15 juli 2018

Romescosaus



bron: cltampa

Voor wie deze saus nog niet kent, ik geef je hieronder één klein recept, maar daarmee kan je tientallen kanten op. De Spaanse salsa romesco is werkelijk overal lekker bij! Het mengsel van paprika, knoflook, amandelen, azijn en gerookte paprikapoeder is gemakkelijk te maken en kan zowel bij vlees en vis worden gegeten, maar is ook fantastisch bij gegrilde groente. Het wordt van origine dat ook gegeten met gegrilde, jonge preitjes. Het is voor kinderen alleen misschien iets te heftig. Niet omdat het heet is, maar wel erg volwassen van smaak. De azijn en gerookte paprika zorgen ervoor dat mijn kinderen in ieder geval even wit wegtrekken… 

Even wat ideeën?

1.     De saus is bijvoorbeeld lekker in pasta met geroosterde bloemkool
2.     als saus/dressing bij geroosterde groente
3.     bij maiskoekjes of anders deze maiskoekjes
5.     als saus op een pizza. Voor een normale pizza gebruik je krap 100 ml saus. Beleg dat met mozzarella en Goudse oude kaas, en na het bakken met rucola. Of beleg de romescopizza met heel dunne rode ui ringen, of champignons, gegrilde groene asperges in het seizoen… etc
7.     Hollandse of Portugese viskoekjes met ernaast romescosaus en zwarte olijven
8.     bij boerenkoolstamppot!
9.     met gebakken bloemkool ‘steak’ 
11.  een salade met bimi en haricots vert en een saus die erg op romesco lijkt (maar het niet is)

Recept voor romesco saus 
voor 600 ml

400 gr geroosterde rode paprika’s (kant-en-klaar uit een pot is prima)
2 kleine tenen knoflook
100 gr amandelen (mag met het bruine schilletje eraan)
2 el olijfolie (of meer naar smaak)
2 el geconcenteerde tomatenpuree (=1 klein blikje van 70 gram)
40 ml sherry- of rodewijnazijn
1 tl gerookte paprikapoeder (beslist gerookt - kijk anders maar eens bij een Turkse winkel)
snuf chilipoeder
zout

Het recept is simpel: gewoon alles pureren in een keukenmachine of blender het tot een dikke saus.




9 juli 2018

Opa's maiskoekjes


Even een kort recept dat ik in de eerste plaats wil bloggen, omdat het een klassieker in de familie is en ik het zelf niet wil kwijt raken :) Het recept komt van mijn opa en ik at dit vroeger vaak bij hem thuis. Ik denk dat zijn beschrijving in de foto voldoende is om te volgen, maar ik schrijf het hieronder nog even uit.... De koekjes zijn zowel zoet (met stroop!) of hartig te eten.

Het recept gaat uit van een flinke stapel pannenkoekjes. Je kunt de rest ook koud voor het ontbijt eten, maar wie dat niet ziet zitten, moet even het recept halveren.

Opa's maiskoekjes
recept voor 55 stuks

500 gr zelfrijzend bakmeel
500 ml melk
4 a 5 eieren (350 gr in totaal)
40 gr gesmolten boter
40 gr suiker
2 blikken mais (het uitlekgewicht van 1 blik mais is krap 300 gram)
zout naar smaak
zonnebloemolie om te bakken

De eieren goed schuimig mixen. Meel en melk mengen, en daarna bij de eieren mixen. Voeg daarna de rest erdoor met een lepel. Laat het beslag niet staan, maar begin meteen met bakken. Wij bakken er vijf per keer in een grote koekenpan, op middelhoog vuur. Niet te heet bakken, zodat de pannenkoekjes mooi garen.



30 juni 2018

Vegetarische taco’s met walnootgehakt en abrikozensalsa


Het is niet de slankste vleesvervanger, maar wel gezond, en qua smaak helemaal niet gek. Ik heb dit nu al een paar keer tot grote tevredenheid gemaakt in plaats van de originele gehaktvariant. De abrikozensalsa is er geweldig bij, maar je kunt er met alle gemak iets anders bij maken. Bijvoorbeeld als je de abrikozen vervangt met perzik of mango (ik heb ooit over een goede mangosalsa geschreven). Of maak er een normale tomatensalsa bij, eentje met mais, of een ‘cowboy caviar’ van zwarte bonen, mais, avocado en komijn.

De taco is al prima met de walnoten en abrikozensalsa, maar kan verder worden uitgebouwd met slareepjes, (zelfgemaakte) tacosaus, avocadoblokjes en/of een lepel Griekse yoghurt.


Vegetarische taco’s met walnootgehakt en abrikozensalsa
Gebaseerd op een recept van Vegetarian Ventures
veganistisch zonder de yoghurt en anders vegetarisch
recept voor 4 tacos’s
nb. 1 tl = 5 ml

voor het walnootgehakt:
200 gr walnoten
1 tl gerookte paprikapoeder
1½ tl chilipoeder
½ tl komijnpoeder
½ tl zout
scheutje olie
scheutje water
2 el ketchup

Voor de abrikozensalsa:
4 x grote abrikozen (of 1 mango, of 1 a 2 perziken – zie ook tekst boven), in kleine blokjes
klein handje gehakte koriander
1 teen knoflook, gesnipperd
zout naar smaak
likje sambal oelek (of een stukje verse rode peper, gesnipperd)

verder nodig:
4 tacoschelpen
optioneel: avocadoblokjes, slareepjes, Griekse yoghurt of zure room, (tomaten)tacosaus

Maal de walnoten heel kort (met de pulseknop) tot ze grof gekruimeld zijn. Niet te lang malen! Je hebt geen poeder nodig, maar fijne stukjes. Zo groot als gewoon rul gebakken gehakt. Meng dat met de specerijen en zout. Verhit een klein scheutje olie in een koekenpan op middelhoog vuur en bak de walnoten daar heel kort in (1 a 2 minuten). Doe er dan een scheutje water en de ketchup bij, roer het om en warm het goed door. Het zal vrij snel binden tot een soort dikke walnotensaus. Dan is het ook klaar.

Voor de salsa meng je simpelweg alles. Ondertussen verwarm je de taco’s en zet je eventuele extra’s ook klaar.




23 juni 2018

Ravioli met snijbonen en zwarte olijven - voor volwassenen?


Verdorie, hoe klein moet je olijven snijden voordat de kinderen het niet meer zien? Het was weer eens de oudste dochter die de stukjes op de rand van het bord schoof. En dan zat er ook nog tomatensaus bij. Dat lust ze ook al niet. Ach, arm kind… Maar Meneer zat smakelijk te eten en vond het lekker. Dat is dus de bekende spagaat van elk huishouden met kinderen. Er wanhoopt er altijd wel eentje en je hebt zelden iedereen op hetzelfde moment blij, tenzij je pizza maakt.

Voor de doorzetter; dit recept is snel en gemakkelijk, maar toch apart kruidig, met wat pit van sambal, venkelzaad en de zwarte olijven. Doordeweeks, en net even anders.

Ravioli met snijbonen en zwarte olijven
Recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen
bron: Eerst Koken

1 a 2 el olijfolie
1 niet te grote ui, gesnipperd
1/2 tl venkelzaad, liefst iets gevijzeld
2 tenen knoflook, fijn gesnipperd
500 ml passata (gezeefde tomaten)
½ glas rode wijn
zout en peper
likje sambal oelek
60 gr zwarte olijven, in plakjes of fijn gesnipperd voor ‘stukjes-gevoelige kinderen’
500 gr koelverse, grote ravioli of tortellini (bv met spinazie en ricotta)
450 gr diepvries- of verse snijbonen, gesneden
geraspte kaas voor aan tafel

Fruit de ui in wat olijfolie lichtbruin. Voeg het venkelzaad en knoflook toe en laat het nog 1 minuut zachtjes bakken. De knoflook mag niet kleuren. Giet de tomatensaus en wijn erbij. Breng op smaak met zout, peper en een likje sambal. Doe de olijven erbij en laat dit nu op laag vuur zachtjes pruttelen (eventueel met deksel erop - het spettert!) Begin dan pas aan de pasta:

De pasta en snijbonen kan je samen koken, maar let even op de kooktijden. De bonen moet waarschijnlijk het langste. Verse, gesneden boontjes kook je ruim 10 minuten en diepvriesboontjes kook je zo’n 8 minuten, nadat het water weer aan de kook is gebracht. Gebruik daarvoor een grote kookpan waar bonen en pasta samen ruim in passen. Voeg de pasta toe na enkele minuten. Kijk even op de verpakking van de ravioli, maar de meeste zullen maar enkele minuten nodig hebben.

Voeg alles tenslotte samen en serveer met geraspte kaas.


17 juni 2018

Hongaarse bloemkoolsoep - Karfiolleves



Ach ja, wat is 'mooi'… Ik was nog blij verrast met mijn eigen foto, maar als je dit gerecht opzoekt op Google (‘karfiolleves’) dan kom je alleen maar angstaanjagende foto’s tegen van hompen bleke groente in een even bleke bouillon. Terwijl het heus wel wat kan worden: de geroosterde bloemkool wordt in een bouillon gepureerd met paprikapoeder, knoflook en citroenrasp. Erbij komen kleine Hongaarse noedeltjes, welke je maakt door een dik pastabeslag door een vergiet in kokend water te drukken. Die pastaklontjes worden vervolgens gebakken in de koekenpan. Lekker hoor, met dikke yoghurt en dille erbij.

Hongaarse bloemkoolsoep
recept voor 4 personen

nodig voor de soep:
100 gr roomboter
1 kg bloemkool, in roosjes (je kunt ook de stam in stukjes snijden)
4 tenen knoflook, gesnipperd
1 el gedroogde tijm
1 el milde (Hongaarse) paprikapoeder, plus extra om te serveren
½ tl cayennepeper of chilipoeder
rasp van 1 citroen
1 ui, gesnipperd
1,5 liter groente- of kippenbouillon

nodig voor de ‘nokedli’ (noedels – op de foto zie je ze op de voorgrond in de soep):
150 gr bloem
2 eieren, geklutst
zout
beetje olijfolie

verder:
serveren met zure room of Griekse yoghurt
gehakte peterselie en dille (van elk een handje in totaal. Ik week uit naar bieslook en peterselie)

Begin met de noedels: meng de bloem met een theelepel zout en daarna met de eieren en 100 ml koud water, tot een soort beslag.
Breng een grote, brede kookpan met gezouten water aan de kook. Houd er een vergiet boven (en dus niet een zeef, ik zeg het maar even) en giet de helft van het beslag in de vergiet. Het beslag zal door de gaten lopen en in het kokende water tot een soort druppels of sliertjes gaar koken. Help het beslag een beetje door het er door te drukken met een spatel of bolle kant van een lepel. Kook de noedels gedurende 1 a 2 minuten. Als ze drijven zijn ze gaar. Schep ze eruit, laat goed uitlekken en kook ook de andere helft van het beslag. Wentel de noedels in wat olijfolie en leg ze op een bord. Zet dit tot gebruik afgedekt in de koelkast. Je kunt dit prima een paar uur van tevoren al doen.

Voor de soep verhit je eerst een oven tot 180 graden hetelucht (200 graden conventioneel). Smelt 50 gram boter in een pannetje en meng dat in een kom met de bloemkoolroosjes, de helft van de knoflook, de tijm, paprikapoeder, cayennepeper en citroenrasp. Meng het goed, breng op smaak met zout en spreid de bloemkool uit over een grote bakplaat, bekleed met bakpapier. Rooster de groente in de oven tot het bruine plekken krijgt (40 a 45 minuten).

Verhit 30 gram boter in een grote soeppan en fruit daarin de gesnipperde ui. Fruit daarna de knoflook nog een minuut mee en voeg daarna de bouillon toe. Breng dit aan de kook. Voeg de geroosterde bloemkool er aan toe, maar bewaar wat bloemkool om te garneren op het bord. Laat de soep nog 15 minuten zacht pruttelen om de smaken te mengen en pureer hem dan met een staafmixer of blender.

Het laatste restje boter, 20 gram, gebruik je om de noedels te bakken. Bak ze enkele minuten in de boter tot ze kleuren.

Serveer de soep met de noedels, de apart gehouden bloemkool (even kleiner gesneden!), zure room of yoghurt, kruiden en een snufje extra paprikapoeder voor het oog.




12 juni 2018

Groene couscoussalade met vegetarische köfte en gegrilde abrikozen


Lekker zomers als salade, maar je kunt de couscous ook warm eten. De vegetarische balletjes heb ik al vaker gemaakt en het voordeel is dat ze gemakkelijk qua smaak zijn aan te passen, maar het nadeel is wel dat ze veel kleine hoeveelheden nodig hebben, zoals de wortel en een kwart paprika, zodat je met restanten blijft zitten. Maar wanneer ik de balletjes eet als vleesvervanger, dan maak ik er vaak een mengelmoesje aan groente bij, waar die restjes ook in verdwijnen. Bijvoorbeeld tuinbonen uit de diepvries. Die gaan bij gefruite uienringen, de rest van de paprika en wat extra blokjes wortel (foto onder). En trouwens, het restant (gebakken) paprika kan je ook prima in deze couscous kwijt.


Trouwens, ik zeg het maar even, die abrikozen zijn de ster van het gerecht… Ze zijn er erg fijn bij!

Groene couscoussalade met vegetarische köfte en gegrilde abrikozen
Recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

Voor de couscous:
200 gr instant couscous
1 teen knoflook, gesnipperd
2 handen gehakte, verse kruiden, zoals munt (niet teveel), basilicum, koriander (graag!) en/of peterselie
zout naar smaak
1 mini-blikje kikkererwten (130 gr uitlekgewicht)
bosje lente-ui, in ringetjes
goede scheut olijfolie
fijn geraspte schil van 1 citroen
2 tl harissa
1 stronk broccoli

Verder erbij serveren:
gehakte pistachenootjes ofzo (ik had nog pijnboompitten staan en gebruikte die)
Dikke (Griekse) yoghurt
Gegrilde abrikozen (zie onder)
en natuurlijk de balletjes – het recept volgt hieronder

Doe de couscous in een grote saladekom en giet er 400 ml kokend water bij. Roer het even door zodat het niet 1 klomp wordt en zet het enkele minuten weg. Ik schep het tussendoor ook nog even om.
Kook de broccoli in korte tijd gaar en spoel af met koud water. Laat goed uitlekken. Hak het daarna in kleinere stukjes. Voeg tenslotte alle andere ingrediënten toe en meng het tot een salade.

Vervolgens de balletjes maken en dat gaat als volgt:

Vegetarische köfte:

50 gr rode linzen (die koken tot pulp)
100 gr amandelen (of amandelmeel bij gebrek aan een keukenmachine)
50 gr gehakte ui
3 tenen knoflook
50 g rode paprika
100 g wortel
50 tot 100 gr gewone havermout
2 el sojasaus van het type Kikkoman (30 ml dus)
zout en peper
2 el bloem
1 hand gehakte peterselie
1 groot ei (L)
1 el ras el hanout
1 tl harissa
olijfolie om te bakken

Kook de linzen in ruim water gedurende 20 minuten. Ze zijn dan kapot gekookt. Giet ze af en doe ze in een mengkom.

Pak de keukenmachine erbij en hak de amandelen behoorlijk fijn. Wanneer je geen machine hebt, zijn die amandelen je grootste struikelblok en ik zou uitwijken naar amandelmeel… Snipper de ui, knoflook, paprika en wortel in de machine erbij of hak het fijn met een mes (het resultaat zie je in de foto hieronder). Voeg dan de linzen, havermout en sojasaus toe aan de amandelen en groente. Breng op smaak met zout en peper. Meng de bloem door het ‘gehakt’, samen met de eieren en peterselie. Laat het gehakt een half uur rusten en beoordeel dan pas de consistentie. Als het te dun is, voeg dan wat meer havermout toe. Je wilt een redelijk stevig deegje hebben, een beetje zoals normaal gehakt. Slapper deeg maakt ook nattere balletjes en die hebben minder ‘bite’.

Het mengsel van amandel en groente - fijn, maar niet te fijn

Verhit de olie (niet al te zuinig) in een koekenpan en vorm balletjes ter grootte van een walnoot en bak ze rondom bruin. Ik maak er twintig van dit formaat. Verdeel het in twee keer bakken en bewaar desnoods de eerste balletjes in een lauwe oven. Ze zijn koud trouwens ook lekker, hoor.

De abrikozen tenslotte zijn simpel: je moet ze gewoon doorsnijden en kort op een ingevette grillpan grillen. Ik denk dat je ze ook wel in een koekenpan kan bakken; alleen op de snijkant en bak ze niet te lang, want dan worden ze te zacht.



4 juni 2018

Stroganoff pasta met champignons en spinazie



We hebben er even op moeten wachten (8 a 9 jaar), maar er wordt door de kinderen niet meer gemekkerd over champignons! De zwammetjes moeten natuurlijk wel lekker worden gebakken, want niemand houdt van bleke, half gegaarde, dikke hompen champignons, maar verder houdt niets ons meer tegen! Hoera!

Wat betreft bleke champignons; ik hield zelf eigenlijk wel van rauwe champignons. Heel dun gesneden op een salade van groene blaadjes, met wat parmezaan en een gekookt ei in plakjes. Maar dat schijnt ook al niet meer te mogen. Rauwe champignons bevatten naar het schijnt een gif welke alleen door verhitten wordt afgebroken. Dat ene plakje in die salade zal geen kwaad kunnen, maar toch…

Enfin, ik maakte een pasta voor ze met champignons en spinazie. De link met stroganoff komt van de saus van crème fraiche, tomatenpuree en paprikapoeder natuurlijk, maar verder moest dit recept ook gewoon een naam hebben, dus u hoeft niet te mailen dat de uitvinder van de stroganoff het heel anders bedoeld heeft. Ik ben niet heel erg streng met dat soort dingen. Als het lekker is, is het al snel goed bij mij.  

Stroganoff pasta met champignons en spinazie
recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

350 gr pasta naar keuze
Klontje boter of scheutje olie
1 ui, in dunne, halve ringen
1 teen knoflook, gesnipperd
1 tl tijm
400 gr champignons, in plakjes
Zwarte peper naar smaak

Voor de saus:
40 gr roomboter
40 gr bloem
500 ml groente- of tuinkruidenbouillon
200 ml crème fraiche
1 pak diepvries BLADspinazie (450 gr), ontdooid en wat uitgeknepen
35 gr tomatenpuree (1/2 miniblikje à 70 gr)
1,5 tl zoete paprikapoeder
Serveren met geraspte kaas naar keuze

Kook de pasta gaar in ruim water (ook in een grote pan).

Bak de champignons en ui bruin in wat boter of olie. Ze laten eerst alleen water los, maar je moet gewoon even volhouden en de plakjes echt lekker bruin bakken. Voeg de knoflook in de laatste minuut toe. Breng op smaak met zwarte peper en de tijm.

Voor de saus smelt je de 40 gram boter in een kookpan. Roer de bloem erdoor, bak dit een minuut op laag vuur en voeg dan de bouillon in porties toe. Roer de saus met een garde steeds glad. Wanneer de saus mooi gebonden is, voeg je ook de tomatenpuree en paprikapoeder toe. Voeg daarna de crème fraiche en spinazie toe en warm het goed door. Tenslotte voeg je alles (champignons, pasta en saus) samen in de grootste pan en meng het door elkaar.

Serveren met geraspte kaas.


27 mei 2018

Cashewnoten met sojasaus


Ik maakte deze cashewnoten ooit als onderdeel van een hoofdmaaltijd, maar om heel eerlijk te zijn waren de noten de ster van het hele gerecht. Cashewnoten staan erom bekend dat ze vocht opslurpen. De veganistische wereld maakt daar bijvoorbeeld ook dankbaar gebruik van; als je de noten in water legt, kan je ze na een aantal uur vermalen tot een romige saus. Maar goed, in dit geval week je ze in sojasaus. Wanneer je ze daarna roostert, veranderen ze in zoutige cashews met extra smaak. Die eet je natuurlijk als snack, maar in de foto hieronder zie je ze dus ook als krokante afleiding bij gebakken aardappelkoekjes met sesam.


Sojasaus-cashewnoten

Schep 200 gram ongebrande en ongezouten cashewnoten om met 2 el (30 ml) Kikkoman sojasaus. Dek het af en laat dit minimaal 6 uur staan, waarbij je het af en toe omschept. Hierna zal de sojasaus moeten zijn opgenomen door de noten.

Verhit de oven voor op 150 graden (of 140 graden hetelucht) en spreid de noten uit op een bakplaat, bekleed met bakpapier, en bak ze gedurende 25 tot 30 minuten. Schep het af en toe om. Na het bakken zijn ze nog iets zacht, maar ze worden vanzelf weer knapperig bij het afkoelen.


20 mei 2018

Bananencake met rabarber en rozemarijn


Achter onze vijver staan twee rabarberplanten. Het is een ideale plek voor het mooie, grote blad, want het hangt zo mooi over het water heen. En wie de plant lekker met rust laat en niet verplaatst, wordt beloond met steeds meer stelen, welke je rond deze tijd kan afsnijden. Van de groente (want dat is het eigenlijk) kook je natuurlijk moes, maar het is ook heel goed te gebruiken in taarten of chutneys, en er zijn ook wel hartige gerechten met rabarber te maken. Op dit blog maakte ik eerder al een rabarbercrumble met aardbei, van Yvette van Boven, en een barbecuesaus met rabarber (‘ra-bbq’!)

Als je een plant in het tuincentrum koopt, let dan eens op de verschillende varieteiten, want sommige soorten hebben rodere stengels dan andere, en dat is culinair gezien vaak mooier.

nb. in plaats van rozemarijn zouden stukjes stemgember ook heel goed in dit recept passen!


Bananencake met rabarber en rozemarijn

125 gr zachte roomboter
225 gr suiker
250 gr eieren (ongeveer 4 middelgrote eieren (M))
Snuf zout
1 tl kaneel
optioneel: 1 tl verse rozemarijn, heel fijn gehakt (of ½ tl gedroogde rozemarijn)
250 gr rijpe banaan (=2 grote bananen zonder schil), geprakt
350 gr zelfrijzend bakmeel
350 gr rabarber, in dunne schijfjes van 0,5 cm

bron: pixabay

Mix de boter romig met de suiker en mix er daarna de eieren door. Voeg zout, kaneel en rozemarijn toe, en mix er daarna de bananen doorheen, zodat je een redelijk fijn mengsel krijgt.
Schep het bakmeel erdoor en daarna de rabarber.

Verwarm de oven op 175 graden (160 graden hetelucht).

Bekleed een grote cakevorm (ik had er eentje van 30 cm lang) met bakpapier OF beboter de vorm, en giet het beslag erin. Bak de cake een uur en test het daarna met een sateprikker; als je deze in het midden steekt en hij komt er schoon uit, dan is de cake klaar.




14 mei 2018

Saag falafel (een combi van saag paneer en falafel)


We gaan nog even verder met die ovenschotel met falafel, want natuurlijk was er weer 1 kind bij die mopperde bij het recept van vorige week. Dat is altijd zo… De oudste dochter houdt namelijk op het moment niet zo van tomaat en tomatensaus (wel van ketchup natuurlijk) en ze verzuchtte “als het nou met spinazie was in plaats van tomaat…” En ze is inderdaad gek op saag paneer. Het bekende Indiase gerecht en de smaken van falafel mogen dan wel niet uit hetzelfde land komen, maar ze passen wonderwel bij elkaar.

Ik heb hier mijn eigen saag paneer recept op los gelaten, maar ik heb het iets versimpeld en de saus is dikker.

Saag falafel
recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen
bron: Eerst Koken
nb. ik gebruik grote theelepels van 5 ml!

2 flinke eetlepels ghee of olie (liefst ghee!)
2 tl komijnpoeder of komijnzaad
1 middelgrote ui, gesnipperd
2 volle el heel fijn gehakte verse gember
1a 2 tl chilipoeder
2 tl korianderpoeder
1 tl kurkuma
optioneel: ½ tl asafoetida (wordt ook ‘hing’ genoemd) – je kunt het desnoods weglaten
2 grote tenen gesnipperde knoflook
1 dubbel blikje geconcentreerde tomatenpuree (140 gr)
1 groot pak (750 gr) gehakte spinazie uit de diepvries - liefst ontdooid, maar bevroren lukt ook, uit laten lekken hoeft niet
250 ml kookroom (light is prima - die van de Lidl is trouwens erg goed)
2 tl garam masala
zout naar smaak
400 gr kant-en-klare falafels
beetje olie om te bakken
1 a 2 handen geraspte belegen of oude Goudse kaas

Verhit de ghee in een pan. Doe het komijnpoeder erin, samen met de gesnipperde ui. Bak de ui tot het bruin begint te worden. Voeg de gember daarna toe en bak het nog even mee totdat de gember niet meer rauw is. Voeg dan de specerijen toe: chilipoeder, korianderpoeder, kurkuma
en eventueel de asafoetida, en ook de knoflook en tomatenpuree. Bak dit een minuut.
Voeg de (bevroren of ontdooide) spinazie toe, meng het, en giet de room erbij. Als de spinazie nog bevroren was, laat je het nu rustig ontdooien op niet te hoog vuur. Breng dit aan de kook en laat het enkele minuten pruttelen. Doe tenslotte de garam masala erbij en breng het op smaak met zout. 

Bak ondertussen de falafel bruin in een koekenpan met wat olie. Verwarm de oven tot 200 graden (180 graden hetelucht).
Doe de spinaziesaus in een ovenschaal en leg de falafels erop. Strooi de kaas erover en zet nog eens 15 minuten in de oven om weer helemaal door te warmen.

Serveer de saus en falafels met gewone rijst of pappadums.


6 mei 2018

Ovenschotel met falafel en tomatensaus



Dit is weer eens iets anders met falafel. We eten de balletjes zelf nog wel eens als een vleesvervanger, maar op deze manier maak je er net even wat meer van. Samen met aardappelpuree of broccoli of iets dergelijks, ben je ook nog eens redelijk snel klaar.

Je kunt ook een andere tomatensaus gebruiken als het recept hieronder. Ik maak zelf standaard iets met een scheutje olijfolie en een gesnipperde teen knoflook welke je heel kort en op laag vuur bakt, daar gaat 500 ml passata bij, een scheut rode wijn, zout en peper. Wat zo’n sausje ook enorm oppept is een likje sambal oelek. Laat dat even pruttelen en je bent klaar. Erbij kan je bijvoorbeeld broccoli koken.

Ovenschotel met falafel en tomatensaus
Recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen
Bron: het boekje Falafel van Dunja Gulin

Voor de tomatensaus:
scheutje olijfolie
1 ui, gesnipperd
2 tenen knoflook
een half blokje groentebouillon
1 tl gedroogde oregano
1 el honing of agavesiroop
1 el sojasaus (zoals Kikkoman)
500 ml gezeefde tomaten (passata)
zout en peper

Voor de rest van de ovenschotel:
400 gr falafel
1 a 2 handjes geraspte pittige kaas (belegen of oude Goudse bv)

Begin met de saus: fruit de gesnipperde ui in wat olie tot het zacht is. Voeg dan knoflook toe en bak deze nog 1 minuut mee. Voeg daarna de rest van de ingredienten toe. Laat dit nog even pruttelen.

Verwarm de oven op 200 graden (180 graden hetelucht).

Bak ondertussen de falafel bruin in een koekenpan in wat olie. Schenk de tomatensaus in een ovenschaal en schep de falafel erboven op. Verdeel de kaas erover en zet de schaal in de oven. Laat het goed doorwarmen in nog zeker 15 minuten.

Lekker met een groente zoals gekookte broccoli en eventueel aardappelpuree.





30 april 2018

Brie met aardbei en munt-amandelsuiker



Voor een borrel maakte ik een heel zomers bordje van aardbei met brie en een munt-amandelsuiker. Daarbij kwamen wat kant-en-klare zaken, want gemak dient de mens. Op de foto ziet u verder nog blokjes kaas waarin Leffe bier zit verwerkt (Pavé à La Leffe), ieniemienie tomaatjes die heel zoet waren en zo groot als een 20 cent muntje, de inmiddels bekende Heks’nkaas, en erg lekkere kaascrackers van Roka. 


Brie met aardbei en munt-amandelsuiker
                           
een bakje aardbeien, in plakjes
150 gr brie, camembert of soortgelijke kaas, in hapklare stukjes

Voor de muntsuiker:
een ruime hand verse munt
50 gr amandelen
4 el suiker

eventueel voor de versiering nog wat hele amandelen en kleine muntblaadjes

Voor de suiker vermaal je de amandelen met de munt en suiker. Ik gebruikte een keukenmachine, maar met een fatsoenlijke staafmixer lukt het vast ook en wie geen apparaten heeft gebruikt een vijzel. Eventueel voeg je de munt toe terwijl je maalt, zodat je goed kunt bepalen hoeveel munt voldoende is. Als je teveel toevoegt wordt het mengsel te vochtig en het hoort nog wat korrelig te zijn.
Serveer de brie en aardbei samen op een bord en lepel er dotjes muntsuiker over. Verdeel er eventueel nog wat kleine blaadjes munt en hele amandelen over.

***

Roka Cheese Crispies Gouda en Cheddar & Onion
Verkrijgbaar bij Jumbo, Deen, Boni, Hoogvliet, Albert Heijn voor €1,75

Pavé à La Leffe - Blond en bruin
Verkrijgbaar bij Albert Heijn, Plus, Emte, Jan Linders, Boon Markt, Deka Markt, Boons Markt, Hoogvliet en Deen voor €3,99

Heks’nkaas - €2,99

Tommies tomaatjes
Verkrijgbaar bij Jumbo Supermarkten voor €1,59



25 april 2018

Spanakopita pasta



Spanakopita? Jawel, je weet wel; dat is die Griekse spinazietaart van fillodeeg. Feta is een standaard ingredient, maar ik heb een eigen recept waar ook een preitje en wat dille in gaat. Nou ja, het is niet zozeer mijn eigen recept, want de Grieken doen dat soms ook. En als het geen prei is, dan is het wel lenteui. Hoe dan ook, dat fillodeeg maakt het tot een recept dat je niet zo heel snel doordeweeks maakt, maar met pasta is het zó klaar. En op het laatst roer je er nog twee eieren door, waarmee het ook nog een kleine verwijzing naar carbonara maakt.

Ik ben niet gek en smolt de feta er doorheen, want anders gaan de kinderen piepen. Maar het oog wil ook wat. Ik had nog een bakje van Apetina staan met daarin fetablokjes op olie, met zongedroogde tomaten erdoor. Het is vooral bedoeld als topping voor salades voor twee personen (het is maar 77 gram per bakje), en daar heb je in een gezin dus weinig aan, maar Meneer en ik gebruikten het dus op de pasta. De gewone feta werd er doorheen gesmolten, de kinderen waren tevreden om te zien dat zij niet die rare kaas hoefden te eten, en iedereen was blij.

Je hebt een eetlepel dille nodig en die kun je op zich weglaten. Want wat moet je met de rest van de bos, denkt u nu…? Ik hak de rest dus fijn en vries dat in in een diepvrieszak. Je kunt er dan de volgende keer gewoon wat van afpakken, zolang het maar wordt meegekookt. Je kunt het daarna niet meer gebruiken als verse dille die ‘rauw’ blijft.


Spanakopita pasta
Recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

350 gr pasta
scheutje olijfolie om te bakken
1 prei, in halve ringetjes (zo’n 150 gr schoongemaakt)
1 teentje knoflook, gesnipperd
450 gr (blad)spinazie uit de diepvries, liefst ontdooid (uitlekken hoeft niet)
¼ tl nootmuskaat
zout en peper naar smaak
100 gr verkruimelde feta (en eventueel meer voor erover)
25 gr roomboter
2 eieren
optioneel: 1 el gehakte dille
geraspte parmezaan voor erbij

Kook de pasta gaar in ruim gezouten water.

Ondertussen de prei in wat olie in een hapjespan gaar bakken. Daar mag misschien wat water bij, als het te droog bakt. Voeg in de laatste minuten de knoflook toe. Voeg dan de spinazie toe, samen met de nootmuskaat, zout en peper. Roer dit goed om en laat het doorwarmen. Smelt er tenslotte de boter en feta in.

Giet de pasta af, maar bewaar een glas van het kookvocht. Voeg de pasta toe aan de spinazie en meng het erdoor. Voeg daarna het kookvocht en de geklutste eieren toe en meng dit er direct goed doorheen, zodat de eieren mooi verdeeld worden. Laat het ei in een minuutje garen. Je moet geen stukjes ei zien; het is de bedoeling dat het het vocht mooi bindt. Meng er tenslote de dille door en serveer met extra kaas (parmezaan en/of feta).




21 april 2018

Sesamtoast met gebakken paddenstoelen



De postbode bracht mij vandaag twee bakjes met paddenstoelen, die mij zo exotisch voorkwamen, dat ik ze even moest googelen. Ik kwam daarbij onder andere de vergelijking tegen met een egel die zich had laten knippen bij de kapper van Phyllis Diller. De dame in kwestie kende ik ook al niet, want ik ben klaarblijkelijk niet van haar generatie, maar Google is mijn vriend, dus ik stuitte vervolgens hierop:


Nou, dat lijkt me wel correct.

Het ging hierbij om de 'maitake', in het Nederlands ook wel ‘eikhaas’ genoemd, en in Engeland noemen ze hem ‘Hen of the Woods’ - ook een mooie, aansprekende naam. Exotisch bleek het niet te zijn, maar wel ongewoon. Zo zult u hem als normale consument niet bij de supermarkt aantreffen, maar wel bij groothandels en sommige markten (o.a. de Noordermarkt in Amsterdam).


De eikhaas groeit als grote, rommelige klompen onder eikenbomen, en ook de vergelijking met een verfrommeld T-shirt vond ik erg sprekend. De smaak was mild met een stevige structuur, en ze bleven mooi intact bij het bakken. Ze zien er misschien wat kwetsbaar uit, maar dat zijn ze beslist niet. Maar het sterkste punt van deze paddenstoel is beslist zijn uiterlijk en het is dus vooral een mooie paddenstoel. Dat viel niet te zeggen van de tweede soort in de doos: de koraalzwam.

Laat ik het zo zeggen: mijn moeder kwam eten en zij huiverde van de koraalzwam. Ze was zelfs even bang dat hij uit het doosje zou kruipen. Ik moet toegeven dat als je de koraalzwam op het internet opzoekt, de plaatjes er aantrekkelijker uitzien dan het grijzige ding met tentakeltjes op mijn aanrecht. Maar, maar, maar…. Jongens, die smaak…! Ik had hem simpel gebakken, zonder zout en peper ook nog, en de smaak was zó sterk: een geconcentreerde paddenstoelensmaak als van gedroogd eekhoorntjesbrood. Een beetje zurig en heel hartig. Het was niet de mooiste paddenstoel ooit, maar hij liet wel de beste indruk achter.

De koraalzwam na Photoshop (?):



Mijn koraalzwam:



Enfin, wat doe je met zulke prachtige dingen van 25 euro per kilo? Zulke paddenstoelen laat je dus in hun waarde. Die snijd je niet in stukjes en je bakt ze simpel. Ik bakte de vuistdikke blokken zwam in voldoende olie op hoog vuur. Er kwam geen druppel water uit, wat erg prettig bakte, in tegenstellig tot champignons uit de winkel…

Overigens is de truc om natte champignons te bakken als volgt: verhit ze in een droge koekenpan op middelhoog vuur tot ze het vocht los laten. Laat dat verdampen en voeg dan pas boter of olie toe, om ze dan alsnog te bakken.  
Wie de paddenstoelen wilt vervangen zou met het supermarktaanbod nog het beste uitkomen met oesterzwammen of hele shitake etc. En die snijd je dan dus niet in stukken…

Erbij maakte ik toast, besmeerd met een Japans-achtige mayo met wat sojasaus en gember, bedekt met een beetje oude kaas en voldoende sesamzaad. Dat gaat in zijn geheel de oven in tot het mooi krokant is.



Toast met sesam en paddenstoelen
Ik ging uit van 1 sneetje brood per persoon

6 tot 8 sneetjes wit casinobrood

Voor het beleg:
100 gr mayonaise
1 tl sojasaus (type Kikkoman)
1 tl heel fijn geraspte gember
1 klein teentje knoflook, geraspt of heel fijn gesnipperd
4 a 5 el sesamzaadjes (eventueel wit en zwart gemengd)
zout en peper naar smaak

handje geraspte, oude kaas
daarbij een portie paddenstoelen per persoon en naar keuze. Voor een voorgerecht zou 100 gram per persoon wel voldoende moeten zijn. Laat ze zoveel mogelijk heel!

Verhit de oven voor op 200 graden (180 graden hetelucht).

Vermeng de mayo met de andere ingrediënten. Smeer het op de sneetjes brood (aan 1 kant) en bestrooi ze met een beetje oude kaas. Bestrooi dat weer met sesamzaad. Toast het brood krokant in de oven.

Ondertussen de paddenstoelen bakken in een hete koekenpan. Gebruik voldoende olie zodat ze echt mooi bruin bakken en niet alleen maar wat koken. Bestrooi eventueel met wat zout.


De eikhaas en koraalzwam waren van het merk Fungi Fungi. Momenteel verkrijgbaar via de Hanos, Rungis en op diverse consumentenmarkten (o.a. de Noordermarkt in Amsterdam) voor ongeveer €25,- per kilo 





15 april 2018

Pizza met oranje paprika en pesto crème



Dit was erg simpel, maar verrassend lekker! Meneer was de hort op, dus wij aten even simpel en ik maakte hier soep bij. Nu maak ik altijd zelf mijn pizzadeeg, maar ik had een luie dag en was op het blog altijd wel positief over die kant-en-klare rollen pizzadeeg, dus vooruit met de geit; ik koop ook eens zo’n rol. Maar daar moet je verdorie met een lichtje naar zoeken bij de AH! Uiteindelijk kwam ik thuis met een rol flammkueche-deeg. Ook lekker, maar een stuk dunner dan pizzadeeg.

Pizza met oranje paprika en pesto crème

1 rol koelvers pizzadeeg (ze zijn ongeveer 20 x 30 cm)
1 oranje paprika
200 gr crème fraiche
1 el groene pesto
zout en peper
1 bol mozzarella van 125 gr, in stukjes


Snij de paprika in plakjes en bak deze in wat olie zacht.
Roer de crème fraiche los met de pesto en breng het op smaak met zout en peper. Rol het deeg uit en besmeer het met de crème fraiche. Leg daarop de paprika en verdeel de mozzarella in stukjes erover heen.

Bak de pizza bruin en gaar op 200 graden (180 graden hetelucht).

Het oog wil ook wat; een beetje verse kruiden erop is mooi en het uiensmaakje van bieslook of daslook past er ook nog eens erg goed bij.


8 april 2018

Gratin van witlof, blauwe kaas en rozijnen


Weet je wat heerlijk is om bij in slaap te vallen? Iemand die op monotone wijze iets heel saais verteld. Zo lekker slaapverwekkend wauwelend… Iets over kansberekeningen, of over oude lagen zeeklei, of veeteelt in Nederland in de periode van 1960 tot 1970. Wie zich hierin herkent (degene die de slaap wenst dus), moet ’s avonds eens kijken naar YouTube filmpjes van chef Peter Gordon. Peter ziet er wat stoffig uit en kan niet lachen, geloof ik. Als hij een eitje bakt, doet hij dat met een volkomen uitgestreken gezicht en stem. Er zit geen plezier bij, maar zeker ook geen onwil. Maar ik begrijp wel waarom de tv-carrière van Peter nooit echt een vlucht heeft genomen. Maar wat nou vervelend is: ik gun het die man zo… Het is namelijk wel een erg goede chef.


Hierbij de link in het geval je dit filmpje niet kan zien.

Peter Gordon is een Britse chef, met restaurants in London, maar hij is afkomstig uit Nieuw Zeeland, en hier amper bekend. Met acht kookboeken schijnt hij wel enige naam te hebben opgebouwd, en dan vooral als fusion chef. Gordon is een ster in het bijeenbrengen van onwaarschijnlijke ingrediënten. Knolselderij-kimchi bijvoorbeeld. Of moussaka met gember. Dat soort werk. Ik ben daar zelf altijd erg van gecharmeerd en had dit lachebekje al een tijdje in mijn armen gesloten.

Toch heb ik zelf slechts 1 boek van Peter liggen en dat gaat over groente. Al in 2006 riep hij namelijk al dat groente de nieuwe ‘food heroes’ waren. Vergeet vlees; groente moet een veel grotere rol spelen, zo zegt hij in het boek. Het recept hieronder komt uit dat boek en is een typische ‘agro dolce’ – een gerecht met veel zoet en zuur. De rozijnen worden namelijk geblust met azijn. Samen met de romige blauwe kaassaus smaakt het bijzonder goed bij de gebakken witlof. Wij aten er pommes duchesse bij, maar gewoon aardappelpuree of Vlaamse frieten zouden er ook lekker bij zijn.

Kies een ovenschaal van ongeveer A4 formaat die niet reageert op het zuur van de azijn. Glas of keramiek is prima.

Gratin van witlof, blauwe kaas en rozijnen
bron: boek Vegetables – Peter Gordon
recept voor 4 personen als bijgerecht

1 grote witte ui (ik gebruikte 250 gr gewone, gele uien), in smalle, halve ringen
100 gr roomboter (je kunt iets bezuinigen, maar de boter maakt het wel erg lekker)
100 gr gele rozijnen
5 el witte wijnazijn of appelciderazijn (65 ml)
4 a 5 stronkjes witlof (ongeveer 1 per persoon)
2 tl suiker
125 ml crème fraiche (een light versie kan prima)
100 gr blauwe kaas (ik had stilton)
zout

Verhit de oven op 200 graden (180 graden hetelucht).

Verhit een grote koekenpan en smelt de helft van de boter erin. Bak hierin de uienringen tot ze mooi bruin kleuren. Doe er dan de rozijnen bij, laat het een minuut meebakken en blus het met de azijn en een halve theelepel zout. Schep de uien in een ovenschaal en verspreid ze over de bodem.

Snijd de witlof in de lengte doormidden, maar laat het kontje eraan zitten zodat ze in de pan mooi intact blijven. Smelt de helft van de overgebleven boter (25 gr dus) in dezelfde koekenpan en leg de helft van de witlof erin met het snijvlak naar beneden. Verdeel er een theelepel van de suiker over. Bak het op middelhoog vuur tot de groente mooi bruin bakt. Je hoeft ze niet om te draaien. Als het snijvlak bruin kleurt hevel je de witlof over naar de ovenschaal, bovenop de uien, en nu met het snijvlak omhoog. Bak op dezelfde manier de andere helft van de witlof.

Als de koekenpan weer leeg is, doe je er de room en 50 ml water in, samen met de blauwe kaas. Verhit dit tot het mooi mengt en schenk de dunne saus over de witlof. Dek de schaal af met aluminiumfolie en zet hem in de oven. Bak het nog eens 30 minuten.



2 april 2018

Pastasalade met mozzarella, basilicum en geroosterde tomaatjes



Als je nou de tijd hebt, maak dan zelf de pesto. Die is tien keer, nee honderd keer beter dan wat je kant-en-klaar in een potje koopt. Je hebt er zelfs niet echt een recept voor nodig. Als je het volgende met een keukenmachine of fatsoenlijke blender vermaalt, dan ben je er al:

1 plantje basilicum van de supermarkt, of twee handen vol met blad
1 handje amandelen of pijnboompitten (ach, andere noten kunnen ook heus wel)
stukje parmezaan (50-70 gram), geraspt
1 kleine teen knoflook
snuf zout
olijfolie

Je moet alleen even wat uitproberen met de olie: voor de salade hieronder mag de pesto vrij dun zijn (dus met meer olijfolie), zodat alles mooi bedekt wordt met een laagje. Maar soms is het lekker als de saus lekker dik en ‘chunky’ is. Bijvoorbeeld als schepje ergens bij of op.

De rest van de salade heeft zeer bekende Italiaanse smaken, en de geroosterde tomaatjes voegen beslist veel toe. Dit is een goede klassieker om te bewaren:

Pastasalade met mozzarella, basilicum en geroosterde tomaatjes
Recept voor 4 personen

500 gr kerstomaatjes
1 el olijfolie
400 gr pasta (bv penne)
1 potje groene pesto (ongeveer 200 gr) of nog liever: zelfgemaakte pesto (zie boven)
250 gr (buffel)mozzarella, in blokjes
een ruime hand grof gesneden basilicum
1 volle tl gedroogde oregano
zout en peper naar wens

Verwarm de oven op 200 graden (of 180 graden hetelucht). Leg de tomaatjes op een bakplaat, besprenkel met een beetje olijfolie en bak ze gedurende 10-15 minuten. Het is de bedoeling dat ze iets garen en openbarsten.

Kook de pasta gaar in gezouten water. Schep deze om met de pesto. Schep de tomaatjes er voorzichtig doorheen en zet het weg om af te koelen.
Wanneer de pasta afgekoeld is schep je de mozzarella, basilicum en oregano door. Breng waar nodig op smaak met zout en peper.


27 maart 2018

Kabeljauw met garnalen en vanillesaus



De combinatie ligt misschien niet erg voor de hand, toch is witvis met een hartige vanillesaus vrij bekend en het schijnt vanaf de jaren 50 van de 20e eeuw in Franse kookboeken te worden beschreven. Je moet nu natuurlijk niet denken aan vanillevla-zoet, want de romige saus wordt op smaak gebracht met zoute visbouillon en witte wijn, zodat het toch een erg hartige saus is. Maar de smaken blijven overal zacht: zachte kabeljauw uit de oven, romige saus en gebakken garnalen. Dit is beslist een subtiel recept dat nergens schreeuwerig wordt. Lekker met gebakken aardappel of pommes duchesse, en asperges.

Kabeljauw met garnalen en vanillesaus
recept voor 3 a 4 personen
bron: gebaseerd op een recept uit de Boodschappen 5/2017

Voor de saus:
250 ml witte wijn
250 ml visbouillon gemaakt met 1 blokje voor een ½ liter bouillon
1 vanillestokje
250 ml kookroom
1 opgehoopte tl maïzena

Verder:
750 gr kabeljauw, verdeeld in porties
boter of olie voor de ovenschaal
200 gr grote garnalen, gepeld (of alleen met staart)
snufje milde paprikapoeder
klein handje gesneden bieslook


Voor de saus verhit je de wijn en bouillon in een kleine pan. Snijd het vanillestokje in de lengte door en leg het erbij. Kook het vocht in tot je ongeveer 200 ml over hebt. Schenk de kookroom erbij en laat het nog eens 10 minuten zachtjes pruttelen. Schraap het merg uit het vanillestokje en doe dit bij de saus. Het stokje mag nu weg. Tenslotte roer je de maïzena los met een scheutje koud water en voeg dit toe aan de saus om te binden.

Verhit ondertussen de oven tot 200 graden (of 180 gr hetelucht). Vet een ovenschaal in en leg de kabeljauw erin. Bestrooi met zout. Bak de vis in de oven gedurende ongeveer 10 minuten. Dunne stukken zijn waarschijnlijk eerder gaar.

Ondertussen bak je de garnalen in enkele minuten in een koekenpan. Garnalen die al gaar zijn bak je natuurlijk maar kort; rauwe exemplaren bak je gaar. Bestrooi ze met wat paprikapoeder.

Serveer de kabeljauw met wat garnalen en de saus. Bestrooi met bieslook.
Ook lekker met gebakken aardappel, of zoals wij hadden, pommes duchesse.