als Granny Smith) – bv Jona Gold, Kanzi, Elstar, etc
80 gr suiker
100 gr slagroom

Voor de cake:
150 gr zachte roomboter
200 gr suiker
3 eieren (M)
300 gr zelfrijzend bakmeel + iets om te bestuiven
snuf zout
75 ml rum, of anders triple sec (zoals Cointreau)
75 ml koud water

Maak eerst de appelvulling: Schil de appels en haal de klokhuizen eruit. Snijd ze dan in kwarten en daarna in smalle plakjes. Meng de plakjes in een kom met de suiker en room.

En dan het cakebeslag: Verhit de oven voor op 160 graden (=150 graden hetelucht). Vet een ovenschaal of taartvorm in met boter en bestuif met wat bloem, of bekleed een vorm met bakpapier (als je dat even nat maakt onder de kraan, verfrommelt en uitknijpt, kan je het goed in een vorm plooien.)
Klop de boter en suiker luchtig met een mixer. Voeg een voor een de eieren toe en mix ze erdoorheen. Voeg dan het zelfrijzend bakmeel en een snuf zout toe, spatel het erdoor en voeg tenslotte de rum en het water toe tot je een glad beslag hebt. Niet langer bewerken dan nodig is.

Schep nu 1/3 van het beslag in de ovenschaal. Bedek dat met de helft van de appelplakjes, maar zorg dat de randen vrij blijven. Bedek dit weer met 1/3 van het beslag, dan weer de tweede helft appel en tenslotte het laatste deel beslag. Maak je geen zorgen als de lagen niet goed lukken, want het dikke beslag laat zich niet heel goed uitspreiden, maar zelfs als het mengt met de appellaag is er geen man overboord. Strijk de bovenkant glad en bak de cake 1,5 uur of tot een sateprikker die je erin steekt, er weer schoon uitkomt. Laat hem even afkoelen voordat je hem aansnijdt. Ik vond hem gewoon afgekoeld erg lekker, maar je zou het ook warm kunnen eten. Hij is koud wel een stuk steviger! In warme toestand is het een kwetsbaar gebak, maar eenmaal afgekoeld kan je het prima snijden.

En dan nog de hoeveelheden voor een 26 cm springvorm:
(verder gewoon het recept volgen - de baktijd is waarschijnlijk niet langer. Gebruik wel bakpapier in een springvorm tegen eventueel lekken)

Voor de appelvulling:
840 gr frisse, zurige appels
100 gr suiker
120 gr slagroom

Voor de cake:
180 gr zachte roomboter
240 gr suiker
3 eieren (L)
360 gr zelfrijzend bakmeel + iets om te bestuiven
snuf zout
90 ml rum of triple sec
90 ml koud water



19 november 2018

Appel-yoghurtmuffins met havermout


Het was wel aardig van de baas om mij een presentje te geven, zomaar, omdat ze zo blij met me waren, maar vervolgens moet je online iets uitzoeken, bij een Amerikaanse bedrijf dat zijn brood verdient met het versturen van ‘bedankjes’. En dat bedankje moet dan he-le-maal naar Europa worden verscheept. Per roeiboot. Denk ik. Want ik mocht na drie maanden dan eindelijk de nieuwe Creuset muffinvorm (onder andere) in ontvangst nemen. Vandaag heb ik hem ingewijd met de appel-yoghurt-cakejes van Janneke Philippi uit haar boek “Appeltaart”. Ze zijn erg lekker: niet zo heel zoet, maar wel fris en luchtig, met kleine stukjes appel.


Appel-yoghurtmuffins met havermout
12 stuks, als je een muffinvorm gebruikt
Bron: Het boek Appeltaart van Janneke Philippi

2 eieren (M)
150 gram gewone suiker of witte basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
150 ml yoghurt
100 ml zonnebloemolie
250 gram zelfrijzend bakmeel
2 handappels
50 gram havermout
snuf zout

Ook nodig: een muffinvorm en/of papieren cakevormpjes

Verwarm de oven voor op 200 graden (of 180 graden hetelucht). Vet de muffinvorm in met wat zonnebloemolie, of doe er papieren cakevormpjes in. Je kunt natuurlijk ook gewoon alleen de vormpjes gebruiken, maar zet dan twee vormpjes in elkaar voor stevigheid, want anders valt het om en loopt je cakebeslag eruit.

Klop de eieren met een garde los met de suiker, vanillesuiker en een snuf zout. Roer de yoghurt en de olie erdoor. Spatel het bakmeel erdoor. Snijd de appels in hele kleine blokjes (niet te lomp a.u.b.). Ik schil de appels niet, maar ga je gang als je dat belangrijk vindt. Schep ze samen met de havermout door het beslag. Verdeel het beslag over de vormpjes. Je kunt er nog een beetje havermout overheen strooien; dat oogt enorm rustiek en gezond! :) 

Bak ze in de voorverwarmde oven in ongeveer 25 tot 30 minuten goudbruin en gaar. Ik test ze nog even door een sateprikker in het midden te steken; deze moet er weer schoon uitkomen.

Laat ze even afkoelen en haal ze dan uit de muffinvorm.



24 augustus 2018

Flensjes-citroentaart van Michel Roux



Een fris en chic taartje dat eigenlijk erg simpel is, maar toch overkomt alsof je je enorm hebt uitgesloofd. Zeker als je het nog uitbouwt met wat extra’s: toef slagroom of yoghurt ernaast, beetje citroenrasp op die toef, wat vers fruit (citrus, mango, bessen, etc) en misschien een glaasje limoncello? Nou ja, u kent me: als het op gebak aankomt maak ik me er graag makkelijk van af. Dat zie je ook in de lemon curd. De chef maakt die zelf in het originele recept (link hieronder), maar daar heb ik vervelende ervaringen mee, dus ik koop een pot lemoncurd. Ik merkte alleen dat er flink verschil kan zitten in de kwaliteit. Ik had eerst een pot van Chivers in handen, want die koop ik vaker, maar ik schrok nu van de ingrediëntenlijst. Ernaast stond een pot van Bonne Mamam. Nou ja, kijk zelf maar:

Chivers ingrediënten:
Suiker, glucose-fructosesiroop, water, palmolie, geconcentreerd citroensap (3,2%), maïsmeel, gedroogd ei, voedingszuur (citroenzuur, azijnzuur), geleermiddel (pectine), zuurteregelaar (natriumcitraten) citroenolie (0,17%), antioxidant (ascorbinezuur), kleurstof (gemengd caroteen)

Bonne Maman ingrediënten:
Suiker, citroensap, hele eieren, boter, tapiocazetmeel

Duidelijk toch?

Flensjes-citroentaart van Michel Roux
Bron: kookboek ‘Cooking with The Master Chef: Food For Your Family & Friends’- Michel Roux jr
Je vindt het originele recept ook via deze link
recept voor 8 personen

2 grote eieren (L)
125 gr bloem (ik gebruikte 200 gram gewone bloem en liet de volkoren bloem hieronder weg)
80 gr volkoren meel
500 ml melk
snuf zout
rasp van 2 (liefst biologische) citroenen
neutrale olie om te bakken (zonnebloem- of arachideolie bv)
1 pot lemoncurd (Bonne Maman Lemoncurd - pot van 360 gram)
eventueel verse bessen en/of schepje Griekse yoghurt ernaast

een springvorm van 18 cm

Maak een glad pannenkoekenbeslag van de eieren, bloem (2x), melk, zout en citroenrasp. Laat dat een uur rusten.

Verwarm de oven alvast voor op 200 graden (180 graden hetelucht). Bekleed de springvormbodem met bakpapier (gewoon op de bodem leggen en de ring erop vastklemmen).

Bak mooie, dunne flensjes in een klein koekenpannetje (zodat de flensjes in die 18 cm springvorm passen). Ik maakte er veertien van dit beslag. Leg een flensje in de springvorm en besmeer dit met een eetlepel lemoncurd. Bak het volgende flensje ondertussen en leg dat op de laag lemoncurd, en besmeer dat weer met lemoncurd. Ga zo door tot alle flensjes in de vorm liggen. Bij mij ging de pot lemoncurd schoon op. Leg bakpapier op de bovenkant van de taart en zet hem nog twintig minuten in de oven. Laat hem in de vorm afkoelen en snijd hem in punten als het helemaal koud is.




20 mei 2018

Bananencake met rabarber en rozemarijn


Achter onze vijver staan twee rabarberplanten. Het is een ideale plek voor het mooie, grote blad, want het hangt zo mooi over het water heen. En wie de plant lekker met rust laat en niet verplaatst, wordt beloond met steeds meer stelen, welke je rond deze tijd kan afsnijden. Van de groente (want dat is het eigenlijk) kook je natuurlijk moes, maar het is ook heel goed te gebruiken in taarten of chutneys, en er zijn ook wel hartige gerechten met rabarber te maken. Op dit blog maakte ik eerder al een rabarbercrumble met aardbei, van Yvette van Boven, en een barbecuesaus met rabarber (‘ra-bbq’!)

Als je een plant in het tuincentrum koopt, let dan eens op de verschillende varieteiten, want sommige soorten hebben rodere stengels dan andere, en dat is culinair gezien vaak mooier.

nb. in plaats van rozemarijn zouden stukjes stemgember ook heel goed in dit recept passen!


Bananencake met rabarber en rozemarijn

125 gr zachte roomboter
225 gr suiker
250 gr eieren (ongeveer 4 middelgrote eieren (M))
Snuf zout
1 tl kaneel
optioneel: 1 tl verse rozemarijn, heel fijn gehakt (of ½ tl gedroogde rozemarijn)
250 gr rijpe banaan (=2 grote bananen zonder schil), geprakt
350 gr zelfrijzend bakmeel
350 gr rabarber, in dunne schijfjes van 0,5 cm

bron: pixabay

Mix de boter romig met de suiker en mix er daarna de eieren door. Voeg zout, kaneel en rozemarijn toe, en mix er daarna de bananen doorheen, zodat je een redelijk fijn mengsel krijgt.
Schep het bakmeel erdoor en daarna de rabarber.

Verwarm de oven op 175 graden (160 graden hetelucht).

Bekleed een grote cakevorm (ik had er eentje van 30 cm lang) met bakpapier OF beboter de vorm, en giet het beslag erin. Bak de cake een uur en test het daarna met een sateprikker; als je deze in het midden steekt en hij komt er schoon uit, dan is de cake klaar.




23 maart 2018

Engelse krentenbroodjes - hot cross buns


Het recept voor scones doet het hier op het blog altijd erg goed gedurende de paasdagen. Blijkbaar vinden jullie ze goed bij de paasbrunch passen. Maar als je nou echt een Engels paasrecept zoekt, dan moet je bij de ‘hot cross buns’ zijn, welke traditioneel op Goede Vrijdag worden gegeten. En in Engeland houden ze wel van een traditie, want het schijnt dat de eerste bolletjes met een kruis erop al in de 14e eeuw werden gebakken in St Albans Abbey. Zeker is in ieder geval dat de hot cross buns al in de 16e eeuw worden genoemd. En terwijl ze vroeger alleen met Pasen mochten worden gegeten, vind je ze tegenwoordig gewoon het hele jaar in de Engelse supermarkt.


De kruizen worden hier met een simpel bloempapje gemaakt, maar je zou ze ook van een dik suikerglazuur kunnen maken (als ze zijn afgekoeld uiteraard!) En als je geen piment wilt kopen voor dat ene snufje dat je nodig hebt, dan vervang je het maar met nootmuskaat. Daar kom je wel mee weg…

Hot cross buns
recept voor 12 bolletjes
bron: Tip Culinair 4/2004

500 gr bloem
75 gr roomboter
3 el poedersuiker
1,5 tl zout
1 tl kaneel
¼ tl pimentpoeder
¼ tl nootmuskaat
2 zakjes gedroogde gist (a 7gr)
1 ei
ongeveer 250 ml melk
125 gr rozijnen

voor de kruizen:
100 gr bloem

voor het glazuur:
4 el melk
2 el (poeder)suiker

Doe de bloem in een kom en wrijf de koude boter erdoor tot een rul mengsel. Meng het met de rest van de ingrediënten, behalve de rozijnen, tot een soepel deeg. Meng er zoveel melk door als nodig is om een soepel brooddeeg te kneden. Kneed er tenslotte de rozijnen door. Zet het deeg nu 30 minuten afgedekt weg op een warme plek.

Verdeel het deeg daarna in 12 stukken en vorm er bolletjes van. Leg ze op een bakplaat, dek af met folie of een theedoek en laat het 1 uur op een warme plek rijzen.

Verwarm de oven op 200 graden (180 graden hetelucht). Maak het deeg voor de kruizen: meng de bloem met wat water tot een dik vloeibaar deegje. Het moet zo dik zijn dat het netjes op de bolletjes zal blijven liggen; eigenlijk een soort heel slap brooddeegje dus. Doe dit in een klein spuitzakje of gewoon een stevig diepvrieszakje waar je een puntje afknipt. Spuit hiermee een kruis op de bolletjes. Bak de broodjes daarna gedurende ongeveer 20 minuten goudbruin.

Verhit ondertussen de melk voor het glazuur in een steelpan en voeg de suiker toe. Los de suiker op en laat de melk 2 a 3 minuten zacht koken om het iets stroperig in te koken. Wanneer de bolletjes uit de oven komen, bestrijk je ze met een kwastje met het glazuur.

Eet de bolletjes het liefste dezelfde dag op.




26 februari 2018

Zachte vanille-roomtoffees


Na acht jaar bloggen val je af en toe in herhalingen. Ik bleek namelijk al een toffeerecept te hebben. Wel maakte ik daarmee harde snoepjes, zoals Werther’s Echte, en bij nader inzien was dit Noorse recept voor zachte karamels toch weer heel anders. Het Werther's Echte-recept leunt veel meer op suiker (2x zoveel als onderstaand recept) en stroop (4 x zoveel!) en dit nieuwe recept heeft als hoofdbestanddeel slagroom en maakt dus een zachte, bruine karameltoffee. Het lijkt ook behoorlijk veel op fudge. Daar was hier ook al een recept voor, maar dan met witte chocolade.

Het Noorse, originele recept geeft nog enkele tips voor extra smaken. Je voegt het aan het einde van de kooktijd toe: 2 tl droppoeder (dat is wel een erg Scandinavische smaak!), óf 1 tl kardemompoeder, óf de geraspte schil van 1 limoen, óf 1/2 citroen, óf een ½ sinaasappel. Of gewoon de vanillesmaak hieronder. Ook lekker.

Zachte vanille-roomtoffees
Bron: Godt.no

250 ml slagroom
125 gr suiker
60 gr lichte stroop ('Golden Syrup') of honing
50 gr roomboter
1 zakje vanillesuiker of een beetje vanille-extract
snuf zout

Doe alle ingrediënten in een ruime kookpan met dikke bodem en hoge randen (de kokende massa zal hoog opborrelen) en breng het aan de kook. Roer regelmatig en roer vooral tegen het einde vaak zodat het niet aan de bodem van de pan aanbrandt. Kook het in tot een goudkleurige en zeer stroperige massa. Harde karamel aan de zijkant van de pan kan je met een nat kwastje terugduwen, of laat het zitten, maar hak het niet los in het uiteindelijke toffeemengsel, want dat zal harde stukjes in je toffeemengsel opleveren.

De karamel is klaar als het loskomt van de bodem van de pan en mooi bruin, taai en elastisch is. Als je een thermometer hebt, dan moet het ongeveer 120 graden zijn. In de bovengenoemde link van toffees wordt de specifieke stadia van het suiker koken genoemd en voor zachte toffees moet je nu dus stoppen met verhitten. Als je doorgaat, krijg je harde toffees.

Giet de karamel in een kleine vorm (ongeveer 20 x 20 cm), bekleed met bakpapier. Laat de karamel afkoelen tot kamertemperatuur en snijd het dan in blokjes. Oh ja, en kijk uit met meekokende kinderen; de karamel is gloeiend heet! Niet proeven dus, voordat het voldoende is afgekoeld!




12 februari 2018

Zelfgemaakte sultana’s


In Nederland noemen we ze sultana’s, en iedereen kent ze, maar eigenlijk is dit koekje Engels, waar ze Garibaldi biscuits heten. Het is een braaf en matig gezoet koekje en stamt al uit 1861. Ze zijn vernoemd naar de Italiaanse generaal Garibaldi, welke een heldenstatus in Engeland had (waarom is mij volstrekt onduidelijk…) en het schijnt dat er wel meer dingen naar hem vernoemd zijn. Maar ach, ze noemen het koekje tegelijkertijd ook ‘geplette vliegen’ samen met andere onaardige dingen over vliegen, omdat de geplette rozijnen daar aan doen denken. Maar het is al met al een leuk projectje voor de kinderen, juist omdat het zo’n bekend koekje is. Ze zijn ook echt een fluitje van een cent.

Sultana’s
recept voor zo’n 16 stuks

220 gr zelfrijzend bakmeel
50 gr zachte roomboter
snuf zout
70 gr suiker + 1 eetlepel om te bestrooien
snuf kaneel
60 ml melk
120 gr krenten of rozijnen

Verwarm de oven voor op 170 graden (of 160 graden hetelucht).

Meng de boter, het zout en de bloem in een kom tot het op fijne broodkruimels lijkt. Meng er daarna de suiker en kaneel door en tenslotte de melk. Kneed dit tot een soepel deeg dat niet plakt en van de kom los komt. Misschien moet je er nog een klein beetje melk aan te voegen, maar gebruik niet te veel.

Rol het deeg op bakpapier uit (eventueel met behulp van een snuf bloem) tot een lap van 5 mm dik. Strooi de rozijnen over de helft van de lap en klap de andere helft daarover heen, zodat de rozijnen ertussen komen te zitten. Rol de lap nu weer uit tot krap 5 mm. Maak het vooral niet te dik, want het rijst in de oven nog tot bijna het dubbele. Strooi de extra eetlepel suiker erover. (nb. Als je wilt kan je het deeg eerst insmeren met wat losgeklopt ei en dan bestrooien met de suiker, maar ik vind het altijd zonde van de rest van het ei en heb dit niet gedaan. De koekjes zouden er wel een mooie glans van krijgen.)

Snijd de deegplak nu met een groot mes in rechthoekjes van zo’n 4 x 7 cm, maar laat het deeg op zijn plek liggen. Je kunt ze na het bakken gemakkelijk van elkaar breken. De restjes deeg kan je opnieuw uitrollen en snijden, maar dit werden bij mij wel de kneusjes die in de keuken werden opgegeten. :)

Bak de koekjes nu in 15 a 20 minuten bruin en knapperig. Houd ze wel in de gaten. Uiteindelijk bakte ik ze iets langer dan 20 minuten, maar elke oven is anders.




7 februari 2018

Hollandse appeltaart (basisrecept)


Jazeker, er zijn genoeg recepten voor appeltaart te vinden, maar dit is mijn basisrecept en als het niet voor jullie is, dan op z’n minst voor mezelf. J Het blog is ook mijn persoonlijke archief namelijk.

Enfin, enkele tips heb ik wel. Bijvoorbeeld dat je de taart het liefst een dag van tevoren maakt. Daar wordt ie namelijk alleen maar lekkerder van. Bewaar hem in de koelkast, maar haal hem er wel tijdig uit, zodat de taart ook weer niet steenkoud op tafel komt.

Verder ben ik wel pietluttig qua deeg. Ik gebruik het klassieke recept voor ‘harde wenerdeeg’ wat een typisch 1-2-3-deeg is: 1 deel suiker, 2 delen boter en 3 delen bloem. Dat breng je samen met ei en wat koud water. De kunst is om dit heel rap te doen. Wanneer je het langdurig kneed, of de boter zacht laat worden, dan krijg je taai deeg. Ik heb er ooit een blog over geschreven, waarin ik beschrijf hoe je dit het beste met de hand of met de keukenmachine kan doen (hier de link).

Ik maak een grote taart van 26 cm. Wanneer je een kleinere taart wilt maken, kan je dus de ingrediënten van het deeg aanpassen met de 1-2-3-formule.


Hollandse appeltaart (basisrecept)
voor een grote springvorm van 26 cm

voor het deeg:
450 gr bloem
300 gr roomboter (nee, geen margarine)
150 gr witte basterd- of kristalsuiker
ongeveer 75 gr ei (= 1 groot ei - L) Als je 2 middelgrote eieren gebruikt, bewaar het restant dan om de taart te bestrijken straks
citroenrasp van 1 citroen (bewaar het sap voor de vulling)
1/2 tl kaneel
zout
plus zoveel koud water als nodig is om een soepel deeg te kunnen maken (=een scheutje)

Maak het deeg zoals ik in dit blog beschrijf. Steekwoorden: snel maken, en met koude boter werken.
Laat het deeg 30 minuten afgedekt rusten in de koelkast. Dit maakt 1 kg deeg. Verdeel dit in drie gelijke stukken voor de bodem, zijkant en bovenkant.

Voor de vulling:
900 gr geschilde appels (bv Jona Gold) - in niet te dikke plakjes
100 gr rozijnen, even geweekt in warm water
sap van een 1/2 citroen
3 tl kaneel
100 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
50 gr paneermeel
enkele eetlepels abrikozenjam + 2 eetlepels voor de bovenkant

Bekleed een springvorm met bakpapier. Dit gaat heel makkelijk als je het papier een beetje nat maakt. Je kunt het dan tot een prop verfrommelen en daarna vouw je het heel gemakkelijk in de vorm.
Rol het 1/3 van het (koude!) deeg met behulp van een beetje bloem uit tot een lap voor de bodem. Rol een tweede stuk uit voor de zijkanten - snijd de lap in brede stroken en zet deze tegen de zijwanden, en druk het deeg aan elkaar in de vorm.
Smeer enkele eetlepels abrikozenjam uit over de bodem, en bestrooi met paneermeel.
Meng de plakjes appel met de rozijnen, suiker, vanillesuiker, citroensap en kaneel. Leg daarna de vulling netjes en plat in de vorm.

Rol het derde stuk deeg uit en snijd dit tot repen om een raster bovenop de taart te maken. Leg een aantal naast elkaar op de bovenkant en de andere daar dwars op.

Bak de taart in een voorverwarmde oven van 180 graden (ik gebruik geen hetelucht voor de taart, maar als je niets anders hebt, moet je de temperatuur verlagen naar 170 graden). Ik bak de appeltaart iets langer dan een uur (65 a 70 min), maar elke oven is anders, dus houd het even in de gaten. En een kleinere taart bak je natuurlijk ook korter. Eventueel geef je de taart in de laatste 10 minuten alleen onderwarmte om de bodem goed gaar te krijgen, hoewel ik zonder extra onderwarmte ook een prima bodem krijg.





28 september 2017

Cake met gecondenseerde kokosmelk


Ben ik wéér mijn eigen blogverjaardag vergeten! Niet dat het heel belangrijk is, maar toch... Twee weken geleden is Eerst Koken dus zeven jaar oud geworden. Ik had al wel een tijdje een taart voor jullie op het oog om het te vieren en wel de simpelste cake ooit! Je kunt een blikje gewone gezoete, gecondenseerde melk gebruiken, wat al pure melknectar is (mag ik dan nu één keer het woord ‘goddelijk’ gebruiken? Ik heb er een hekel aan dat het op sommige websites te pas en te onpas wordt gebruikt voor elk recept, maar aangezien het blog jarig is was, maak ik een uitzondering), maar je vindt tegenwoordig ook gecondenseerde KOKOSmelk in de supermarkt en dat heeft uiteraard een kokossmaak, wat nooit verkeerd is. Let er wel op dat je een gezoete melk gebruikt, want verder gaat er geen suiker meer in.

Dit dus: gezoete en gecondenseerde kokosmelk

En dat heb je deze cake binnen 10 minuten in de oven staan. Het is echt simpel en snel – het werd hier door een van de dochters van (ook) zeven jaar oud gemaakt:

Cake met gecondenseerde kokosmelk

1 blikje gecondenseerde, gezoete kokosmelk of gewone gezoete en gecondenseerde melk (blik van ongeveer 320 gr/ 400 ml)
4 eieren (M)
150 gr zelfrijzend bakmeel
50 gram roomboter, gesmolten (en een beetje extra om de springvorm in te vetten)
snuf zout
eventueel een zakje vanillesuiker
poedersuiker om te bestrooien

verder nodig: een kleine springvorm van 18 cm

Verwarm de oven voor op 175 graden (160 graden hetelucht). Vet de springvorm in met wat boter.
Meng alle ingrediënten tot een beslag en giet dit in de vorm. Bak het gedurende 40 minuten bruin en gaar. Test de cake even door er met een sateprikker in te prikken – als deze er droog uitkomt, is de cake gaar.

Laat afkoelen en bestuif met poedersuiker. Serveren met vers fruit, een schepje jam naar keuze, of een fruitsaus.