28 februari 2013

Klassieke ossenstaartsoep


Een simpele ossenstaartsoep stond al lang op mijn lijstje, maar ik kom niet veel bij de slager. Dus toen mijn supermarkt laatst stukken ossenstaart had liggen, nam ik gelijk de hele voorraad mee. Nou, ik heb nog nooit zo’n krachtige en smaakvolle bouillon gebrouwen! Binnenkort toch maar weer eens naar de slager.

Klassieke ossenstaartsoep

100 gr ui, gesnipperd
25 gr roomboter
500 gr ossenstaart, in schijven
50 gr geconcentreerde tomatenpuree
1 wortel (ongeveer 150 gr) in stukken
2 takjes selderijblad
1 laurierblad
zout, peper
50 ml madeira

Neem een flinke kookpan. Bak de ui hierin glazig in de boter en voeg daarna de ossenstaart toe. Bak ze aan beide kanten bruin.

Voeg de tomatenpuree toe en bak dit twee minuten mee.

Voeg 1 liter water, de wortel, selderijblad en laurierblad toe en laat dit 3 tot 3,5 uur op het allerlaagste pitje pruttelen. Ik liet het deksel op de pan, maar zonder kan ook, zodat het iets indampt. Zorg dat het net onder de kook blijft. Beweging in het water is dus prima, borrelend water is dat niet. Schep eventueel schuim eraf.

Haal de soep daarna door een zeef of zelfs door een kaasdoek. Pluk het vlees (maar niet het vet) van de botjes en voeg dit toe aan de soep. De rest van de smaakmakers kunnen weg. Breng de soep op smaak met zout, peper en 50 ml madeira.




25 februari 2013

Skagenröra (Zweedse garnalensalade)


Het Zweedse Skagenröra is in zijn simpelste vorm een mengsel van garnalen en mayonaise en je komt het vooral als broodbeleg tegen. Hier wordt het iets opgetuigd met zalm en blokjes gekookt ei. Het broodje op de foto is overigens Zweeds Polarbröd en ik ben er dol op. Het is een zacht, plat broodje en het heeft die typisch Zweedse lichtzoete smaak.  Ik meen dat ze iets van een donkere siroop eraan toevoegen. Het broodje zelf staat ook nog op de To Do-lijst.

Skagenröra

200 gr garnalen
1 sjalot,fijn gesnipperd
2 hardgekookte eieren, in kleine blokjes
200 gr zalmfilet, gepocheerd, of ev gerookte zalm
2 flinke el mayo
2 flinke el (magere) yoghurt
zout en peper

Wanneer je zalmfilet gebruikt, moet deze gepocheert worden: leg de zalm in een laag kokend water of bouillon. Als de filet niet zo dik is, kan je direct het vuur uitdraaien; het gaart in het hete water. Laat anders het water net onder het kookpunt. Na een minuut of 5 á 10 is de zalm gaar. Laat het vooral niet te lang liggen. Laat het afkoelen en breek het in stukjes.

Vermeng daarna alle ingrediënten en het is klaar! Heerlijk op een broodje.


15 februari 2013

Risotto met knolselderij en gepofte knoflook




Voor drie teentjes knoflook zet je natuurlijk niet de oven een uur aan, dus als je het doet, doe je het meteen goed: pof een hele bol, of misschien wel twee. De scherpe smaak gaat er met het poffen vanaf en wat blijft is die intense, warme knoflooksmaak. Je maakt er ook een ontzettende lekkere dipsaus van. Prak een paar teentjes door de stamppot, bak ze even mee met wat vlees voor de jus, of eet ze gewoon lekker bij deze risotto.

En dit recept betekent ook nog even snel genieten van knolselderij, voordat het weer lente wordt.

Risotto met knolselderij en gepofte knoflook
Recept voor 3, of  2 personen met kinderen

1 bol knoflook
zout
1 ui, gesnipperd
400 gr schoongemaakte knolselderij
olijfolie
300 gr risottorijst
120 ml droge vermouth (bv Martini extra dry of Noilly Prat)
 1 liter hete groentebouillon
75 gr parmezaan, geraspt
eventueel klontje roomboter

Begin met de knoflook: verwarm de oven voor op 150 graden (130 graden hetelucht). Haal de teentjes los en leg ze op een stuk aluminiumfolie. Pellen hoeft niet. Doe er een scheutje olijfolie en iets zout bij, een beetje rozemarijn of tijm mag ook best, en vouw het pakketje losjes dicht. Knijp de bovenkant samen zodat het helemaal gesloten is. Leg het in de oven en pof het in 60 minuten gaar. Laat de teentjes daarna iets afkoelen en knijp ze uit de schilletjes. Zet ze apart.

De knolselderij en ui worden gesnipperd. Dit is hét moment voor de keukenmachine, want van het snipperen van een knolselderij wordt u niet blij.

Zorg dat de bouillon kookt wanneer je de rijst gaat maken.

Fruit de ui en knolselderij in een scheut olie, afgedekt, ongeveer 15 minuten op zeer laag vuur zonder het laten kleuren. De knolselderij moet nu gaar zijn.

Draai het vuur hoger en doe de rijst in de pan. Laat de rijst even meebakken zodat het door en door heet wordt. Giet de vermouth erbij en schep door.

Zodra de wijn in de rijst bijna is opgenomen, een scheut bouillon toevoegen. Blijf bouillon met scheutjes toevoegen zodra de vorige scheut is opgenomen en blijf vooral roeren! Veel roeren maakt de risotto romig. Dit duurt bij elkaar 18 tot 20 minuten en de rijst is dan al dente: zacht, maar nog wel stevig. Je hebt vast niet alle bouillon nodig. Voeg halverwege 3 tenen gepofte knoflook toe en druk ze fijn.

Goede risotto blijft op het bord niet liggen waar het is neergelegd: het vloeit uit. Het mag geen vaste klont zijn, maar het is ook geen pap. Wel is het vrij nat. Er mag aan het einde van de kooktijd dus nog flink wat vocht in de pan zitten. Hoeveel? Tja, dat is toch een kwestie van uitproberen. In ieder geval zal het toevoegen van de kaas helpen bij het romige karakter van de rijst. Voeg de parmezaan toe, roer door, draai het vuur uit en laat de rijst nog even staan. Een Italiaan zal op dit moment ook een klont boter toevoegen, maar ik laat het zelf altijd achterwege voor doordeweekse maaltijden.

Nu moet de risotto precies goed van consistentie zijn: romig en “lopend”. Direct serveren; risotto kan je niet bewaren of opwarmen. Snijd de overgebleven knoflook eventueel in reepjes en geef ze er apart bij.

Oordeel van het smaakpanel: alles schoon op. Dit komt nog eens terug op het menu!





10 februari 2013

Zelfgemaakte advocaat

Chef Mama vs the Real Thing
Deel 14 (de hele reeks staat in de receptenindex)


Advocaat ouderwets? Ach joh, denk ‘vla gemaakt met sterke drank’ en het ziet er al weer heel anders uit.

Het idee om de drank ook eens zelf te maken kwam door dit lieve foldertje hieronder van het Voorlichtingsbureau van den Voedingsraad, in samenwerking met de Commissie voor Huishoudelijke en Gezinsvoorlichting en de Stichting voor Huishoudelijke Voorlichting ten Plattelande, uit 1950. Jawel, die koester ik en bewaar ik in een mapje, samen met een wasmachinereclame uit de jaren ’60 van een schone juffrouw en 3 schone kinderen (“Zo hoort het! Geef Uw vrouw ook een wasmachine!”) en een Noorse brochure ter bevordering van het eten van walvisvlees. Enfin, om een lang verhaal kort te houden, ik dacht toch dat ik met het beproefde recept van Cees Holtkamp het beste uit was, en schoof de map weer terug in de kast.




Er bestaan veel recepten voor deze drank, waarbij gebruik wordt gemaakt van zowel rauw als gebonden ei. Bovendien exporteren wij een dunnere advocaat die je kunt drinken, terwijl je onze ‘custard’ met een lepeltje moet eten. Er zijn ook Hollandse recepten met melk of gecondenseerde melk, maar het lijkt erop dat die ontleent zijn aan recepten uit het buitenland. In heel wat landen wordt namelijk een drank gedronken die op onze advocaat lijkt. Het mag dan wel een typisch Nederlandse drank zijn, die al in de 17e eeuw wordt genoemd, maar de Polen maken Ajerkoniak, Mexico heeft Rompope, Puerto Rico drinkt Coquito, Italie heeft Zabaglione, Venezuela maakt Ponche Crema en in Colombia maken ze Sabajon. Tenslotte hebben de Duitsers ook nog Eierpunsch en wij maken zelf nog een variant met een lager alcoholpercentage en zonder kleurstof, namelijk Tokkelroom.


Lieverd, loop eens even door... Mama maakt een foto.


 
De etymologie van het woord advocaat kan twee kanten uit. De eerste is dat de Hollanders in het Caribisch gebied een drank dronken op basis van avocado en rum. Ze waren er zo van gecharmeerd dat ze hem thuis namaakten met eidooiers, bij gebrek aan avocado. De tweede uitleg is dat het een afkorting is van ‘advocatenborrel’; een borrel die advocaten voor hun pleidooi gebruikten om hun keel te smeren (en de tong los te maken, lijkt mij). Ik vind de advocatenborrel wel logisch klinken, maar vraag me inmiddels al dagen lang af hoe avocado gepureerd met suiker en rum zou smaken… Misschien ziet u het hier nog eens terug.

Over het recept:
De ware sterke drank voor advocaat lijkt brandewijn te zijn, maar er is niets mis met het gebruik van wodka, cognac of rum. De advocaat die hieronder staat, heeft een alcoholpercentage van iets onder de 20%. In de supermarkt koop je hem met 14% omdat meer wettelijk in de supermarkt niet mag worden verkocht, en met de hand op mijn hart: 20% is heerlijk. Ik gebruikte het hele ei, want toe nou, wat moet ik nu met 15 eiwitten?? (nou vooruit, kijk even hier.) De advocaat wordt er wel minder geel van en de smaak zal waarschijnlijk zachter zijn met alleen dooiers.

Ook gebruikte ik mijn eigen vanille-extract van vanillestokjes die ik bewaar in een fles jenever (gewoon vanillestokjes in een fles wodka of jenever stoppen en in ieder geval 2 maanden laten staan voor dat je het gebruikt).

Advocaat
Bron: Cees Holtkamp


250 gram eierdooiers (ongeveer 15 dooiers) - ik gebruikte dus 250 gram compleet ei
250 gram suiker
een mespuntje zout
een vanillestokje, uitgeschraapt en in stukjes gehakt - ik gebruikte een dopje van mijn eigen vanille-extract
300 gram goede wodka

Kluts de dooiers met de vanille, het zout en de suiker in een schaal. Zet de schaal op een pan met een laagje kokend water en blijf het au bain marie roeren. Giet de wodka erbij en blijf roeren tot de massa 62 graden heeft bereikt. Ik verhitte het tot 68 graden voor het hele ei, omdat eiwit later stolt dan eigeel. Wanneer je geen thermometer hebt, kom je er ook wel uit: houd het goed in de gaten en wanneer het mooi dik gebonden lijkt, ben je klaar. Zet dan de kom onmiddellijk in koud water en laat de advocaat al roerend koelen. Zeef de advocaat voor de zekerheid om stukjes ei eruit te halen. Over de houdbaarheid durf ik niets te zeggen; Holtkamp beweert dat het lang houdbaar is, maar andere recepten beweren dat je het enkele dagen koud kan bewaren. Nu ja, het was hier toch wel vrij rap op.




7 februari 2013

Gordon’s koffie en chocolade mousse cups


Ik noem geen namen, maar een zeker persoon draait steeds aan mijn iso-knopje op mijn camera. Dat is de eerste reden dat deze foto zo beroerd is. De tweede reden is dat dit ons kerstdessert was en er 10 man op me zaten te wachten. Dat gaf een beetje artistieke stress. Dus… U moet het er maar mee doen.

Deze mousse wordt niet met rauw ei gemaakt en dat waardeer ik. Ik vind het idee van 'rauw' niet zo aantrekkelijk. Maar zacht en zalig is het toch wel. Mijn moeder noemde het een ‘zalfje’. Ze nam de extra voorraad mousse daarom ook maar mee naar huis. Ik mocht het toch niet meer; ik moest acuut op dieet.

Gordon’s koffie en chocolade mousse cups
bron: Sunday Lunch – Gordon Ramsay

recept voor 4 personen

100 gr pure chocolade
125 gr mascarpone
2 el poedersuiker volgens het origineel, maar ik vond het resultaat iets te serieus. Ik verdubbelde het en kwam uit op 40 gram suiker
60 ml espresso koffie, iets afgekoeld
150 ml slagroom
Ik deed er nog een klein scheutje 43 likeur doorheen

Voor de topping:
Beetje geklopte slagroom en wat verkruimelde amaretto koekjes

Smelt de chocolade au-bain-marie. Wanneer het vloeibaar is van de pan afhalen en opzij zetten.

Roer de mascarpone en suiker samen. Klop er met een garde de koffie en chocolade doorheen.

In een andere kom de slagroom stijf kloppen. Spatel dit voorzichtig door het andere mengsel en schep het in 4 glazen. Dek het af met folie en laat het in de koelkast opstijven.

Vlak voor het serveren wordt er iets slagroom opgespoten en wat koekjes over verkruimeld.




 

3 februari 2013

Een culi rondje Londen


Ik ben normaliter niet het type dat op straat foto’s staat te maken van snackbars en ik zak nog liever onder de tafel dan dat ik foto’s maak van mijn eten in een restaurant. Maar voor jullie doe ik het. Afgezien van dat restauranteten. Daar kan ik echt niet aan beginnen. Maar vrees niet, de beste snackbar van Londen staat maar mooi op de foto. Een smartphone foto, dat wel, want ik was eigenlijk aan het werk in Londen. Maar aangezien een mens ook moet eten, heb ik voor jullie hieronder mijn favoriete ronde van Londen op een rijtje gezet. Waar moet je heen als foodie? En wat neem je weer mee naar huis?

DE SUPERMARKT

Laten we beginnen bij de boodschappen. Engeland loopt culinair gezien beslist op ons voor op een aantal vlakken, maar je moet het niet bij de gewone supermarkt zoeken. Als het aanbod van de Tesco een afspiegeling is van het Britse dieet (en ik vrees dat dat weleens het geval kan zijn, want met 30% marktaandeel zijn ze het grootst), dan staat het er slecht voor en je begrijpt waarom de gemiddelde Brit het niet zo goed doet qua voeding en gewicht. Maar als je bij een Waitrose komt, het paradepaardje van de supermarkten, word je wel blij. Het was serieus de eerste keer dat ik enthousiast werd van een vak worstjes bij een vleesafdeling. Het is uiteraard allemaal duurder, maar dat is Engeland toch wel, en London al helemaal. Daar moet je maar niet teveel naar kijken.
Bovenaan de hierarchie staat Marks&Spencer. Ze voeren alleen maar eigen merken en daarmee is het slecht vergelijkbaar met de anderen, maar M&S is een verademing. Wat een prachtige dingen, en wat is het allemaal mooi gebracht. Ze bezuinigen duidelijk niet op hun marketingafdeling, maar ik laat het met liefde over me heenkomen. Waar ik bij de Tesco het liefste alles laat liggen, kan ik mij bij M&S maar met moeite inhouden. Ik wil alles meenemen! Ik wil alles proeven! En dan die toetjes…! Zelfs bij het schrijven loopt het water me nu weer in de mond. Het ziet er allemaal geweldig uit, en je wilt ook wel geloven dat het met goede bedoelingen gemaakt is. Ze zijn zich er duidelijk van bewust dat de consument hier de verpakkingen ook daadwerkelijk leest. Overigens komt M&S weer naar Amsterdam. Ze zijn een tijd weggeweest, maar in april wordt er weer een filiaal geopend.

Wat er mee mag in mijn boodschappenkar is:
·         Shortbread
·         HP Sauce eventueel, hoewel de toko het hier ook verkoopt
·         Heel veel (extra) mature cheddar. En dan dus niet van die gele nepkaas, maar de echte. En die is niet geel.
·         Wensleydale cheese of andere Britse specialiteiten
·         Stilton
·         clotted cream
·         malt vinegar moet ik de volgende keer eens overwegen
·         porter (het zwarte bier) en cider
·         mustard powder, als de AH het niet heeft staan
·         simnel cake bij de Marks&Spencer
·         Ook bij M&S: chutneys en andere pickles:



·         Speciale chips, zoals de worcestershire sauce flavoured crisps van de Marks&Spencer, of parmesan, asperagus&truffle, spicy tomato, Cumberland sauce, lobster cocktail, etc.



·         De food magazines van de Sainsbury’s (£1.60 – ik vind hem misschien wel leuker dan de Delicious) en die van Waitrose (£1.20 – te goedkoop om te laten liggen – altijd leuk)


·         En dan zijn er natuurlijk nog al die andere food magazines…

ANDERE WINKELS

Verder kan er worden gewinkeld op Borough market, ook al zo’n prachtig uitgewerkt marketing plaatje, met veel verse waar, dus het blijft veel bij kijken. Direct naast de markt zit de fantastische kaaswinkel Neal’s Yard Dairy. Hier is veel te koop, maar de rauwmelkse stilton (unpasteurized Stilton - oftwel Stichelton) is genoeg voor een cloud nine-effectje. Op de markt zelf wordt ook een rauwmelkse cheddar verkocht.






Harrod’s is onbetaalbaar, maar je kunt je er leuk aan de Food Hall vergapen. En wie 6 pond (=9 euro) voor een bakje aardbeien (en ik heb het nu zelfs over de prijs van afgelopen zomer) niet raar vindt, komt er qua eten daar ook wel uit.

Een fijn straatje is Marylebone High Street, lopend van Marylebone Road tot Oxford Street. Aan de noordkant zit de kookwinkel Divertimenti. Prijzig, maar kookwinkels zijn altijd leuk om even rond te kijken. 


Verder zitten er veel speciale, kleine zaakjes en eettentjes. Ik vind de tweedehandse boekenwinkel van Oxfam erg fijn, want ik nam ook dit keer weer een fijn stapeltje kookboeken mee.

RESTAURANTS EN ANDERE EETGELEGENHEDEN

En wat moet je eten, en waar moet je dat doen? Om te beginnen de goedkoopste tenten:

·         Engeland = fish&chips - vlakbij mijn vaste hotel zit een van de beste ‘chippy’s’ (Fish&Chips snackbar) van London. Nu ja, het is ook echt niet meer dan een kale, groot uitgevallen snackbar, maar het is dan ook niet de bedoeling dat je er twee uur lang met je Valentijnsgeliefde gaat zitten. Masters Super Fish – Waterloo Road – 5 minuten lopen vanaf Waterloo station aan de linkerkant van de weg. Je loopt er zo langs. Ik wilde het al drie keer eerder op de foto zetten, maar miste het steeds! 

·         Cornish Pasties (niet pastry, maar pasty, zonder ‘r’) aan een stalletje – het zijn flinke hompen gevulde pasteitjes. Een pasty is meer dan een snack. Het kan een avondmaaltijd zijn. De klassieker is ‘to die for’: korstdeeg met zachte blokjes aardappel en pastinaak, ui en zacht rundvlees. Maar zag ik daar Beef en Stilton Pasties? Kwijl… Ik kwam er niet meer aan toe, helaas.
·          In mijn omgeving kent niemand hem, maar de echte foodie wel natuurlijk: Ottolenghi. Zijn vier winkels zitten niet in het centrum, maar in de cirkel daaromheen. Je komt hem echter overal tegen. Ik vermoed dat zijn invloed op dit moment zo groot is dat menige deli of restaurant zich door hem laat inspireren. Ik kwam bijvoorbeeld dichtbij Oxford Street een bord voor een restaurant tegen: “try our kosheri” – zou dat er zonder zijn boeken nou ook hebben gestaan? Hoeveel mensen hadden er zonder Ottolenghi geweten wat kosheri is? Ook de deli’s lijken kopieën: velen hebben net zo'n stapeltje meringues liggen, taartjes naast salades, en de (Israëlische) couscous is weer erg hip:


·         De Britten zijn weer trots op hun eten en met recht. Ik vind beef drippings en niervet nog wel wat apart (en je vind het zelfs in de kleinere supermarkten!), maar er is veel om over naar huis te schrijven. De gastropub doet het dan ook weer goed. Twee namen (van velen!): The Garrison in Bermondsey Street (de straat zelf is ook sterk in opkomst) en Drafthouse op Tower Bridge Road. Beide dus in Waterloo, ten zuiden van de Thames, maar ik ben een beetje op Waterloo ingesteld. Er is natuurlijk nog zoveel meer.

·         Jamie’s Italian – altijd goed. Jamie heeft nu zoveel restaurants dat hij de tel zelf kwijt moet zijn, maar hier kan je met een gerust hart naar binnen. 


      Hij heeft een restaurantje met een Britse keuken (Union Jacks) vlak bij station Tottenham Court Road, maar dat ziet er ongezellig uit. Het is vast de bedoeling dat het er uit ziet als een Engelse schoolkantine, maar iemand van het vasteland voelt zich waarschijnlijk niet geroepen om daar binnen te wandelen. Het was er trouwens erg rustig. Just saying



·         Gordon Ramsay startte zijn eigen gastropub The Narrow. Het ligt in het oosten van Londen en je zult er waarschijnlijk even voor moeten omrijden.

·         Wel dicht bij het centrum, wat zeg ik, in het centrum en ook van Gordon Ramsay is Bread Kitchen in Bread Street, op steenworp afstand van St Paul’s Cathedral.

·         Raymond Blanc heeft een sterrenrestaurant in Oxford, maar serveert een betaalbare maaltijd in zijn brasseries. Ik weet er in ieder geval twee te vinden: op Covent Garden Market en tegenover Bread Kitchen.

·         Naast Bread Kitchen (ja, het is erg druk in dat straatje…) zit weer de slagerij die hoort bij Jamie Oliver’s restaurant Barbecoa


      Het is geen slager voor de fainthearted: de bleke varkens en koeien hangen er in helften voor de ramen en ze verbergen er niets. Er loopt overigens wel een leuke, frisse jonge slager rond. Die wees ons de weg naar het restaurant, dat moeilijk te vinden was. Het zit om de hoek in het winkelcentrum One New Change. De ingang zit in een hoekje en het restaurant bevindt zich vervolgens op de eerste verdieping. Na lang zoeken heb je dan ook wel een walhalla bereikt. Een carnivorenwalhalla. Dat wel. Aan vegetarisme doen ze hier overduidelijk niet. Je komt hier voor V-L-E-E-S. En wat voor vlees… Het was briljant: ik nam zelf vooraf varkenswangetjes, na het stoven uit elkaar gerafeld en weer in een hamburgervorm gedrukt, waarna het knapperig werd opgebakken. Daarbij kwam wat sla en een zelfgemaakte piccalilly, met veel, verse rauwe groente, waaronder chunky roosjes broccoli. Top. Mijn collega smulde van een flinke schep onberispelijke kippenlevermousse met dunne plakken geroosterd brood. Als hoofdgerecht kreeg zij twee spiesen met lamsvlees en lamskofte. Ik smulde van pulled pork (ja, ik bleef hangen in het porkmenu) in barbecuesaus, met daarbij een muffin met jalapenopepertjes en een koolsalade. Daarna deelden we een lemon posset. Het was werkelijk voortreffelijk, maar daar betaalden we ook wel voor:  omgerekend zo’n 225 euro voor twee personen… Het hielp niet dat de drank ook vrij prijzig was. Wat je wel krijgt is een uitzicht (St Paul's Cathedral): 


      Jamie’s Italian is mogelijk iets toegankelijker, maar is niet perse veel goedkoper; daar ben ik ook wel eens 130 euro kwijt geweest voor wat losse borrelhapjes en een fles wijn voor drie personen.

·         Hier houdt mijn oplopende kostenreeks dan ook wel op. Je kunt het nog veel bonter maken met bekende chefs, zoals Heston Blumenthal, die behalve The Fat Duck, ook in London een restaurant bestiert, maar de bodem van de portemonnee was in zicht. 

·         Tenslotte kom je op Heathrow aan om weer terug te reizen naar ons eigen land van melk en honing. We hebben dit zo over de jaren heen bestudeerd, maar mijn collega’s en ik denken dat je het beste terecht kan bij (alles op terminal 5) Gordon Ramsay’s Plane Food (boven) of de visbar (beneden), waar die lichtgevende slang boven hangt, voor gerookte zalm en bubbels. Gordon heeft nu overigens ook schattige koeltasjes te koop. Ze zijn gevuld met een drie gangen menu naar keuze en ze zijn bedoeld om je vliegtuigmaaltijd te vervangen. Voor 13 pond vind ik dat een zeer aantrekkelijk alternatief. Niet nodig voor 50 minuten naar Amsterdam, maar als je nu toevallig door moet naar Buenos Aires…. Ik zou het wel weten.



En dan nu… dieet!







1 februari 2013

Guacamole en garnalen


Enfin, bij die winter/kerst-BBQ van laatst zat ook een schaal guacamole met een bergje garnalen erop.  Ik maakte het als bijgerecht voor 8 man en gebruikte het volgende:

Maak 6 avocado’s (ik heb het liefste de bruine Hass avocado) schoon en doe ze in een keukenmachine met een sikkelmes. Doe er 2 niet te grote tomaten zonder pitjes en sap bij, en ook 4 lente-uitjes in ringetjes, en een handje verse koriander (als je een bakje van 20 gram koopt in de supermarkt, heb je de helft nodig). Een verse rode chilipeper in stukjes mag er ook bij, maar het hoeft niet. Pureer dit tot een mooi egaal mengsel. Breng op smaak met zout, peper en het sap van een halve citroen of 1 limoen. Schep het in een schaal.


Leg hier een bergje garnalen op, iets van 250 of 300 gram. Kijk daarvoor eens in de diepvries op de ingrediëntenlijst. Er moet dan alleen garnaal en water inzitten. Sommige fabrikanten krijgen het voor elkaar om ook nog wat moeilijke e-nummers bij diepvriesgarnalen te strooien, maar dat is echt niet nodig. En bij verse garnalen is het eerder regel dat u er wat e-nummers gratis bij krijgt. Zorg er trouwens bij die diepvriesgarnalen natuurlijk wel voor dat ze goed ontdooit zijn, en dat ze uitgelekt zijn. Ze worden namelijk ingevroren met een beschermend laagje water eromheen.

Strooi tenslotte nog wat extra koriander (de andere helft van dat bakje) over de garnalen en bewaar het koel tot het wordt gegeten. Let erop dat je het zo laat mogelijk maakt, want avocado kan makkelijk bruin verkleuren na het pureren.

Oordeel van het smaakpanel: euh, groen snot? Dat kan niet goed zijn. Dochter Zo, de durfal van de familie, wil nog wel even proeven, maar bedankt daarna vriendelijk.