14 december 2011

Homemade Bounty's


Sinterklaas is weer vertrokken en hij liet ons achter met mooie cadeaus en meerdere chocoladeklazen en pieten. Kleine Chef, Zus en Zo hadden hun deel al ruimschoots achter de kiezen, en bovendien waren alle bruine sporen weer van de witte muren gewassen, dus moest het restant op een avond achterover worden gedrukt. We voelden ons niet geroepen om ze voor de tv op te eten, want zo fantastisch is de chocolade nu ook weer niet, maar in combinatie met andere ingrediënten viel er vast wel wat van te maken? Ik bedoel, is er wel eens iets viezer geworden van gecondenseerde melk?

Het probleem hierna was hoe we de belachelijke hoeveelheid bounty’s gingen wegwerken. Gelukkig konden we alles meenemen naar het vakantiehuisje van opa en oma.

Ze waren trouwens heerlijk! Zelfs de chocolade hield zich goed. Als homemade bonbon deden ze het ook fantastisch. En wat dacht je van stervormige bounty’s voor de kerst?

Homemade bounty’s
Het recept hieronder maakt een behoorlijke hoeveelheid bounty’s. Misschien meer dan je lief is….

1 blikje gezoete en gecondenseerde melk (397 gr)
300 gr geraspte kokos
300 gr melkchocolade

Meng de melk met het kokos en zet dit mengsel een paar uur in de koelkast zodat de melk in het droge kokos trekt.

Verdeel het mengsel over vormpjes. Ik heb nog geprobeerd om echte bounty’s te maken door een plak van het mengsel te maken en dat in repen te snijden, maar het was vrij breekbaar. Wat wel goed lukte waren kleine vormpjes.  Siliconenvormen voor bonbons zouden ook moeten werken, maar ik gebruikte een vrij flexibele ijsblokjesvorm. Duw het mengsel in de vormpjes en druk ze er weer uit op een bord.




Dit ging niet goed; te grote stukken om in de chocolade te dopen.

Smelt de chocolade au-bain-marie (pan boven een andere pan met heet water, zodat de bovenste pan het water niet raakt).

Doop de bonbons hierin met behulp van twee vorken, of van die mooie vorkjes om bonbons mee te maken, en zet de bounty’s op een bord. Laat de chocolade weer hard worden (eventueel in de koelkast).

Dag Sinterklaasje, daahaag, daahaag…


Oordeel van het smaakpanel: we hebben er niet bij verteld dat we de Goede Sint hebben omgesmolten, want dat was beslist niet goed gevallen, en dus aten ze alles gretig op. Is dit nu zoiets als Flappie opeten met de kerst…?


12 december 2011

Panettone


Alvast iets voor de kerst? Je kunt van die mooie dozen panettone kopen, en dat is beslist ook geen zonde, maar zelf maken is eigenlijk niet eens zo moeilijk. Het geheim van stressvrij koken is in dit geval de mixer: zonder een mixer (of keukenmachine) smijt je dat plakdeeg al snel gefrustreerd in de gootsteen, om vervolgens een uur lang onder zacht stromend, warm water de resten onder je nagels vandaan te peuteren, maar met een mixer is het leven zonnig. Jawel, met een mixer kan je met een goed humeur een panettone op tafel zetten. Begin wel aan het einde van de middag, en dus de dag voor het bakken, zodat het deeg voor je gaat slapen een nachtje in de koelkast kan staan.

Let op: het recept is in grammen en niet in milliliters waar je dat bij vloeibare ingrediënten zou verwachten!

Ik gebruikte een ‘sterk meel’, oftewel een broodmeel met veel gluten. Ik heb het niet met gewone bloem geprobeerd, maar ik denk dat standaard bloem uit de supermarkt snel zal instorten met zulke lange rijstijden. Toch zie ik in alle recepten gewone bloem terugkomen, dus misschien ben ik gewoon achterdochtig. Heeft iemand goede resultaten met bloem? Dan ben ik daar heel benieuwd naar!

De warme plek is heel belangrijk. Het deeg is zwaar en nat en de gist heeft alle hulp nodig die je kunt geven. Denk aan temperaturen van 24 tot 26 graden en dat is normaliter geen kamertemperatuur. Zet de kom dus naast de verwarming. Of verwarm de oven zeer lichtjes (even 1 a 2 minuten aanzetten en dan uiteraard ook weer uit) en bewaar het deeg in de gesloten oven. Warm het weer iets op na een uur, maar haal het deeg er eerst uit.


Panettone
Recept voor 1 brood
Bron: gebaseerd op De Italiaanse Kookschool – Alba Pezone

Voordeeg:
50 gr broodmeel
5 g verse gist
30 gr lauwe melk

Verder:
20 gr rum
50 gr rozijnen
100 gr sukade
de geraspte schil van 1 citroen
250 gr broodmeel
90 gr roomboter
75 gr (volle) melk
75 gr eidooiers (dat zijn er ongeveer 4 á 5, maar weeg het wel even na)
65 gr suiker
35 gr verse gist
1 tl zout

Begin aan het einde van de middag met het voordeeg: meng de ingrediënten samen tot een glad deegje (met de handen, dit is dus te weinig voor de mixer) en zet dit 2 tot 2,5 uur afgedekt met folie weg op een warme plaats. Hierna moet het verdubbeld zijn in grootte.

Week de rozijnen, sukade en citroen in de rum en laat dit staan totdat het voordeeg goed is.

Wanneer het voordeeg voldoende gerezen is, kan je alle ingrediënten, behalve de boter en de geweekte vruchten, samen kneden tot een zeer slap deeg. Doe dit vooral met een mixer met deeghaken, of in een keukenmachine, want het is een onhandelbaar deeg, vanwege het vele vocht dat er nu inzit. Kneed dit 5 minuten door. Voeg daarna beetje bij beetje de boter toe en kneed door totdat het deeg als een bal van de kom loslaat. Kneed daarna de vruchten erdoor. Kijk uit dat een keukenmachine de rozijnen niet direct vermorzeld.
Leg de bal in een kom en laat dit weer 2 uur rijzen op een warme plek. Het moet dan weer twee maal zo groot zijn geworden. Druk het deeg plat om luchtbellen eruit te drukken en zet het de hele nacht afgedekt met folie in de koelkast.


De volgende dag hevel je het deeg over naar de bakvorm. Het wordt geen enorm brood, dus je kunt een kleine springvorm van 18 cm gebruiken. Ik had een rand van bakpapier erin gemaakt om het rijzen te steunen, maar zonder zou het ook wel gelukt zijn. Als je de dubbele of anderhalve hoeveelheid zou nemen, loont het wel om een hoog brood te maken en is zo’n rand wel handig.
Laat het weer 3 uur rijzen op een warme plek of zolang het nodig heeft om mooi te rijzen. Het zal ook in de oven nog wat verder rijzen.

Verwarm de oven voor op 200 graden (180 graden hetelucht, hoewel ik in dit geval geen heteluchtoven zou willen gebruiken). Zet het brood in de oven en draai de temperatuur terug naar 180 graden. Bak het brood in ongeveer een uur gaar. Steek er een satéprikker in om te controleren of het van binnen gaar is: als deze er droog uitkomt, is het klaar. Houd het brood wel in de gaten: waarschijnlijk moet je het halverwege afdekken met aluminiumfolie omdat het anders te donker wordt.


Oordeel van het smaakpanel: vooral de dames zijn er dol op.




8 december 2011

Capresetaart


Een geslaagd experiment met de gouden combinatie mozzarella en tomaat! Het is geïnspireerd op de bekende salade, maar het maakt een vrij machtig gerecht. Ik zou het daarom als klein hoofdgerecht voor vier personen serveren, maar dan wel met een uitgebreide salade erbij.

Capresetaart
recept voor 1 grote taartvorm

6 a 7 plakjes hartige taartdeeg (diepvries)
2 el groene pesto
200 gr mozzarella, in plakjes
200 – 250 gr kerstomaten
zout, peper, gedroogde oregano
handje vers basilicumblad, in reepjes gesneden

Verwarm de oven op 190 graden (160 graden hetelucht).

Bekleed een taartvorm met de plakjes taartdeeg. Bestrijk de bodem met wat pesto, maar houd het bij een beschaafd, dun laagje. De pesto mag straks niet overheersen. Verdeel daar de plakjes mozzarella over en bestrooi met zout, peper en wat gedroogde oregano. Verdeel er dan de gehalveerde tomaatjes over (of eventueel plakken gewone tomaat, maar dan wel zonder de pitjes, omdat het anders te nat wordt. In dat geval zou ik ze ook mooi om en om met de kaas neerleggen).

Bak de taart in 30 minuten gaar en bruin.

Strooi er voor het serveren het basilicum overheen.

Oordeel van het smaakpanel: ze kregen een pannenkoek en waren niet geïnteresseerd in ander aanbod.

5 december 2011

Crispy polenta chips


Aan het einde van de zomer at ik in een restaurant van Jamie Oliver, namelijk Jamie’s Italian in Oxford. En we houden het maar tussen ons, maar ik was als een kind zo blij. Het was bijna genant te noemen, hoe ik mijn geglunder moest zien te onderdrukken toen we het pand binnenkwamen. Mijn enthousiasme weerkaatste tegen alle muren en stralend zat ik aan de tafel alles in mij op te nemen. Ze zullen wel gedacht hebben dat ik zelden buiten de deur kwam, laat staan dat ik wel eens buiten de deur dineerde. Tja, ik denk dat ik een Jamie-fan ben…

En o jongens, die ‘creamy burrata’ als voorgerecht… Ik blééf er in, echt waar. En de rest was ook uitstekend. Geen gefrutsel met onherkenbaar voedsel als resultaat, maar gewoon een bord eten. Nou ja, Jamie dus: ik hoef hier in Nederland niets uit te leggen.
Een van de bijgerechten was ‘polenta chips’; blokjes polenta met een ‘crispy’ laagje en bestrooid met parmezaan. Hij heeft een bijna vergelijkbaar recept in zijn Italiaanse kookboek staan, maar ik voegde nog wat extra kaas toe. Het zijn lekker zoute blokken, die het ook goed bij een stoofpot zouden doen.

Crispy polenta chips
Recept voor 4 personen als bijgerecht

125 gr polenta (geen instant)
800 ml bouillon (tuinkruidenbouillon of doe er anders nog wat extra kruiden bij)
25 gr boter
75 gr pecorino, geraspt
olie voor de vorm + om in te bakken
handje extra polenta (droog)

Breng de bouillon aan de kook en roer de polenta erdoorheen. Blijf roeren totdat de polenta gaar is. Het is dan een dikke pap geworden. 
Nu is de regel dat je echt continu roert, maar je bent zo twintig minuten verder, en met zeer regelmatig roeren kom je er ook wel, ben ik achter. Houd het vuur laag en let wel op dat het niet aanbrandt. De polenta is gaar als de korrels zacht zijn: even proeven dus. Op de verpakking staat misschien dat het veertig minuten duurt, maar dat is overdreven.
Als het gaar is, de boter en kaas erdoor mengen.

Bereid een vorm voor door deze in te vetten met wat olie. Giet de polenta erin en laat het afkoelen en opstijven.

Snijd de plak polenta in blokjes of dikke staafjes. Wentel ze door een handje droge polentakorrels (niet te veel, het is voor een ‘crispy’ effect). Bak de blokjes bruin in een koekenpan met olijfolie.

Rasp er eventueel nog wat extra kaas overheen bij het serveren.


1 december 2011

Perfecte pannenkoeken (voor pakjesavond)


Ik maakte heel lang van die zuinige Hollandse pannenkoeken waar maar een paar eieren in gaan, maar de Fransen hebben niet voor niets de crêpe bedacht. Waarom zouden we die niet gewoon in een grote uitvoering bakken? Als je een fluweelzachte, soepele en smaakvolle pannenkoek kan maken, waarom zou je dan nog langer van die droge ondingen bakken? Nou ja, als het niets voor jullie is, dan zet ik het recept op zijn minst voor mezelf hier neer, voor het archief…

Het beslag is dus gewoon een flensjesbeslag, maar daarom is het ook zo zalig zacht. Er gaat bijna een doos eieren in, maar het resultaat is er wel naar. En gesmolten boter door het beslag is ook al zo handig; je hoeft haast niets meer aan de pan toe te voegen.

Dan alleen nog een tip voor Sinterklaas. Speculaaspannenkoeken. Voeg aan het beslag naar smaak speculaaskruiden, oploskoffie (een paar theelepels droge korrels dus. En zonder cafeine voor de kinderen, anders duurt pakjesavond ongewild wel heel erg lang) en een paar scheppen bruine suiker. En daar dus pannenkoeken van bakken:

Perfecte pannenkoeken
Recept voor ongeveer 15 grote pannenkoeken

225 gr bloem
675 ml melk
8 eieren (L)
90 gr gesmolten roomboter (plus wat extra voor het bakken)
1 tl zout

Meng alles met een mixer grondig door elkaar (ja, inclusief de boter). De boter zal weer in klontjes opstijven, maar dat is prima. Voor de eerste pannenkoek verhit ik wat boter in de pan, maar voor de meeste daarna voeg ik niets meer toe, omdat de boter al in het beslag zit. Bij een enkele kan je nog een likje toevoegen aan de pan voor het bakken als je denkt dat het wat te droog wordt.

Het beslag is zeer dun, dus het zal mooi uitvloeien in de pan (en dat gaat sowieso het beste in een vrij droge pan) en je hebt ook niet veel nodig.

Oordeel van het smaakpanel: ze applaudisseren en juichen als de stapel pannenkoeken op tafel komt. Dat zien we wel eens anders hier….



Dochter Zo vindt het wel wat...
(Nee, wij doen niet aan slabbetjes. Die vergeten we meestal.)