30 juni 2015

Pistache roomijs


Kijk, zo ziet pistache-ijs er nou uit wanneer je er geen kleurstoffen bij doet. Nu waren mijn pistachenoten niet zo mooi groen als ik ooit eerder kocht (foto onder), want dan was het ijs toch ook groener geweest, maar toch… Koop de noten in ieder geval ongebrand, want dan zijn ze groener.




Pistache roomijs

100 gr van de groenste pistachenootjes die je kunt vinden (ongebrand, gedopt en ongezouten)
100 gram suiker
300 ml halfvolle melk
300 ml slagroom
4 eierdooiers (L)
eventueel snufje zout

Voor een iets minder vet ijs kan je ook 400 ml melk gebruiken met 200 ml slagroom, maar ik zou dan persoonlijk nog een eierdooier toevoegen

Begin met de noten: maal de gedopte noten zo fijn mogelijk. Dat kan je samen met de suiker doen wanneer je een keukenmachine gebruikt, of je stampt ze fijn in een vijzel. Het lukt vast ook door ze (heel erg) geduldig fijn te hakken met een mes…


Verhit de room en de melk in een pan tot bijna kokend. Laat de gemalen noten en de suiker daar enkele minuten in trekken.

Roer de eierdooiers los in een grote kom. Giet er dan in een heel dun straaltje de hete melk in, terwijl je de eierdooiers klopt met een garde. Het moet langzaam gaan, want anders verhit je de dooiers teveel en dan zit je met roerei. Wanneer zeker de helft van de melk en room bij de dooiers is gegoten, kan je alles samenvoegen in de pan en terug op het vuur zetten. Roer het goed en verhit het mengsel op laag vuur tot het gebonden is. Dit zal vijf tot tien minuten duren. Het wordt geen dikke vla met slechts 4 eierdooiers, maar wanneer je er een lepel in steekt en met je vinger over de bolle kant veegt en de lepel schuin houdt, dan moet de streep zich niet meer vullen. Een snuf zout haalt de smaak wat verder op.

Laat de vla helemaal afkoelen en bewaar hem daarna in de koelkast. Wanneer het goed koud is, en het is het liefste zo’n drie uur voordat je het ijs wilt eten, dan kan je het ijs draaien in een ijsmachine. Laat het ijs daarna verder opstijven in de vriezer.




26 juni 2015

Pizza van Tante Fanny met gepofte knoflook en fontina


Ik ontving een rol pizzadeeg van Tante Fanny om te testen en eigenlijk is een beetje serieuze foodblogger dan al op zijn hoede. Kant-en-klaar deeg… What’s next? Maar dat is eigenlijk niet eerlijk, want we gebruiken ook allemaal bladerdeeg uit de vriezer en het zou heel fijn zijn, wanneer onze supermarkten vaker vers bladerdeeg in de koeling hadden liggen. Helemaal in van die grote rollen, waar 1 grote lap deeg in zit. Dat heeft dit merk dus, samen met pizzadeeg, croissantdeeg en zanddeeg, maar het is vooralsnog beperkt bij supermarkten te koop (het pizzadeeg kost 1,99 bij de Emte, Poiesz en Hoogvliet). Het pizzadeeg, maar dan met een pot tomatensaus erbij, is wel overal verkrijgbaar voor 2,49. Als die saus nou ook goed te doen is, lijkt de prijs me een goede deal. Vooral als je doordeweeks een pizza wilt maken, maar geen deeg kunt laten rijzen. Het deeg wordt mooi bruin en knapperig, is niet raar zoet, en doet eigenlijk niet onder voor zelfgemaakt.

Ik had dus alleen het pizzadeeg (400 gram), zonder de saus, wat bij ons voldoende was voor twee personen. Wij maakten een witte pizza, die bepaald niet light is, maar zodanig in de smaak viel, dat hij op het vaste repertoire komt. De ster in het verhaal is de fontina; een half-harde kaas met de smaak van gruyere. Zo’n lekker stinkkaasje dus. Samen met de zachte smaken van gepofte knoflook en de zure crème fraiche maak je een rijke kaaspizza met smaak, die er nog mooi uitziet ook.


Pizza met gepofte knoflook en fontina

pizzadeeg naar keuze (Tante Fanny of zelfgemaakt) – het beleg hieronder is goed voor twee personen

Voor de saus:
125 ml crème fraiche (light kan prima)
zout, peper en tijm naar smaak
½ bol gepofte knoflook (recept volgt)

Verder:
ruime hand verse spinazieblaadjes
200 gr geraspte fontina
geraspte parmezaan (wanneer je een Microplane gebruikt heb je aan 25 gram kaas al genoeg, omdat zo’n rasp hele fijne kaassneeuw maakt; en anders heb je iets meer nodig)

Recept voor de gepofte knoflook:
verwarm de oven voor op 150 graden (130 graden hetelucht). Haal de teentjes van de knoflook een beetje los en leg de hele bol op een stuk aluminiumfolie. Pellen hoeft niet. Doe er een scheutje olijfolie en iets zout bij, en een beetje rozemarijn of tijm. Vouw het pakketje losjes dicht. Knijp de bovenkant samen zodat het helemaal gesloten is. Leg het in de oven en pof het in 60 minuten gaar. Laat de teentjes daarna iets afkoelen en knijp de pulp uit de schilletjes.
Overigens was ik de knoflook straal vergeten bij dit recept… Ik heb toen alsnog een aantal teentjes op het laagste vuur in een diepe laag olijfolie laten garen. Als je dat met heel weinig warmte doet, zodat ze amper bakken, dan worden ze ook mooi zacht en verliezen ze de sterke knoflooksmaak. Ik meen dat ik niet langer dan 15 minuten bezig was hiervoor. Maar poffen heeft wel de voorkeur, want de knoflook wordt zoeter en karameliseert echt in de schil.

Roer voor de saus de crème fraiche samen met de fijngedrukte knoflookpulp van een halve bol knoflook. Breng op smaak met zout, peper en wat tijm.

Rol het deeg uit op een bakplaat en smeer de saus erop. Beleg de saus met blaadjes spinazie, en daarop de fontina. Bovenop komt een heel dun laagje geraspte parmezaan. Het hoeft niet veel te zijn.

Bak de pizza op 200 graden (180 graden hetelucht) bruin. Heter bakken kan natuurlijk ook, maar dit werd aangeraden voor de kant-en-klare bodem…




23 juni 2015

Over hummus met kerrie en dubbelgedopte kikkererwten


Wist u dat je sesamzaadjes kunt pellen? Of dubbeldoppen eigenlijk. Het is echt waar. Vooral bij de ekowinkel liggen van die ‘naakte’ zaadjes. Ze schijnen zachter van smaak te zijn. En nog gezonder ook. Dat is heel mooi natuurlijk, maar ik hoop wel dat ze daar een machine voor hebben bedacht. Wist u overigens dat sesamzaadjes aan een plant groeien, in hele kleine peultjes, waar 4 rijtjes met zaadjes inzitten? Het schijnt dat je de plant heel goed in de moestuin kunt zetten. Dat wist u vast allang, maar ik nog niet...

bron foto: learn2grow.com

Ondertussen wil ik het helemaal niet over dubbel gepeld sesamzaad hebben, maar over dubbel gepelde kikkererwten. Nog zo’n voorbeeld van monnikenwerk, want in mijn eigen keuken moet het pellen gewoon met de hand worden gedaan. En waar ik het dubbeldoppen van tuinbonen nog kan begrijpen, vond ik het dubbeldoppen van kikkererwten altijd idioot. Tot voor kort dan. Want een tijdje geleden klaagde ik hier nog dat mijn eigen hummus nooit zo mooi zacht wordt als die van de supermarkt... En het volgende voel je nu op je klompen aankomen: het ligt dus aan de schilletjes van de kikkererwt… zonder die schilletjes pureert ook u thuis een hummus zo zacht als een zalfje. Mét schilletjes blijft het toch altijd een beetje een macrobiotisch stevige hap.

Nu heb ik goed nieuws en slecht nieuws: het pellen gaat vrij snel. Je knijpt simpelweg met je vingers het velletje eraf, en het valt er dan ook vanaf als je er alleen maar naar kijkt. En het slechte nieuws: in een grote pot kikkererwten van 400 gram zitten best wel veel kikkererwten. Het kostte mij precies 15 minuten om een hele pot te doppen. Bij de tweede pot werd ik echter geholpen:


Veel werk dus, zelfs met een dochter erbij, maar ik doe het de volgende keer weer. En dan vooral omdat ik heel erg veel hummus eet en graag wat wil variëren met smaken. Ook kun je je eigen hummus veel minder vet maken dan de kant-en-klare. In de gekochte hummus zit wel 30% vet en dat is bepaald niet mager te noemen! In mijn eigen hummus zat met 2 eetlepels olijfolie maar 6% vet. En je kunt best zonder die olie als je de spread met andere smaken op smaak weet te brengen. Zoals dit bijvoorbeeld:


Hummus met kerrie
recept voor 500 gram hummus

een grote pot kikkererwten (uitlekgewicht 400 gram) – of je weekt zelf 200 gram kikkererwten en kookt deze gaar
sap van een halve citroen
1 teen knoflook
2 el olijfolie
1 krappe tl (van 5 ml) kerriepoeder
1 krappe tl (van 5 ml) komijnpoeder
½ tl kurkuma (vooral voor de kleur)
klein handje gehakte verse koriander
2 el tahin (sesampasta. Koop het bij de toko, Turkse supermarkt of een grote, gewone supermarkt)
zout

Pel de kikkererwten door in de boon te knijpen; het velletje zal snel loslaten. Doe de gepelde kikkererwten in een keukenmachine. Voeg de andere ingrediënten toe en pureer het fijn. Voeg dan een beetje water toe tot je een goede consistentie hebt. Laat de machine daarna net zo lang draaien als nodig is om de hummus mooi fijn te pureren.



19 juni 2015

Jack's tortilla met feta en koriander


Bij het ontbreken van een statief en normale camera, wilde ik vorige week in een vakantiepark in Drenthe mijn tortilla even in het gras fotograferen, maar dat was nog een hele opgave met een loslopende hond in de buurt. Dit is dus Jack. Hij lust van alles, ook tortilla’s met feta, groene chilipeper en koriander. Of technisch gezien is het misschien toch een quesadilla? Het is hoe dan ook een erg prettig hapje voor bij een salade, bij de barbecue of zelfs als informeel zomers hapje bij een glas bier. 


Tortilla met feta en koriander
recept voor 2 dubbele tortilla’s

4 grote tortilla’s
150 gr goede feta
sap van een kleine citroen
eventueel likje sambal naar smaak (hoeft niet)
1 teen knoflook uit de pers
1 el olijfolie
1 groene chilipeper (of jalapeño), in dunne plakjes
handje verse koriander, gehakt

Prak de feta fijn met het citroensap, sambal, knoflook en olie tot een smeerbaar mengsel.
Verdeel dit mengsel over twee tortilla’s. Strooi daar wat groene peper en koriander over en dek het af met de andere tortilla’s.
Verhit een koekenpan en leg een gevulde tortilla in de droge pan. Laat het bakken tot de tortilla aan de onderkant knapperig en bruin wordt. Draai hem dan om en laat de andere kant ook bruin bakken. Bak de andere tortilla daarna natuurlijk ook.
Snijd de tortilla’s in punten.



15 juni 2015

Erwtenspread - laat de kinderen doppen!




Over mooie culinaire klusjes voor kinderen gesproken: het doppen van erwtenpeulen! Misschien willen ze dan zelfs wel graag proeven...
Onze erwtenoogst van vorig jaar, van het balkon, bedroeg wel 30 gram. Gedopt en wel . De kinderen waren dan ook vrij snel klaar met het doppen. Die erwten sla ik dit jaar wel over. Ik koop ze wel weer op de markt. We hadden vorig jaar wel voldoende prachtige paarse sperziebonen, die bij het koken groen worden. Ook de aubergine deed het verrassend goed. Maar met de pompoen blijft het behelpen; de bijen lijken geen bloemen te zoeken op twee-hoog en we moesten zelf elke morgen met een wattenstaafje alle bloemen langs.

Erwtenspread dus. Bijna zoet van de erwten, maar zout van de kaas. Een blaadje munt frist het op, maar het is niet eens nodig. Dochter Zo en ik hebben dit samen op een broodje opgesmikkeld.

Het seizoen voor verse doperwten is weliswaar kort, maar gelukkig valt er met diepvrieserwten ook veel aan te vangen voor dit recept. Maar koop toch geen blik of pot; dat wordt nooit meer wat. Veel te zoet, veel te papperig.


Erwtenspread

100 gr erwten (diepvries of vers, maar niet uit blik of pot!)
75 gr goede feta of zachte geitenkaas
drupje olijfolie om het smeuig te maken of een kneepje vers citroensap
eventueel een beetje munt, zeer fijn gesnipperd
misschien zout

Laat een pan met gezouten water aan de kook komen. Laat de erwten daarin heel kort koken. Een paar minuten is genoeg. Laat ze direct afkoelen onder de koude kraan.
Prak de uitgelekte erwten, kaas en een klein sliertje olijfolie samen tot een grof smeerseltje. Roer er eventueel wat munt door. Als je feta gebruikt heb je zeker geen zout nodig. Bij de geitenkaas even proeven.

Lekker op toast of brood. Wil je er ook van die lekkere, halfgedroogde tomaatjes maken? Dat doe je zo:

Voor de half gedroogde tomaten:
500 gr rijpe tomaten met smaak
1 tl tijm
1 tl gehakte rozemarijn
zout en peper
olijfolie
1 tl suiker
Verwarm de oven voor op 120 graden of 100 graden hetelucht. Snijd de tomaten doormidden en haal het zaad en vocht eruit. Leg ze op een bakplaat met de snijkant naar boven. Bestrooi met de kruiden, suiker, zout, peper en een beetje olie. Bak ze 2,5 tot 3 uur in de oven, totdat ze iets ingedroogd zijn. Laat afkoelen.



 

10 juni 2015

Tomatensalade met venkelzaad en macadamia-noten


Een subtiele salade die simpel lijkt, maar heel verrassend smaakt. Elk onderdeel is even belangrijk en samen passen ze wonderbaarlijk goed bij elkaar. Het venkelzaad is onmisbaar en geeft wat pit, de boterige macadamia’s zorgen voor de crunch en de notenolie houdt alles bij elkaar. Vervang de olie niet met gewone olijfolie; het gaat juist om die subtiele balans van alles en notenolie heeft een erg specifieke smaak.

Tomatensalade met venkelzaad en macadamia-noten
recept voor 3 a 4 personen
bron: Foodies magazine

4 flinke tomaten, in dikke plakken
1 ruime el witte wijnazijn of witte balsamico
2 el notenolie (ik gebruikte pistache-olie – kostbaar, maar een aanrader als je het ooit tegenkomt)
60-70 gr macadamia-noten
1 flinke tl venkelzaad
een snuf grof zeezout
rucola

Leg de tomaten op een bord. Besprenkel ze met de azijn en olie. 

Hak de noten grof. Rooster ze in een droge koekenpan tot ze bruine plekjes krijgen. Doe er dan het venkelzaad bij en laat het heel even mee bakken. Haal het uit de pan en schep het over de tomaten. Strooi wat grof zeezout over de tomaten en leg er een flinke pluk rucola op. Het liefste direct serveren, of kort bewaren op kamertemperatuur en de rucola er vlak van tevoren op leggen.




6 juni 2015

Favoriete familierecepten in een boek


Toen ik een tiener was heb ik ooit een brief aan mezelf geschreven, maar dan voor tien jaar later. Ik meen dat het vervolgens wel een jaar of twaalf duurde voordat ik die envelop weer tegen kwam en met lichte nieuwsgierigheid, maar vooral ook veel angst voor mijn eigen puberale gesnater, maakte ik hem open. Nou… dat viel weer reuze mee. Het kuiken bleek toch redelijk welbespraakt te zijn geweest. Gelukkig maar… Maar ik herinnerde me nog goed hoe opgetogen ik was om die brief te schrijven. Tenslotte moest het een soort tijdsdocument worden en was het ‘enorm’ belangrijk.

Ik moest daar afgelopen maand opeens aan denken, want net zo enthousiast  voelde ik me weer toen ik opnieuw zo’n tijdsdocument aan het maken was, namelijk een kookboek voor mijn kinderen. Ik wist dat ze het pas over een jaar of twintig zouden lezen, en misschien nog wel later als mijn opzet was dat ze het zouden lezen wanneer ze zelf kinderen zouden hebben.  Ik wilde namelijk alle favoriete familierecepten van hun leven tot nu toe bundelen en laten zien hoe goed ze aten, wat ze lekker vonden en, misschien praktisch voor hun eigen kinderen, hoe wij ze zover kregen om al die groente op te eten.



En het was een leuk project. Ik kon zonder enige moeite Kleine Chef voor me zien: hij was opeens dertig jaar oud, en met enige wanhoop op zijn gezicht stond hij w r de borden van zijn kinderen af te schrapen boven de vuilnisbak. Ik onderdruk nu een glimlach tijdens het schrijven. Of toch niet. Of een beetje dan… een spoortje revanche. En belt hij mij dan op? “Ma, dat ene recept van die bloemkoolkoekjes die ze altijd zo lekker opeten bij jou? Heb je dat voor me?” En dat ik dan kan zeggen: “joh, dat was ik bijna vergeten, maar ik heb hier een boekje voor je staan!”



Mijn blog bestaat vast niet meer over twintig jaar, dus het was interessant om er na vijf jaar bloggen het beste eruit te filteren. En lastig. Wat kies je uit ruim 500 recepten die elk tenslotte op het blog verschenen omdat ze het waard waren? Uiteindelijk koos ik de succesrecepten (bloemkoolkoekjes), of die recepten waaraan zij misschien goede herinneringen overhouden (pannenkoeken), staple food wat hier wekelijks op tafel komt (ragu), foefjes en goede basisrecepten (aardappels uit de oven), of die recepten waaraan ik zelf herinneringen heb (de bruine bonensoep die ik at toen Kleine Chef voor de zoveelste keer in het ziekenhuis lag). Tijdens het schrijven van het boek ging ik er steeds meer van houden. Dit was het beste wat ik voor ze kon maken, samengevat in woorden. Want ik weet niet hoe het bij u zit, maar bij mij staat eten maken voor iemand, heel erg gelijk aan laten zien hoeveel je van iemand houdt.




Ik heb het boek gemaakt bij Webprint die met het idee kwamen om een kookboek te maken, zoals andere mensen een fotoboek van hun vakantie online in elkaar zetten. Je zou bijvoorbeeld een boekje met basisrecepten kunnen maken voor je zoon die op kamers gaat, of alle familierecepten, je laatste 10 kerstmenu’s, het beste van je bakwerk (met foto’s), etc. Het was wel behoorlijk veel werk! Ik ben er flink wat avonden zoet mee geweest. Maar het programma waarmee je online werkt is foolproof en een kind kan de was doen. Voordeel voor mij was natuurlijk wel dat mijn recepten al uitgeschreven zijn, kant-en-klaar met foto’s erbij. Maar ach, het is ook leuk om juist wat handgeschreven recepten op de foto te zetten. Laat ik nou toch dat ene geschreven recept uit de oorlog hebben: 


Het kookboek werd mogelijk gemaakt door Webprint. Mijn dank is groot voor het mogelijk maken, want ik zou zelf niet op het idee zijn gekomen en heb nu een heel persoonlijk boekje voor mijn kinderen in de kast staan. Een aanrader!




1 juni 2015

Fries suikerbrood


Suikerbrood staat eigenlijk hoog op de lijst van zaken die ik best wil eten, maar niet mag. Nou ja, ik MAG het wel, maar ik weet wel beter… Want op een dikke snee suikerbrood hoort een royale laag roomboter. En één sneetje is maar alleen… en enfin, u begrijpt waar dit heen gaat. Een verstandig mens is matig in zijn consumptie van suikerbrood. Waarom dan wel een recept ervoor? Tja, omdat het zo lekker is, en ik heb tenslotte een hele familie waar ik de rest van het brood aan kan opvoeren.

O ja, er gaat dus een flinke berg suikerklontjes in, maar ga daar nou niet op bezuinigen: als je het doet, moet je het goed doen, he?

Fries suikerbrood

500 gr wit broodmeel (geen bloem en eigenlijk ook niet zo’n kant-en-klaar pak broodmix)
1 zakje gedroogde gist (voor 500 gr meel) of 20 gr verse gist
1 opgehoopte tl (van 5 ml) kaneel
3 el gembersiroop
300 ml lauwe melk
50 gr zachte roomboter
1 volle tl (van 5 ml) zout

Verder in het brood:
200 gr grof gehakte suikerklontjes

En op het brood:
25 gr roomboter
50 gr parelsuiker of gewone kristalsuiker


Los de gist op in de lauwe melk en meng daarna alles voor het brooddeeg door elkaar. Kneed het enkele minuten door. Kneed er daarna de gehakte suikerklontjes door en vorm er een brood van.

Leg het brood op een vel bakpapier. Smelt de boter tot net zacht en smeer het brood er rondom mee in. Strooi er daarna de suiker rondom op. Laat het geheel, met bakpapier, in een brood- of cakevorm zakken. Laat het zo anderhalf uur (of langer als dat nodig is) op een warme plek afgedekt rijzen totdat het zeker verdubbeld is in grootte.

Verwarm de oven voor op 200 graden (175 graden hetelucht) en bak het brood gaar en bruin in 30 tot 35 minuten.