23 juni 2019

Kerstomaatjes met sojasaus en sesamolie

Bron foto: Nachrichten_muc via Pixabay

Even een heel kort saladerecept van Mark Bittman, maar goede dingen hoeven niet moeilijk te zijn. De aardigheid van deze tomatensalade zit in de opstapeling van 
(=hartige smaak). De tomaten worden echt verrijkt door de sojasaus en sesamolie. Dat doe je als volgt:

Halveer 400 gram lekkere, zoete kerstomaatjes en meng ze met 1 el sojasaus (van het type Kikkoman, dus geen ketjap manis, he?), 1 el sesamolie en nog een handje gehakte basilicum óf koriander.




15 juni 2019

Wraps met prei en pecorino



Of deze wraps lekker zijn? Nou, laat ik het zo zeggen: toen de oudste dochter laatst bij een vriendinnetje ging spelen, wilde ze daar ook wel graag blijven eten. Wat de pot bij de vriendin schafte wisten ze daar nog niet, dus bij het afscheid (met de moeder van de vriendin erbij) moest ze toch nog even weten wat wij zelf aten. De wraps met prei dus. En ik zag haar al denken: ‘Hoe ga ik dit netjes oplossen…?’ Kort gezegd, ze koos eieren voor haar geld en kwam thuis eten. Die wraps wilde ze niet missen.

De prei wordt op laag vuur lang gestoofd. Daar wordt het poezelzacht en zoet van. Ik rasp er pecorino door, wat een erg specifieke smaak heeft, maar bij gebrek daaraan zou ik uitwijken naar gruyère of een ander pittig kaasje met een sterke smaak. Desnoods met parmezaan, maar dat is toch echt iets anders dan pecorino. Verder een paar rozijnen voor het zoete effect en voor de liefhebber wat zwarte olijven, die je er makkelijk per wrap bij kan doen.


Wraps met prei en pecorino
recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

scheutje olie of klontje roomboter
900 gr schoongemaakte prei (=4 grote preien – dat is een hele baal, maar het slinkt toch behoorlijk)
1 el verse tijmblaadjes of ½ el gedroogd
een handvol rozijnen
100 gr pecorino, geraspt
75 gr zwarte olijven, gehalveerd
4 tot 6 grote tortilla’s of 6 tot 8 middelgrote

Verhit de olie of boter in een grote hapjespan waar een deksel op kan en voeg de prei met aanhangend water (van het wassen) toe. Doe de tijm erbij. Verhit het even goed door en stoof het daarna met een deksel erop en op laag vuur  gedurende 40 minuten.
Haal dan de deksel eraf en laat het vocht verdampen op hoger vuur. Schep de rozijnen erdoor zodat die het laatste vocht opslurpen. Haal van het vuur en meng de kaas erdoor.

Verhit de oven voor op 200 graden (of 180 graden hetelucht).

Vet een ovenschaal licht in en vul de wraps: je kunt ze heel dik vullen, zodat je meer prei dan wrap eet en dan heb je genoeg aan 4 grote wraps, of je maakt dunnere exemplaren. De olijven verdeel ik nu pas over de vulling van een paar wraps (omdat niet iedereen ze wil). Rol ze op en leg ze in de schaal. Ik doe nog wat olie op mijn handen en smeer daarmee alle wraps licht in, zodat ze straks wat knapperig worden. Zet ze 20 minuten in de oven om goed door te warmen.

Ze zijn erg lekker met een romig sausje - mayonaise of zo'n kerrie-ananassaus van Calve bijvoorbeeld. Nou vooruit, (durf ik dit toe te geven?) Joppiesaus is er ook lekker bij... 



9 juni 2019

Ricotta- en spinazieballetjes in tomatensaus



Het lijkt heel wat, maar je zet dit echt zó in elkaar. Het is vrij gemakkelijk om te maken en lekker zomers. Je kunt er pasta of brood bij eten, maar een groene salade misstaat ook niet.

Ricotta- en spinazieballetjes in tomatensaus
Vegetarisch recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen
Gebaseerd op een recept van Not Quite Nigella

voor de balletjes:
250 gr ricotta
2 eieren (M of L)
1 kleine (rode) ui, gesnipperd
100 gr geraspte, oude kaas
150 gr bladspinazie uit de diepvries (dus 1/3 pak), ontdooid en uitgeknepen
75 gr bloem
1/2 tl bakpoeder

Voor de tomatensaus:
scheutje olijfolie
1 kleine (rode) ui, gesnipperd
3 tenen knoflook, gesnipperd
2 x 500 ml passata (gezeefde tomaten)
1 ruime tl sambal oelek                            
zout naar smaak
200 gr doperwten (diepvries) of de rest van het pak spinazie (ook uitgeknepen)

Eventueel erbij: 
wat verse bieslook of basilicum om erover te strooien
300-400 gr pasta, maar je kunt er ook brood bij eten


Begin met de tomatensaus: fruit de uisnippers op laag vuur in wat olijfolie tot ze zacht zijn. Bak in de laatste minuut de knoflook mee. Laat deze beslist niet bruin worden. Voeg de passata toe, samen met een beetje sambal oelek en zout naar smaak. Had je nog wat rode wijn open staan? Een sliertje erbij mag, maar hoeft niet. Laat dit nu zachtjes pruttelen (eventueel met deksel erop, want het spettert!) en ga verder met de rest.

Verhit de oven voor op 200 graden (of 180 graden hetelucht). Pak er een ovenschaal met hoge zijkanten bij, in ieder geval van het formaat A4.

Meng alles voor de ricottaballetjes door elkaar.

Giet de tomatensaus in de ovenschaal. Ik gebruik dan twee eetlepels om ‘quenelles’ te vormen van het ricottamengsel of maak gewoon hoopjes. Leg deze in de saus. Bak het dan 35 tot 40 minuten of tot het lekker bubbelt en gaar is. Ik kwam uit op 16 quenelles; grotere exemplaren hebben mogelijk wat langer nodig.

Kook ondertussen de pasta gaar.

Bestrooi na het bakken met wat verse kruiden, zoals bieslook of basilicum. Serveer met de pasta (of brood).


2 juni 2019

Rendangballetjes van gehakt (kan ook vegetarisch!)



Dus. Ik heb ruim 800 recepten op dit blog gezet, maar draadjesvlees is een dingetje hier. Dat wordt nooit iets anders dan schoenzool… Jawel, ik weet heus wel hoe het moet, u hoeft níet hieronder te reageren, en ik volg heus alle regels op, maar ergens gaat er iets mis. Ik weet het ook niet. Mijn enige troost is dat wij hier grotendeels vegetarisch eten, dus mijn onkunde valt niet erg op. Toch hebben wij nog een zwak voor gehaktballetjes. Die komen soms nog op tafel. En laten we nou ook een zwak hebben voor rendang. En voilà, om met Cas Spijkers te spreken, dan krijg je dus dit.

Kleine noot voor de vegetarier: ik maak dit dus ook wel eens vegetarisch, waarbij ik kant-en-klare balletjes (bv de Vegetarische Balletjes van de Lidl) in de saus serveer. Ik gebruik dan 400 gram balletjes en houd wat meer saus over voor de rijst die ik erbij eet. Ook lekker bijvoorbeeld met gewokte paksoi met wat ketjap manis en sambal erdoor!

Rendangballetjes van gehakt
Voor zo’n 36 ‘pingpongballetjes’

Tip: verse laos bewaar ik in de diepvries. Ik koop een verse laoswortel, snijd dat in plakjes van een centimeter en leg dat in een bakje in de vriezer. Je kunt zo gemakkelijk verse laos op voorraad houden.

Voor de balletjes:
1 kg (runder)gehakt
1 groot ei (L)
handvol paneermeel
2 tl kerrie
2 tl komijn
1 tl gember
2 tl zout en voldoende peper
likje sambal
wat olie of boter om in te bakken

Voor de boemboe:
1 grote ui, gesnipperd
1 teen knoflook, gesnipperd
2 tl sambal oelek
1 tl laospoeder of een stukje vers (bv uit de diepvries, zie boven)
1 tl kurkuma
1 el verse gember

Verder nodig:
1 stengel citroengras of een paar verse (of diepvries) limoenblaadjes
1 a 2 el geconcentreerde tomatenpuree
100 gr santen
350 ml bouillon (1/2 blokje groente- of kippenbouillon)
eventueel een beetje maïzena
Zout

Maak het gehakt aan met de rest van de ingrediënten. Maak er balletjes van en bak ze gaar en bruin in wat olie of boter en houd ze daarna apart.

Stamp voor de boemboe alles samen in een vijzel.

Haal het meeste vet uit de pan en voeg de boemboe toe aan de lege pan (of voor de vega optie: verhit wat olie in de pan). Fruit de boemboe enkele minuten en voeg dan de tomatenpuree toe. Bak deze eventjes mee en doe dan ook de stengel citroengras, santen en bouillon erbij. Voeg tenslotte de balletjes ook weer toe. Laat de saus nu wat verder inkoken tot de gewenste dikte. Rendang is eigenlijk vrij droog, maar ik wil graag nog wat saus overhouden. Waar nodig kan je de saus wat sneller dikker laten worden door er wat met water aangemaakte maïzena aan te voegen. Proef ook of het nog wat zout nodig heeft.


29 mei 2019

Kaasbroodjes


Je ziet wel eens recepten waarin men een snel kaasbroodje maakt, maar dan wordt er gewoon een plak kaas in bladerdeeg gevouwen. Maar zo makkelijk kom je niet van me af. Nee, als je zelf zo’n lekker vers gebakken broodje met zachte kaasvulling wil maken, dan moet je eerder beginnen. Je maakt een gebonden kaassaus, welke je laat opstijven in de koelkast. Daarna snijd je het in repen en dat is dus de vulling van je broodje.

Wij hadden er sla bij als een soort excuus.

Nb. Op de foto zie je broodjes van bladerdeeg, maar ook van ‘hartige taartdeeg’, wat eerder een soort brooddeeg is. Dat brooddeeg is een stuk minder vet en dat vind ik lekkerder.

Kaasbroodjes
Recept voor 10 tot 12 stuks
Bron: Allerhande september 2017

50 g roomboter
50 g bloem
300 ml groentebouillon (van een half tablet)
150 gr geraspte, (vegetarische) oude kaas + iets extra om over het deeg te strooien
3 tl pittige mosterd
10 tot 12 plakjes bladerdeeg (de vierkantjes uit de diepvries – Hartige taartdeeg kan ook!)
1 ei, losgeklopt met een beetje water

Verder nodig: een cakeblik en bakpapier

Maak eerst de roux: smelt de boter in een steelpan op middelhoog vuur. Voeg de bloem toe. Verwarm dit gedurende een minuut zodat de bloem iets kan garen. Voeg de bouillon in twee keer toe en roer met een garde tot je een gladde saus krijgt. Het zal snel binden. Voeg daarna de kaas en de mosterd toe en roer het door elkaar. Laat de kaas smelten en haal het dan van het vuur. Als het goed is heb je nu een dikke saus. Bekleed het cakeblik met bakpapier en schep de saus erin. Laat 1 uur afkoelen in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 200 graden (of 180 graden hetelucht). Ontdooi het bladerdeeg op het bakpapier. De kaassaus is nu stijf geworden en je kunt het in plakken snijden. Verdeel de plak in 10 of 12 gelijke staafjes. Ik vind dat 10 stuks vrij grote stukken oplevert en het past maar net in een vierkantje deeg. Twaalf stuks is wat handiger om mee te werken. Maar ja, dan heb je een iets minder gevuld broodje. Keuzes, keuzes, keuzes… Hoe dan ook, leg op elk bladerdeegplakje een staafje kaas, kwast de randen in met wat losgeklopt ei en vouw het dicht. Druk ze ook met een vork nog goed dicht, want anders loopt de kaassaus er uit bij het bakken. Bestrijk de bovenkant van de broodjes ook met wat ei en kerf ze aan de bovenkant ook in met een scherp mes, zodat de stoom straks kan ontsnappen (anders scheuren ze alsnog). Bestrooi ze met wat extra geraspte kaas. Bak ze in de oven in ongeveer 25 minuten bruin en gaar.


26 mei 2019

Laugenbrezeln zonder handschoenen



Je kent ze vast wel, deze Duitse broodjes in de vorm van een krakeling, alleen niet iedereen vindt ze lekker. De buitenkant heeft namelijk een typisch smaakje van tja… wat eigenlijk…? Iets van zeep? Kalk? Brezeln heten ze, maar ze gaan ook wel als pretzels door het leven. Ik hoop niet dat ik je met het volgende verhaal afschrik, maar ze zijn ontzettend simpel om zelf te maken en heus niet zo eng als wat ik hieronder voorspiegel :)

Het smaakje komt van loog en dat is een opmerkelijk goedje in de keuken. Je ontstopt er namelijk ook je gootsteen mee. Toch zijn er overal ter wereld mensen die het gebruiken bij het koken. Het verandert namelijk de structuur van je eten. In Noorwegen bijvoorbeeld weken ze de gedroogde stokvis in loogwater. De vis wordt daar glazig en gelatineus van. In China en Japan stoppen ze het in noedels, die daarna nog veerkrachtiger zijn en kunnen worden opgerekt tot gesponnen deeg. In Zuid-Amerika doen ze bakpoeder in gehaktballetjes en het vlees wordt ook hier zacht en glijerig van. Tja, het is iets waar je mee moet zijn opgevoed, want tot dusver kan het mij niet bekoren. Afgezien van die broodjes dan. Die vind ik erg lekker. De loog zorgt trouwens niet alleen voor de smaak, maar ook voor het donkere, knapperige korstje.

iets te dik, toch lekker...

Loog is alleen wel spul dat je met handschoenen moet gebruiken en dat vind ik een moeilijke combinatie met mijn eten. Het is dan ook niet eens zomaar in de supermarkt verkrijgbaar. Nou ja, als gootsteenontstopper (caustic soda) kan je aan natriumhydroxide komen, maar dat moet je dus niet doen! De Chinese toko verkoopt wel een ‘Lye Water’ (loogwater) dat is gemaakt van kaliumcarbonaat. En over de grens in Duitsland is het wel als ‘Brezellauge’ te koop. Maar het is allemaal bijtend spul en om heel eerlijk te zijn durf ik het niet…                        

Maar voor alle bangeriken is er wel een uitkomst in dubbelkoolzure soda. Het heet ook wel natriumwaterstofcarbonaat of natriumbicarbonaat en we hebben het allemaal wel in de kast staan in de vorm van simpele bakpoeder. De werking is beslist minder dan loog en het is veel milder, maar mijn broodjes hadden nog steeds dat typische zeepsmaakje dat ik zo lekker vind. En als pluspunt hoef je niet met een beschermbril en handschoenen aan je broodjes erin te dopen! Ik gebruik zakjes Kaiser Natron van het Duitse merk Holste (zie foto). Je koopt het als doosjes met daarin enkele zakjes met poeder. Het is trouwens voor veel dingen goed. Het schijnt dat je er ook geweldig mee kunt schoonmaken… Maar er zijn meer merken te koop, ook in grotere verpakkingen. Onze kleine zakjes bakpoeder zijn net weer even anders: dubbelkoolzure soda heeft een zuur component nodig om als rijsmiddel te kunnen worden verwerkt (in cakes en dergelijke) en dat zit in bakpoeder er dus al in.


Tenslotte kan ik nog melden dat het echt een heel makkelijk recept is. Op de foto ziet u een dochter van acht die de broodjes rolt en dat is niet alleen voor de foto. Het is echt appeltje-eitje.

Laugenbrezeln
12 stuks

1 zakje gedroogde gist (van 7 gram)
1 tl suiker
350 ml lauwe melk
650 gr gewone bloem
2 tl zout
50 gr zachte roomboter

verder nodig:
2 liter water
2 el dubbelkoolzure soda (zie tekst boven)
2 el zout
grof zout om de broodjes mee te bestrooien

Doe de suiker en melk in een kom en los de gist erin op. Meng de bloem, boter en het zout erdoor en kneed dit lang door elkaar (wel tien minuten) tot het een mooi, glad en veerkrachtig deeg is. Het mag niet droog zijn en niet kleverig. Dus waar nodig voeg je nog melk of bloem toe. Dek het af en laat het vijf minuten staan.
Verdeel het deeg in 12 gelijke stukken. Pak een stuk, knijp het tot een worstje en rol het op een werkvlak uit tot een lange sliert van wel 60 cm lang. En dat is dus zo breed als een normaal keukenkastje. Let er wel op dat het midden veel dikker is dan de uiteindes. Als je het broodje tot een krakeling vormt moet je een dik buikje hebben (dat straks lekker zacht van binnen is) met dunne armpjes (die knapperig bakken). Op mijn foto’s hieronder zie je dat de eindjes nog te dik zijn. Maar je mag ze echt tot potlooddikte uitrollen, want het verdubbelt nog in grootte bij het rijzen.

Vorm ze nu als hieronder in de foto’s en leg ze op een bakplaat op bakpapier. Druk de armpjes goed vast op het deeg. Wanneer ze allemaal gevormd zijn is het tijd voor hun ‘loogbadje’. Breng de twee liter water aan de kook en los daarin de dubbelkoolzure soda en zout op. Leg nu een broodje op een schuimspaan of zoiets en dompel deze 10 seconden onder in het zacht kokende water. Laat het broodje op de schuimspaan liggen in het water! Laat het daarna ervan af glijden op de bakplaat. Ze zult zien dat het deeg nu inderdaad iets glads heeft. Dat komt door het bakpoeder.  Bestrooi met grof zout. Laat de broodjes 10 minuten drogen en bedek ze dan met een theedoek. Laat ze een uur rijzen op een warme en tochtvrije plek.







De broodjes worden heel heet gebakken en het liefste ook bij hetelucht. En wel op 220 graden (conventioneel kom je uit op zo'n 240 graden). Stook de oven dus maar flink op en bak ze dan gedurende 15 a 20 minuten of tot ze bruin en gaar zijn.

En dan eet je ze op z’n Duits met kaas, zoete mosterd en weisswurst! Wij deden de vegetarische aanpak met de vega braadworsten van de Vegetarisch Slager, die helemaal niet slecht zijn! Lekker hoor… Terwijl ik dit schrijf loopt het water me al weer in de mond!

***

In dit stuk heeft de NY Times een interessant stuk over loog en hoe je zelf een sterke variant maakt (durf ik nog steeds niet)

En in dit stuk vind je nog een zinnige opsomming van de verschillende rijsmiddelen (want het blijft mij duizelen…)

En tenslotte hier nog een linkje naar een stuk over de Pretzel en waarom het een krakeling vorm heeft (hint: ze stellen biddende armen voor, welke vroeger over elkaar werden geslagen tijdens het bidden.) 



19 mei 2019

Bloemkoolsoep met gele curry en kokosmelk, en pizzasneetjes



Nu al drie keer gemaakt en niemand zeurt, dus dat vat ik op als een compliment aan de chef. Ik denk dat deze soep op de lijst van het vaste repertoire kan. Je hebt er iets meer werk aan, want de bloemkool wordt eerst geroosterd in de oven, maar het is het zeker waard.

Niet schrikken van 2,5 liter soep – als vier eters een goed gevulde kom eten, dan ben je er al haast doorheen. Heb je nog mooi een lunchsoepje voor jezelf voor de volgende dag…

Bloemkoolsoep met gele curry en kokosmelk
Recept voor ongeveer 2,5 liter soep
nb. Ik gebruik maatschepjes waarbij 1 tl=5 ml en 1 el=15 ml

1 grote bloemkool, in halve roosjes (ik had 1 kilo schoon gemaakte bloemkool – gebruik eventueel ook een stuk van de stronk!)
olijfolie
1 middelgrote ui, gehakt
200 gr geschilde wortels, in stukjes
1 ruime el gember, gesnipperd
3 tenen knoflook, grof gesnipperd
1 tl kurkuma (of een stukje verse geelwortel van zo’n 2 cm groot)
1 verpakking Thaise Gele curry pasta van Fairtrade Original (70 gr)
1500 ml groentebouillon (van 1 tablet voor een liter)
500 ml kokosmelk (de beste in de supermarkt is die van Go Tan – 2 pakjes van 250 ml)
zout naar smaak

Verhit de oven voor op 200 graden hetelucht (of desnoods 220 graden conventioneel). Leg bakpapier op een bakplaat. Leg de stukken bloemkool erop en verdeel er een scheutje olijfolie overheen. Rooster het in de oven gedurende 20 a 25 minuten of tot de bloemkool bruine plekken heeft. Keer de bloemkool halverwege even.

Begin ondertussen met de rest: verhit een scheut olijfolie in een grote soeppan. Fruit de ui gedurende 5 minuten. Voeg dan de wortel toe en bak nog even op laag vuur. Voeg de knoflook en gember toe en bak het nog eens een minuut. Voeg dan de kurkuma en currypasta toe en schenk de bouillon erbij. Haal de bloemkool uit de oven en schep deze in de pan. Laat het nog eens 5 a 10 min pruttelen tot alles gaar is. Pureer het dan met een blender of staafmixer tot het heel glad is. Ik houd van gladde soepen en ik haal de helft van de soep ook nog door een zeef. Dan voeg ik gezeefde en  niet gezeefde soep weer samen. De pulp gaat dus weg, maar als je dit goed uitdrukt in de zeef, zou het niet veel moeten zijn. Schenk tenslotte de kokosmelk erbij en warm door. Breng waar nodig verder op smaak met zout.

Ik doe er op het bord graag nog wat chili-olie op. Bieslook of peterselie is er ook lekker bij.

Verder maak ik er pizza-stokbroodplakjes bij. Altijd een groot succes hier. Snijd een afbakstokbrood (of twee) in lange plakken en besmeer ze met een laagje Heinz Tomato Fritto. Doe daar een beetje oregano en geraspte kaas op en bak ze in de oven knapperig.




13 mei 2019

Surinaams broodje met ei



Zes broodjes? Dat bleek veel te weinig te zijn! De volgende keer verdubbel ik het recept wel. We vonden het allemaal erg lekker. De kinderen ook, hoewel ik bij hen erg karig was met de sambal. Ik geloof dat dat niet echt meer nodig is, maar toch… Wat betreft die sambal kan je meerdere kanten uit. Wat goed past is een Surinaamse sambal van Madame-Jeanette pepers. Bijvoorbeeld de Surinaamse sambal van het merk Spice It, dat bij de AH te koop is. Of de Roti Sambal Tomaat van het merk Lekker Bekkie. De sambal van Spice It is trouwens niet vegetarisch, want er zitten garnalen in. Wat wel vegetarisch is, maar wat veel mensen niet verwachten, is het Maggi blokje, en dan dus die kleine kubusjes, waarvan er twee in 1 omhulsel zitten. Je koopt ze ook gewoon bij de supermarkt.

De masala tenslotte is een Hindoestaanse kerrie. AH verkoopt zakjes van het merk Nandan, maar in de toko vind je meer soorten. Het kerriepoeder dat je overhoudt kan je trouwens ook eens proberen in recepten waar je anders gewone kerrie zou gebruiken. ‘Gewone’ kerrie bestaat namelijk niet. Het zijn allemaal mengsels die net even anders zijn. Deze masala’s passen daar gewoon tussen, hoewel er grote verschillen in de verschillende soorten kan zitten.

Het zuur van komkommer (zoetzuur eigenlijk) is er erg lekker bij. Echt zuur is het niet. Je maakt namelijk een vrij slap azijnmengsel met suiker. Maak het wel enkele uren van tevoren, zodat het goed op smaak komt.

Surinaams broodje met ei
Vegetarisch recept voor 6 broodjes

6 grote eieren
scheutje olie (bv zonnebloem- of arachide)
1 ui, gesnipperd (100 gr)
2 teentjes knoflook, gesnipperd
2 kleine, vierkante maggiblokjes
zwarte peper
1 miniblikje geconcentreerde tomatenpuree (70 gram)
1 iets opgehoopte el Surinaamse masala (een kerriemengsel)
6 bruine of witte pistoletjes of andere puntjes
zuur van komkommer (recept hieronder)
sambal naar keuze

Maak eerst de komkommer volgens het recept hieronder en zet dat apart.

Kook de eieren in 10 minuten hard. Laat ze schrikken onder koud water, pel ze en snijd ze in kwarten.

Fruit de ui in een kleine kookpan op laag vuur in een scheutje olie tot de ui zacht is. Voeg daarna de knoflook toe, samen met de verkruimelde maggiblokjes. Voeg ook de tomatenpuree en de kerrie toe en bak dit een minuut mee. Voeg dan 125 ml water toe. Laat dit even pruttelen. Als je het koud wilt eten, kan je het nu van het vuur halen en de stukken ei erin leggen en omscheppen. Als je het warm wilt eten, laat je de eieren erin opwarmen en serveer het direct. Maak het overigens niet te lang van tevoren. Warm of net afgekoeld is het het lekkerste. Beleg een broodje met een schep van het eimengsel, samen met wat sambal naar keuze en enkele plakjes komkommer.

Zoetzure komkommer

1 komkommer
150 ml azijn
75 gr suiker
150 ml water
beetje zout

Snijd de komkommer in plakjes. Doe ze in een schaal.
Verhit het water met de suiker in een pan. Kook het tot de suiker is opgelost. Haal van het vuur, schenk de azijn erbij en laat het afkoelen. Giet het mengsel dan bij de komkommer. Zet dit afgedekt weg en laat het minimaal een paar uur staan, maar een dag of nacht is ook prima. Overigens is het azijnmengsel niet sterk genoeg om het te conserveren voor langere tijd, dus je moet het wel binnen enkele dagen opeten.


9 mei 2019

Pasta met zwarte knoflook en eekhoorntjesbrood


De laatste tijd zie je steeds meer recepten met zwarte knoflook opduiken en het is dan nu ook beter verkrijgbaar, bijvoorbeeld bij de AH (maar bij lange na niet bij alle filialen!), Marqt, of bio-winkels (voor 3 euro per bol, zoals de verpakking hieronder). De knoflook is zoals je hem nog nooit hebt gezien: de teentjes zijn gitzwart en zacht. Dat komt doordat ze hem enkele weken lang op een lage temperatuur verhitten, waarbij de knoflook langzaam verkleurt. De smaak deed mij denken aan appelstroop of dadels, met een hele lichte, hartige knoflooksmaak. Je gebruikt ze bijvoorbeeld in sauzen en in salades, maar ze passen ook bij een kaasplankje. Ik maakte er een boter van, samen met eekhoorntjesbrood.


De gedroogde paddenstoelen hebben erg veel smaak en de knoflook heeft hier dus duidelijk een achtergrondfunctie. Als je de knoflook zelf wilt laten stralen, kan je de teentjes ook gewoon snipperen en door de boter mengen zonder andere toevoegingen. Nou ja, met wat zout erbij dan. Gebruik dan ook gerust een hele bol knoflook op zo’n 100 gram boter. En ik zou de pasta nog steeds opleuken met parmezaan en bieslook.



Wij aten er gekaramelliseerde witlof bij, maar een groene salade past ook goed.

Pasta met zwarte knoflook en eekhoorntjesbrood
Het recept voor de boter is genoeg voor 600 gr pasta (voor 4 personen – je hebt vrij veel pasta nodig, omdat er verder geen vullende saus is)

100 gr roomboter, op kamertemperatuur
1 klein scheutje olijfolie
1 sjalotje of een heel klein rood uitje, heel fijn gesnipperd
30 gr gedroogde paddenstoelen, bv eekhoorntjesbrood
4 teentjes zwarte knoflook
4 scheutjes (vegetarische) Worcestershire saus
een kneepje vers citroensap
zout en peper 
voor erbij: wat verse bieslook of peterselie en Parmezaanse kaas
600 gr pasta naar keuze

Doe de gedroogde paddenstoelen in een kom en giet er heet water op om ze te laten wellen (in ieder geval 10 minuten). Haal ze er daarna uit.

Fruit de gesnipperde sjalot of ui in een klein beetje olie tot het zacht is. Voeg dan ook de paddenstoelen toe en bak ze even mee. Voeg tenslotte de zwarte knoflook toe, bak nog heel even en haal dan van het vuur. Pureer dit mengsel in een keukenmachine (of eventueel een staafmixer) tot fijne snippers.

Meng het daarna met de boter, Worcestershire saus, citroensap, zout en peper. Je kunt het nu direct gebruiken of bewaar het in de koelkast.

Je kunt de boter ook op huishoudfolie scheppen, dichtrollen en tot een worst vormen. Als je dat op laat stijven, kan je er plakken van snijden en ergens op laten smelten.

Kook dan nog de pasta gaar en smelt de boter erdoorheen. Serveren met bieslook en parmezaan erop.


5 mei 2019

Gebakken zalm met gemberhoning en kokosrijst



Het grootste succes deze week was zonder twijfel de zak norivlokjes van Saitaku, welke je over rijst en dergelijke kan strooien. Het gaat om krokant geroosterd zeewier gemengd met sesamolie en sesamzaad. Nogal prijzig (3,49 bij de AH voor een zakje dat de familie hier zo leeg schudt bij het avondeten), maar erg lekker. Ik had het al eerder gebruikt op de zelf gepopte popcorn en later die dag ook op gebakken zalm, bestreken met gemberhoning, en met kokosrijst erbij. Nou jongens, dat was smullen en ik kan het aanraden.



De norivlokken in kwestie



De popcorn met nori

De zalm werd bestreken met de gemberhoning van Melvita (in ieder geval nu verkrijgbaar bij de Jumbo). Het is een vrij stevige honing met een duidelijk gembersmaak, die ik zelf erg kan waarderen. Je kunt ook gewone honing gebruiken en een theelepel fijngehakte gember toevoegen.
Daarbij kwam basmatirijst van Tilda, welke een mooie stevige, kleine korrel heeft. Deze werd gekookt in een mengsel van kokosmelk (altijd van Go Tan – mijn favoriet van de supermarktmerken) en gewoon water. Nou, en daarbij dan wat gewone broccoli en je feestmaal is klaar.

Gebakken zalm met gemberhoning en kokosrijst
recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

voor de zalm:
4 (of 5) stukken zalmfilet, zonder huid, samen ongeveer 500 gram (diepvries is prima)
75 gr Melvita gemberhoning (of gewone honing met een theelepel heel fijn gehakte, verse gember)
40 ml sojasaus, zoals Kikkoman (geen ketjap manis)
1 grote teen knoflook, gesnipperd
eventueel om er extra overheen te strooien: ringetjes lente-ui, sesamzaad en/of dus die nori sprinkles

voor de rijst:
200 gr witte basmatirijst, zoals Tilda (geen snelkookvarianten!)
250 ml kokosmelk (=1 tetrapakje van Go tan)
225 ml water
zout

verder nodig:
2 stronkjes broccoli, in roosjes

Begin met de zalm: marineer de stukken (ontdooide!) zalm in het mengsel van honing, sojasaus en knoflook. Als je de marinade iets verwarmt in de magnetron is deze makkelijk door elkaar te roeren. Laat de zalm en marinade in ieder geval 15 minuten in de koelkast staan, maar liever langer.

Verhit de oven op 200 graden (180 graden hetelucht). Leg bakpapier op een bakplaat en daarop de zalm. Bestrijk elk stuk zalm met een eetlepel van de marinade en bak ze dan 10 tot 15 minuten afhankelijk van de dikte. In de laatste paar minuten kan je nog een eetlepel marinade erover lepelen, maar laat het dan nog wel even bakken.

Ondertussen de rijst maken: schenk de kokosmelk met het water in een pan, samen met de rijst en breng dit af en toe roerend aan de kook. Kook de rijst in een pan met deksel op laag vuur in ongeveer 10 minuten (ligt ook aan de soort rijst!) gaar. Controleer wel aan het einde of het niet te droog kookt. Laat desnoods zonder deksel het resterende vocht verdampen tot het een smeuig geheel is.

En ondertussen kook (of stoom) je ook de broccoli gaar in water. Serveren met de nori sprinkles of sesamzaad.



28 april 2019

Quesadillas met witte bonen en spinazie


Ik heb twee quesadillas op dit blog staan (eentje met feta en koriander en eentje met kaas en olijven), maar ze zijn allebei niet zo vullend als dit recept. Wij aten er zelf een salade bij, maar het zou op zichzelf kunnen staan als hoofdgerecht. De vulling is stevig met witte bonen en spinazie, maar ook romig (want met creme fraiche – nee, niet ‘light’, wel lekker). Eet er bijvoorbeeld een tacosaus bij. Die kan je kopen, maar zelfgemaakt is ook een fluitje van een cent.

Quesadillas met witte bonen en spinazie
voor 8 tortilla’s – dit was voldoende voor ons gezin van 5

2 blikken witte bonen (bv cannellini) (uitlekgewicht is 250 gram per blik)
goede lik sambal oelek
1 tl komijnpoeder
1 teen knoflook, gesnipperd
zout
300 gr diepvries bladspinazie, ontdooid en uitgeknepen
200 gr pittige, geraspte kaas
200 gr crème fraiche
8 grote tortilla’s

Laat de bonen uitlekken en spoel ze af. Doe ze in een kom en voeg de andere ingrediënten toe. Meng dit door elkaar. Beleg de tortilla’s met een goede schep van de vulling, op 1 helft, en klap deze dan dubbel. Herhaal dat met alle tortilla’s.

Verhit 1 of 2 koekenpannen en leg de tortilla’s in de droge pan (zonder olie). In een grote koekenpan zou je twee tortilla’s in de pan moeten kunnen passen. Bak ze gedurende enkele minuten, maar houd in de gaten dat het niet te snel gaat. Als de onderkant mooi bruin is gebakken, keer je ze om en bak je de andere kant.

Lekker met tacosaus!
  

23 april 2019

Ottolenghi’s bietensalade met rabarber en gorgonzola


De rabarber staat hier in de tuin al hoog op de poten. Die jonge rabarber is nog heerlijk zacht en mals en ik maak er nu goed gebruik van. Deze salade is een van de weinige hartige toepassingen, maar Ottolenghi slaat de spijker op zijn kop. Het zoet van de dressing gaat mooi samen met de bietjes en de zurige rabarber.

De kinderen eten dit natuurlijk weer niet (Ieuw! Bieten! Ieuw! Rabarber!), dus ik heb iets minder gemaakt dan Ottolenghi voorschrijft. Ook poft hij zelf de bieten in de oven, maar ik ga voor kant-en-klare gare bieten. Wie het origineel wil volgen, kijkt in deze link.

Ottolenghi’s bietensalade met rabarber en gorgonzola
Recept voor 2 personen

500 gr kant-en-klare, gare bieten
200 gr rabarber, in schuine stukken van 2,5 cm
20 gr suiker
1 kleine, rode ui, in dunne, halve ringen
klein handje bladpeterselie
75 gr gorgonzola of een andere blauwe kaas, in stukjes gescheurd
zout en peper

voor de dressing:
1,5 tl (sherry)azijn
1/2 el granaatappelstroop (melasse)
1,5 el ahornsiroop (maple syrup) of honing
1,5 el olijfolie
½ tl gemalen allspice (niet in huis? Doe maar een snuf nootmuskaat)

Snijd de (gare) bieten in stukjes van 2 cm.
Verhit de oven voor op 200 graden (180 graden hetelucht).

Schud de rabarber om met de suiker en verdeel over een bakplaat (op bakpapier). Bak ze 10 a 12 minuten. Het moet zacht zijn, maar nog niet tot moes gegaard. Bij mij was 12 minuten al bijna te veel trouwens! Zet het apart en laat afkoelen.

Meng de ingrediënten voor de dressing in een kom en leg de ui er een paar minuten in zodat deze wat milder en zachter wordt. Voeg daarna samen met peterselie en bieten in een schaal. Breng op smaak met zout en peper. Pas wanneer je het gaat eten, meng je ook de rabarber en gorgonzola erdoor.
Niet teveel mengen – die bieten kleuren alles roze!


13 april 2019

Vegetarische enchiladas


Nou, eindelijk eens een recept waar iedereen aan tafel blij mee was. De kinderen aten er goed van en wij, nou ja, zo moeilijk zijn we zelf eigenlijk niet… Maar ik gooi deze wel in het grote kookrepertoire. Het is een dankbaar recept voor de familie.

Die saus was een verrassing voor me. Het ziet eruit als een tomatensaus, maar het is een roux, op smaak gebracht met chilipoeder en een beetje tomatenpuree. En een roux gemaakt met olie in plaats van boter was ook even nieuw voor me.
Mexicaanse kazen hebben we hier eigenlijk niet, maar een milde Goudse is prima. Als je wilt kan er wat geraspte Parmezaan bij. Ik gebruikte uiteindelijk half belegen Goudse en half Parmezaan, omdat ik allebei had liggen.

Vegetarische enchiladas
recept voor 12 stuks, voor 4 personen

1 grote ui, gesnipperd
3 teentjes knoflook, gesnipperd
1 grote of 2 kleinere paprika’s (rood, geel, groen – maakt niet uit), in kleine stukjes
1 el olijfolie
1 blik maiskorrels (uitlekgewicht ongeveer 300 gram)
1 blik zwarte bonen, uitlekgewicht 240 gram
2 el roomkaas of creme fraiche
1 tl gerookte paprikapoeder
2 tl komijnpoeder
1/2 tl chilipoeder (of meer naar smaak)
sap van een limoen
200 gr geraspte kaas (zie boven)
zout en peper
12 grote tortilla’s
de enchilada saus van het recept hieronder
eventueel avocado voor erbij

Maak eerst de enchiladasaus waarvan het recept hieronder staat.

Ga dan door met de vulling van de tortilla’s: verhit wat olie in een braad- of hapjespan en doe daar de ui, knoflook en paprika in. Fruit gedurende een minuut of 6, op niet te hoog vuur, of tot de ui zacht is. Voeg dan de mais, bonen, roomkaas of creme fraiche, de helft van de kaas, specerijen en limoensap toe en breng het op smaak met zout en peper. Warm het kort door, verhit de oven alvast op 175 graden en maak dan de enchiladas:

Schep een twaalfde deel van de vulling (en dat is dus niet zoveel - twee eetlepels ofzo) als een streep in het midden van een tortilla en vouw/rol deze op. Ik klap hem eerst dubbel en rol het dan verder op. Leg de rol in een ovenschaal (iets van A4 formaat is zeker nodig!) Ga zo door met de rest.

Schenk de enchiladasaus erover, maar alleen in het midden, zodat de tortilla’s aan de randen knapperig kunnen worden. En bestrooi met de resterende kaas. Bak het gedurende 30 minuten. Als je wilt kan je aan het einde de temperatuur wat verhogen als je extra knapperige tortilla’s wilt.

Als je wilt kan je de enchiladas serveren met plakjes avocado.

Enchilada saus:
Voor ongeveer 500 ml saus
Nb. Ik gebruik maatschepjes waarbij een theelepel 5 ml is en 1 eetlepel is 15 ml

2 el olijfolie
2 el bloem
1 tl chilipoeder
1 tl gemalen komijn
1 miniblikje geconcentreerde tomatenpuree (70 gr)
350 ml groentebouillon (van een half blokje)
1 teen knoflook, gesnipperd
1/2 tl oregano
een snuf kaneel (een mespunt, niet meer! Wel een belangrijk ingredient!)
1 tl wijnazijn
zwarte peper

Deze saus maak je erg snel, dus zorg dat je alles klaar hebt staan: verhit de olie in een kleine kookpan/steelpan. Doe dan de bloem erbij (zorg dat de hoeveelheid hetzelfde is als van de olie) en laat dit in een minuut iets garen. Doe dan de chilipoeder + komijnpoeder erbij en roer de tomatenpuree erdoor. Voeg dan langzaam de bouillon toe en roer met een garde tot je een gladde saus krijgt. Voeg tenslotte de knoflook, kaneel en oregano toe. Breng het aan de kook en laat dan op laag vuur pruttelen. De saus zou nu snel dikker moeten worden. Wanneer je iets van ketchupdikte hebt bereikt voeg je de azijn toe. Proef dan; moet er nog zout bij? Haal het dan van het vuur en ga verder met de tortilla’s.


7 april 2019

Patate al forno con rucola


Slagroom. Ik zeg het meteen maar even, zodat jullie even bij de les blijven, want dit zijn dus niet ordinair gebakken aardappels op een bedje van rucola. Nee, deze nieuwe aardappeltjes worden gebakken in slagroom met knoflook. En kijk, toen ik dat in een oude Elle Eten tegenkwam, was dat precies het punt waarop ik de bladzijde eruit scheurde.
Het origineel suggereert dat je de aardappels warm eet, maar ik vraag me af hoe je dat dan met de warme en daarmee verlepte rucola doet. Ik maakte er dus een salade van en liet alles weer afkoelen. Met de ingedikte slagroom als een soort dressing. Lekker hoor. Een pondje aardappels voor acht man, dacht de Elle… Nou, dat lijkt me wat zuinigjes…. Dit eet je gewoon met twee man op. Nou, vooruit, vier zou nog wel kunnen als bijgerecht. Overigens eet je niet al die slagroom op, hoor. Het is vooral de bedoeling dat het een beetje romig aan die aardappels blijft hangen.

Patate al forno con rucola
Recept voor een salade voor 4 personen
Bron: gebaseerd op een oude Elle Eten

2 tenen knoflook, in plakjes
1 el olijfolie
500 gr kleine, nieuwe aardappels (vastkokend en met dunne schil, want die laat je eraan)
150 ml slagroom
zout en peper
75 gr rucola

Verhit de oven op 180 graden (170 graden hetelucht).

Doe de olie in een pannetje en fruit de knoflook daarin, heel zachtjes en heel kort, want kleuren mag het beslist niet. Giet de slagroom erbij en haal het van het vuur.
Boen de aardappels schoon en snijd ze in de lengte doormidden. Doe ze in een ovenschaal en giet de slagroom erbij. Bestrooi met zout en peper.

Zet het in de oven en bak het zo’n 50 tot 60 minuten. Kijk maar even. De aardappels moeten uiteraard gaar zijn. Schep ze wel af en toe even om. Laat dit tot lauw of kamertemperatuur afkoelen en serveer dan op een bedje van rucola. Schenk er wat van die slagroom op!



31 maart 2019

Tortilla’s met zoete aardappel



Voor de verandering volgde ik eens trouw het originele recept, maar stond wat twijfelend naar het eindproduct te kijken en voorzag dat er tafelvragen zouden worden gesteld. Het eindresultaat leek me wat te saai. Op het laatste moment heb ik toch maar snel twee handen oude kaas toegevoegd en kijk eens aan… de zon ging schijnen, jongens.  Ik was er erg mee in mijn nopjes. Ook de volgende dag toen ik het restje zoete aardappel als lunch opat. Lekker, simpel en vullend.

Tortilla’s met zoete aardappel
Recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

1 kilo zoete aardappels
zout en peper naar smaak
1 tl gemalen komijn
1 tl chilipoeder
olijfolie
1 ui, grof gesnipperd
2 teentjes knoflook, gesnipperd
1 blik zwarte bonen, uitlekgewicht 240 gr
sap van 1 grote of 2 kleinere limoenen
125 gr pittige, geraspte (Goudse) kaas
ongeveer 8 zachte, kleine tortilla’s
een ruime hand verse koriander, gesneden
eventueel tomatensalsa en zure room voor erbij (Griekse yoghurt kan ook wel als je wat wilt besparen op calorieën!)

Verhit de oven voor op 200 graden hetelucht (of 220 graden conventioneel, maar ik heb hier een voorkeur voor hetelucht).
Schil de aardappels en snijd ze in dobbelsteentjes. Niet te groot dus. Doe ze in een schaal en breng op smaak met zout, peper, komijn en chilipoeder. Schenk er een scheutje olie bij zodat alles een beetje bedekt is. Dat hoeft niet meer dan een ruime eetlepel te zijn. Schep ze goed om. Leg ze dan in een enkele laag op een grote bakplaat, welke je hebt bekleed met bakpapier. Rooster ze gedurende 15 minuten, schep ze dan door en rooster nog eens 10 tot 15 minuten of tot ze knapperige randjes hebben.

Ondertussen de ui fruiten in een beetje olijfolie tot het zacht is. Voeg in de laatste minuut de knoflook toe. En daarna ook de afgespoelde bonen, limoensap en de aardappelblokjes. Proef of er nog wat zout bij moet. Strooi er tenslotte koriander over en serveer met warme tortilla’s en eventueel salsa en/of zure room.



24 maart 2019

Vegetarisch broodje “Philly cheese steak”


De klassieke Philly Sandwich wordt gemaakt met dun gesneden rundvlees, wat op een zacht broodje wordt gecombineerd met gebakken uien, paprika en veel kaas. Een gevalletje ‘comfort food’ inderdaad. Maar ook zonder vlees kan je een heel erg lekker broodje maken. Ik at dit zelf op mijn verjaardag, dus dat zegt wel wat… :)

Het broodje hoort eigenlijk een zacht broodje te zijn, zoals je dat bij de Subway zou halen, maar precies hetzelfde hebben we hier niet, dus ik nam gewone zachte, witte puntjes. Je kunt natuurlijk ook iets van stokbrood gebruiken, maar zacht brood eet wel zo soepel weg en dat is een beetje het idee van dit soort ‘street food’.

Ik blijf trouw aan de klassieke vulling, maar het vlees wordt vervangen met champignons en dat gaat echt prima. De kaas is misschien wél een dingetje. In Amerika gebruiken ze er ‘Provolone’ voor, maar die moet je hier wel even zoeken. Het is een halfharde kaas, vergelijkbaar met Goudse kaas, maar het is zouter en zoeter. Een pittige Provolone gaat zelfs een beetje richting Gruyère, dus dat zie ik ook wel voor me als optie. Neem anders een gatenkaas, zoals Leerdammer. Wel eentje die goed smelt. Zelf kocht ik zowaar een vegetarische Provolone (met microbieel stremsel) bij de Lidl, hoewel de kazen van origine natuurlijk met dierlijk stremsel worden gemaakt.

Voor alles wat gesneden moet worden: maak het niet te fijn, zodat het na het bakken nog een beetje stevig is.


Vegetarisch broodje “Philly cheese steak”
recept voor 6 witte puntjes

olijfolie om te bakken
1 middelgrote ui, in halve ringen (niet te smal!)
400 gr grote champignons, in niet te dunne plakjes
1 grote rode paprika, in reepjes (ook weer niet te dun!)
1 kleine el oregano
1 teen knoflook, gesnipperd
wat chilivlokjes of een likje sambal oelek
zout en peper naar smaak
1 el sojasaus (ik gebruikte ketjap manis, maar ongezoet kan ook)
4 of 6 grote plakken Provolone of een alternatief (zie boven)
6 zachte, witte puntjes of 4 grotere stukken stokbrood

Verwarm de oven voor op zo’n 200 graden.
Bak de ui en paprika in een beetje olie tot het zachter wordt.
Bak de champignons in een andere pan in wat olie tot ze enigszins bruin worden. Geduld is een schone zaak: ze laten eerst water los en pas wanneer dat verdampt is, kan je serieus gaan bakken.
Snijd het brood open en toast ze kort in de oven.  
Voeg de champignons en uien/paprika samen en breng het op smaak met de oregano, chili, knoflook, zout, matig peper en de sojasaus.

Vul een broodje met een schep van de vulling, beleg met kaas en laat dit nog even smelten in de oven.

             

17 maart 2019

Koreaanse komkommersalade



Mocht je het nog niet kennen, ‘gochujang’ is een Koreaanse chilipasta en ja, die is toch weer heel wat anders dan de sambals die je al had staan.  Het is een zoetzurige, gladde pasta van chilipepers, rijst en gefermenteerde sojabonen. Het is niet overdreven heet. Zelfs de heetste varianten vind ik nog wel meevallen. Hoewel het eenmaal verwerkt in warme gerechten opeens een stuk pittiger aan kan doen. Als je het zou moeten vervangen zou ik uitkomen op geconcentreerde tomatenpuree welke je met flink wat sambal en een beetje suiker en azijn op smaak brengt.

Oh ja, via deze link kom je bij de uitspraak van gochujang.


En wat doe je er dan mee? Nou ja, je maakt er bijvoorbeeld je eigen kimchi mee (een soort Koreaanse zuurkool, maar dan grover en vaak ook met een mix van groente). Er zijn online zat recepten van te vinden. En als je de kimchi wel wilt eten, maar niet zelf wilt maken, dan gebruik je de gochujang ook weer in ‘rijst met kimchi’. Kimchi is wel een beetje ‘acquired taste’, hoor. Het is heftig spul! Het ruikt heel sterk naar knoflook en chilipepers. Sterker nog, je hele huis ruikt ernaar als je er mee gaat koken en dat van de buren ook! Als dat je nog niet afschrikt, heb ik hier wel een snel recept:  

Kimchi-rijst

Rijst met kimchi:
Kook 500 gram rijst gaar. Ondertussen 500 gr kimchi uit laten lekken, het vocht bewaren en de kimchi iets kleiner snijden. Wok de kimchi 5 minuten in een beetje olie. Voeg dan 100 ml water, 1 tot 3 eetlepels gochujang pasta (nou ja, dat ligt dus helemaal aan de soort die je hebt staan + of je voor kinderen kookt of niet) en het opgevangen vocht van de kimchi toe. Daarna ook de uitgelekte en droog gestoomde rijst erdoor scheppen en warm het nog even goed door. Serveren met gebakken ei of omelet en wat nori die je oprolt en dan in ragfijne strookjes knipt.

Goed, en als je die pot hebt staan, dan moet je er meer mee doen. Dit is een verrassend lekker Koreaans bijgerecht. Laat je niet afschrikken door dat verhaal over die kimchi, want daar heeft deze salade niets mee te maken:

Koreaanse komkommersalade
nb. ik maak het ook vaak met gehalveerde kerstomaatjes - ook lekker!

1 komkommer
zout naar smaak
½ el rijstazijn
½ el gochujang
½ el sesamzaad
1 (kleine) teen knoflook, gesnipperd
½ el sesamolie
½ el suiker

Snijd de komkommer in de lengte door en schraap de zaadlijsten eruit met een lepel. Snijd het daarna in plakjes. Schep de plakjes om met de rest van de ingrediënten en zet het koel weg om de smaken er in te laten trekken. Koud serveren.

Nb. Voeg smaakmakers toe naar eigen inzicht, he? Ik had laatst een wel erg grote komkommer en heb alles gewoon verdubbeld.



10 maart 2019

Duitse pruimen-kruimeltaart



Ik houd niet van taarten met deeg aan de buitenkant. Nou ja, wel om te eten, maar om te maken vind ik het altijd zo’n geneuzel. Nog erger is het als dat deeg dan ook nog eerst blind moeten worden gebakken… Zoveel stappen, zoveel gedoe.
Maar… dan deze taart. Dit is toch echt serieuze taart, maar het staat wel binnen 15 minuten in de oven. De bodem bestaat uit een simpel cakebeslag. Daarop komt een laag pruimen uit een pot. En tenslotte strooi je daar rijkelijk een kruimeldekentje overheen. En dan krijg je dus zo’n lekkere, royale, Duitse plaattaart.

Verse (gehalveerde en ontpitte) pruimen zouden ook kunnen trouwens, maar dan wel in het seizoen!

Duitse pruimen-kruimeltaart
Voor een taartvorm van ongeveer 24 cm
Bron: Backen macht Freude – kookboek van Dr. Oetker

125 gram zelfrijzend bakmeel
125 gram suiker
125 gram roomboter op kamertemperatuur
125 gr eieren (ongeveer 2 grote)
1 zakje vanillesuiker
snuf zout
2 potten ingemaakte pruimen met een uitlekgewicht van ongeveer 180 gram (ik had dus 360 gr pruimen), uitgelekt

voor het kruimeldeeg:
150 gram bloem
100 gram suiker
½ tl kaneel
100 gram koude roomboter, in stukjes



Verwarm de oven voor op 180 graden (of 170 graden hetelucht). Bekleed een taartvorm van zo’n 24 cm met bakpapier. Een kleinere vorm lukt ook wel, maar als je iets groters gebruikt, wordt het een erg dun taartje.

Mix of klop de zachte boter met de suiker romig. Voeg dan de eieren toe en daarna de bloem, zout en vanillesuiker. Doe het beslag in de vorm en strijk het glad. Dat is lastig met dat papier, en als je dat niets vindt, dan beboter je het blik maar gewoon, maar ik vind papier uiteindelijk handiger bij het bakken. Bj een springvorm kan je eventueel ook gewoon een vel papier op de bodem leggen en dat inklemmen met de rand.
Verdeel de uitgelekte pruimen over het beslag.

Maak dan het kruimeldeeg: doe alles in een kom en knijp het met je vingers samen tot een rommelig deegje, waar je na een tijdje kruimels van kan knijpen. Bewerk het niet te lang!
Verdeel de kruimels over de pruimen en bak de taart in ongeveer 50 minuten gaar in de oven. Als je er een sateprikker in steekt, moet deze er weer schoon uitkomen – dan is het cakebeslag ook gaar.

Laat de taart nu helemaal afkoelen. Hij kan ook goed tegen bewaren, dus de dag erna is hij ook nog lekker. En jawel, daar mag best slagroom bij.



3 maart 2019

Salade van zongedroogde tomaat en paprika


Afgelopen woensdag, 27 februari, tikte de thermometer de achttien graden aan. Bizar natuurlijk, maar iedereen had wel meteen de zomer in zijn hoofd. Ik ook. Ik maakte meteen een paar salades voor die avond. Waaronder deze. In dit recept worden gele paprika’s gebakken met tomaatstukjes en daarna gemengd met zongedroogde tomaten. Een zomerse salade en erg lekker met wat stoer brood ernaast. Vandaag regende het dan wel de hele dag, maar bewaar dit recept voor de volgende warme dag!


Salade van zongedroogde tomaat en paprika

2 el olijfolie
2 grote, gele paprika’s, schoongemaakt en in brede repen gesneden
3 teentjes knoflook, gesnipperd
1 blik tomaatstukjes (400 gr)
1 tl tijm
flinke snuf suiker
1 el balsamicoazijn
2 el kappertjes
10 zongedroogde tomaten op olie, uit pot
klein handje verse peterselie, gehakt
zout en peper

Verhit de olie in een koekenpan en bak de repen paprika een minuut of vijf tot ze bruin beginnen te worden, maar nog wel stevig zijn. Voeg dan de helft van de knoflook toe, samen met de tomaatstukjes, tijm en suiker en bak dit op hoog vuur tot het meeste vocht is verdampt en de tomaatstukjes een dikke ‘pasta’ zijn geworden. Breng op smaak met azijn, zout en peper.  Laat dit nu eerst iets afkoelen.

Ondertussen snijd je de gedroogde tomaten doormidden en doe deze in een schaal, samen met de kappertjes, peterselie en resterende knoflook. Schep de lauwe paprika’s erdoor en serveer op kamertemperatuur.



24 februari 2019

Pizza Calabria, maar dan vegetarisch


bron foto: Pixabay

Elke keer als ik de pizza Calabria bij mijn favoriete pizzeria bestel roept de ober enthousiast: “That’s where I am from!” (nee, ik heb deze Italianen nog niet kunnen betrappen op het spreken van Nederlands. Het zijn allemaal heel erg verse import-Italianen) en hij is er duidelijk trots op. Dat begrijp ik wel. Ik bestel de Calabria vooral vanwege de ‘nduja’, een soort smeerbare salami, maar dan pittig. Nou ja, het is doorspekt met chilizaadjes, dus het is, zeg maar, vlammend heet. En dat is watertandend lekker. Het komt dus uit het Zuiden van Italië; als je je het land als laars voorstelt, zit Calabrië op de plek van de tenen in de laars.

Nduja is niet zo gemakkelijk te verkrijgen, hoewel je het online wel kunt vinden en in de grote steden heeft de Italiaanse traiteur het vast ook. Maar nu is het natuurlijk ook zo dat ik op dit blog de boel graag wat vegetarischer maak en ik had in mijn hoofd dat ik een kant-en-klare tomatentapenade kon versnijden met chilipeper. Ik gebruikte daarvoor sambal oelek, maar die is ook iets zurig, dus je zou ook verse chilipepers kunnen gebruiken. Met zaadjes en al (die zijn het heetste van de hele peper). Neem dus wat tomatentapenade (van zongedroogde tomaten) en meng dat met heel fijn gesneden chilipeper of sambal oelek, zoveel als je durft, maar je moet wel het idee hebben dat het goed vlamt. Het moet echt goed pittig zijn. Overigens smaakt dat als het heet is nog iets pittiger, dus schat dit zelf maar even in.
Nou ja, en dat lijkt dus helemaal niet op nduja, ik zeg het alvast maar even, maar ik ben wel erg gecharmeerd van die loeihete hoopjes tapenade op mijn pizza en dat wilde ik dan toch even aanraden.


En de rest van de pizza Calabria laat ik over aan jullie expertise: ik kneed zelf het pizzadeeg, maar er zijn respectabele kant-en-klare pizzadegen te koop tegenwoordig, dus doe maar wat… Daarop smeer je wat simpele tomatensaus (ik zweer tegenwoordig bij een pakje Tomato Fritto van Heinz – ik gebruik meestal een half pakje en de rest van het pakje zet ik gewoon in de vriezer voor de volgende keer) en dat beleg ik met champignonplakjes die ik even iets bruin gebakken heb, geraspte mozzarella (de harde soort die je geraspt koopt), kleine hoopjes ricotta en dus kleine hoopjes van de tapenade hierboven (of nduja voor wie dat wil). En het belangrijkste bij dat alles is: beheers jezelf – een pizza moet spaarzaam belegd zijn. Een dun laagje tomatensaus, matig kaas, etc.

Tenslotte gaar en bruin bakken in een loeihete oven.