17 juni 2018

Hongaarse bloemkoolsoep - Karfiolleves



Ach ja, wat is 'mooi'… Ik was nog blij verrast met mijn eigen foto, maar als je dit gerecht opzoekt op Google (‘karfiolleves’) dan kom je alleen maar angstaanjagende foto’s tegen van hompen bleke groente in een even bleke bouillon. Terwijl het heus wel wat kan worden: de geroosterde bloemkool wordt in een bouillon gepureerd met paprikapoeder, knoflook en citroenrasp. Erbij komen kleine Hongaarse noedeltjes, welke je maakt door een dik pastabeslag door een vergiet in kokend water te drukken. Die pastaklontjes worden vervolgens gebakken in de koekenpan. Lekker hoor, met dikke yoghurt en dille erbij.

Hongaarse bloemkoolsoep
recept voor 4 personen

nodig voor de soep:
100 gr roomboter
1 kg bloemkool, in roosjes (je kunt ook de stam in stukjes snijden)
4 tenen knoflook, gesnipperd
1 el gedroogde tijm
1 el milde (Hongaarse) paprikapoeder, plus extra om te serveren
½ tl cayennepeper of chilipoeder
rasp van 1 citroen
1 ui, gesnipperd
1,5 liter groente- of kippenbouillon

nodig voor de ‘nokedli’ (noedels – op de foto zie je ze op de voorgrond in de soep):
150 gr bloem
2 eieren, geklutst
zout
beetje olijfolie

verder:
serveren met zure room of Griekse yoghurt
gehakte peterselie en dille (van elk een handje in totaal. Ik week uit naar bieslook en peterselie)

Begin met de noedels: meng de bloem met een theelepel zout en daarna met de eieren en 100 ml koud water, tot een soort beslag.
Breng een grote, brede kookpan met gezouten water aan de kook. Houd er een vergiet boven (en dus niet een zeef, ik zeg het maar even) en giet de helft van het beslag in de vergiet. Het beslag zal door de gaten lopen en in het kokende water tot een soort druppels of sliertjes gaar koken. Help het beslag een beetje door het er door te drukken met een spatel of bolle kant van een lepel. Kook de noedels gedurende 1 a 2 minuten. Als ze drijven zijn ze gaar. Schep ze eruit, laat goed uitlekken en kook ook de andere helft van het beslag. Wentel de noedels in wat olijfolie en leg ze op een bord. Zet dit tot gebruik afgedekt in de koelkast. Je kunt dit prima een paar uur van tevoren al doen.

Voor de soep verhit je eerst een oven tot 180 graden hetelucht (200 graden conventioneel). Smelt 50 gram boter in een pannetje en meng dat in een kom met de bloemkoolroosjes, de helft van de knoflook, de tijm, paprikapoeder, cayennepeper en citroenrasp. Meng het goed, breng op smaak met zout en spreid de bloemkool uit over een grote bakplaat, bekleed met bakpapier. Rooster de groente in de oven tot het bruine plekken krijgt (40 a 45 minuten).

Verhit 30 gram boter in een grote soeppan en fruit daarin de gesnipperde ui. Fruit daarna de knoflook nog een minuut mee en voeg daarna de bouillon toe. Breng dit aan de kook. Voeg de geroosterde bloemkool er aan toe, maar bewaar wat bloemkool om te garneren op het bord. Laat de soep nog 15 minuten zacht pruttelen om de smaken te mengen en pureer hem dan met een staafmixer of blender.

Het laatste restje boter, 20 gram, gebruik je om de noedels te bakken. Bak ze enkele minuten in de boter tot ze kleuren.

Serveer de soep met de noedels, de apart gehouden bloemkool (even kleiner gesneden!), zure room of yoghurt, kruiden en een snufje extra paprikapoeder voor het oog.




12 juni 2018

Groene couscoussalade met vegetarische köfte en gegrilde abrikozen


Lekker zomers als salade, maar je kunt de couscous ook warm eten. De vegetarische balletjes heb ik al vaker gemaakt en het voordeel is dat ze gemakkelijk qua smaak zijn aan te passen, maar het nadeel is wel dat ze veel kleine hoeveelheden nodig hebben, zoals de wortel en een kwart paprika, zodat je met restanten blijft zitten. Maar wanneer ik de balletjes eet als vleesvervanger, dan maak ik er vaak een mengelmoesje aan groente bij, waar die restjes ook in verdwijnen. Bijvoorbeeld tuinbonen uit de diepvries. Die gaan bij gefruite uienringen, de rest van de paprika en wat extra blokjes wortel (foto onder). En trouwens, het restant (gebakken) paprika kan je ook prima in deze couscous kwijt.


Trouwens, ik zeg het maar even, die abrikozen zijn de ster van het gerecht… Ze zijn er erg fijn bij!

Groene couscoussalade met vegetarische köfte en gegrilde abrikozen
Recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

Voor de couscous:
200 gr instant couscous
1 teen knoflook, gesnipperd
2 handen gehakte, verse kruiden, zoals munt (niet teveel), basilicum, koriander (graag!) en/of peterselie
zout naar smaak
1 mini-blikje kikkererwten (130 gr uitlekgewicht)
bosje lente-ui, in ringetjes
goede scheut olijfolie
fijn geraspte schil van 1 citroen
2 tl harissa
1 stronk broccoli

Verder erbij serveren:
gehakte pistachenootjes ofzo (ik had nog pijnboompitten staan en gebruikte die)
Dikke (Griekse) yoghurt
Gegrilde abrikozen (zie onder)
en natuurlijk de balletjes – het recept volgt hieronder

Doe de couscous in een grote saladekom en giet er 400 ml kokend water bij. Roer het even door zodat het niet 1 klomp wordt en zet het enkele minuten weg. Ik schep het tussendoor ook nog even om.
Kook de broccoli in korte tijd gaar en spoel af met koud water. Laat goed uitlekken. Hak het daarna in kleinere stukjes. Voeg tenslotte alle andere ingrediënten toe en meng het tot een salade.

Vervolgens de balletjes maken en dat gaat als volgt:

Vegetarische köfte:

50 gr rode linzen (die koken tot pulp)
100 gr amandelen (of amandelmeel bij gebrek aan een keukenmachine)
50 gr gehakte ui
3 tenen knoflook
50 g rode paprika
100 g wortel
50 tot 100 gr gewone havermout
2 el sojasaus van het type Kikkoman (30 ml dus)
zout en peper
2 el bloem
1 hand gehakte peterselie
1 groot ei (L)
1 el ras el hanout
1 tl harissa
olijfolie om te bakken

Kook de linzen in ruim water gedurende 20 minuten. Ze zijn dan kapot gekookt. Giet ze af en doe ze in een mengkom.

Pak de keukenmachine erbij en hak de amandelen behoorlijk fijn. Wanneer je geen machine hebt, zijn die amandelen je grootste struikelblok en ik zou uitwijken naar amandelmeel… Snipper de ui, knoflook, paprika en wortel in de machine erbij of hak het fijn met een mes (het resultaat zie je in de foto hieronder). Voeg dan de linzen, havermout en sojasaus toe aan de amandelen en groente. Breng op smaak met zout en peper. Meng de bloem door het ‘gehakt’, samen met de eieren en peterselie. Laat het gehakt een half uur rusten en beoordeel dan pas de consistentie. Als het te dun is, voeg dan wat meer havermout toe. Je wilt een redelijk stevig deegje hebben, een beetje zoals normaal gehakt. Slapper deeg maakt ook nattere balletjes en die hebben minder ‘bite’.

Het mengsel van amandel en groente - fijn, maar niet te fijn

Verhit de olie (niet al te zuinig) in een koekenpan en vorm balletjes ter grootte van een walnoot en bak ze rondom bruin. Ik maak er twintig van dit formaat. Verdeel het in twee keer bakken en bewaar desnoods de eerste balletjes in een lauwe oven. Ze zijn koud trouwens ook lekker, hoor.

De abrikozen tenslotte zijn simpel: je moet ze gewoon doorsnijden en kort op een ingevette grillpan grillen. Ik denk dat je ze ook wel in een koekenpan kan bakken; alleen op de snijkant en bak ze niet te lang, want dan worden ze te zacht.



4 juni 2018

Stroganoff pasta met champignons en spinazie



We hebben er even op moeten wachten (8 a 9 jaar), maar er wordt door de kinderen niet meer gemekkerd over champignons! De zwammetjes moeten natuurlijk wel lekker worden gebakken, want niemand houdt van bleke, half gegaarde, dikke hompen champignons, maar verder houdt niets ons meer tegen! Hoera!

Wat betreft bleke champignons; ik hield zelf eigenlijk wel van rauwe champignons. Heel dun gesneden op een salade van groene blaadjes, met wat parmezaan en een gekookt ei in plakjes. Maar dat schijnt ook al niet meer te mogen. Rauwe champignons bevatten naar het schijnt een gif welke alleen door verhitten wordt afgebroken. Dat ene plakje in die salade zal geen kwaad kunnen, maar toch…

Enfin, ik maakte een pasta voor ze met champignons en spinazie. De link met stroganoff komt van de saus van crème fraiche, tomatenpuree en paprikapoeder natuurlijk, maar verder moest dit recept ook gewoon een naam hebben, dus u hoeft niet te mailen dat de uitvinder van de stroganoff het heel anders bedoeld heeft. Ik ben niet heel erg streng met dat soort dingen. Als het lekker is, is het al snel goed bij mij.  

Stroganoff pasta met champignons en spinazie
recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

350 gr pasta naar keuze
Klontje boter of scheutje olie
1 ui, in dunne, halve ringen
1 teen knoflook, gesnipperd
1 tl tijm
400 gr champignons, in plakjes
Zwarte peper naar smaak

Voor de saus:
40 gr roomboter
40 gr bloem
500 ml groente- of tuinkruidenbouillon
200 ml crème fraiche
1 pak diepvries BLADspinazie (450 gr), ontdooid en wat uitgeknepen
35 gr tomatenpuree (1/2 miniblikje à 70 gr)
1,5 tl zoete paprikapoeder
Serveren met geraspte kaas naar keuze

Kook de pasta gaar in ruim water (ook in een grote pan).

Bak de champignons en ui bruin in wat boter of olie. Ze laten eerst alleen water los, maar je moet gewoon even volhouden en de plakjes echt lekker bruin bakken. Voeg de knoflook in de laatste minuut toe. Breng op smaak met zwarte peper en de tijm.

Voor de saus smelt je de 40 gram boter in een kookpan. Roer de bloem erdoor, bak dit een minuut op laag vuur en voeg dan de bouillon in porties toe. Roer de saus met een garde steeds glad. Wanneer de saus mooi gebonden is, voeg je ook de tomatenpuree en paprikapoeder toe. Voeg daarna de crème fraiche en spinazie toe en warm het goed door. Tenslotte voeg je alles (champignons, pasta en saus) samen in de grootste pan en meng het door elkaar.

Serveren met geraspte kaas.


27 mei 2018

Cashewnoten met sojasaus


Ik maakte deze cashewnoten ooit als onderdeel van een hoofdmaaltijd, maar om heel eerlijk te zijn waren de noten de ster van het hele gerecht. Cashewnoten staan erom bekend dat ze vocht opslurpen. De veganistische wereld maakt daar bijvoorbeeld ook dankbaar gebruik van; als je de noten in water legt, kan je ze na een aantal uur vermalen tot een romige saus. Maar goed, in dit geval week je ze in sojasaus. Wanneer je ze daarna roostert, veranderen ze in zoutige cashews met extra smaak. Die eet je natuurlijk als snack, maar in de foto hieronder zie je ze dus ook als krokante afleiding bij gebakken aardappelkoekjes met sesam.


Sojasaus-cashewnoten

Schep 200 gram ongebrande en ongezouten cashewnoten om met 2 el (30 ml) Kikkoman sojasaus. Dek het af en laat dit minimaal 6 uur staan, waarbij je het af en toe omschept. Hierna zal de sojasaus moeten zijn opgenomen door de noten.

Verhit de oven voor op 150 graden (of 140 graden hetelucht) en spreid de noten uit op een bakplaat, bekleed met bakpapier, en bak ze gedurende 25 tot 30 minuten. Schep het af en toe om. Na het bakken zijn ze nog iets zacht, maar ze worden vanzelf weer knapperig bij het afkoelen.


20 mei 2018

Bananencake met rabarber en rozemarijn


Achter onze vijver staan twee rabarberplanten. Het is een ideale plek voor het mooie, grote blad, want het hangt zo mooi over het water heen. En wie de plant lekker met rust laat en niet verplaatst, wordt beloond met steeds meer stelen, welke je rond deze tijd kan afsnijden. Van de groente (want dat is het eigenlijk) kook je natuurlijk moes, maar het is ook heel goed te gebruiken in taarten of chutneys, en er zijn ook wel hartige gerechten met rabarber te maken. Op dit blog maakte ik eerder al een rabarbercrumble met aardbei, van Yvette van Boven, en een barbecuesaus met rabarber (‘ra-bbq’!)

Als je een plant in het tuincentrum koopt, let dan eens op de verschillende varieteiten, want sommige soorten hebben rodere stengels dan andere, en dat is culinair gezien vaak mooier.

nb. in plaats van rozemarijn zouden stukjes stemgember ook heel goed in dit recept passen!


Bananencake met rabarber en rozemarijn

125 gr zachte roomboter
225 gr suiker
250 gr eieren (ongeveer 4 middelgrote eieren (M))
Snuf zout
1 tl kaneel
optioneel: 1 tl verse rozemarijn, heel fijn gehakt (of ½ tl gedroogde rozemarijn)
250 gr rijpe banaan (=2 grote bananen zonder schil), geprakt
350 gr zelfrijzend bakmeel
350 gr rabarber, in dunne schijfjes van 0,5 cm

bron: pixabay

Mix de boter romig met de suiker en mix er daarna de eieren door. Voeg zout, kaneel en rozemarijn toe, en mix er daarna de bananen doorheen, zodat je een redelijk fijn mengsel krijgt.
Schep het bakmeel erdoor en daarna de rabarber.

Verwarm de oven op 175 graden (160 graden hetelucht).

Bekleed een grote cakevorm (ik had er eentje van 30 cm lang) met bakpapier OF beboter de vorm, en giet het beslag erin. Bak de cake een uur en test het daarna met een sateprikker; als je deze in het midden steekt en hij komt er schoon uit, dan is de cake klaar.