Posts tonen met het label Hoofdgerecht overig. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hoofdgerecht overig. Alle posts tonen

9 februari 2021

Bloemkool-ovenschotel met prei-kaassaus en tomaatjes


‘Het is eigenlijk gewoon aardappel-groente-vlees(vervanger),’ zei de buuf relativerend, die na een wijntje ook maar bleef eten. ‘Maar dan anders.’
En daar valt inderdaad niets tegenin te brengen – ja, het zijn groenten met aardappel - behalve dat het toch even een stuk minder saai is dan gewoon gekookte groente. Maar het gaat hier dus om een ovenschotel van bloemkool, tomaat en aardappelblokjes, overgoten met een prei-kaassaus. En er gaat beslist een flink stapeltje groenvoer in, dat is altijd welkom. Wij aten er ook nog een vleesvervanger bij.

Ik heb er geen foto van. Of die heb ik wel, maar die bespaar ik jullie. Het is al zo lastig met dat kunstlicht in de wintermaanden, en een schaal groente in kaassaus komt dan niet perse erg tot zijn recht op de foto. 

Bloemkool-ovenschotel met prei-kaassaus en tomaatjes

recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

800 gr schoongemaakte bloemkool, in roosjes
500 gr vaste aardappels, geschild en in blokjes (zeg maar 1-haps-blokjes)
150 gr kerstomaatjes, heel (het mag ook wel meer zijn!)
100 gr geraspte kaas naar keuze

Saus:
50 gr roomboter (niet bezuinigen; het is nodig om te binden)
1 flinke prei (200 gr schoongemaakt), in ringetjes
1 grote teen knoflook, gesnipperd
50 gr bloem
600 ml melk
100 gr geraspte kaas naar keuze
1 tl paprikapoeder
mosterd naar smaak (ik neem 1 eetlepel van een normaal scherpe mosterd)
zout en peper naar smaak

Breng een grote pan met water aan de kook en doe daar de bloemkool en aardappelblokjes bij. Kook ze samen gedurende 10 minuten of tot ze gaar zijn. Als je de aardappel niet te groot hebt gesneden moet dat kunnen.

Doe de bloemkool en aardappels in een ovenschaal. Verdeel de tomaatjes erover.
Verwarm de oven voor op 180 graden hetelucht (of 200 graden conventioneel).

Maak ondertussen ook de saus: smelt de boter in een hapjes- of kookpan en voeg de prei en knoflook toe. Smoor de prei gaar met een deksel op de pan, gedurende zo’n tien minuten. Strooi de bloem er daarna over en schep door. Laat een minuutje zacht meebakken. Giet er dan in porties de melk bij en roer: de saus zal snel binden tot een dikkige saus. Voeg dan ook de 100 gr kaas toe en breng op smaak met paprikapoeder, mosterd, zout en peper. Giet over de groente. Verdeel de andere 100 gr kaas erover.

Bak de ovenschotel nu gedurende 20 minuten om het door en door te verwarmen. Als de kaas niet bruin genoeg bakt naar je zin, verhoog de temperatuur dan wat, maar met hetelucht zou het wel moeten lukken.



20 december 2020

Gebakken spruitjes met chilisaus en pinda's


De mooiste spruitjes die ik de laatste tijd zag werden deze week aangeboden bij de voordeur, want ik kreeg een kilo opgestuurd van de telersvereniging Van Eigen Bodem. En ik zou ook trots zijn op die spruitjes, want ze waren uitstekend! Ik besloot er iets simpels van te maken in al het decembergedoe. Want de kinderen zijn natuurlijk thuis en ze willen elke dag iets koken, wat gek genoeg nooit neerkomt op een sobere salade, en wel op slagroomtruffels, Belgische wafels, walnotentaart en aalbessentaartjes (daarover meer in het volgende blog), dus u begrijpt; het loopt hier zwaar uit de hand met de calorieën…! Dit avondeten was een welkome, lichte maaltijd.

Ik vraag me af of ik hier een recept voor moet uitschrijven, want daar komen jullie zelf wel uit: maak spruitjes schoon, maar houd ze heel. Ik ga hier even uit van 750 gram spruiten. Bak de spruitjes in een grote hapjespan bruin en gaar in wat olie. Daar heb je zeker tien minuten voor nodig. Ik bak ze eerst halfgaar met een scheutje water erbij en een deksel erop, en daarna bak ik ze verder bruin zonder deksel. Als ze beetgaar zijn draai je het vuur laag. Doe er 1 grote gesnipperde teen knoflook bij. Laat dat heel even meebakken zonder dat het kleurt. Voeg dan 4 a 5 eetlepels zoete chilisaus (van die loempiasaus) en 1 eetlepel ketjap manis toe. Strooi er tenslotte wat cashewnoten of (gezouten) pinda’s over. Misschien nog wat extra zout ook? Wat sambal voor wat extra pit kan ook geen kwaad.

Ik serveerde het met gewone witte rijst en op de foto zie je de vegetarische paprikaburgers van Stegeman, maar dan vóór het bakken in blokjes gesneden. De kinderen schrokken en dachten even dat het tofu was, maar waren blij verrast met deze blokjes.

Wat deed ik met het restant van een kilo spruiten? Een lekker soepje maken! Altijd goed, dit simpele spruitensoepje. Of ook laatst gemaakt: geschaafde, rauwe spruitjes met mijn eigen caesardressing en de verdere Caesar-ingrediënten erbij.




 

1 oktober 2020

Witlofschotel met appelstroop en aardappel




‘Zo dichtbij als mogelijk, zo ver weg als nodig.’

Vorige week kwam er een nieuw kookboek uit en de ondertitel omschrijft precies hoe ik het ook zou verwoorden: de recepten in Lekker Lokaal zijn vegetarisch, simpel en gemaakt met Nederlandse producten. Zelfs voor de sojasaus wordt een Nederlandse soort genoemd. En de recepten zijn inderdaad ronduit Hollands te noemen. Denk aan asperges, bietensalade, mueslikoeken, tomatensoep met doperwtballetjes, poffertjes van pompoen, en vanillevla. Geen hoogstandjes; het is echt voor de thuiskok. Ik maakte een leuke witlofschotel met aardappel, appelstroop en slagroom, maar ik had ook een oogje op een recept met gebakken spitskool en mosterd, en een kibbeling van bloemkool. Oh ja, en het stroopwafelrecept ziet er zo simpel uit dat ik het aan zou durven (vooropgesteld dat ik een wafelijzer heb).


Laura maakt verder een groot pleidooi voor lokaal eten: koop bij boerenwinkels, ga naar boerenmarkten of pluktuinen, teel zelf kruiden en groenten, ga wildplukken en trap eens op de rem als je langs de weg een bordje met ‘verse aardbeien’ ziet staan. Ze geeft informatie over producten die we prima van Nederlandse grond kunnen eten en presenteert een seizoenskalender voor Nederlandse groente en fruit, en als ik daar zo naar kijk, besef ik mij dat ik daar niet zo mee bezig ben. Sperziebonen en witlof eet je wanneer je wilt, toch? Maar eigenlijk eet je sperziebonen het beste midden in de zomer en witlof is op z’n top vanaf september tot aan maart… Ik geef toe, ik sta daar haast niet bij stil. 




Wat wel een minpuntje is; de ovenschotel hieronder gaat in de oven, maar hoe heet die oven moet zijn is mij een raadsel. Nou ja, dat verzin ik wel, maar toch… Het staat nergens.

Ik heb de hoeveelheden wat aangepast, zodat wij er met twee volwassenen en drie kinderen van konden eten, want in het origineel doen ze het met 500 gram aardappels voor 4 personen. Dat lijkt me wat karig. Behalve de aardappels heb ik de rest ook maar wat opgehoogd. 


Witlofschotel met appelstroop en aardappel
recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

900 gr vaste aardappels
4 a 5 stronkjes witlof (1 per persoon, ik had er dus 5)
3 goede el appelstroop
3 el water
3 el koolzaad- of zonnebloemolie
extra olie om te bakken
200 ml slagroom (ik denk dat een slankere kookroom ook wel werkt)
1 opgehoopte el grove mosterd
100 gr oude, geraspte kaas
zout en peper
handvol walnoten

Schil de aardappels, maar snijd ze niet in stukken! Kook ze bijna gaar in ruim water, giet ze af en snijd ze dan in plakken, en leg ze in een ovenschaal (formaat A4).

Ondertussen ook de witlof bereiden: snijd een klein plakje van het kontje, maar houd de eindjes verder intact, zodat de stronkjes tijdens het bakken niet uit elkaar zullen vallen. Halveer ze wel in de lengte.
Maak ook een sausje van de 3 el appelstroop, 3 el water, 3 el olie, en zout en peper – dat gaat soepeler als je het even verwarmt (in de magnetron bijvoorbeeld).
Bak de witlof dan in twee keer in wat olie in een koekenpan op redelijk hoog vuur, zodat het enigszins bruint: leg ze eerst met het snijvlak naar beneden in de pan en giet de helft van het sausje erover. Bak ze 2 a 3 minuten, keer ze om, en bak nog eens 2 a 3 minuten. Ze zullen nu al redelijk gaar zijn. Leg ze op de aardappelplakjes met eventueel overgehouden saus. De saus was bij mij vrijwel helemaal ingekookt en gekaramelliseerd, maar dat ging ook in de ovenschaal. Herhaal dan met de andere stronkjes.

Verwarm ondertussen de oven voor op 200 graden (of 175 graden hetelucht).

Roer de slagroom en mosterd door elkaar. Breng op smaak met zout en peper. Giet dit over de witlof en aardappels. Verdeel de kaas erover. Bak de ovenschotel gedurende 20 minuten. Verdeel in de laatste 5 minuten de walnoten erover. Ik maakte er ook nog een vleesvervanger bij, want die had ik nog liggen, maar je zou het ook zo kunnen eten.

Bron: Laura de Grave - Lekker lokaal
ISBN 9789401613354
€29,99

13 april 2020

Witte bonenpuree met ui, oregano en kurkuma



In mijn gezin is er precies één persoon dol op bonen en dat ben ik. Dat is een wat magere score en we eten hier dan ook bij lange na niet genoeg bonen, als je het mij vraagt. Maar kijk nou toch hoe lekker dit eruit ziet: die goudgele puree van witte bonen, lobbig dik, zodat het bijna een dikke saus is, die je bij de sperziebonen eet. Heerlijk, jongens, echt waar.

Het recept komt van een verpakking van gedroogde witte bonen, maar ik gebruikte bonen uit een pot. Het schilletje van gedroogde bonen blijft bij mij altijd iets harder dan bij kant-en-klare bonen. En aangezien het gepureerd moet worden leek zacht mij wel het beste.


Bonenpuree met ui, oregano en kurkuma, een vega burger en sperziebonen
recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

500 gr witte bonen uit pot (dit is een uitlekgewicht – je hebt dus 2 blikken nodig)
2 middelgrote uien, gesnipperd
1 grote teen knoflook, gesnipperd
olijfolie
1 tl kurkuma
1 ruime tl oregano
1 tl tijm
zout en peper

Verhit een goede scheut olijfolie in een koekenpan en fruit de ui op laag vuur. Daar mag je best even de tijd voor nemen. Pas op het einde doe je de knoflook en kurkuma erbij. Die hoeven maar een minuut mee te bakken.

Ondertussen pureer je de bonen met een scheut water. Dat kan op twee manieren: of direct in een kleine kookpan als je een staafmixer gebruikt, of in een keukenmachine. Het verschil is vooral de hoeveelheid water die je erbij zal moeten doen. Bij de staafmixer heb je iets meer water nodig. Dat is geen probleem, want in de pan verdampt er wel weer wat. Maar als je de bonen in een keukenmachine pureert, kan je een dikkere puree maken. Hoe dan ook: verwarm de gepureerde bonen in een pannetje en breng ze op smaak met oregano, tijm, zout en peper. Meng de gefruite uien erdoor. Serveren met vega burger of worst, en een groente of sla.



5 april 2020

Shoarma van bloemkool met wraps



Ach, waar zouden we toch zijn zonder die brave bloemkool? Je kunt het zo gek niet bedenken of je kan het met bloemkool doen. Je kunt hem raspen en als rijst eten, in plakken snijden en bakken, of in roosjes roosteren. Je kunt er puree van maken of soep en zelfs salade. En qua smaken kan echt alles. Hij doet me een beetje denken aan mijn kat van vroeger, die ik bij het spelen eindeloos poppenkleertjes aandeed. Alles doorstond ze zwijgend: de bloemetjesjurkjes, de jasjes, het babyrompertje. En maar stil zitten en mooi zijn. :) 

Dit keer maakte ik er een shoarma-specerijenmengsel bij. Ik had nog kleine wraps liggen, maar je kunt het natuurlijk ook met pitabrood of met Turks brood eten.  


Shoarma van bloemkool

1 grote bloemkool (zeker 1 kilo aan schoongemaakt gewicht), verdeeld in roosjes van 2 happen groot

Voor het specerijenmengsel (Nb. Ik gebruik maatschepjes van 5 ml voor de theelepels en 15 ml voor de eetlepels):
1 grote of 2 kleinere tenen knoflook, gesnipperd
1 el korianderpoeder
1 el komijnpoeder
1 opgehoopte tl kardemompoeder
1 tl Cayenne- of chilipoeder of wat sambal oelek
2 tl gerookte paprikapoeder
2 tl zout
zwarte peper
2 el citroensap
3 el olijfolie

Kant-en-klare knoflooksaus
of zelfgemaakte yoghurt-knoflooksaus:
250 ml Griekse yoghurt
2 gesnipperde tenen knoflook
kneepje citroensap
zout en peper
handje gehakte munt, bieslook en/of peterselie

Verder erbij:
Kleine wraps of pitabrood, Turks brood, of zelf gebakken platbrood, etc
komkommer in dunne plakjes
(vegetarische) feta, verkruimeld
optioneel: hummus of deze tahinidressing (die laatste had ik):

Tahini dressing:
100 gr tahin (sesampasta)
75 ml vers citroensap
zout en peper naar smaak

Gewoon alles mengen. Je zult zien dat de tahini heel dik wordt zodra het citroensap erbij gaat, maar je kunt water toevoegen tot het een schenkbare (dikke) dressing is.

Verwarm de oven voor op 180 graden (of 170 graden hetelucht).

Meng alle ingrediënten voor het specerijenmengsel in een kom. Verdun het met een scheut water zodat het enigszins vloeibaar is; dan mengt het beter met de bloemkool.  Voeg de bloemkool toe aan de marinade en meng het goed door elkaar (eventueel gewoon met je handen, dat gaat toch het beste), zodat alles bedekt is met een laagje. Laat dit even staan.

Voor de yoghurtsaus meng je alles door elkaar.

Leg de bloemkool op een bakplaat (met bakpapier eronder) in een enkele laag. Doe daar nog een klein beetje olie overheen. Zet de bloemkool 40 minuten lang in de oven. Keer de stukken halverwege.

Serveer de bloemkool met de (warme) wraps, komkommer, feta en knoflooksaus en eventueel de tahindressing.



15 maart 2020

Omelet met ui



Ik maak regelmatig dit recept voor een omelet met heel veel ui als bijgerecht bij groente en aardappels. Een vegetarisch alternatief, zodat we niet steeds naar vleesvervangers hoeven te grijpen. Ik heb niets tegen vegetarische hamburgers en dergelijke, maar denk wel dat je het niet te vaak moet eten. Het blijft natuurlijk sterk bewerkt en er zijn betere alternatieven. 

Ik volgde ook al een paar keer Yvette van Boven die laatst zo hoog opgaf in de Volkskrant over dubbelgekookte groente. Ripassata noemde ze het – 'nogmaals langsgaan' (de dubbelgekookte andijvie staat ook op de foto). Ze zei dat je groente als andijvie en witlof tien minuten moest koken in water. Dat laat je dan heel goed uitlekken (en als ik zeg ‘heel goed', dan bedoel ik ‘heel goed’). In een koekenpan giet je een royale scheut olijfolie. Daar fruit je kort 1 a 2 gesnipperde teentjes knoflook in en ook wat chilivlokjes. Een ansjovisje uit blik erin laten smelten mag, hoeft niet, maar doe er dan nog wel straks wat zout bij. Dan dus die zo droog mogelijke groente er weer in en dat bak je nog eens 15 minuten. Niet te hard, maar wel zodanig dat het echt bakt. Nou ja, en dat laatste lukt bij mij dus niet zo goed en ik weet precies waar het probleem zit: ik ben zuinig met de olie, want ik ben een trut. Die baal andijvie (ga gerust uit van een kilo; dat eten wij hier met z’n tweeen op, want er blijft niets van over), die bak je dus niet op in een scheutje olie. Daar moet je echt royaal mee zijn en dat ben ik niet en van echt bakken komt dus niets. Het is wel lekker, hoor. Maar enfin, doet u maar met deze informatie wat u denkt dat goed is… Oh ja, aardappelpuree is er lekker bij.   

Omelet met ui
recept voor 4 personen als bijgerecht

400 gr uien, in halve ringen
70 gr geraspte kaas naar keuze (bv (vegetarische) Goudse oude, parmezaan, pecorino, etc)
2 el olijfolie
6 middelgrote eieren (M)
zout naar smaak
zwarte peper voor wie dat lekker vindt

Bak de uien in de olie, in een pan met anti-aanbaklaag. Houd het vuur laag tot middelhoog en bak de uien bruin. Ik leg zelf een deksel op de pan gedurende de eerste tien minuten om de uien vooral te garen en daarna bak ik ze nog eens vijf minuten zonder deksel en op hoger vuur om ze bruin te bakken.

Kluts de eieren met een vork (en dus niet kloppen met een garde, want dan krijg je schuim) in een kom en breng op smaak met wat zout (en peper als je dat wilt). Voeg de kaas toe en meng het erdoor.

Giet de eieren in de pan met de uien, schep het even heel kort door elkaar zodat het eimengsel goed verdeeld is. Bak het omelet op niet te hoog vuur. Leg er ook een deksel op, dan gaart het sneller. Als de onderkant mooi bruin is leg je een groot bord op de pan en je draait pan en bord om, zodat het omelet op het bord ligt. Laat het omelet dan weer de pan in glijden en bak de andere kant ook bruin.




2 februari 2020

Aardappelpannenkoekjes met schorseneren in kaassaus en gebakken ei



Ik zal het maar eerlijk zeggen. Ik wil met dit recept vooral even de schorseneren in de spotlights zetten. Want zeg nou zelf; hoe vaak heb je die in het afgelopen jaar al gegeten? Of eh… hoe vaak heb je ze in je hele leven gegeten? De kans is groot dat dit niet zo heel erg vaak is als je een beetje mijn leeftijd hebt. Maar dat is zonde, hoor. Het is een groente met een milde smaak, helemaal niet raar en eigenlijk erg lekker. En kijk, als instaprecept heb ik er ook nog eens kaassaus bijgemaakt! Hoewel ze even kort gebakken ook lekker zijn (dan wel alvast gaar en uit een pot). 

Soms zie je ze in de winter op de markt liggen. Het zijn dan (heel erg) lange, zwarte wortels en dat is ook precies wat het zijn: de penwortels van de plant. Nu noemden ze die dingen vroeger ook wel keukenmeidenverdriet, omdat het schillen ervan niet altijd simpel is. Maar vrees niet; je koopt ze nu gewoon in een pot. Geschild en wel; begin daar maar eens mee. Als je toch verse schorseneren wilt schillen, lees dan deze link maar even.


Ze werden vroeger trouwens ook wel armeluis-asperges genoemd. De smaak is inderdaad minder verfijnd, de structuur is steviger, maar ik zal op elk moment voor de schorseneren kiezen!

Goed, dan moeten we het ook nog even hebben over die pannenkoekjes. Ik maakte deze van een aardappelpuree en ze zijn wat delicaat. Lekker hoor; echt aardappelpuree in pannenkoekvorm, maar je kunt prima uitwijken naar alternatieven. Kant-en-klare rösti bijvoorbeeld, van die kleine rondjes die je in de vriezer koopt? Ik bak ze altijd in de oven op een bakplaat. Of kijk eens naar deze Duitse aardappel-kwark-pannenkoekjes – ook lekker.

Aardappelpannenkoekjes met schorseneren in kaassaus en gebakken ei
Recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

Eerst maar die pannenkoekjes:
500 tot 600 gr geschilde kruimige aardappels, in stukken
4 eieren (M)
50 gr bloem
200 ml kookroom (light is prima, zeker die van de Lidl) of desnoods volle melk
2 tl zout
verse nootmuskaat
zwarte peper naar smaak
roomboter of olie om te bakken (roomboter is nu beslist lekkerder)

Kook de aardappels in water in zo’n 20 minuten gaar. Giet af en maak ze fijn: desnoods met een stamper, maar als je het hebt is een aardappelpers ideaal; mooier wordt het nooit. Je moet in ieder geval een zeer gladde puree maken. Laat het iets afkoelen en meng er dan de kookroom en geklopte eieren doorheen. Breng op smaak met zout, peper en nootmuskaat. Als het goed is heb je nu een vrij slappe puree die iets uitloopt als je hem ergens opschept. Bak hier vervolgens in de boter pannenkoekjes van. Ik maak ze met een goed opgehoopte eetlepel beslag; druk dit met de lepel ook direct plat in de pan. Zo krijg je koekjes van zo’n 10 cm in doorsnede. Bak ze voorzichtig om en om bruin. Ze bruinen vrij snel!
Je kunt ze eventueel warm houden in een lauwe oven van 100 graden.

Dan de schorseneren: ik gebruik 3 potten schorseneren met een uitlekgewicht van 205 gram. Doe ze met het vocht in een pan en verwarm ze.

In een andere kleine kookpan maak je de kaassaus:
50 gr roomboter
50 gr bloem
500 ml melk + eventueel wat meer
100 gr pittige kaas (een oude Goudse bv)
1 teen knoflook, heel fijn gehakt
1 goede tl mosterd
zout en peper naar smaak en eventueel wat peterselie voor de kleur

Smelt de boter in een kleine kookpan en voeg daarna in één keer de bloem toe. Roer dit tot een stevig mengsel en laat dit even een minuut zacht bakken op laag vuur zonder dat het kleurt. Giet er daarna met scheutjes de melk bij en klop goed met een garde om een gladde saus te krijgen. Als alle melk erin zit en de saus pruttelt, moet het een dikke saus zijn. Zo niet, laat het nog even zachtjes pruttelen. Breng lekker op smaak met kaas, knoflook, mosterd, zout en peper. Er mag misschien zelfs nog wat melk bij, zodat de saus goed te gieten is.
Giet de schorseneren af en roer ze door de kaassaus.

Bak ondertussen per persoon 1 ei.

En dan dus samen opdienen: de pannenkoekjes met de schorseneren in kaassaus en een ei erop. Lekker hoor! :)



26 januari 2020

Polentafrieten met sperziebonensalade



Nou, die polentafrieten vonden de kinderen interessant, hoewel dat misschien grotendeels door de benaming kwam. Het klinkt in ieder geval beter dan gebakken maispap, toch? En de tomaatjes en olijven werden dan wel tussen de kinderen uitgeruild, de één vond de tomaten lekker en de ander natuurlijk alleen de olijven, maar dat mocht de pret niet drukken. Het was een goede maaltijd. 

Die dikke polentafrieten (knapperig van buiten, zacht van binnen) zijn behoorlijk vullend, dus met voldoende sperziebonen erbij kan je hier best een avondmaaltijd van maken, maar als je kleine porties maakt, kan het ook prima door als een voorgerecht (dan houd je polenta over).

Polenta met sperziebonensalade
recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen
nb. begin op tijd; de polenta moet afkoelen voordat je het kan bakken

voor de polenta:
1 middelgrote rode ui, fijn gesnipperd
1 teen knoflook, gesnipperd
olie voor de vorm + om in te bakken
800 ml tuinkruidenbouillon van een blokje
125 gr polenta (geen instant)
25 gr roomboter
100 gr pittige kaas naar keuze, geraspt (bv een belegen oude Goudse, Pecorino of Parmezaan)
handje peterselie, fijn gehakt
handje extra polenta (droog)

Fruit de ui in een beetje olie tot de ui zacht is. Doe in de laatste minuut de knoflook erbij. Breng ondertussen de bouillon aan de kook in een grote kookpan en roer de polenta erdoorheen. Blijf roeren totdat de polenta gaar is. Je moet wel even geduld hebben en je moet ook wel 20 minuten blijven roeren. Het zal daarna een dikke pap zijn geworden. Nu is de regel dat je echt continu roert, maar met zeer regelmatig roeren kom je er ook wel, ben ik achter. Houd het vuur laag en let wel op dat het niet aanbrandt. De polenta is gaar als de korrels zacht zijn: even proeven dus. Op de verpakking staat misschien dat het veertig minuten duurt, maar dat is overdreven. Als het gaar is, de boter erin laten smelten en daarna de peterselie, uisnippers en kaas erdoor mengen.

Bereid een vorm voor door deze in te vetten met wat olie. Een vierkante vorm is perfect om dikke frieten te snijden, maar van een ronde vorm snijd je met hetzelfde gemak puntjes. Dat maakt dus niet zo uit. Wel moet je een duimdikke laag polenta krijgen, dus zoek even naar een vorm met een passende inhoudsmaat. Giet de polenta erin en laat het afkoelen en opstijven.

Snijd de plak polenta in blokjes, dikke staafjes of puntjes. Wentel ze door een handje droge polentakorrels (niet te veel, het is voor een ‘crispy’ effect). Bak de blokjes aan alle kanten bruin in een koekenpan met olijfolie.

Ondertussen maak je de salade die je op kamertemperatuur serveert. Meng het volgende door elkaar:

500 gr gekookte en afgekoelde sperziebonen (voor een doordeweekse familiemaaltijd gebruik ik meer)
2 bakjes van 120 gr half-gedroogde tomaten – je vindt ze in het tapasvak van de supermarkt (ik deed ook wat van de olie erdoor)
100 gr zwarte olijven
3 el kappertjes

Naast de sperziebonen en polenta zie je ook wat saus op de foto. Daarvoor mengde ik het volgende:

100 gr mayonnaise (verdund met een klein scheutje water)
1 el Worchestershire saus (desnoods een vegetarische variant)
1 teen knoflook, uit de pers of zeer fijn gesnipperd
2 el zeer fijn geraspte Parmezaan
1 volle tl scherpe mosterd
handje verse gehakte peterselie

En dat alles dus opmaken op een bord: een paar van de polentastaafjes, wat sperziebonen en een beetje van de saus erlangs.



17 november 2019

Geroosterde bloemkool met gele curry, patat en yoghurt



De gele Thaise curry van Fairtrade, daar heb ik al vaker reclame voor gemaakt (jaja, geheel belangeloos; die hebben daar nog nooit van Eerst Koken gehoord, hoor.) Ik heb het hier dan ook altijd op voorraad. Je doet er namelijk veel meer mee dan curry’s maken!


Je maakt er bijvoorbeeld een soep met bloemkool van (foto hierboven en recept via deze link)


Of toch een soort curry, maar dan met visballetjes waarin ook een lepel van de currypasta zit (recept via deze link)


Of je roert het door een snelle pilaf (recept via deze link)


...en vooruit, zelfs een gewone, simpele curry (recept via deze link) met maiskoekjes ernaast. 


In dit recept smeer ik er een bloemkool mee in, welke ik daarna rooster in de oven. Lekker met patat en een lik Griekse yoghurt met chilisaus.

Geroosterde bloemkool met gele curry
recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

1 kilo schoongemaakte bloemkool in roosjes (niet te klein, niet te groot - 2 happen groot, zeg maar)
1 pakje Gele Curry van Fairtrade (70 gr)
50 ml water


Verwarm de oven voor op 180 graden (of 170 graden hetelucht).

Meng de curry met het water, want anders is deze te dik om de bloemkool soepel mee in te smeren. Doe de dunnere curry en bloemkool in een kom en schep om, of wat nog beter gaat; smeer de roosjes met je handen in.

Leg de bloemkool op een bakplaat (met bakpapier) in een enkele laag. Doe daar nog een klein beetje olie overheen. Zet de bloemkool 40 minuten lang in de oven. Keer de stukken halverwege.

Ik eet dit graag met patat en wat Griekse yoghurt. Op die yoghurt doe ik het liefste ook wat ‘sweet chilisaus’ (van die loempiasaus) of zelfs die loeihete Chinese chili-olie waar ik het laatst ook over had.



17 september 2019

Escalivada met ‘oliebolletjes’ van paddenstoel en kaas



Escalivada is een Spaans gerecht, waarbij groente worden geroosterd, waardoor ze een rokerig smaakje krijgen. De naam komt uit het Catalaans waar ‘escalivar’ ‘koken in as’ betekent en vroeger werd het inderdaad in een uitgebrand, maar nog heet houtvuurtje gemaakt. Je gebruikt in ieder geval aubergine en paprika, maar uien en tomaat kunnen er ook bij.

Tegenwoordig kan je daarvoor een bijna uitgebrande BBQ voor gebruiken, maar dat heb je ook niet altijd bij de hand, dus ik heb de groente gegrild in een gietijzeren grillpan. De aubergine zou je zelfs kunnen branden op een gasvlam op het fornuis. Ik heb daar eerder in dit blog over geschreven.

Je kunt er van alles mee; je eet het warm als groente-bijgerecht of als salade en in Spanje wordt het ook met een bepaald platbrood (coca) gegeten, als een soort pizza. In dit recept frituurde ik hartige 'oliebolletjes' bij, welke waren gevuld met kaas en paddenstoelen. Brood past er goed bij. Een rustiek gerecht dat toch ook erg goed als chic hoofdgerecht door kan gaan. Ook als voorgerecht past het goed, maar maak er dan kleinere balletjes erbij, zodat je er toch nog steeds een stuk of drie per bord kan serveren.

Escalivada met ‘oliebolletjes’ van paddenstoel en kaas
bron: aangepast naar een recept van Peter Gordon
nb. Ik gebruik theelepels van 5 ml (maatschepjes)
vegetarisch recept voor 4 personen als onderdeel van een menu – geef hier brood bij of maak meer van de escalivada

Voor de balletjes:
170 g bloem
1 tl zout
1 tl bakpoeder
1 tl suiker
1 krappe el gemalen korianderzaad
350 gr dikke Griekse yoghurt
2 el (=30 ml) olijfolie
4 el (=60 ml) water
1 ei (M of L)
3 tenen knoflook, gesnipperd
2 lente-uitjes, in fijne ringetjes
2 handen basilicum, gehakt
150 gr paddenstoelen (bv shiitake of kastanjechampignons), in dunne plakjes, erg grote paddenstoelen ook gehalveerd
200 gr van een stevige kaas met smaak, bv Goudse oude kaas, grof geraspt

Voor de escalivada:
2 grote, gewone rode paprika’s of 3 puntpaprika’s (de eerste zijn wat vleziger!)
2 grote tomaten
1 aubergine, ingeprikt tegen het ontploffen!
250 gr rode ui, in ringen van een halve cm
6 lente-uitjes, heel
4 tenen knoflook, gesnipperd
citroenrasp van een halve citroen
2 el citroensap
4 el goede olijfolie
1 hand basilicumblad, grof gescheurd
zout en peper naar smaak

Voor erbij:
Rucola

De escalivada is goed van tevoren te maken. Zelfs een dag van tevoren maken is een optie.
Ik gebruikte een gietijzeren grillpan en verhitte die tot gloeiend heet. Maak de groente schoon: de paprika alleen doormidden snijden en zaadlijsten eruit halen, de aubergine en tomaten houd je heel. Smeer ze in met wat olie en rooster ze in de pan tot ze zacht zijn. Ze moeten daarbij wel wat zwarte plekken en roosterplekken krijgen, want je pelt ze straks toch. Het vel moet dus ook echt van die ‘blaren’ krijgen. Let er bij de aubergine op dat deze ook goed gaar is. Eventueel gebruik je de roostermethode boven een gasvlam, zoals ik die in deze link beschrijf. Zet de groente daarna weg om af te koelen.

Ga verder met de grillpan en rooster nu de plakken ui en hele lente-uitjes tot deze ook mooie roosterstrepen hebben en gaar zijn.

Haal het vel van de tomaten, paprika’s en aubergine. Snijd de paprika in doormidden, de aubergine in repen (knijp deze desnoods een beetje uit als dat nodig is), en de tomaat in grote stukken. Snijd de uien in flinke stukken en de lente-ui doormidden. Doe alles samen in een kom.

Meng de knoflook, citroenrasp en -sap en olijfolie en voeg dat toe aan de kom, samen met de basilicum. Breng op smaak met zout en peper. Zet dit nu afgedekt weg, eventueel in de koelkast, maar dien het op kamertemperatuur op (of eventueel warm als je wilt).

Dan de balletjes:
Meng de droge en natte ingrediënten in aparte kommen en meng daarna alles door elkaar, inclusief de lente-ui, basilicum, kaas en paddenstoelen. Laat dit tien minuten staan.  Verhit in die tijd een frituurpan met olie tot 180 graden.

Bak nu kleine balletjes van een flink opgehoopte eetlepel beslag en bak deze bruin in zo’n vier minuten. Draai ze halverwege. Laat ze uitdruipen op keukentemperatuur. Houd ze eventueel warm in een lauwe oven van 100 graden.

Serveer de escalivada tenslotte met de balletjes en strooi er wat rucola overheen.




9 juni 2019

Ricotta- en spinazieballetjes in tomatensaus



Het lijkt heel wat, maar je zet dit echt zó in elkaar. Het is vrij gemakkelijk om te maken en lekker zomers. Je kunt er pasta of brood bij eten, maar een groene salade misstaat ook niet.

Ricotta- en spinazieballetjes in tomatensaus
Vegetarisch recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen
Gebaseerd op een recept van Not Quite Nigella

voor de balletjes:
250 gr ricotta
2 eieren (M of L)
1 kleine (rode) ui, gesnipperd
100 gr geraspte, oude kaas
150 gr bladspinazie uit de diepvries (dus 1/3 pak), ontdooid en uitgeknepen
75 gr bloem
1/2 tl bakpoeder

Voor de tomatensaus:
scheutje olijfolie
1 kleine (rode) ui, gesnipperd
3 tenen knoflook, gesnipperd
2 x 500 ml passata (gezeefde tomaten)
1 ruime tl sambal oelek                            
zout naar smaak
200 gr doperwten (diepvries) of de rest van het pak spinazie (ook uitgeknepen)

Eventueel erbij: 
wat verse bieslook of basilicum om erover te strooien
300-400 gr pasta, maar je kunt er ook brood bij eten


Begin met de tomatensaus: fruit de uisnippers op laag vuur in wat olijfolie tot ze zacht zijn. Bak in de laatste minuut de knoflook mee. Laat deze beslist niet bruin worden. Voeg de passata toe, samen met een beetje sambal oelek en zout naar smaak. Had je nog wat rode wijn open staan? Een sliertje erbij mag, maar hoeft niet. Laat dit nu zachtjes pruttelen (eventueel met deksel erop, want het spettert!) en ga verder met de rest.

Verhit de oven voor op 200 graden (of 180 graden hetelucht). Pak er een ovenschaal met hoge zijkanten bij, in ieder geval van het formaat A4.

Meng alles voor de ricottaballetjes door elkaar.

Giet de tomatensaus in de ovenschaal. Ik gebruik dan twee eetlepels om ‘quenelles’ te vormen van het ricottamengsel of maak gewoon hoopjes. Leg deze in de saus. Bak het dan 35 tot 40 minuten of tot het lekker bubbelt en gaar is. Ik kwam uit op 16 quenelles; grotere exemplaren hebben mogelijk wat langer nodig.

Kook ondertussen de pasta gaar.

Bestrooi na het bakken met wat verse kruiden, zoals bieslook of basilicum. Serveer met de pasta (of brood).


15 oktober 2018

Griekse ovenschotel met feta en zuurkoolpannenkoekjes met pecorino


Betty’s is een vegetarisch/veganistisch restaurant in Amsterdam (in de Rijnstraat) en daar at ik laatst een Grieks groentestoofje dat erg lekker was. Nu had de website Vegatopia heel toevallig bijna tegelijkertijd een soortgelijk recept gepost en dat heb ik hieronder dus iets aangepast genoteerd. In het restaurant verscheen het gerecht met allerlei andere kleine gerechten, zoals een soort risotto van basmatirijst met radicchio, een Indiase ‘saag’ waarvan ik de restanten nog net niet van het bord heb gelikt, en een hummus van tuinbonen en munt. Maar wij aten het thuis met zuurkoolpannenkoekjes met pecorino waarvoor ik het recept hieronder ook uitschreef. Maar gewoon met brood of een aardappelpuree zal het erg lekker zijn. Misschien zelfs een aligot? Dat is een Franse aardappelpuree met boter en kaas, maar dan zoveel kaas dat de puree draden trekt als je het eet. Overigens is de groentestoof de volgende dag ook lekker (of juist lekkerder?)

Voor de groentestoof gebruik je een grote ovenschaal! We hebben het namelijk over ruim 2,5 kilo groente + zo’n 700 gram aardappels, waarvan de groente weliswaar behoorlijk slinkt, maar toch…

Snijd de groente in dobbelsteentjes. Niet te grof, want dat ziet er lomp uit, en niet te klein omdat het dan te ‘frommelig’ wordt.

Griekse ovenschotel met feta
recept voor 4 personen

Voor de groenten:
2 aubergines, in dobbelsteentjes
1 courgette, in dobbelsteentjes
2 rode puntpaprika’s, in reepjes
1 grote wortel, in dikke plakjes en dan gehalveerd
250 gr snacktomaatjes
ongeveer 700 gr geschilde, vastkokende aardappels, in dobbelsteentjes
4 el olijfolie
zout
200 gr feta

Voor de tomatensaus:
2 uien, gesnipperd
2 tenen knoflook, gesnipperd
250 gr gezeefde tomaten (passata - 1/2 pak)
150 ml zoete witte wijn (of gebruik een gewone witte wijn en voeg een lepel suiker toe…)
1 takje munt (niet te veel)
1 takje rozemarijn, de naaldjes fijngehakt (1 el)
1 tl gedroogde tijm
2 (verse) laurierblaadjes

Verwarm de oven voor op 200 graden hetelucht (of 225 graden conventioneel, maar je hebt twee bakplaten nodig, dus je moet met hetelucht werken of achter elkaar bakken?)
Verdeel de groente over twee met bakpapier beklede bakplaten. Ach, nog liever drie om alles de ruimte te geven, maar ja… die heb ik ook niet. Verdeel de aardappels en groente erover, waarbij je de aardappels hun eigen hoekje geeft (je moet ze er straks apart afhalen). De rest kan je mengen. En de platen zijn dus goed gevuld. Verdeel er de olijfolie over en bestrooi met wat zout.
Rooster de groenten in de oven gedurende 35 minuten; ze zijn dan iets geslonken en een beetje bruin. Omscheppen zal niet echt nodig zijn…

Maak intussen de tomatensaus. Fruit de ui en knoflook op laag vuur in wat olijfolie gedurende zeker tien minuten zonder dat het bruin wordt. Doe er dan de gezeefde tomaten en wijn bij, samen met 175 ml water, en breng aan de kook. Doe de kruiden erbij en laat twintig minuten, zonder deksel, op een laag pitje pruttelen. Pak de laurier en de munt eruit en gooi deze weg.

Voeg saus en groente samen in de ovenschaal en schep door. Leg de aardappels erbovenop. Verkruimel de feta er in stukjes overheen. Zet de ovenschaal in de oven gedurende 30 minuten tot alles lekker pruttelt en wat bruiner is geworden.

Ondertussen maakte ik dus zuurkoolpannenkoekjes met pecorino:

2 eieren (M of L)
150 ml koud water
125 gr zelfrijzend bakmeel
zwarte peper naar smaak (zout hoeft niet echt naast de kaas en zuurkool)
500 gr zuurkool
100 gr geraspte pecorino (een pittige schapenkaas, desnoods te vervangen met Parmezaan, hoewel Pecorino een andere, erg intense smaak heeft)
olie of boter om te bakken

Maak een beslag van de eieren, water en meel. Voeg de zuurkool, kaas en peper toe tot een wat stevig en goed gevuld beslag.

Verhit boter of olie in een koekenpan en bak hier niet te dikke, kleine pannenkoekjes in. Desnoods warm houden in de oven of zet een bord op een pan met wat kokend water, en bewaar daarop de pannenkoekjes.



30 juni 2018

Vegetarische taco’s met walnootgehakt en abrikozensalsa


Het is niet de slankste vleesvervanger, maar wel gezond, en qua smaak helemaal niet gek. Ik heb dit nu al een paar keer tot grote tevredenheid gemaakt in plaats van de originele gehaktvariant. De abrikozensalsa is er geweldig bij, maar je kunt er met alle gemak iets anders bij maken. Bijvoorbeeld als je de abrikozen vervangt met perzik of mango (ik heb ooit over een goede mangosalsa geschreven). Of maak er een normale tomatensalsa bij, eentje met mais, of een ‘cowboy caviar’ van zwarte bonen, mais, avocado en komijn.

De taco is al prima met de walnoten en abrikozensalsa, maar kan verder worden uitgebouwd met slareepjes, (zelfgemaakte) tacosaus, avocadoblokjes en/of een lepel Griekse yoghurt.


Vegetarische taco’s met walnootgehakt en abrikozensalsa
Gebaseerd op een recept van Vegetarian Ventures
veganistisch zonder de yoghurt en anders vegetarisch
recept voor 4 tacos’s
nb. 1 tl = 5 ml

voor het walnootgehakt:
200 gr walnoten
1 tl gerookte paprikapoeder
1½ tl chilipoeder
½ tl komijnpoeder
½ tl zout
scheutje olie
scheutje water
2 el ketchup

Voor de abrikozensalsa:
4 x grote abrikozen (of 1 mango, of 1 a 2 perziken – zie ook tekst boven), in kleine blokjes
klein handje gehakte koriander
1 teen knoflook, gesnipperd
zout naar smaak
likje sambal oelek (of een stukje verse rode peper, gesnipperd)

verder nodig:
4 tacoschelpen
optioneel: avocadoblokjes, slareepjes, Griekse yoghurt of zure room, (tomaten)tacosaus

Maal de walnoten heel kort (met de pulseknop) tot ze grof gekruimeld zijn. Niet te lang malen! Je hebt geen poeder nodig, maar fijne stukjes. Zo groot als gewoon rul gebakken gehakt. Meng dat met de specerijen en zout. Verhit een klein scheutje olie in een koekenpan op middelhoog vuur en bak de walnoten daar heel kort in (1 a 2 minuten). Doe er dan een scheutje water en de ketchup bij, roer het om en warm het goed door. Het zal vrij snel binden tot een soort dikke walnotensaus. Dan is het ook klaar.

Voor de salsa meng je simpelweg alles. Ondertussen verwarm je de taco’s en zet je eventuele extra’s ook klaar.




12 juni 2018

Groene couscoussalade met vegetarische köfte en gegrilde abrikozen


Lekker zomers als salade, maar je kunt de couscous ook warm eten. De vegetarische balletjes heb ik al vaker gemaakt en het voordeel is dat ze gemakkelijk qua smaak zijn aan te passen, maar het nadeel is wel dat ze veel kleine hoeveelheden nodig hebben, zoals de wortel en een kwart paprika, zodat je met restanten blijft zitten. Maar wanneer ik de balletjes eet als vleesvervanger, dan maak ik er vaak een mengelmoesje aan groente bij, waar die restjes ook in verdwijnen. Bijvoorbeeld tuinbonen uit de diepvries. Die gaan bij gefruite uienringen, de rest van de paprika en wat extra blokjes wortel (foto onder). En trouwens, het restant (gebakken) paprika kan je ook prima in deze couscous kwijt.


Trouwens, ik zeg het maar even, die abrikozen zijn de ster van het gerecht… Ze zijn er erg fijn bij!

Groene couscoussalade met vegetarische köfte en gegrilde abrikozen
Recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

Voor de couscous:
200 gr instant couscous
1 teen knoflook, gesnipperd
2 handen gehakte, verse kruiden, zoals munt (niet teveel), basilicum, koriander (graag!) en/of peterselie
zout naar smaak
1 mini-blikje kikkererwten (130 gr uitlekgewicht)
bosje lente-ui, in ringetjes
goede scheut olijfolie
fijn geraspte schil van 1 citroen
2 tl harissa
1 stronk broccoli

Verder erbij serveren:
gehakte pistachenootjes ofzo (ik had nog pijnboompitten staan en gebruikte die)
Dikke (Griekse) yoghurt
Gegrilde abrikozen (zie onder)
en natuurlijk de balletjes – het recept volgt hieronder

Doe de couscous in een grote saladekom en giet er 400 ml kokend water bij. Roer het even door zodat het niet 1 klomp wordt en zet het enkele minuten weg. Ik schep het tussendoor ook nog even om.
Kook de broccoli in korte tijd gaar en spoel af met koud water. Laat goed uitlekken. Hak het daarna in kleinere stukjes. Voeg tenslotte alle andere ingrediënten toe en meng het tot een salade.

Vervolgens de balletjes maken en dat gaat als volgt:

Vegetarische köfte:

50 gr rode linzen (die koken tot pulp)
100 gr amandelen (of amandelmeel bij gebrek aan een keukenmachine)
50 gr gehakte ui
3 tenen knoflook
50 g rode paprika
100 g wortel
50 tot 100 gr gewone havermout
2 el sojasaus van het type Kikkoman (30 ml dus)
zout en peper
2 el bloem
1 hand gehakte peterselie
1 groot ei (L)
1 el ras el hanout
1 tl harissa
olijfolie om te bakken

Kook de linzen in ruim water gedurende 20 minuten. Ze zijn dan kapot gekookt. Giet ze af en doe ze in een mengkom.

Pak de keukenmachine erbij en hak de amandelen behoorlijk fijn. Wanneer je geen machine hebt, zijn die amandelen je grootste struikelblok en ik zou uitwijken naar amandelmeel… Snipper de ui, knoflook, paprika en wortel in de machine erbij of hak het fijn met een mes (het resultaat zie je in de foto hieronder). Voeg dan de linzen, havermout en sojasaus toe aan de amandelen en groente. Breng op smaak met zout en peper. Meng de bloem door het ‘gehakt’, samen met de eieren en peterselie. Laat het gehakt een half uur rusten en beoordeel dan pas de consistentie. Als het te dun is, voeg dan wat meer havermout toe. Je wilt een redelijk stevig deegje hebben, een beetje zoals normaal gehakt. Slapper deeg maakt ook nattere balletjes en die hebben minder ‘bite’.

Het mengsel van amandel en groente - fijn, maar niet te fijn

Verhit de olie (niet al te zuinig) in een koekenpan en vorm balletjes ter grootte van een walnoot en bak ze rondom bruin. Ik maak er twintig van dit formaat. Verdeel het in twee keer bakken en bewaar desnoods de eerste balletjes in een lauwe oven. Ze zijn koud trouwens ook lekker, hoor.

De abrikozen tenslotte zijn simpel: je moet ze gewoon doorsnijden en kort op een ingevette grillpan grillen. Ik denk dat je ze ook wel in een koekenpan kan bakken; alleen op de snijkant en bak ze niet te lang, want dan worden ze te zacht.



14 mei 2018

Saag falafel (een combi van saag paneer en falafel)


We gaan nog even verder met die ovenschotel met falafel, want natuurlijk was er weer 1 kind bij die mopperde bij het recept van vorige week. Dat is altijd zo… De oudste dochter houdt namelijk op het moment niet zo van tomaat en tomatensaus (wel van ketchup natuurlijk) en ze verzuchtte “als het nou met spinazie was in plaats van tomaat…” En ze is inderdaad gek op saag paneer. Het bekende Indiase gerecht en de smaken van falafel mogen dan wel niet uit hetzelfde land komen, maar ze passen wonderwel bij elkaar.

Ik heb hier mijn eigen saag paneer recept op los gelaten, maar ik heb het iets versimpeld en de saus is dikker.

Saag falafel
recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen
bron: Eerst Koken
nb. ik gebruik grote theelepels van 5 ml!

2 flinke eetlepels ghee of olie (liefst ghee!)
2 tl komijnpoeder of komijnzaad
1 middelgrote ui, gesnipperd
2 volle el heel fijn gehakte verse gember
1a 2 tl chilipoeder
2 tl korianderpoeder
1 tl kurkuma
optioneel: ½ tl asafoetida (wordt ook ‘hing’ genoemd) – je kunt het desnoods weglaten
2 grote tenen gesnipperde knoflook
1 dubbel blikje geconcentreerde tomatenpuree (140 gr)
1 groot pak (750 gr) gehakte spinazie uit de diepvries - liefst ontdooid, maar bevroren lukt ook, uit laten lekken hoeft niet
250 ml kookroom (light is prima - die van de Lidl is trouwens erg goed)
2 tl garam masala
zout naar smaak
400 gr kant-en-klare falafels
beetje olie om te bakken
1 a 2 handen geraspte belegen of oude Goudse kaas

Verhit de ghee in een pan. Doe het komijnpoeder erin, samen met de gesnipperde ui. Bak de ui tot het bruin begint te worden. Voeg de gember daarna toe en bak het nog even mee totdat de gember niet meer rauw is. Voeg dan de specerijen toe: chilipoeder, korianderpoeder, kurkuma
en eventueel de asafoetida, en ook de knoflook en tomatenpuree. Bak dit een minuut.
Voeg de (bevroren of ontdooide) spinazie toe, meng het, en giet de room erbij. Als de spinazie nog bevroren was, laat je het nu rustig ontdooien op niet te hoog vuur. Breng dit aan de kook en laat het enkele minuten pruttelen. Doe tenslotte de garam masala erbij en breng het op smaak met zout. 

Bak ondertussen de falafel bruin in een koekenpan met wat olie. Verwarm de oven tot 200 graden (180 graden hetelucht).
Doe de spinaziesaus in een ovenschaal en leg de falafels erop. Strooi de kaas erover en zet nog eens 15 minuten in de oven om weer helemaal door te warmen.

Serveer de saus en falafels met gewone rijst of pappadums.


6 mei 2018

Ovenschotel met falafel en tomatensaus



Dit is weer eens iets anders met falafel. We eten de balletjes zelf nog wel eens als een vleesvervanger, maar op deze manier maak je er net even wat meer van. Samen met aardappelpuree of broccoli of iets dergelijks, ben je ook nog eens redelijk snel klaar.

Je kunt ook een andere tomatensaus gebruiken als het recept hieronder. Ik maak zelf standaard iets met een scheutje olijfolie en een gesnipperde teen knoflook welke je heel kort en op laag vuur bakt, daar gaat 500 ml passata bij, een scheut rode wijn, zout en peper. Wat zo’n sausje ook enorm oppept is een likje sambal oelek. Laat dat even pruttelen en je bent klaar. Erbij kan je bijvoorbeeld broccoli koken.

Ovenschotel met falafel en tomatensaus
Recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen
Bron: het boekje Falafel van Dunja Gulin

Voor de tomatensaus:
scheutje olijfolie
1 ui, gesnipperd
2 tenen knoflook
een half blokje groentebouillon
1 tl gedroogde oregano
1 el honing of agavesiroop
1 el sojasaus (zoals Kikkoman)
500 ml gezeefde tomaten (passata)
zout en peper

Voor de rest van de ovenschotel:
400 gr falafel
1 a 2 handjes geraspte pittige kaas (belegen of oude Goudse bv)

Begin met de saus: fruit de gesnipperde ui in wat olie tot het zacht is. Voeg dan knoflook toe en bak deze nog 1 minuut mee. Voeg daarna de rest van de ingredienten toe. Laat dit nog even pruttelen.

Verwarm de oven op 200 graden (180 graden hetelucht).

Bak ondertussen de falafel bruin in een koekenpan in wat olie. Schenk de tomatensaus in een ovenschaal en schep de falafel erboven op. Verdeel de kaas erover en zet de schaal in de oven. Laat het goed doorwarmen in nog zeker 15 minuten.

Lekker met een groente zoals gekookte broccoli en eventueel aardappelpuree.





8 april 2018

Gratin van witlof, blauwe kaas en rozijnen


Weet je wat heerlijk is om bij in slaap te vallen? Iemand die op monotone wijze iets heel saais verteld. Zo lekker slaapverwekkend wauwelend… Iets over kansberekeningen, of over oude lagen zeeklei, of veeteelt in Nederland in de periode van 1960 tot 1970. Wie zich hierin herkent (degene die de slaap wenst dus), moet ’s avonds eens kijken naar YouTube filmpjes van chef Peter Gordon. Peter ziet er wat stoffig uit en kan niet lachen, geloof ik. Als hij een eitje bakt, doet hij dat met een volkomen uitgestreken gezicht en stem. Er zit geen plezier bij, maar zeker ook geen onwil. Maar ik begrijp wel waarom de tv-carrière van Peter nooit echt een vlucht heeft genomen. Maar wat nou vervelend is: ik gun het die man zo… Het is namelijk wel een erg goede chef.


Hierbij de link in het geval je dit filmpje niet kan zien.

Peter Gordon is een Britse chef, met restaurants in London, maar hij is afkomstig uit Nieuw Zeeland, en hier amper bekend. Met acht kookboeken schijnt hij wel enige naam te hebben opgebouwd, en dan vooral als fusion chef. Gordon is een ster in het bijeenbrengen van onwaarschijnlijke ingrediënten. Knolselderij-kimchi bijvoorbeeld. Of moussaka met gember. Dat soort werk. Ik ben daar zelf altijd erg van gecharmeerd en had dit lachebekje al een tijdje in mijn armen gesloten.

Toch heb ik zelf slechts 1 boek van Peter liggen en dat gaat over groente. Al in 2006 riep hij namelijk al dat groente de nieuwe ‘food heroes’ waren. Vergeet vlees; groente moet een veel grotere rol spelen, zo zegt hij in het boek. Het recept hieronder komt uit dat boek en is een typische ‘agro dolce’ – een gerecht met veel zoet en zuur. De rozijnen worden namelijk geblust met azijn. Samen met de romige blauwe kaassaus smaakt het bijzonder goed bij de gebakken witlof. Wij aten er pommes duchesse bij, maar gewoon aardappelpuree of Vlaamse frieten zouden er ook lekker bij zijn.

Kies een ovenschaal van ongeveer A4 formaat die niet reageert op het zuur van de azijn. Glas of keramiek is prima.

Gratin van witlof, blauwe kaas en rozijnen
bron: boek Vegetables – Peter Gordon
recept voor 4 personen als bijgerecht

1 grote witte ui (ik gebruikte 250 gr gewone, gele uien), in smalle, halve ringen
100 gr roomboter (je kunt iets bezuinigen, maar de boter maakt het wel erg lekker)
100 gr gele rozijnen
5 el witte wijnazijn of appelciderazijn (65 ml)
4 a 5 stronkjes witlof (ongeveer 1 per persoon)
2 tl suiker
125 ml crème fraiche (een light versie kan prima)
100 gr blauwe kaas (ik had stilton)
zout

Verhit de oven op 200 graden (180 graden hetelucht).

Verhit een grote koekenpan en smelt de helft van de boter erin. Bak hierin de uienringen tot ze mooi bruin kleuren. Doe er dan de rozijnen bij, laat het een minuut meebakken en blus het met de azijn en een halve theelepel zout. Schep de uien in een ovenschaal en verspreid ze over de bodem.

Snijd de witlof in de lengte doormidden, maar laat het kontje eraan zitten zodat ze in de pan mooi intact blijven. Smelt de helft van de overgebleven boter (25 gr dus) in dezelfde koekenpan en leg de helft van de witlof erin met het snijvlak naar beneden. Verdeel er een theelepel van de suiker over. Bak het op middelhoog vuur tot de groente mooi bruin bakt. Je hoeft ze niet om te draaien. Als het snijvlak bruin kleurt hevel je de witlof over naar de ovenschaal, bovenop de uien, en nu met het snijvlak omhoog. Bak op dezelfde manier de andere helft van de witlof.

Als de koekenpan weer leeg is, doe je er de room en 50 ml water in, samen met de blauwe kaas. Verhit dit tot het mooi mengt en schenk de dunne saus over de witlof. Dek de schaal af met aluminiumfolie en zet hem in de oven. Bak het nog eens 30 minuten.