28 januari 2016

Japanse udon noedels met witte kool, sesam en een pindasausje


“Wat zijn dat?!”
“Gekookte wormen. Hoezo?”
“Dat eet ik niet!”
“Eerst even proeven, okee?”

Kleine Chef had grote twijfels en zette zich schrap tegen de tafelrand, klaar om zijn stoel in één ruk naar achter te schuiven.  Maar het commentaar verdween als sneeuw voor de zon na zijn eerste hap. Ah, pasta met een soort satesaus? De sliertjes kool nam hij op de koop toe. En het sesamzaad had ik al wijselijk achterwege gelaten op hun borden. Zaadjes zijn voor vogels. Vinden zij.

Udon noedels koop je gewoon bij de AH of een toko en ik koop het liefste de dikke soort (denk aan spaghetti, maar dan twee of drie keer dikker). Die voldoet het meeste aan het beeld van 'comfort food'. Verder moet de saus niet te aanwezig zijn. Een beetje is lekker, teveel is overkill.

Udon noedels met witte kool, sesam en een pindasausje
recept voor 3 personen, of 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

1 el neutrale olie (arachide-, zonnebloemolie)
2 tl sesamolie
1 of 2 tenen knoflook, gesnipperd
300 gr witte kool, in fijne sliertjes (of Chinese- of spitskool, maar die moeten wel korter bakken dan gewone kool)
250 gr schoongemaakte wortels, in julienne gesneden
300 gr udon noedels
2 el sesamzaadjes

Voor de saus:
50 ml ketjap manis
50 ml water
30 ml rijstazijn of droge sherry (sherry heeft eigenlijk mijn voorkeur...)
100 gr pindakaas
1 el sesamolie
sambal oelek of een andere hete saus naar smaak

Verhit de olie en sesamolie in een wok. Bak daarin de kool en wortel tot ze gaar zijn. Voeg wat water toe wanneer het te droog wordt. Wanneer je een andere koolsoort gebruikt die korter moet koken, kan je eerst de wortel half gaar bakken en dan de kool toevoegen. Pas aan het einde de knoflook toevoegen, want die verbrandt heel snel.

Maak de saus: Voeg alles samen en meng het. Dat gaat makkelijker wanneer je het wat verwarmt in de magnetron.

De noedels gaar koken in een andere pan. Voeg ze daarna toe aan de groente, samen met de saus. Nog even doorwarmen en het is klaar. Op het bord garneren met wat sesamzaad.



24 januari 2016

Boerenkoolstamppot Bombay


Als ze in India boerenkoolstamppot zouden maken, dan zouden ze het vast zo doen.

We zijn hier nogal bezig met Indiase recepten, maar dat komt ook een beetje door Kleine Chef, die er erg gek op is. Toen hij laatst zeven werd, mocht hij natuurlijk het avondeten kiezen op zijn verjaardag. En hij koos Indiaas – opgehaald bij het Indiase restaurant. Hij vindt al die bakjes erg interessant. De meiden zijn minder geïnteresseerd, maar als de jongste binnen komt lopen na schooltijd en zegt: “Oh, ik ruik het al: Indiaas…”, dan ben ik toch ook wel trots. :)

Ik maak eerst een soort gebakken tomatensaus die goed op smaak wordt gebracht met de bekende Indiase smaken: gember, komijn, peper, garam masala, knoflook, etc. Het is eigenlijk de basis van Indiase dhal, maar dan zonder de linzen. Deze basis wordt door een boerenkoolstamppot geroerd. Erg simpel dus, maar toch heel anders.

Wanneer je vaker Indiaas kookt, moet je echt een pot ghee thuis hebben staan. Het heeft een aparte geur en smaak, en maakt het gerecht toch tot iets anders als dat je een olie gebruikt. Gebruik dan wel een boterghee – ook in India hebben ze nepghee (zeg maar 'margarine-ghee').


Boerenkoolstamppot Bombay
Recept voor 5 of 6 personen (volwassenen dus; ik kookte voor twee dagen omdat Meneer weg was de dag erna…Ik at de rest op met de kinderen)

nb. Ik gebruik grote theelepels van 5 ml

Voor het tomatenmengsel:
3 el olie of ghee
1 el komijnzaadjes
1 kleine ui, gesnipperd
fijn gehakte rode peper of wat sambal oelek naar smaak (zolang de kinderen het trekken: je kan er flink wat in kwijt, want je maakt een grote pan stamppot!)
2 a 3 cm verse gember, gehakt
3 tenen knoflook, heel fijn gesnipperd
400 gr (1 blik) tomaatstukjes
¾ tl kurkuma
1 tl garam masala
1½ tl korianderpoeder
zout en peper

De ghee of olie verhitten in een braadpan of hapjespan. Voeg de komijnzaadjes toe en bak dit 20-30 seconden. Voeg de ui, chili of sambal, en gember toe. Bak dit 4 a 5 minuten totdat het bruin begint te kleuren en voeg dan ook de knoflook en tomaatstukjes toe. Roer goed door.

Voeg de specerijen en 100 ml water toe. Breng op smaak met zout en laat het 20-30 minuten zacht pruttelen. Het mengsel zal droger worden en de olie zal weer vrijkomen. Het meeste vocht moet verdampt zijn.

Verder voor de stamppot:
1300 gr geschilde (iets) kruimige aardappels
1 pak boerenkool (450 gr) uit de vriezer
melk
zout

Wij aten er ook de vegetarische Burger Deluxe van Tivall bij (foto boven. Alleen te koop bij AH). Wat mij betreft de beste vleesvervanger. Piccalilly is voor mij een must bij boerenkoolstamppot en gaat heel goed samen met de Indiase smaken. Een paar zilveruitjes kon ik ook niet negeren…
Een alternatief met vlees zijn de ontzettend lekkere Indiase gehaktballetjes met dille en specerijen.

Voor de stamppot kook je de aardappels in gezouten water gaar. Verhit de boerenkool uit de diepvries in een aparte pan en kook dit enkele minuten. Stamp de aardappels fijn en voeg (warme) melk toe om een stevige puree te maken (het tomatenmengsel voegt zo ook nog vocht toe, dus houd het iets droger dan normaal). Voeg de uitgelekte boerenkool toe, en ook het tomatenmengsel. Desnoods nog een scheutje melk toevoegen en roer alles dan tot een smeuïge stamppot. Aan tafel!

nb. Ik warm de melk nooit apart op: ik giet een flinke scheut melk bij de afgegoten aardappels die op het vuur staan, wacht een momentje en begin dan met stampen. De melk wordt snel warm in de hete pan.



21 januari 2016

Gebakken knolselderijballetjes met rozemarijn-tomatensaus


Och, ik miste misschien wat kaas, maar we aten dit de dag na 2e kerstdag en het moest allemaal even wat soberder. Beetje minder vet enzo, en we hadden de dag ervoor nog uitbundig en met volle overgave 'gekaasfonduet'… (ja, verbeter de spelling maar hoor, als u wilt. Ik weet het ook even niet.) Maar de balletjes waren zo eigenlijk ook heel goed. Volgende keer zal ik nog eens proberen om er wat parmezaan door te mengen. Hoe dan ook, de structuur is heel goed. Lekker stevig vanwege de havermout. De smaak is vrij zacht en daarom doen ze het erg goed in de tomatensaus. Die hoort er echt bij. Al met al een goed recept, want die 850 gr knolselderij schoon aan de haak ging in één keer op, zonder geknor aan tafel. En daarmee is het een typisch Eerst Koken recept. Nou ja, en misschien een harde, geraspte kaas toevoegen voor de moeilijkere eters. Kaas maakt vaak veel goed...

De inspiratie komt van een Zweeds blog, maar de originele receptuur klopte van geen kanten, dus de interpretatie is van mij. Foto’s maken kan die dame dan wel weer goed. Dus als u knolselderijballetjes vanuit allerlei verschillende posities wilt zien, of in verschillende stadia van het kookproces, dan moet u hier zijn.  


Gebakken knolselderijballetjes met rozemarijn-tomatensaus
recept voor 3 personen, of 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

Voor de balletjes:
1 knolselderij van 1 kilo
2 eieren (L)
170 gr gewone havermout
30 gr bloem, of een ander soort meel naar keuze
zout en peper naar smaak
een takje rozemarijn, de naaldjes fijngehakt
olijfolie om te bakken

Voor de saus:
3 grote tenen knoflook, gesnipperd
een takje rozemarijn, de naaldjes fijngehakt
2 blikken (van 400 gr) gepelde tomaten, tomaatstukjes of gezeefde tomaten - maakt niet uit, het gaat toch stuk
zout en peper naar smaak

300 gr pasta
parmezaan om erbij te serveren

Snijd de knolselderij in kwarten en schil hem. Ik hield 850 gram over van een knolselderij van 1 kilo. Rasp de knol met een grove rasp. Doe het in een pan, giet er water bij tot halverwege de groente, samen met wat zout en kook het in 10 minuten gaar. Laat de knolselderij goed afgieten in een vergiet en knijp het ook een beetje uit. Het moet echt niet meer nat zijn. Laat de groente even wat afkoelen. Voeg dan de eieren, zout, peper en rozemarijn toe. Meng het goed. Meng er daarna ook de havermout en bloem door. Zet het 20 minuten in de koelkast.

Verwarm de oven op 200 graden hetelucht (hetelucht werkt hier het beste – zet hem op 220 graden voor een conventionele oven).

Rol het mengsel in kleine balletjes ter grootte van een walnoot (zo’n 2,5 – 3 cm). Ik maakte 40 balletjes. Het mengsel moet goed samen te drukken zijn. Wanneer het nog te nat is kan je wat extra havermout toevoegen. Leg ze op een grote bakplaat, op een vel bakpapier. Giet er een goede scheut olijfolie overheen en rol/schud de balletjes door de olie. Bak de balletjes ongeveer 40 minuten in de oven. Na een kwartier moet je ze keren en daarna regelmatig nog eens omschudden. Wanneer ze bruin worden kan je ze heel makkelijk omrollen of omschudden; eenmaal gaar zijn ze behoorlijk stevig en niet kwetsbaar.

Dan de saus: verhit een scheut olie in een pan en fruit de knoflook en rozemarijn 2 a 3 minuten op het laagste vuur. Het mag niet kleuren, alleen maar wat garen bij zeer laag vuur. Doe de tomatensaus erbij. Wanneer je gepelde tomaten uit blik gebruikt, moet je die (met je handen) stuk knijpen. Breng op smaak met zout en peper. Laat dit rustig pruttelen tot de balletjes klaar zijn.

Kook ondertussen ook de pasta gaar. Serveer het tenslotte samen met wat geraspte parmezaan.




17 januari 2016

Vegetarische erwtensoep met mosterd en appelpannenkoek



Erwtensoep is heus niet alleen een Hollandse wintersoep. Ook in Scandinavië wordt het volop gegeten. Met een pannenkoek erbij of erna heb je een zeer traditionele combinatie te pakken. Ze gebruiken er alleen gele erwten voor, in plaats van de groene die bij ons gebruikelijker zijn. In het recept hieronder maak ik de soep dus ook met gewone, groene spliterwten, maar de AH verkoopt die gele erwten ook. Verder doen de Noren er vaak ook wat andere groente en aardappel in, maar in Zweden en Finland is dat weer niet gebruikelijk. Bij ons is het vlees in de erwtensoep maar moeilijk weg te denken, maar in deze vegetarische versie, welke opgefleurd wordt met kruiden en flink wat mosterd, gaat dat prima.

Nu kan je er gewone pannenkoeken bij bakken, maar je kunt ook een grote, dikke pannenkoek bakken in de oven. En eigenlijk lijkt dat helemaal niet meer op een gewone pannenkoek. Zo’n ovenpannenkoek is wel 3 cm dik en souffleert in de oven tot het dubbele daarvan (om buiten de oven ook weer abrupt in te zakken). Het midden blijft zacht en ‘fluffy’ als een omelet. In de Verenigde Staten kennen ze hem ook wel als Dutch Baby en in Engeland is de ongezoete variant natuurlijk gewoon hun Yorkshire pudding… Hoe dan ook, de lichtzoete appelpannenkoek gaat hand in hand met de erwtensoep, die zoiets zoets wel weet te waarderen.
U kunt de pannenkoek ook in individuele vormpjes bakken. Hou ze dan goed in de gaten. Wellicht zijn ze al met 20 minuten klaar. Vul de vormpjes ook niet hoger dan de helft, want het beslag rijst behoorlijk.



Erwtensoep en appelpannenkoek
Bron: Mat&Venner 1/2015, een Noors receptentijdschrift
recept voor 4 personen

Voor de soep:
500 gr spliterwten
2 liter water
1 flinke tl gedroogde majoraan of oregano
1 flinke tl gedroogde tijm
2 laurierblaadjes (liefst vers)
2 kruidnagels
1 grote ui, gesnipperd
1 winterwortel (zo’n 200 gr geschild gewicht)
4 el mosterd
1 el suiker
zout en peper
het liefste nog met wat worchestershiresaus (die bestaat eventueel ook als vegetarische variant)

Was de erwten en doe ze in een grote pan. Giet de 2 liter water erbij. Doe hier de kruiden, laurierblaadjes en kruidnagels bij, en ook de gesnipperde ui en de wortel, welke je in reepjes snijdt. Laat dit zeker twee uur pruttelen met de deksel erop. Wanneer er schuim op komt, kan je dat eraf scheppen. Haal na twee uur de deksel eraf en breng de soep op smaak met de mosterd, wat suiker, zout, peper en liefst ook een royale scheut worchestershiresaus. Laat het nog wat inkoken als het wat dikker mag worden, of voeg wat water toe als het wel wat dunner kan.

Dan de pannenkoek uit de oven:

Maak een beslag van:
150 gr zelfrijzend bakmeel
een goede snuf zout
600 ml melk
3 eieren (L) of 4 (M)

Verhit de oven voor op 225 graden (of 200 graden hetelucht).

Schil 4 of 5 appels en haal het klokhuis eruit. Snijd elke appel in 8 parten. Verhit een klontje roomboter in een grote koekenpan en doe de appel erbij, samen met 2 eetlepels suiker en een goede theelepel kaneel. Schap dit even om en bak de appel tot de stukken wat zachter worden. Zet het daarna apart.

Vet een ovenvorm van ongeveer 20 x 30 cm in met wat boter en giet het beslag erin. Schik de appel erin en zet de schaal in de oven. Bak de pannenkoek zo’n 30 minuten of totdat het mooi bruin is, flink gerezen, en het midden ook goed gaar is. Wanneer je hem uit de oven haalt zal hij ook weer wat inzakken trouwens. Niets aan te doen en het maakt ook niet uit. Warm serveren bij de soep!



11 januari 2016

IJslandse havermoutpannenkoekjes (lummur)


Bij deze IJslandse pannenkoekjes zie ik een boek voor me. Ik las het jaren geleden, het boek van Halldór Laxness, dat in het Nederlands de titel Onafhankelijke Mensen heeft (Sjálfstætt fólk in het IJslands – het is een fraaie taal). Het is een dik boek dat verhaalt over schapenboer Bjart van het Zomerhuis, een vertelsel dat qua grootsheid doet denken aan oude sages. Het speelt zich af in het begin van de 20e eeuw, wat een tijd was van arme IJslandse keuterboertjes, die in koude bouwseltjes woonden in het lege IJslandse landschap. Denk nu aan geïsoleerde boerderijtjes in een landschap zó schraal dat het vijandig wordt, leven dat meestal een kwestie van overleven was, dramatische familieverhalen, etc… voorwaar opbeurende literatuur. Maar goed, die pannenkoekjes dus. Met een beetje mazzel aten die mensen vast havermoutpap. En als je daar wat van overhield, werd het natuurlijk niet weggegooid. Het idee alleen al! Nee, van die koude pap bakte je weer pannenkoeken.

Lummur heten ze. Het is stevige, opbeurende en gezonde kost en nog steeds hard nodig in het IJslandse klimaat. Niet dat het nou zo ijskoud is in IJsland; dat valt nog reuze mee, maar het is er wel fris en het regent er nog vaker dan in Engeland. Dan moet een mens wel goed ontbijten voordat je de schapen bij elkaar gaat drijven.

De pannenkoekjes van dit recept zijn net lummur, behalve dat ik niet eerst pap maak. Wanneer je alles mengt en het even laat staan, krijg je dezelfde compacte, dikke pannenkoekjes die een goed bodempje leggen in de maag. Ook heel zinnig voor Hollandse winters. De kinderen (en wij ook) vonden ze erg lekker met Duitse pruimenmoes. Overigens maakte ik een tijdje geleden ook andere havermoutpannenkoekjes met banaan, maar daarbij pureerde ik de havermout in het beslag. Die pannenkoekjes waren veel lichter, subtieler en ik zou bijna ‘delicater’ zeggen, behalve dat havermout en delicaat niet samen gaat. Ik denk dat ik deze stevige exemplaren hieronder liever heb in de winter.

Havermoutpannenkoekjes
recept voor ongeveer 22 kleine pannenkoekjes

500 ml melk + extra om te verdunnen
3 eieren (L)
zout
1 zakje vanillesuiker
1 tl kaneelpoeder
2 el bruine basterdsuiker
300 gr havermout
160 gr bloem
150 gr blanke rozijnen of 2 appels in kleine stukjes (of bosbessen? Lijkt me ook lekker)
roomboter om te bakken

Klop de eieren los met de melk, zout, vanillesuiker, kaneel en basterdsuiker. Voeg daar de bloem aan toe en klop het door zodat er geen klontjes inzitten. Voeg de havermout en appel (of rozijnen) aan toe. Laat het mengsel 30 minuten staan. Voeg nu meer melk naar wens toe: het mengsel is behoorlijk stevig, maar moet goed door te roeren zijn en je moet er gemakkelijk lepels beslag van kunnen pakken.

Verhit roomboter in een koekenpan en bak kleine pannenkoekjes. Houd ze desnoods even warm in een oven van 100 graden totdat alles gebakken is.



7 januari 2016

Een Westerse en Indiase kormasaus - twee recepten


Ik ben al een tijdje bezig om sommige gerechten van het Indiase restaurant bij mij in de buurt te kopiëren. Hun saag paneer en vindaloo zijn bijvoorbeeld fantastisch, maar ook de kip korma die de kinderen als mildste gerecht krijgen, is het waard om thuis na te apen. Dat valt alleen nog niet mee. Zo ben ik nog niet helemaal klaar met mijn versie van de saag paneer, welke een teer evenwicht tussen groene Olvarit en een heerlijke, kruidige spinazie’jus’ in zich draagt. De kormasaus valt ook niet één-op-één na te bootsen, maar ik heb wel een versie die mij erg goed bevalt. Hieronder volgen twee soorten: de eerste is een Westerse versie met veel kokosmelk, terwijl de tweede authentieker en kruidiger is. Mijn voorkeur gaat uit naar de eerste, omdat ik van romige curry’s houdt, maar ik wilde toch perse ook die Indiase korma hier laten zien. De foto's zijn ook van de Indiase korma, maar het had qua uiterlijk net zo goed de Westerse kunnen zijn geweest.

Nu kun je de korma natuurlijk met stukjes kip maken, maar voor een vegetarische versie wijk ik uit naar gekookte en gehalveerde eieren, 400 tot 500 gram paneer (welke je zelf kunt maken van 3 liter volle melk, hoewel ik het met liefde zou kopen - 3 liter kokende melk is erg veel op mijn kleine aanrecht...), aardappelblokjes (gekookt en/of gebakken), of de roosjes van een kleine bloemkool, etc.


Notabene - op beide foto’s gebruik ik kant-en-klare rijst van Tilda. Nu geloof ik niet dat ik zelf een pak rijst zou kopen wat alleen nog maar twee minuten in de magnetron moet, maar ik had het als culi-post ontvangen. Ik heb het merk Tilda wel heel hoog staan en ik koop graag hun gewone basmatirijst. En toegegeven, in de kant-en-klare rijst zit geen onvertogen woord – niets wat ik er zelf ook niet in zou stoppen. Op de foto staan de Tilda Sweet Chilli & Lime en Tilda Coconut, Chilli & Lemongrass, en bij de Westerse korma at ik de Tilda zilvervliesrijst met quinoa en de rijst met koriander. En heel eerlijk gezegd kon ik er weinig op aanmerken… Beetje weinig misschien? Een verpakking bevat 250 gram rijst, wat een beetje hongerige man in zijn eentje verorbert. En daar is het dan misschien ook precies goed voor: het eenpersoons huishouden en de man/vrouw die nog wel een curry wil maken, maar geen zin heeft om zo’n lullig beetje rijst te koken. Voor een gezin heb je al snel drie van die pakken nodig, dus wij zijn waarschijnlijk niet de doelgroep. Ik moet wel toegeven dat het heel simpel was, dus prima voor een snelle hap!


Kormasaus (westerse versie)
recept voor 3 personen, of 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

Vulling naar keuze (bv paneer, gare kip, eieren, etc - zie tekst boven)
1 opgehoopte el verse geraspte gember
3 tenen knoflook, gesnipperd
2 uien (200 gr), gesnipperd
1 el ghee of olie
1 el korianderpoeder 
snuf zwarte peper 
1 mini-snufje chili
1 tl kurkuma 
1 tl garam masala 
400 ml goede kokosmelk (bv Gotan) + ongeveer 100 ml (light) kookroom of melk
50 gr blanke amandelen of amandelmeel
zout
1 el geconcentreerde tomatenpuree
sap van een 1/2 citroen
1 el suiker
eventueel vers korianderblad voor de garnering

Pureer de ui, knoflook en gember, met behulp van wat water tot een pulp. Dat kan met een vijzel of keukenmachine, maar als het niet helemaal lukt, geeft het niet, want de saus wordt later ook nog gepureerd met een staafmixer of blender.

Verhit de ghee of olie in een braad- of hapjespan. Voeg de korianderpoeder, peper, chili, kurkuma en garam masala toe, en bak dit een minuut op laag vuur. Draai het vuur dan iets hoger en voeg de uienpuree toe, samen met de tomatenpuree. Fruit dit tien minuten.

Voeg de kokosmelk en kookroom toe en breng het aan de kook. Roer de amandelen erdoor en pureer de saus met een staafmixer of blender tot het helemaal glad is en er geen stukjes noot meer inzitten. Hoe gladder, hoe beter. Voeg dan ook de suiker en het citroensap toe, breng op smaak met zout en laat het op laag vuur nog enkele minuten pruttelen. Voeg dan ook de gare vulling toe, laat het doorwarmen en serveer met rijst, naan en eventueel wat verse koriander.

Kormasaus (Indiase versie)
gebaseerd op de saus van Madhur Jaffrey
Deze hoeveelheid saus is net voldoende voor 3 personen, maar aarzel niet om meer te maken wanneer je graag wat saus bij de rijst wilt hebben! Het is een behoorlijk kruidige korma en de kruidnagel is flink aanwezig.

2 dikke tenen knoflook, gesnipperd (Madhur zegt 5 of 6, maar dat ging me te ver)
2,5 cm verse gember, geschild en gesnipperd
50 gr blanke amandelen, amandelschaafsel of amandelmeel
5 el neutrale olie of ghee
2 laurierblaadjes, liefst vers
8 kardemompeultjes, gekneusd
4 kruidnagels
2, 5 cm van een kaneelstokje
1 ui, gesnipperd
1 afgestreken el komijnpoeder
1 afgestreken el korianderpoeder
snufje chillipoeder naar wens, maar je kunt het weglaten
1 el geconcentreerde tomatenpuree
zout
½ el garam masala
minimaal 150 ml milde (halfvolle) yoghurt, Griekse yoghurt kan ook, of meer yoghurt ipv water
1 el suiker
10 eieren of 400 gr paneer (kaas) – zie ook tekst boven

Doe de knoflook, gember en amandelen in een kleine kom van een keukenmachine of in een beker met staafmixer. Voeg 100 ml water toe en pureer tot een gladde saus.

Verhit de olie in een grote braad- of hapjespan en voeg het laurierblad, kardemom, kruidnagel en kaneel toe en bak het tien seconden op hoog vuur. Voeg de ui toe en fruit het op lager vuur tot het lichtbruin kleurt. Voeg daarna ook de amandelpuree toe en kook het 3 tot 4 minuten. Voeg de komijnpoeder, korianderpoeder, chilipoeder en tomatenpuree toe en laat het een minuut koken.

Voeg tenslotte de garam masala en yoghurt toe, en vervolgens water en/of meer yoghurt om de saus op de gewenste dikte te brengen. Breng op smaak met zout. Laat dit 20 minuten afgedekt pruttelen en laat er de laatste minuten ook de vulling in warm worden.




2 januari 2016

Halloumi met vadouvan en gebakken aardappel


Oh ja, het blog was er ook nog! Ik ben sinds een paar weken weer helemaal ondergedompeld in mijn stamboom. Twintig jaar geleden, toen ik nog studeerde, was ik daar ook druk mee (ja, ik was zonder uitzondering de jongste in het archief) en toen reisde ik met mijn studenten-ov-kaart heel Nederland rond om voorouders te zoeken in de archieven. Beslist een rustgevende en ook spannende onderneming. Dit lag allemaal jaren stil totdat ik in december opeens iets intikte op Google. En waar er 20 jaar geleden nog amper internet was, rolde nu alles, en nog veel meer, zomaar uit mijn computer. En het is reuze verslavend, al die voorouders: het gaat van steenrijke burgemeesters, tot stichters van een nieuw dorp, en het hoofd van een roversbende (de bende van Aai Bot; je kunt het nog opzoeken op het internet ook). Het ziet er naar uit dat ik mijn aandacht moet verdelen. En ondertussen... allemaal de beste wensen voor dit nieuwe jaar! 

Maar aan de culinaire kant wilde ik het hebben over de dingen die je zomaar ontvangt… Een zakje Vadouvan van Verstegen bijvoorbeeld. Ik kende het wel, maar had het nog nooit gekocht, en nu moest ik er opeens iets mee. Vadouvan is een kerriemengsel, maar dan toch anders dan wat we allemaal kennen. Het is van origine Indiaas, maar de soort die hier is blijven hangen is beïnvloed door de Fransen. Het is bitterder dan gewone (Madras) kerriemengsels. Is dat door de fenegriek? Het is een interessant kerriemengsel, niet heet, maar geurig als een specerijenmarkt, en waar ik nog zeker wat meer mee moet experimenteren.



Dit keer bleef het simpel, maar lekker: ik strooide vadouvan over plakjes halloumi en bakte deze bruin in wat olie, in een koekenpan. Daarbij kwamen gebakken krieltjes, gekookte spruitjes en een paar sperziebonen. En ook een dikke yoghurtsaus van Griekse yoghurt, een beetje gehakte, verse rozemarijn, gehakte knoflook, en sliertje olijfolie, met zout en peper. Tenslotte nog een beetje dille en extra vadouvan erover op het bord en ik smulde van een redelijk snel pannetje.