19 november 2018

Appel-yoghurtmuffins met havermout


Het was wel aardig van de baas om mij een presentje te geven, zomaar, omdat ze zo blij met me waren, maar vervolgens moet je online iets uitzoeken, bij een Amerikaanse bedrijf dat zijn brood verdient met het versturen van ‘bedankjes’. En dat bedankje moet dan he-le-maal naar Europa worden verscheept. Per roeiboot. Denk ik. Want ik mocht na drie maanden dan eindelijk de nieuwe Creuset muffinvorm (onder andere) in ontvangst nemen. Vandaag heb ik hem ingewijd met de appel-yoghurt-cakejes van Janneke Philippi uit haar boek “Appeltaart”. Ze zijn erg lekker: niet zo heel zoet, maar wel fris en luchtig, met kleine stukjes appel.


Appel-yoghurtmuffins met havermout
12 stuks, als je een muffinvorm gebruikt
Bron: Het boek Appeltaart van Janneke Philippi

2 eieren (M)
150 gram gewone suiker of witte basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
150 ml yoghurt
100 ml zonnebloemolie
250 gram zelfrijzend bakmeel
2 handappels
50 gram havermout
snuf zout

Ook nodig: een muffinvorm en/of papieren cakevormpjes

Verwarm de oven voor op 200 graden (of 180 graden hetelucht). Vet de muffinvorm in met wat zonnebloemolie, of doe er papieren cakevormpjes in. Je kunt natuurlijk ook gewoon alleen de vormpjes gebruiken, maar zet dan twee vormpjes in elkaar voor stevigheid, want anders valt het om en loopt je cakebeslag eruit.

Klop de eieren met een garde los met de suiker, vanillesuiker en een snuf zout. Roer de yoghurt en de olie erdoor. Spatel het bakmeel erdoor. Snijd de appels in hele kleine blokjes (niet te lomp a.u.b.). Ik schil de appels niet, maar ga je gang als je dat belangrijk vindt. Schep ze samen met de havermout door het beslag. Verdeel het beslag over de vormpjes. Je kunt er nog een beetje havermout overheen strooien; dat oogt enorm rustiek en gezond! :) 

Bak ze in de voorverwarmde oven in ongeveer 25 tot 30 minuten goudbruin en gaar. Ik test ze nog even door een sateprikker in het midden te steken; deze moet er weer schoon uitkomen.

Laat ze even afkoelen en haal ze dan uit de muffinvorm.



11 november 2018

Kaasgehaktballetjes (vegetarisch)



Worstjes of gehaktballetjes gemaakt van brood en kaas worden al heel lang gemaakt. In het Groot Vegetarisch Kookboek van Catenius van der Meijden uit 1912 wordt er bijvoorbeeld ook bruinbrood geprakt met kruiden en gekookt ei om ‘fopvlees’ te maken. Zonder kaas trouwens, maar laat dat nou net zo’n lekker korstje bakken. In Wales wisten ze dat wel. Daar maken ze al lange tijd soortgelijke worstjes, eerst uit armoede, omdat het simpelweg goedkoper was dan vlees, maar inmiddels wordt het gewaardeerd omdat het ook nog eens lekker is. Dit recept hieronder lijkt heel erg op die Glamorgan Sausages, die ik eerder blogde, maar ze zijn makkelijker. Deze prak of kneed je heel snel tot een deegje en het hoeft niet gepaneerd te worden. Ik heb er trouwens ook grotere ballen van gemaakt, maar die bevielen minder goed dan de kleintjes.


Kaasgehaktballetjes (vegetarisch)

150 gr bruin brood, gewoon met korst (ongeveer 5 sneetjes)
een sjalot of klein uitje, gesnipperd
een teen knoflook, gesnipperd
125 gram Goudse (vegetarische) kaas, geraspt (in ieder geval belegen, ouder kan ook)
3 eieren (M)
zout en peper
een handje verse kruiden, zoals peterselie of bieslook
een goede theelepel mosterd
een verkruimeld maggiblokje (de kubusjes zijn vegetarisch) of een likje Marmite (of wat Maggi uit een flesje, maar ik weet niet of er nog iemand is die dat gebruikt?)
olie of boter om te bakken

Bak de ui even kort op laag vuur tot het wat zachter is. Het hoeft niet bruin te worden. De knoflook voeg je in de laatste minuut toe. Snijd het brood in blokjes (gewoon met de korsten erbij). Voeg dan alles samen en prak of kneed dat tot een soort grof en nat ‘deegje’. Je moet er in ieder geval balletjes van kunnen rollen. Als het te droog is voeg je wat melk toe. Als het te nat is, kan er nog wat brood bij. Als je het nog even een half uurtje koud wegzet stijft het ook wat op en het brood neemt het vocht wat meer op.

Rol er walnootgrote balletjes van en bak ze rondom bruin in wat olie of boter in een koekenpan.



4 november 2018

Pasta met bloemkool, tomatensaus en kaas



Er is niets moeilijks aan, zo’n pasta als dit, maar elke ouder heeft wel plaats in het kookrepertoire voor een recept waarin een kilo groente kan worden verwerkt. Toch? De kinderen eten het hier in ieder geval zonder morren op.

Pasta met bloemkool, tomatensaus en kaas
Voor 3 a 4 personen

2 a 3 el olijfolie
1 grote bloemkool, in roosjes (ik had een heel grote kool van 1 kilo)
3 tenen knoflook, gesnipperd
1 (vers) laurierblad
een takje rozemarijn, de naaldjes gehakt (1 el) of eventueel 2 tl (gedroogde) tijm
zout en peper naar smaak
500 ml passata (gezeefde tomaten)
100 gr geraspte parmezaan
100 gr geraspte pittige kaas (oude Goudse bv)
400 gr pasta naar keuze

Verhit de olie in een grote braadpan en voeg de roosjes bloemkool toe, samen met de laurier, rozemarijn of tijm en de knoflook. Voeg tenslotte een scheut water toe en leg er een deksel op. Laat dit nu op middelhoog vuur gaar worden (15-20 minutes).

Als de bloemkool gaar is voeg je de gezeefde tomaten toe. Laat dit nog eens 15 minuten zachtjes pruttelen zonder deksel. Haal de laurier eruit en prak de bloemkool dan met een spatel in grove brokken. Breng op smaak met zout en peper.

Kook ondertussen de pasta gaar. Meng dan pasta en bloemkool samen, roer de kaas erdoor en serveer.



28 oktober 2018

Klassiek stoofpotje met spekjes, sjalot en appelstroop



Dit is echt een basisrecept voor zo’n geurig, verwarmend (want appelstroop en kaneel…) stoofpannetje met varkensvlees of kip. Op de foto heb ik het gemaakt met schouderkarbonade, welke heel langzaam wordt gegaard, zodat het vlees zoals bij pulled pork bijna uit elkaar valt. Maar het kan net zo goed met kip of konijn. Ik heb dit recept ook wel eens losgelaten op kippenbouten, welke ik aanbraadde in de pan, en daarna in een grote braadslede in de oven schoof. Hetzelfde principe kan je ook toepassen op konijnenbouten. Maar gebruik wel vlees dat lekker lang kan stoven. Dus geen kipfilet, jongens…

Nb. Procureur is schouderkarbonade zonder het bot, dus je kunt ook gewoon schouderkarbonade kopen en het bot eraf snijden.

Klassiek stoofpotje met spekjes, sjalot en appelstroop

1 kilo procureur of 1400 gr schouderkarbonade, waar je het bot vanaf snijdt (er gaat wel 400 gram vanaf) OF 6 grote kippenbouten zo’n 2,2 kg) of konijnenbouten, etc
olie of boter om te bakken
300 gr sjalotten, schoongemaakt en gehalveerd
50 gr roomboter
125 gr spekblokjes of rauwe ham in stukjes
200 ml rode wijn
1 pot (380 ml) wildfond
1 tl tijm
1/2 tl kaneel
3 el appelstroop
zout en peper
eventueel een laurierblad
2 el maïzena op het einde om te binden

Wanneer je karbonades of procureur gebruikt, snijd je dat vlees in kloeke stukken. Niet teveel vet wegsnijden; je hebt het nodig. Bak het bruin in wat olie of boter in een antiaanbakpan. Doe dat in 3 keer, zodat al het vlees contact met de pan maakt en je het mooi bruin kan bakken. Leg dus niet teveel vlees in de pan.
Als je kip of konijn gebruikt; braad de bouten ook aan in een koekenpan en hevel ze daarna over naar een braadslede of eventueel grote braadpan, als dat past.

Verhit de oven voor op 220 graden, zodat je goed heet begint, maar let op, als alles in de oven staat, breng je de temperatuur omlaag naar 150 graden (of hetelucht op 140 graden).

In een braadpan die straks in de oven kan bak je de sjalotten en spekjes in de roomboter. Als dat gefruit is leg je het aangebakken vlees erbij (kip gaat direct in de braadslede, want dat past waarschijnlijk niet in een pan).

Aan de pan met de uien voeg je vervolgens toe: de wijn, fond, tijm, kaneel, appelstroop, laurierblad, en breng op smaak met zout en peper. Schud de pot fond nog even schoon met 100 ml water en voeg dat ook toe. Als je kippenbouten gebruikt heb je misschien nog iets meer water nodig.

Zet nu de pan of braadslede (waar nu dus alles in is samen gevoegd) in de oven en zet deze op 150 graden. Dek af met een deksel of aluminiumfolie en laat het twee uur garen.

Als het klaar is roer je de maïzena los met wat water en roer je het door het vocht van de pan om te binden.


21 oktober 2018

Wortelsoep met een hint van anijs


Wat een verrassend recept was dat in de Delicious. Hun wortelsoep zag er geweldig uit en daagde uit met originele smaken van appel, gekonfijte gember en die snuf anijszaadpoeder! Heel interessant en heel erg in mijn straatje waar ik wel houd van wat brutale en opvallende smaken. Het origineel raadde ook nog aan om knoflookcroutons met verse dragon erbij te maken, maar ik verwachtte dat ik bij de anijshaters thuis al te ver ging met het anijszaad (dat ging goed trouwens; je proeft het, maar misschien alleen als je weet dat het erin zit), dus de dragon durfde ik niet aan. Ik ben dol op de anijsgeur ervan, maar ja…

En dat nog even iets over de kokosmelk. Ik zeg het vaker, maar ik had laatst weer een ontzettend vies blik kokosmelk van een goedkoop merk en heb toen gezworen dat ik voortaan gewoon aan mijn vaste merk trouw blijf. Van de supermarktmerken blijft dat het 250 ml tetrapakje van GoTan! Kies voor lekker, en niet voor de goedkoopste!

Wortelsoep met een hint van anijs
recept voor ongeveer 2½ liter soep (voor 4 personen als hoofdmaaltijd met brood)
gebaseerd op een recept van Delicious
ik gebruik grote theelepels van 5 ml (maatschepjes)

60 g roomboter
250 gr uien, fijngesneden
2 tenen knoflook, fijngesneden
450 gr wortels, geschild en in stukjes
1 liter groente- of kippenbouillon
1 rode paprika, fijngesneden
½ rode peper of een lik sambal oelek
1 grote appel, in blokjes
1½ tl kurkuma (geelwortelpoeder)
1½ tl anijszaadpoeder
½ tl nootmuskaat
2 bolletjes gekonfijte gember, in stukjes + 1 el gembersiroop uit het potje
400 ml goede kokosmelk (1 blik) of 2 pakjes van 250 ml van GoTan

Verhit de boter in een soeppan en voeg uien, paprika en knoflook toe. Bak op niet te hoog vuur 10-15 minuten, totdat de uien goudbruin kleuren. Blijf goed over de bodem roeren.
Voeg de wortels, bouillon, rode peper of sambal, appelblokjes, specerijen, gember en gembersiroop toe en laat dit 20 minuten zachtjes koken.
Pureer de soep heel glad met een blender (waarschijnlijk in twee keer) of met een staafmixer. Voeg tenslotte de kokosmelk toe en warm het door. Breng op smaak met zout.