1 februari 2016

Bastogne truffels


Een collega trakteerde ons tijdens een kraamfeest op deze truffels, waardoor ik direct de ingrediënten bij haar ging losweken. Wat zat er toch in deze heerlijke hapjes?? Anijs? Zweedse peperkoek…? In mijn hoofd werd het steeds interessanter. Nee joh, gewoon bastognekoeken!, riep ze vervolgens.

Oh.

Achter mijn laptop was de bron snel gevonden en haast tot mijn teleurstelling bestonden de truffels uit slechts 3 ingrediënten. Ik had ze wat verfijnder voorgesteld… Maar goed, ze zijn verdomd lekker, dus ik heb ze een paar dagen later op het feestje van Kleine Chef (de jongen is zeven geworden, hiephiephoera!) toch ook gemaakt. En dat moet u ook eens doen. Het zijn van die dingen waarvan je er maar moeilijk slechts eentje kan eten…


Bastogne truffels
Het origineel maakt hiervan 16 truffels, zo groot als een soesje, maar ik vond ze flink machtig, en maakte iets kleinere exemplaren. Ik kwam uit op 24 truffeltjes. In het andere recept worden ook stukjes chocolade in de vulling gebruikt. Die heb ik achterwege gelaten.

1 pak Bastogne koeken (260 gram)
1 pakje Monchou (100 gram)
200 gram melk, pure of witte chocola (het origineel gaat uit van 350 gram, maar dan moet je wel heel veel weggooien – zie tip in het recept)



Eventueel kan je de truffels nog versieren: mijn collega had heel passend blauwe muisjes erop gedaan en het originele recept doet er wat koekkruimels op. Ik had toevallig van een andere taart nog wat witte gesmolten chocolade over en versierde het daarmee.

Maal de koeken helemaal fijn tot hele fijne kruimels. Dat gaat het beste in een keukenmachine, maar je kunt de koek ook in een plastic zak doen en ze met een deegroller helemaal fijn rollen/stampen. Als je wilt, houdt je 2 eetlepels apart om de truffels mee te versieren. Doe de Monchou erbij en meng of kneed het tot een vast en glad ‘deeg’. Rol er balletjes van, zo groot of klein als je wilt, en leg ze zeker een uur in de koelkast (afgedekt).

Dan de chocolade: ik gebruikte een kom die van boven wijd is, maar van onder heel taps toe loopt. Op die manier maak je een chocoladebadje waarvoor je maar weinig chocolade nodig hebt. Met een wijdere schaal moet je gewoon meer chocolade smelten om goed te kunnen dippen. Op deze manier had ik meer dan genoeg aan 200 gram chocolade. Meneer heeft daarna zelfs nog met de jongste dochter hun eigen feestje gevierd met fruit en hun ‘chocoladefondue’ die over was…
Enfin, smelt de chocolade au-bain-marie (,in een kom bovenop een pan met een laagje net niet kokend water), dip de balletjes in de chocolade en leg ze op een bord bedekt met bakpapier. Je kunt hier twee vorken voor gebruiken wanneer je net als ik niet van die handige hulpjes hebt voor het maken van bonbons. Versier de truffels als je wilt en laat de chocola helemaal hard worden. Zet ze daarna in de koelkast. Koud vind ik ze ook het lekkerst. Op kamertemperatuur gaat de vulling een beetje plakken.


 

28 januari 2016

Japanse udon noedels met witte kool, sesam en een pindasausje


“Wat zijn dat?!”
“Gekookte wormen. Hoezo?”
“Dat eet ik niet!”
“Eerst even proeven, okee?”

Kleine Chef had grote twijfels en zette zich schrap tegen de tafelrand, klaar om zijn stoel in één ruk naar achter te schuiven.  Maar het commentaar verdween als sneeuw voor de zon na zijn eerste hap. Ah, pasta met een soort satesaus? De sliertjes kool nam hij op de koop toe. En het sesamzaad had ik al wijselijk achterwege gelaten op hun borden. Zaadjes zijn voor vogels. Vinden zij.

Udon noedels koop je gewoon bij de AH of een toko en ik koop het liefste de dikke soort (denk aan spaghetti, maar dan twee of drie keer dikker). Die voldoet het meeste aan het beeld van 'comfort food'. Verder moet de saus niet te aanwezig zijn. Een beetje is lekker, teveel is overkill.

Udon noedels met witte kool, sesam en een pindasausje
recept voor 3 personen, of 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

1 el neutrale olie (arachide-, zonnebloemolie)
2 tl sesamolie
1 of 2 tenen knoflook, gesnipperd
300 gr witte kool, in fijne sliertjes (of Chinese- of spitskool, maar die moeten wel korter bakken dan gewone kool)
250 gr schoongemaakte wortels, in julienne gesneden
300 gr udon noedels
2 el sesamzaadjes

Voor de saus:
50 ml ketjap manis
50 ml water
30 ml rijstazijn of droge sherry (sherry heeft eigenlijk mijn voorkeur...)
100 gr pindakaas
1 el sesamolie
sambal oelek of een andere hete saus naar smaak

Verhit de olie en sesamolie in een wok. Bak daarin de kool en wortel tot ze gaar zijn. Voeg wat water toe wanneer het te droog wordt. Wanneer je een andere koolsoort gebruikt die korter moet koken, kan je eerst de wortel half gaar bakken en dan de kool toevoegen. Pas aan het einde de knoflook toevoegen, want die verbrandt heel snel.

Maak de saus: Voeg alles samen en meng het. Dat gaat makkelijker wanneer je het wat verwarmt in de magnetron.

De noedels gaar koken in een andere pan. Voeg ze daarna toe aan de groente, samen met de saus. Nog even doorwarmen en het is klaar. Op het bord garneren met wat sesamzaad.



24 januari 2016

Boerenkoolstamppot Bombay


Als ze in India boerenkoolstamppot zouden maken, dan zouden ze het vast zo doen.

We zijn hier nogal bezig met Indiase recepten, maar dat komt ook een beetje door Kleine Chef, die er erg gek op is. Toen hij laatst zeven werd, mocht hij natuurlijk het avondeten kiezen op zijn verjaardag. En hij koos Indiaas – opgehaald bij het Indiase restaurant. Hij vindt al die bakjes erg interessant. De meiden zijn minder geïnteresseerd, maar als de jongste binnen komt lopen na schooltijd en zegt: “Oh, ik ruik het al: Indiaas…”, dan ben ik toch ook wel trots. :)

Ik maak eerst een soort gebakken tomatensaus die goed op smaak wordt gebracht met de bekende Indiase smaken: gember, komijn, peper, garam masala, knoflook, etc. Het is eigenlijk de basis van Indiase dhal, maar dan zonder de linzen. Deze basis wordt door een boerenkoolstamppot geroerd. Erg simpel dus, maar toch heel anders.

Wanneer je vaker Indiaas kookt, moet je echt een pot ghee thuis hebben staan. Het heeft een aparte geur en smaak, en maakt het gerecht toch tot iets anders als dat je een olie gebruikt. Gebruik dan wel een boterghee – ook in India hebben ze nepghee (zeg maar 'margarine-ghee').


Boerenkoolstamppot Bombay
Recept voor 5 of 6 personen (volwassenen dus; ik kookte voor twee dagen omdat Meneer weg was de dag erna…Ik at de rest op met de kinderen)

nb. Ik gebruik grote theelepels van 5 ml

Voor het tomatenmengsel:
3 el olie of ghee
1 el komijnzaadjes
1 kleine ui, gesnipperd
fijn gehakte rode peper of wat sambal oelek naar smaak (zolang de kinderen het trekken: je kan er flink wat in kwijt, want je maakt een grote pan stamppot!)
2 a 3 cm verse gember, gehakt
3 tenen knoflook, heel fijn gesnipperd
400 gr (1 blik) tomaatstukjes
¾ tl kurkuma
1 tl garam masala
1½ tl korianderpoeder
zout en peper

De ghee of olie verhitten in een braadpan of hapjespan. Voeg de komijnzaadjes toe en bak dit 20-30 seconden. Voeg de ui, chili of sambal, en gember toe. Bak dit 4 a 5 minuten totdat het bruin begint te kleuren en voeg dan ook de knoflook en tomaatstukjes toe. Roer goed door.

Voeg de specerijen en 100 ml water toe. Breng op smaak met zout en laat het 20-30 minuten zacht pruttelen. Het mengsel zal droger worden en de olie zal weer vrijkomen. Het meeste vocht moet verdampt zijn.

Verder voor de stamppot:
1300 gr geschilde (iets) kruimige aardappels
1 pak boerenkool (450 gr) uit de vriezer
melk
zout

Wij aten er ook de vegetarische Burger Deluxe van Tivall bij (alleen te koop bij AH). Wat mij betreft de beste vleesvervanger. Piccalilly is voor mij een must bij boerenkoolstamppot en gaat heel goed samen met de Indiase smaken. Een paar zilveruitjes kon ik ook niet negeren…

Voor de stamppot kook je de aardappels in gezouten water gaar. Verhit de boerenkool uit de diepvries in een aparte pan en kook dit enkele minuten. Stamp de aardappels fijn en voeg (warme) melk toe om een stevige puree te maken (het tomatenmengsel voegt zo ook nog vocht toe, dus houd het iets droger). Voeg de uitgelekte boerenkool toe, en ook het tomatenmengsel. Desnoods nog een scheutje melk toevoegen en roer alles dan tot een smeuïge stamppot. Aan tafel!

nb. Ik warm de melk nooit apart op: ik giet een flinke scheut melk bij de afgegoten aardappels die op het vuur staan, wacht een momentje en begin dan met stampen. De melk wordt snel warm in de hete pan.



21 januari 2016

Gebakken knolselderijballetjes met rozemarijn-tomatensaus


Och, ik miste misschien wat kaas, maar we aten dit de dag na 2e kerstdag en het moest allemaal even wat soberder. Beetje minder vet enzo, en we hadden de dag ervoor nog uitbundig en met volle overgave 'gekaasfonduet'… (ja, verbeter de spelling maar hoor, als u wilt. Ik weet het ook even niet.) Maar de balletjes waren zo eigenlijk ook heel goed. Volgende keer zal ik nog eens proberen om er wat parmezaan door te mengen. Hoe dan ook, de structuur is heel goed. Lekker stevig vanwege de havermout. De smaak is vrij zacht en daarom doen ze het erg goed in de tomatensaus. Die hoort er echt bij. Al met al een goed recept, want die 850 gr knolselderij schoon aan de haak ging in één keer op, zonder geknor aan tafel. En daarmee is het een typisch Eerst Koken recept. Nou ja, en misschien een harde, geraspte kaas toevoegen voor de moeilijkere eters. Kaas maakt vaak veel goed...

De inspiratie komt van een Zweeds blog, maar de originele receptuur klopte van geen kanten, dus de interpretatie is van mij. Foto’s maken kan die dame dan wel weer goed. Dus als u knolselderijballetjes vanuit allerlei verschillende posities wilt zien, of in verschillende stadia van het kookproces, dan moet u hier zijn.  


Gebakken knolselderijballetjes met rozemarijn-tomatensaus
recept voor 3 personen, of 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

Voor de balletjes:
1 knolselderij van 1 kilo
2 eieren (L)
170 gr gewone havermout
30 gr bloem, of een ander soort meel naar keuze
zout en peper naar smaak
een takje rozemarijn, de naaldjes fijngehakt
olijfolie om te bakken

Voor de saus:
3 grote tenen knoflook, gesnipperd
een takje rozemarijn, de naaldjes fijngehakt
2 blikken (van 400 gr) gepelde tomaten, tomaatstukjes of gezeefde tomaten - maakt niet uit, het gaat toch stuk
zout en peper naar smaak

300 gr pasta
parmezaan om erbij te serveren

Snijd de knolselderij in kwarten en schil hem. Ik hield 850 gram over van een knolselderij van 1 kilo. Rasp de knol met een grove rasp. Doe het in een pan, giet er water bij tot halverwege de groente, samen met wat zout en kook het in 10 minuten gaar. Laat de knolselderij goed afgieten in een vergiet en knijp het ook een beetje uit. Het moet echt niet meer nat zijn. Laat de groente even wat afkoelen. Voeg dan de eieren, zout, peper en rozemarijn toe. Meng het goed. Meng er daarna ook de havermout en bloem door. Zet het 20 minuten in de koelkast.

Verwarm de oven op 200 graden hetelucht (hetelucht werkt hier het beste – zet hem op 220 graden voor een conventionele oven).

Rol het mengsel in kleine balletjes ter grootte van een walnoot (zo’n 2,5 – 3 cm). Ik maakte 40 balletjes. Het mengsel moet goed samen te drukken zijn. Wanneer het nog te nat is kan je wat extra havermout toevoegen. Leg ze op een grote bakplaat, op een vel bakpapier. Giet er een goede scheut olijfolie overheen en rol/schud de balletjes door de olie. Bak de balletjes ongeveer 40 minuten in de oven. Na een kwartier moet je ze keren en daarna regelmatig nog eens omschudden. Wanneer ze bruin worden kan je ze heel makkelijk omrollen of omschudden; eenmaal gaar zijn ze behoorlijk stevig en niet kwetsbaar.

Dan de saus: verhit een scheut olie in een pan en fruit de knoflook en rozemarijn 2 a 3 minuten op het laagste vuur. Het mag niet kleuren, alleen maar wat garen bij zeer laag vuur. Doe de tomatensaus erbij. Wanneer je gepelde tomaten uit blik gebruikt, moet je die (met je handen) stuk knijpen. Breng op smaak met zout en peper. Laat dit rustig pruttelen tot de balletjes klaar zijn.

Kook ondertussen ook de pasta gaar. Serveer het tenslotte samen met wat geraspte parmezaan.




17 januari 2016

Vegetarische erwtensoep met mosterd en appelpannenkoek



Erwtensoep is heus niet alleen een Hollandse wintersoep. Ook in Scandinavië wordt het volop gegeten. Met een pannenkoek erbij of erna heb je een zeer traditionele combinatie te pakken. Ze gebruiken er alleen gele erwten voor, in plaats van de groene die bij ons gebruikelijker zijn. In het recept hieronder maak ik de soep dus ook met gewone, groene spliterwten, maar de AH verkoopt die gele erwten ook. Verder doen de Noren er vaak ook wat andere groente en aardappel in, maar in Zweden en Finland is dat weer niet gebruikelijk. Bij ons is het vlees in de erwtensoep maar moeilijk weg te denken, maar in deze vegetarische versie, welke opgefleurd wordt met kruiden en flink wat mosterd, gaat dat prima.

Nu kan je er gewone pannenkoeken bij bakken, maar je kunt ook een grote, dikke pannenkoek bakken in de oven. En eigenlijk lijkt dat helemaal niet meer op een gewone pannenkoek. Zo’n ovenpannenkoek is wel 3 cm dik en souffleert in de oven tot het dubbele daarvan (om buiten de oven ook weer abrupt in te zakken). Het midden blijft zacht en ‘fluffy’ als een omelet. In de Verenigde Staten kennen ze hem ook wel als Dutch Baby en in Engeland is de ongezoete variant natuurlijk gewoon hun Yorkshire pudding… Hoe dan ook, de lichtzoete appelpannenkoek gaat hand in hand met de erwtensoep, die zoiets zoets wel weet te waarderen.
U kunt de pannenkoek ook in individuele vormpjes bakken. Hou ze dan goed in de gaten. Wellicht zijn ze al met 20 minuten klaar. Vul de vormpjes ook niet hoger dan de helft, want het beslag rijst behoorlijk.



Erwtensoep en appelpannenkoek
Bron: Mat&Venner 1/2015, een Noors receptentijdschrift
recept voor 4 personen

Voor de soep:
500 gr spliterwten
2 liter water
1 flinke tl gedroogde majoraan of oregano
1 flinke tl gedroogde tijm
2 laurierblaadjes (liefst vers)
2 kruidnagels
1 grote ui, gesnipperd
1 winterwortel (zo’n 200 gr geschild gewicht)
4 el mosterd
1 el suiker
zout en peper
het liefste nog met wat worchestershiresaus (die bestaat eventueel ook als vegetarische variant)

Was de erwten en doe ze in een grote pan. Giet de 2 liter water erbij. Doe hier de kruiden, laurierblaadjes en kruidnagels bij, en ook de gesnipperde ui en de wortel, welke je in reepjes snijdt. Laat dit zeker twee uur pruttelen met de deksel erop. Wanneer er schuim op komt, kan je dat eraf scheppen. Haal na twee uur de deksel eraf en breng de soep op smaak met de mosterd, wat suiker, zout, peper en liefst ook een royale scheut worchestershiresaus. Laat het nog wat inkoken als het wat dikker mag worden, of voeg wat water toe als het wel wat dunner kan.

Dan de pannenkoek uit de oven:

Maak een beslag van:
150 gr zelfrijzend bakmeel
een goede snuf zout
600 ml melk
3 eieren (L)

Verhit de oven voor op 225 graden (of 200 graden hetelucht).

Schil 4 of 5 appels en haal het klokhuis eruit. Snijd elke appel in 8 parten. Verhit een klontje roomboter in een grote koekenpan en doe de appel erbij, samen met 2 eetlepels suiker en een goede theelepel kaneel. Schap dit even om en bak de appel tot de stukken wat zachter worden. Zet het daarna apart.

Vet een ovenvorm van ongeveer 20 x 30 cm in met wat boter en giet het beslag erin. Schik de appel erin en zet de schaal in de oven. Bak de pannenkoek zo’n 30 minuten of totdat het mooi bruin is, flink gerezen, en het midden ook goed gaar is. Wanneer je hem uit de oven haalt zal hij ook weer wat inzakken trouwens. Niets aan te doen en het maakt ook niet uit. Warm serveren bij de soep!