4 april 2014

Tip de Muissoep (wortel-kaassoep)


Meneer was twee weken aan het grasduinen in de sneeuw. Dat vindt hij fijn, dus dat moet hij lekker doen, maar ik zit thuis met een kermis. Als je er even alleen voor staat, merk je pas goed hoe druk drie kinderen zijn. Want zie je, de hoeveelheid tumult en herrie in huis stijgt onevenredig met het aantal kinderen:

Eén kind in huis is een fluitje van een cent. Twee is ook okee. Dat doe je ook nog wel fluitend. Ongetwijfeld vliegen ze elkaar af en toe in de haren, maar dan ben je gezegend met twee handen om ze uit elkaar te trekken. Twee kinderen mogen samen naast je in de keuken staan en om de beurt roeren. Dat gaat allemaal goed. Maar dan drie… Dan gebeurt er iets raars. Het is niet simpel een kind erbij; het lijkt wel alsof ze verdriedubbelen. Dat derde kind brengt een dimensie in die de boel laat ontploffen. Als er twee kinderen lief zitten te spelen en er komt een derde bij, dan heb je binnen vijf minuten gedoe. Vraag me niet waarom. Two is company, three’s a crowd?


Voor het avondeten maak ik het mij iets makkelijker dan normaal en ik bewaar alle experimentele zaken voor wanneer Meneer mij weer bijstaat in de opvoeding. Maar voor deze soep zag ik mogelijkheden. Wortel-kaassoep? Dat is de soep van Tip de Muis! Dat is de soep die Tip aan dat arme vogeltje geeft dat zit te rillen in het bos. Het is de soep waar Tip van smult als de krekel hem vertelt dat hij gek is om zoiets lekkers te laten staan! (U heeft geen idee? Rennen naar de Action! Daar koop je ze voor 2,80. Dat is twee euro tachtig inderdaad, voor een normaal kinderboek. Ik snap ook niet hoe ze het doen.) Trouwens, op hun website kun je kleurplaten uitprinten om ze in de stemming te brengen. Helaas niet van een etende Tip.



Dus ik zat de verhalen op te dissen terwijl de soep werd opgedist en ze vielen er op aan. Kleine Chef, bepaald geen soepliefhebber, overdreef het lichtelijk door naderhand te zeggen dat dit de ‘allerheerlijkste soep was die hij ooooit had geproefd’. Daar sluit ik me niet helemaal bij aan, maar het is beslist een heerlijk soepje om een knapperig stuk brood in te dopen.



Ik vraag me nog af of je de hoeveelheid kaas kan verminderen (het mag iets slanker) wanneer je een pittigere kaas gebruikt, die nog wel goed smelt. Old Amsterdam misschien; dat probeer ik nog wel eens.

Wortel-kaassoep / Tip de Muissoep
voor 1 liter soep

beetje olie of boter om te bakken
1 ui, in ringen
400 gr geschilde wortel, in plakjes
500 ml groente- of tuinkruidenbouillon
200 ml melk
200 gr geraspte, belegen Goudse kaas

Fruit de ui en wortel 5 minuten op redelijk laag vuur in een grote kookpan. Voeg daarna de bouillon en melk toe en laat de soep zachtjes koken totdat de wortel gaar is. Pureer het dan.

Haal de pan van het vuur, laat de kaas erin smelten en roer goed door. Pureer het nog eens met een blender of een goede staafmixer om de soep volledig glad te maken. Verdun hem eventueel met wat water als je het liever dunner hebt.

Je kunt deze soep eerder maken en weer opwarmen, maar warm de soep heel langzaam op het fornuis op (dus niet in de magnetron), zodat de kaas niet schift. Laat het niet meer koken.




30 maart 2014

Bakken met Karin - met een koekjesrecept


Wist u dat AH afgelopen december een mix voor wentelteefjes verkocht? U weet wel, dat spul dat wij zelf maken met melk en een eitje? Dat vond ik nou het toppunt van ‘koken met een pakje’ en ik ontvlamde van dat nieuws wel een beetje, maar ik trok niet ten strijde. De moed zakte me acuut in de schoenen wanneer ik dacht aan al die Hollanders die daadwerkelijk  wentelteefjes maken met een pakje poeder. Iemand die zich er wel al jaren druk om maakt is Karin Luiten. Karin wordt gek van al die poedertjes en kant-en-klare maaltijdsauzen. Sterker nog, ze wordt er zo furieus van, dat ze er wekelijks een column aan wijdt in de Trouw (leuk!), er een blog over schrijft en allerlei boeken over koken zonder pakjes en zakjes van de lopende band laat rollen. En ze heeft er weer eentje:  Bakken met Karin – 40 ovenheerlijke recepten.


Ik ben een fan van Karin. Jaren terug schreef ik zelf nog geen recepten, maar speurde ik onder andere haar website af, om recepten uit te proberen (en van te leren!), en Karin’s recepten blinken gewoon uit in eenvoud en duidelijkheid. Alles volgens haar motto ‘kleine moeite, groot effect’. Je hebt nooit een waslijst aan ingrediënten nodig, de instructies zijn ook te snappen voor kookklunzen, en de gerechten passen erg in mijn straatje. Simpel, maar goed. Op haar website vind je nog steeds een flink aantal recepten. Echt een aanrader.

En dan heeft ze nu een bakboek. En natuurlijk weer ‘allemaal heel goed te doen voor de thuisbakker’ zoals ze zelf in het voorwoord zegt. De opmaak is als voorheen: fris, eenvoudig en duidelijk. De tips staan in de zijlijn, maar ook in de tekst, waar verder geen woord teveel in staat. Kijk, daar hou ik van. Van recepten die niet oeverloos vertellen. Neem nou deze zin voor een taart:

Doe het deeg erin, inclusief opstaand randje, snij op maat. Niet te krap, het krimpt.

Dat klinkt lekker kordaat, toch? Ik heb wel eens recepten gelezen, die hebben voor deze instructie alleen al een alinea van 15 zinnen nodig. Kortom, het boek is zo helder dat zelfs de beginnende bakker er mee aan de slag kan.



En wat maken we dan? Nou, niet verkeerd hoor. Wat dacht je van roze koeken (ja, die foute koeken, maar dan homemade), amaretti en cantuccini, boterkoek met gember en sinaasappel, blondies met cranberries, brownies met rum en kaneel, madeleines, tompoezen (oeh!), tarte tatin, appelcrumble met dadels (staat op de lijst om te maken), een bramentaartje, enzovoort…  In totaal 14 taarten, 9 gebakjes, 11 koekjes, 5 desserts, en basisrecepten voor taartdeeg. Ze verschenen eerder in haar andere boeken, maar staan nu samen in dit bakboek.

Wel een kanttekening bij het recept voor de cake met hele mandarijn. Het is een klassiek (en lekker!) recept om de hele mandarijn te koken en daarna te pureren, met schil en al, om de puree te gebruiken in de cake. Volgens Karin moet je de mandarijn goed schoonboenen, maar ach, zegt ze in de zijlijn, ‘echt schadelijk is dat waslaagje nu ook weer niet.’
Nou…. Als het alleen een waslaagje was, dan had ze gelijk. Maar helaas zit er meer op een mandarijn en is het wel schadelijk en giftig. Ik schreef eerder een stukje over gif op citrusfruit. Als je het weet, dan eet je het nooit meer…

Nou, genoeg gemopper… Ik eindig met iets leuks. Ik mocht een recept met jullie delen en kies daarvoor een simpel koekje. En de volgende keer dat u plotseling bezoek krijgt en alleen nog een half pak goedkope, muffe speculaas in de kast hebt liggen, moet u eens dit recept proberen. Je schept het echt binnen vijf minuten op de bakplaat en je bakt het af in 15 minuten. Joh, dan ben je nog niet eens langs de kassa bij de AH, als je daar liever een koekje ging halen!




NB over dat ei: dat moet echt een heel klein ei zijn, want anders wordt het koekje niet hard. Ik gebruik een half groot ei (L). Ik roerde er dit keer geen rozijnen door, maar gedroogde kersen. Stukjes stemgember lijken me ook geweldig. Ja, een goed koekje. Echt een basisrecept om te bewaren. En om met Karin te spreken: en nu, allez hop, aan de bak!

De hardcover ligt nu voor 9.95 in de winkel.






29 maart 2014

Citroenschil is giftig


Het meeste citrusfruit (dus behalve citroenen ook sinaasappels, mandarijnen, grapefruit, etc) wordt bespoten met schimmelwerende middelen en je kunt de schil niet eten. Ook niet als rasp. Ook niet als je het fruit goed schoon geboend hebt met heet water. Weet u wat er op dat beetje citroenrasp is gespoten?

Eerst maar het onschuldige glanslaagje: nagenoeg al het citrusfruit wordt bespoten met een waslaagje. Daarom glanzen ze zo mooi. Wanneer je de vruchten pelt, bladert het laagje er soms in schilfertjes vanaf. Dit waslaagje is op zich niet schadelijk. Men gebruikt een natuurlijk middel,  E904 of schellak, wat een harsachtige afscheiding is van de lakschildluis. En anders bestaat er ook een synthetische was, namelijk E914 of geoxideerde polyetheenwas.

Veel kwalijker zijn de schimmelwerende middelen die er op gespoten worden om het fruit fris te houden tijdens het transport. De meeste van deze middelen moeten tegenwoordig op de verpakking worden vermeld. Een greep uit wat verpakkingen van vandaag (let op de kleine lettertjes onderop de etiketten):





En oordeel zelf of u dit schilletje in een cake wilt raspen. De volgende stoffen kunnen worden gebruikt:

Imazalil is irriterend voor de ogen en corrosief voor de huid. Op lange termijn kan het nadelige effecten hebben op de lever. De stof is zeer giftig voor waterorganismen.
De aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) van imazalil is vastgesteld op 0,025 mg/kg lichaamsgewicht.

Bifenyl-2-ol (of ook: 2-fenylfenol / orthophenylphenol (Orthofenylfenol) / Bifenyl / Natrium-ortho-fenylfenol) - is slecht oplosbaar in water, maar wel goed oplosbaar in vele organische oplosmiddelen en oliën. Het natriumzout lost wel op in water. Bifenyl-2-ol kan irritatie veroorzaken van de ogen en de luchtwegen. Het natriumzout is een corrosief voor huid en ogen. Beide zijn schadelijk bij inslikken. De stof is zeer acuut giftig voor waterorganismen, vooral algen.

Propiconazool is een matig toxische stof. Ze is wel giftig voor waterorganismen. In watersediment en in de bodem is ze vrij stabiel en breekt ze slechts langzaam af. De aanvaardbare dagelijkse inname bedraagt 0,04 mg/kg lichaamsgewicht/dag.

Thiabendazool heeft een lage acute toxiciteit. Het is matig giftig voor waterdieren. De aanvaardbare dagelijkse inname is vastgesteld op 0,1 mg/kg lichaamsgewicht per dag.
(bron: Wikipedia)

Wanneer je de schil wilt gebruiken, helpt wassen of schoon boenen niet, want met name bifenyl-2-ol lost nagenoeg niet op in water. Dat het toch op fruit mag zitten komt doordat men er van uitgaat dat de schil van dit soort fruit niet gegeten wordt.


Wanneer je alleen het vruchtvlees eet, wordt tegenwoordig aangeraden om na het pellen eerst je handen te wassen. Wie wel de schil van citrusfruit wil raspen of een stuk ervan in een drankje wil doen, kan beter zoeken naar biologische soorten. Bij de AH zag ik laatst al biologische sinaasappelen liggen. En ja, biologisch, dat zijn die doffe, vaag oranje dingen. Zo ziet een sinaasappel er nou echt uit. Maar ze smaken hetzelfde als die met het glimmende feloranje jasje. En wanneer er niets bij staat, ga er dan maar vanuit dat het fruit is behandeld. 


Tenslotte nog een laatste punt over de kleur van vooral mandarijnen. Heb je wel eens gezien dat sommige mandarijnen geen wít laagje onder de schil hebben, maar een zacht-oranje laag? En na het pellen zijn je handen ook oranje. Ik zoek er al een tijd naar, maar ik kan niets vinden over het verven van mandarijnen. Maar mogelijk krijgen mandarijnen toch een verfbadje om ze zo mooi oranje te krijgen? Hoewel het bij ons verboden schijnt te zijn, mag het fruit in de VS en sommige andere landen worden behandeld met een verf genaamd Citrus Red #2. Het International Agency for Research on Cancer (IARC) noemt Citrus Red #2 mogelijk kankerverwekkend bij mensen en het schijnt dat een verbod op Citrus Red #2 in behandeling is genomen. Wie weet er meer over het wel of niet verven van mandarijnen? Voor mij blijft dit onduidelijk en verdacht.

NB. sinaasappelen kleuren uit zichzelf oranje wanneer de nachten koud genoeg zijn. Heel vroeg of juist laat in het seizoen, of in tropische streken, wordt het niet koud genoeg en blijven sinaasappels gewoon groen. Wat overigens niets aan de smaak afdoet. Maar groene sinaasappels willen wij hier niet, dus men kleurt het fruit bij in kamers met ethyleengas. Dit is verder niet schadelijk, maar het breekt alsnog het chlorofyl af, wat normaliter door de kou wordt gedaan. Groene plekken betekenen dus niet dat ze niet rijp zouden zijn.

Groene sinaasappels in Honduras
bron foto: lagringasblogicito.blogspot.com





27 maart 2014

Zalmburgers met avocadomayonaise


Kleine Chef had een nieuw woord bedacht. Gruffelen. Mogelijk had het boek De Gruffalo er iets mee te maken, maar Google kende het nog niet (tenminste niet als Nederlands woord), en dat verbaasde me toch wel, want zeg het maar eens een paar keer hardop. Het klinkt echt fantastisch! Raar toch, dat niemand dat ooit nog had verzonnen? Daar kunnen we toch wel een betekenis aan hangen? Overigens bedoelde Kleine Chef er een soort kroelen of knuffelen mee. Maar kijk eens wat je er allemaal mee kan:

 “Zal ik jou eens stevig gruffelen?”
“Dat is op een oortje na gegruffeld”
“Jeetje, dat is echt gegruffeld, zeg”
 “Gruffel jij of gruffel ik?”

Mooi he? We hebben het er een tijdje in gehouden, totdat de kinderen er gek van werden.
“Kom nu uit bad, dan kan ik je afgruffelen.”
“Als jullie nú niet stil zijn en gaan gruffelen, wordt mama boos, hoor!”
“Gruffel je je bloemkool ook even op?”

Enfin, die avond gruffelden we deze bijzonder gegruffelde hamburgers. Zalmburgers met avocadomayo: dat is zacht met een zuurtje. Dat is zachtroze en zachtgroen. Dat is een beetje Nordic Food. En met je eigen briochebroodjes is het helemaal gruffelgoed.


Zalmburgers met avocadomayonaise
Recept voor 6 stuks

6 broodjes (deze bijvoorbeeld?)
voor erbij: wat rucola

600 gr zalmfilet
een beetje verse peterselie, fijngehakt
zout en peper
1 ei (M)
1 volle tl maizena

Zorg dat de zalm zo droog mogelijk is. Wanneer je diepvriesvis gebruikt, knijp het dan desnoods nog uit ook. Vermaal de zalm in een keukenmachine tot een soort ‘zalmgehakt”. Het mag behoorlijk fijn zijn. Meng dit met de rest van de ingrediënten en vorm er 6 hamburgers van. Het zal een wat slap gehakt zijn. Leg ze het liefste nog even koud weg in de koelkast om op te stijven. Bak ze daarna in de koekenpan in wat olie en op vrij hoog vuur gaar en bruin.

Ik maakte een normaal groot formaat hamburger, maar moest hem wel voorzichtig behandelen. Eenmaal gebakken is het wel stevig.

Voor de saus:
2 zachte, rijpe avocado’s, alleen het vruchtvlees uiteraard
50 gr mayonaise
sap van ½ citroen
zout naar smaak
likje sambal oelek

Pureer alles samen tot een gladde saus. Bewaar het tot gebruik afgedekt in de koelkast.

Serveer de burger op een broodje met wat sla en de saus.

Oordeel van het smaakpanel: die avocado heb ik niet eens bij ze geprobeerd, want ze denken nu dat het groen gruffelsnot is. Maar de broodjes zalmburger gingen er gegruffeld in. Die doen we nog eens! Een lekkere manier om wat meer vis te eten.






21 maart 2014

Gewone cake - met 11 varianten


“In Britain, a cup of tea is the answer to every problem.
Fallen off your bicycle? Nice cup of tea.
Your house has been destroyed by a meteorite? Nice cup of tea and a biscuit.
Your entire family has been eaten by a Tyrannosaurus Rex that has travelled through a space/time portal? Nice cup of tea and a piece of cake. Possibly a savoury option would be welcome here too, for example a Scotch egg or a sausage roll.”
― David Walliams, Mr Stink

“My therapist told me the way to achieve true inner peace is to finish what I start. So far today, I have finished 2 bags of M&M's and a chocolate cake. I feel better already.”
― Dave Barry

Jawel, in het Engels hierboven kan ‘cake’ net zo goed ‘taart’ betekenen, maar feit is dat simpele dingen soms een zegen zijn. Een botercake doordrenkt met citroensiroop, een madeleine met amandelmeel, een bitterkoekjescake… Zacht verend kruim, licht, met een krokant korstje, een goede cake fladdert een beetje. Het is een hapje lucht in je mond, lucht bijeengehouden door bloem en ei, misschien boter, en vast wel een snufje vanille of citroen.

Maar hebben zoveel mensen dan slechte ervaringen met het bakken ervan en hebben ze de cake wel eens kunnen afgieten in de gootsteen? Want er worden heel wat pakken cakemix verkocht in de supermarkt. Of weet men gewoon niet dat je een cake maakt van zelfrijzend bakmeel, suiker, boter en eieren? En weten ze dan ook niet dat je zelf eieren en boter moet toevoegen aan de mix, en dat je effectief dus zelfrijzend bakmeel + suiker + wat synthetische rotzooi erbij koopt? Kijk maar wat er in een pak Koopmans Boerencake zit:

Suiker, tarwebloem, maiszetmeel, zetmeel (oa tarwe), synthetische emulgatoren, namelijk E475 (Polyglycerolesters van vetzuren. Een combinatie van polyglycerol (E422) met natuurlijke vetzuren), E474 (suikerglyceriden), rijsmiddelen, zout en aroma’s.

E475 is feitelijk gewoon vet, en E474 is een mengsel van vet en suiker, maar feit is dat het synthetisch en zeer bewerkt is en je zou het zelf nooit in deze vorm toevoegen. Sterker nog, je hebt het gewoon niet nodig.

Wat zit er dan wel in zo’n ambachtelijke homemade cake?


Gewone Cake /Botercake
Voor een cakevorm van ongeveer 30 tot 34 cm lang of met een inhoud van 1500 tot 1700 ml

200 gram roomboter op kamertemperatuur
200 gram suiker
200 gram eieren op kamertemperatuur (weeg ze even - het zijn ongeveer 4 middelgrote eieren (M) of 3 grote eieren (L)) *
200 gram zelfrijzend bakmeel (of gewone bloem met 2 afgestreken theelepels bakpoeder)
1 zakje vanillesuiker of een dopje vanille-extract
eventueel citroenrasp (zie onder **)
mespunt zout
ongeveer 50 ml melk

Lees ook even de tips hieronder!

** Citroenrasp: citrusfruit (dus ook sinaasappels, mandarijnen, etc) wordt bespoten met schimmelwerende middelen (namelijk imazalil, orthophenylphenol of thiabendazole - het staat tegenwoordig vaak op de verpakking) en je kunt de schil niet eten. Ook niet als rasp. Ook niet als je het fruit goed schoongeboend hebt, want de middelen lossen slecht op in water. Men neemt aan dat de schil van dit soort fruit niet gegeten wordt en daarom mag het erop zitten, maar de stof is ronduit slecht voor je. Gebruik altijd biologische citroenen, wanneer je de schil gebruikt. Of koop een potje suiker met citrusolie van Dr Oetker uit de supermarkt. (Het heet citroenrasp, maar er zit eigenlijk alleen de geurende olie uit de schil in. Maar het werkt best goed. Het is in ieder geval beter dan gif.)

Verwarm de oven voor op 160 graden (150 graden hetelucht). Vet een cakeblik in of bekleed het met bakpapier.

Mix de boter met de suiker wit, romig en luchtig en neem daar rustig de tijd voor. Voeg één voor één de eieren toe. Wacht met het toevoegen van het volgende ei, totdat het voorgaande ei geheel is opgenomen door de boter en de suiker.

Zeef de bloem boven de kom en meng het erdoor. Voeg tenslotte nog de smaakmakers (vanille, citroenschil, vulling, etc.) toe en meng alles met de mixer, of liever nog met een spatel of lepel, kort door elkaar.

Schep het mengsel in het ingevette cakeblik, maar zorg dat je ruimte hebt voor het rijzen van de cake. Bak de cake in ongeveer 60 tot 70 minuten gaar.

Om te weten of de cake gaar is kun je er met een satéprikker in steken. Wanneer deze er schoon uitkomt, is de cake gaar.

Laat de cake 10 minuten in de vorm staan. Haal hem er daarna uit en laat het op een rooster afkoelen.

Tips:

Precies 200 gram eieren is soms wat lastig. Handiger is het om de eieren de maat uit te laten maken. Heb je in totaal 230 gram ei? Vermeerder dan alles tot 230 gram: bloem, suiker en boter. Of gebruik een ei minder en maak met 180 gram van alles een wat kleiner cakeje.

Zorg dat vulling, zoals rozijnen, goed droog zijn, anders zullen ze zakken in het beslag. Of wentel ze eerst door wat bloem.

Als het kan, geef de cake in de oven dan meer onderwarmte dan bovenwarmte. Wanneer er door teveel bovenwarmte al snel een korst vormt aan de bovenkant, terwijl de binnenkant nog aan het rijzen is, dan breekt de korst wanneer de cake verder rijst. Het is dus beter om de korst te vormen wanneer de cake klaar is met rijzen. Ik geef de cake de helft van de tijd alleen onderwarmte en bak hem daarna verder met boven- en onderwarmte. Zo blijft de cake vlak aan de bovenkant.

Gescheurd! Geen ramp, maar het kan beter. 

Houd de oven dicht zolang het beslag nog slap is. Pas na een half uur begint het iets vaster te worden. Daarvoor loop je het risico dat de cake instort.

Mix het beslag niet meer te lang nadat de bloem erdoor is gemengd, want dat zorgt voor glutenvorming en het maakt de cake taai en compact. Nog beter spatel je de bloem erdoor.

Er kan minder ei worden gebruikt, zolang dit wordt vervangen met krap 50 ml van een vloeistof (melk of vruchtensap) voor 1 ei. Voeg dan ook een snufje extra bakpoeder toe. Wel wordt de cake van minder eieren wat droger en brokkeliger.

Varianten zijn te maken door het toevoegen van vanille, geraspte citroenschil, cacao, koekkruiden, oploskoffie, etc. Maar ook natuurlijk door een vulling rozijnen, appelsnippers, gekonfijte vruchten, gekonfijte gember, chocoladestukjes of noten

Koude eieren zorgen voor minder volume in de cake. Wanneer ze toch direct uit de koelkast komen omdat er in een opwelling cake moet worden gemaakt, leg ze dan even in een bak handwarm water.

Het zeven van de bloem schijnt wel iets uit te maken voor luchtigheid. Ik doe het nooit trouwens... Ik ben een luie bakker.

Zoek een passende vorm en vul deze voor ongeveer driekwart, zodat de cake steun heeft aan de vorm om te rijzen.

Het langdurig kloppen van de boter met de suiker is belangrijk. Ook dit zorgt weer voor lucht in de cake.

Niet alle cakebeslag is hetzelfde en cake komt in vele gedaantes. Zo is er het biscuitdeeg (ook wel Biscuit de Savoie of kapseldeeg genoemd). Het is het gebak dat je bij de bakker aantreft in hun slagroomtaart. Het is vederlicht, bevat geen vet zoals boter en is ideaal om verder te verwerken als basis voor een versierde taart. Omdat het zo licht is, is het ideaal voor zwaardere toevoegingen, zoals slagroom, fruit, marsepein, botercremes, etc. Overigens wordt de taartbodem het kapsel genoemd. Het deeg zelf is nog geen kapsel. Het bevat geen bakpoeder, maar wordt verluchtigd door de eieren te kloppen.
En dan is er nog Moscovisch beslag wat lijkt op biscuitdeeg, maar het is steviger. Het bevat meer ei en kleine flintertjes boter welke door opgeklopt eiwit worden geschept. De boter geeft dit gebak wat meer smeuigheid, maar het blijft soepel en luchtig. Ook in Moscovisch beslag zit geen bakpoeder.
Chiffon cake is een beslag met olie, wat vrij vochtige cakes oplevert.
Maar de rijkste en normaalste is toch de gewone botercake, zoals die hier wordt besproken. Dit zijn de zwaardere cakes, zoals je ze in de supermarket koopt. Ik zou dit een normale cake noemen. Dit verwacht je wanneer je een gewoon plakje cake bij de koffie krijgt. Vroeger werden deze cakes luchtig gemaakt door de eieren (en eventueel het eiwit apart) luchtig te kloppen, maar tegenwoordig pakken we bijna altijd zelfrijzend bakmeel of bakpoeder. Ze zijn stevig, maar kunnen vrij vet zijn en dat maakt ze minder geschikt om verder te decoreren met cremes en slagroom.
In het Engels heet dit een ‘pound cake’ omdat het gelijke delen van alle ingredienten bevat (1 pound of flour, 1 pound of sugar, 1 pound of butter, and 1 pound of eggs). Vandaar dat de Fransen het ook hebben over een "quatre-quarts" wat betekent dat elk ingrediënt een kwart van het recept voor zijn rekening neemt (1/4 bloem, 1/4 suiker, 1/4 boter en 1/4 eieren). En in Nederland heb ik wel eens ‘evenveeltje’ gehoord.


Hè gut, alweer gewone cake…? Kan je niet eens wat anders maken?

Ja hoor, dat kan:

* Koeienvlekken (kan altijd rekenen op warme belangstelling van onze kinderen): verdeel het beslag in twee porties en vermeng een helft met 2 afgestreken eetlepels cacaopoeder en een extra scheutje melk. Schep om en om het beslag met een volle eetlepel tegelijkertijd in de vorm.


* Koffiecake: voeg 3 volle theelepels oploskoffie toe.

* Chocoladecake: het simpelste? Gewoon 4 eetlepels cacaopoeder en een klein scheutje melk toevoegen aan het beslag. Echte chocolade kan, maar alle verhoudingen moeten worden aangepast en eerlijk gezegd voegt het weinig toe. Cacaopoeder volstaat echt. Erg fijn bij een chocoladecake vind ik ook een wat kruidige smaak. Ik voeg graag ook 1 theelepel kaneelpoeder en 4 tl oploskoffie (wat je zou gebruiken voor 2 kopjes koffie) toe. Five Spices poeder is ook lekker bij chocolade.


* Kruidcake – voeg een eetlepel koek/speculaaskruiden toe. Voeg eventueel (geweekte) rozijnen toe.

* Marmercake: als de koeienvlekkencake, maar haal voor het bakken twee maal een groot mes door het beslag in de vorm, zodat de ‘vlekken’ iets vermengd worden.

* Appelcake: breng het beslag verder op smaak met een volle theelepel kaneel. Schep het beslag in een springvorm en steek daar in cirkel- of roosvorm schijfjes appel in. Het kan eventueel na het bakken worden bestreken met verwarmde abrikozenjam of sinaasappelmarmelade.




* Amandelcake – vervang de helft van het zelfrijzend bakmeel met amandelmeel. Voeg een theelepel bakpoeder toe.

* kwarkcake met rozijnen – heel anders dan de basiscake, maar erg smakelijk en bovendien een stuk minder vet!


* Bananencake – hoe voeg je twee bananen toe, zonder dat de hele cake mislukt? 


* Citroencake – voeg aan het beslag alleen de rasp van een biologische citroen (zonder het wit eronder!) toe. Gebruik geen gewone citroenen, want daar spuiten ze heel nare dingen op en de schil is niet eetbaar.  Maak vervolgens een glazuur van het sap van de citroen vermengd met poedersuiker. Prik met een satéprikker flink wat gaatjes in de bovenkant van de gebakken, warme cake en giet hier langzaam het glazuur op, zodat het ook een beetje in de cake trekt.

* Toscacake – dit terug lezend vraag ik me af hoe een cake zonder ei mij bevallen kan hebben, maar die topping is wel erg leuk. De amandelen en suiker bakken samen op tot een  krokant laagje. Ik zou er nu een gewone cakelaag met appel onder doen.


 Happy baking! :)