25 april 2018

Spanakopita pasta



Spanakopita? Jawel, je weet wel; dat is die Griekse spinazietaart van fillodeeg. Feta is een standaard ingredient, maar ik heb een eigen recept waar ook een preitje en wat dille in gaat. Nou ja, het is niet zozeer mijn eigen recept, want de Grieken doen dat soms ook. En als het geen prei is, dan is het wel lenteui. Hoe dan ook, dat fillodeeg maakt het tot een recept dat je niet zo heel snel doordeweeks maakt, maar met pasta is het zó klaar. En op het laatst roer je er nog twee eieren door, waarmee het ook nog een kleine verwijzing naar carbonara maakt.

Ik ben niet gek en smolt de feta er doorheen, want anders gaan de kinderen piepen. Maar het oog wil ook wat. Ik had nog een bakje van Apetina staan met daarin fetablokjes op olie, met zongedroogde tomaten erdoor. Het is vooral bedoeld als topping voor salades voor twee personen (het is maar 77 gram per bakje), en daar heb je in een gezin dus weinig aan, maar Meneer en ik gebruikten het dus op de pasta. De gewone feta werd er doorheen gesmolten, de kinderen waren tevreden om te zien dat zij niet die rare kaas hoefden te eten, en iedereen was blij.

Je hebt een eetlepel dille nodig en die kun je op zich weglaten. Want wat moet je met de rest van de bos, denkt u nu…? Ik hak de rest dus fijn en vries dat in in een diepvrieszak. Je kunt er dan de volgende keer gewoon wat van afpakken, zolang het maar wordt meegekookt. Je kunt het daarna niet meer gebruiken als verse dille die ‘rauw’ blijft.


Spanakopita pasta
Recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

350 gr pasta
scheutje olijfolie om te bakken
1 prei, in halve ringetjes (zo’n 150 gr schoongemaakt)
1 teentje knoflook, gesnipperd
450 gr (blad)spinazie uit de diepvries, liefst ontdooid (uitlekken hoeft niet)
¼ tl nootmuskaat
zout en peper naar smaak
100 gr verkruimelde feta (en eventueel meer voor erover)
25 gr roomboter
2 eieren
optioneel: 1 el gehakte dille
geraspte parmezaan voor erbij

Kook de pasta gaar in ruim gezouten water.

Ondertussen de prei in wat olie in een hapjespan gaar bakken. Daar mag misschien wat water bij, als het te droog bakt. Voeg in de laatste minuten de knoflook toe. Voeg dan de spinazie toe, samen met de nootmuskaat, zout en peper. Roer dit goed om en laat het doorwarmen. Smelt er tenslotte de boter en feta in.

Giet de pasta af, maar bewaar een glas van het kookvocht. Voeg de pasta toe aan de spinazie en meng het erdoor. Voeg daarna het kookvocht en de geklutste eieren toe en meng dit er direct goed doorheen, zodat de eieren mooi verdeeld worden. Laat het ei in een minuutje garen. Je moet geen stukjes ei zien; het is de bedoeling dat het het vocht mooi bindt. Meng er tenslote de dille door en serveer met extra kaas (parmezaan en/of feta).




21 april 2018

Sesamtoast met gebakken paddenstoelen



De postbode bracht mij vandaag twee bakjes met paddenstoelen, die mij zo exotisch voorkwamen, dat ik ze even moest googelen. Ik kwam daarbij onder andere de vergelijking tegen met een egel die zich had laten knippen bij de kapper van Phyllis Diller. De dame in kwestie kende ik ook al niet, want ik ben klaarblijkelijk niet van haar generatie, maar Google is mijn vriend, dus ik stuitte vervolgens hierop:


Nou, dat lijkt me wel correct.

Het ging hierbij om de 'maitake', in het Nederlands ook wel ‘eikhaas’ genoemd, en in Engeland noemen ze hem ‘Hen of the Woods’ - ook een mooie, aansprekende naam. Exotisch bleek het niet te zijn, maar wel ongewoon. Zo zult u hem als normale consument niet bij de supermarkt aantreffen, maar wel bij groothandels en sommige markten (o.a. de Noordermarkt in Amsterdam).


De eikhaas groeit als grote, rommelige klompen onder eikenbomen, en ook de vergelijking met een verfrommeld T-shirt vond ik erg sprekend. De smaak was mild met een stevige structuur, en ze bleven mooi intact bij het bakken. Ze zien er misschien wat kwetsbaar uit, maar dat zijn ze beslist niet. Maar het sterkste punt van deze paddenstoel is beslist zijn uiterlijk en het is dus vooral een mooie paddenstoel. Dat viel niet te zeggen van de tweede soort in de doos: de koraalzwam.

Laat ik het zo zeggen: mijn moeder kwam eten en zij huiverde van de koraalzwam. Ze was zelfs even bang dat hij uit het doosje zou kruipen. Ik moet toegeven dat als je de koraalzwam op het internet opzoekt, de plaatjes er aantrekkelijker uitzien dan het grijzige ding met tentakeltjes op mijn aanrecht. Maar, maar, maar…. Jongens, die smaak…! Ik had hem simpel gebakken, zonder zout en peper ook nog, en de smaak was zó sterk: een geconcentreerde paddenstoelensmaak als van gedroogd eekhoorntjesbrood. Een beetje zurig en heel hartig. Het was niet de mooiste paddenstoel ooit, maar hij liet wel de beste indruk achter.

De koraalzwam na Photoshop (?):



Mijn koraalzwam:



Enfin, wat doe je met zulke prachtige dingen van 25 euro per kilo? Zulke paddenstoelen laat je dus in hun waarde. Die snijd je niet in stukjes en je bakt ze simpel. Ik bakte de vuistdikke blokken zwam in voldoende olie op hoog vuur. Er kwam geen druppel water uit, wat erg prettig bakte, in tegenstellig tot champignons uit de winkel…

Overigens is de truc om natte champignons te bakken als volgt: verhit ze in een droge koekenpan op middelhoog vuur tot ze het vocht los laten. Laat dat verdampen en voeg dan pas boter of olie toe, om ze dan alsnog te bakken.  
Wie de paddenstoelen wilt vervangen zou met het supermarktaanbod nog het beste uitkomen met oesterzwammen of hele shitake etc. En die snijd je dan dus niet in stukken…

Erbij maakte ik toast, besmeerd met een Japans-achtige mayo met wat sojasaus en gember, bedekt met een beetje oude kaas en voldoende sesamzaad. Dat gaat in zijn geheel de oven in tot het mooi krokant is.



Toast met sesam en paddenstoelen
Ik ging uit van 1 sneetje brood per persoon

6 tot 8 sneetjes wit casinobrood

Voor het beleg:
100 gr mayonaise
1 tl sojasaus (type Kikkoman)
1 tl heel fijn geraspte gember
1 klein teentje knoflook, geraspt of heel fijn gesnipperd
4 a 5 el sesamzaadjes (eventueel wit en zwart gemengd)
zout en peper naar smaak

handje geraspte, oude kaas
daarbij een portie paddenstoelen per persoon en naar keuze. Voor een voorgerecht zou 100 gram per persoon wel voldoende moeten zijn. Laat ze zoveel mogelijk heel!

Verhit de oven voor op 200 graden (180 graden hetelucht).

Vermeng de mayo met de andere ingrediënten. Smeer het op de sneetjes brood (aan 1 kant) en bestrooi ze met een beetje oude kaas. Bestrooi dat weer met sesamzaad. Toast het brood krokant in de oven.

Ondertussen de paddenstoelen bakken in een hete koekenpan. Gebruik voldoende olie zodat ze echt mooi bruin bakken en niet alleen maar wat koken. Bestrooi eventueel met wat zout.


De eikhaas en koraalzwam waren van het merk Fungi Fungi. Momenteel verkrijgbaar via de Hanos, Rungis en op diverse consumentenmarkten (o.a. de Noordermarkt in Amsterdam) voor ongeveer €25,- per kilo 





15 april 2018

Pizza met oranje paprika en pesto crème



Dit was erg simpel, maar verrassend lekker! Meneer was de hort op, dus wij aten even simpel en ik maakte hier soep bij. Nu maak ik altijd zelf mijn pizzadeeg, maar ik had een luie dag en was op het blog altijd wel positief over die kant-en-klare rollen pizzadeeg, dus vooruit met de geit; ik koop ook eens zo’n rol. Maar daar moet je verdorie met een lichtje naar zoeken bij de AH! Uiteindelijk kwam ik thuis met een rol flammkueche-deeg. Ook lekker, maar een stuk dunner dan pizzadeeg.

Pizza met oranje paprika en pesto crème

1 rol koelvers pizzadeeg (ze zijn ongeveer 20 x 30 cm)
1 oranje paprika
200 gr crème fraiche
1 el groene pesto
zout en peper
1 bol mozzarella van 125 gr, in stukjes


Snij de paprika in plakjes en bak deze in wat olie zacht.
Roer de crème fraiche los met de pesto en breng het op smaak met zout en peper. Rol het deeg uit en besmeer het met de crème fraiche. Leg daarop de paprika en verdeel de mozzarella in stukjes erover heen.

Bak de pizza bruin en gaar op 200 graden (180 graden hetelucht).

Het oog wil ook wat; een beetje verse kruiden erop is mooi en het uiensmaakje van bieslook of daslook past er ook nog eens erg goed bij.


8 april 2018

Gratin van witlof, blauwe kaas en rozijnen


Weet je wat heerlijk is om bij in slaap te vallen? Iemand die op monotone wijze iets heel saais verteld. Zo lekker slaapverwekkend wauwelend… Iets over kansberekeningen, of over oude lagen zeeklei, of veeteelt in Nederland in de periode van 1960 tot 1970. Wie zich hierin herkent (degene die de slaap wenst dus), moet ’s avonds eens kijken naar YouTube filmpjes van chef Peter Gordon. Peter ziet er wat stoffig uit en kan niet lachen, geloof ik. Als hij een eitje bakt, doet hij dat met een volkomen uitgestreken gezicht en stem. Er zit geen plezier bij, maar zeker ook geen onwil. Maar ik begrijp wel waarom de tv-carrière van Peter nooit echt een vlucht heeft genomen. Maar wat nou vervelend is: ik gun het die man zo… Het is namelijk wel een erg goede chef.


Hierbij de link in het geval je dit filmpje niet kan zien.

Peter Gordon is een Britse chef, met restaurants in London, maar hij is afkomstig uit Nieuw Zeeland, en hier amper bekend. Met acht kookboeken schijnt hij wel enige naam te hebben opgebouwd, en dan vooral als fusion chef. Gordon is een ster in het bijeenbrengen van onwaarschijnlijke ingrediënten. Knolselderij-kimchi bijvoorbeeld. Of moussaka met gember. Dat soort werk. Ik ben daar zelf altijd erg van gecharmeerd en had dit lachebekje al een tijdje in mijn armen gesloten.

Toch heb ik zelf slechts 1 boek van Peter liggen en dat gaat over groente. Al in 2006 riep hij namelijk al dat groente de nieuwe ‘food heroes’ waren. Vergeet vlees; groente moet een veel grotere rol spelen, zo zegt hij in het boek. Het recept hieronder komt uit dat boek en is een typische ‘agro dolce’ – een gerecht met veel zoet en zuur. De rozijnen worden namelijk geblust met azijn. Samen met de romige blauwe kaassaus smaakt het bijzonder goed bij de gebakken witlof. Wij aten er pommes duchesse bij, maar gewoon aardappelpuree of Vlaamse frieten zouden er ook lekker bij zijn.

Kies een ovenschaal van ongeveer A4 formaat die niet reageert op het zuur van de azijn. Glas of keramiek is prima.

Gratin van witlof, blauwe kaas en rozijnen
bron: boek Vegetables – Peter Gordon
recept voor 4 personen als bijgerecht

1 grote witte ui (ik gebruikte 250 gr gewone, gele uien), in smalle, halve ringen
100 gr roomboter (je kunt iets bezuinigen, maar de boter maakt het wel erg lekker)
100 gr gele rozijnen
5 el witte wijnazijn of appelciderazijn (65 ml)
4 a 5 stronkjes witlof (ongeveer 1 per persoon)
2 tl suiker
125 ml crème fraiche (een light versie kan prima)
100 gr blauwe kaas (ik had stilton)
zout

Verhit de oven op 200 graden (180 graden hetelucht).

Verhit een grote koekenpan en smelt de helft van de boter erin. Bak hierin de uienringen tot ze mooi bruin kleuren. Doe er dan de rozijnen bij, laat het een minuut meebakken en blus het met de azijn en een halve theelepel zout. Schep de uien in een ovenschaal en verspreid ze over de bodem.

Snijd de witlof in de lengte doormidden, maar laat het kontje eraan zitten zodat ze in de pan mooi intact blijven. Smelt de helft van de overgebleven boter (25 gr dus) in dezelfde koekenpan en leg de helft van de witlof erin met het snijvlak naar beneden. Verdeel er een theelepel van de suiker over. Bak het op middelhoog vuur tot de groente mooi bruin bakt. Je hoeft ze niet om te draaien. Als het snijvlak bruin kleurt hevel je de witlof over naar de ovenschaal, bovenop de uien, en nu met het snijvlak omhoog. Bak op dezelfde manier de andere helft van de witlof.

Als de koekenpan weer leeg is, doe je er de room en 50 ml water in, samen met de blauwe kaas. Verhit dit tot het mooi mengt en schenk de dunne saus over de witlof. Dek de schaal af met aluminiumfolie en zet hem in de oven. Bak het nog eens 30 minuten.



2 april 2018

Pastasalade met mozzarella, basilicum en geroosterde tomaatjes



Als je nou de tijd hebt, maak dan zelf de pesto. Die is tien keer, nee honderd keer beter dan wat je kant-en-klaar in een potje koopt. Je hebt er zelfs niet echt een recept voor nodig. Als je het volgende met een keukenmachine of fatsoenlijke blender vermaalt, dan ben je er al:

1 plantje basilicum van de supermarkt, of twee handen vol met blad
1 handje amandelen of pijnboompitten (ach, andere noten kunnen ook heus wel)
stukje parmezaan (50-70 gram), geraspt
1 kleine teen knoflook
snuf zout
olijfolie

Je moet alleen even wat uitproberen met de olie: voor de salade hieronder mag de pesto vrij dun zijn (dus met meer olijfolie), zodat alles mooi bedekt wordt met een laagje. Maar soms is het lekker als de saus lekker dik en ‘chunky’ is. Bijvoorbeeld als schepje ergens bij of op.

De rest van de salade heeft zeer bekende Italiaanse smaken, en de geroosterde tomaatjes voegen beslist veel toe. Dit is een goede klassieker om te bewaren:

Pastasalade met mozzarella, basilicum en geroosterde tomaatjes
Recept voor 4 personen

500 gr kerstomaatjes
1 el olijfolie
400 gr pasta (bv penne)
1 potje groene pesto (ongeveer 200 gr) of nog liever: zelfgemaakte pesto (zie boven)
250 gr (buffel)mozzarella, in blokjes
een ruime hand grof gesneden basilicum
1 volle tl gedroogde oregano
zout en peper naar wens

Verwarm de oven op 200 graden (of 180 graden hetelucht). Leg de tomaatjes op een bakplaat, besprenkel met een beetje olijfolie en bak ze gedurende 10-15 minuten. Het is de bedoeling dat ze iets garen en openbarsten.

Kook de pasta gaar in gezouten water. Schep deze om met de pesto. Schep de tomaatjes er voorzichtig doorheen en zet het weg om af te koelen.
Wanneer de pasta afgekoeld is schep je de mozzarella, basilicum en oregano door. Breng waar nodig op smaak met zout en peper.


27 maart 2018

Kabeljauw met garnalen en vanillesaus



De combinatie ligt misschien niet erg voor de hand, toch is witvis met een hartige vanillesaus vrij bekend en het schijnt vanaf de jaren 50 van de 20e eeuw in Franse kookboeken te worden beschreven. Je moet nu natuurlijk niet denken aan vanillevla-zoet, want de romige saus wordt op smaak gebracht met zoute visbouillon en witte wijn, zodat het toch een erg hartige saus is. Maar de smaken blijven overal zacht: zachte kabeljauw uit de oven, romige saus en gebakken garnalen. Dit is beslist een subtiel recept dat nergens schreeuwerig wordt. Lekker met gebakken aardappel of pommes duchesse, en asperges.

Kabeljauw met garnalen en vanillesaus
recept voor 3 a 4 personen
bron: gebaseerd op een recept uit de Boodschappen 5/2017

Voor de saus:
250 ml witte wijn
250 ml visbouillon gemaakt met 1 blokje voor een ½ liter bouillon
1 vanillestokje
250 ml kookroom
1 opgehoopte tl maïzena

Verder:
750 gr kabeljauw, verdeeld in porties
boter of olie voor de ovenschaal
200 gr grote garnalen, gepeld (of alleen met staart)
snufje milde paprikapoeder
klein handje gesneden bieslook


Voor de saus verhit je de wijn en bouillon in een kleine pan. Snijd het vanillestokje in de lengte door en leg het erbij. Kook het vocht in tot je ongeveer 200 ml over hebt. Schenk de kookroom erbij en laat het nog eens 10 minuten zachtjes pruttelen. Schraap het merg uit het vanillestokje en doe dit bij de saus. Het stokje mag nu weg. Tenslotte roer je de maïzena los met een scheutje koud water en voeg dit toe aan de saus om te binden.

Verhit ondertussen de oven tot 200 graden (of 180 gr hetelucht). Vet een ovenschaal in en leg de kabeljauw erin. Bestrooi met zout. Bak de vis in de oven gedurende ongeveer 10 minuten. Dunne stukken zijn waarschijnlijk eerder gaar.

Ondertussen bak je de garnalen in enkele minuten in een koekenpan. Garnalen die al gaar zijn bak je natuurlijk maar kort; rauwe exemplaren bak je gaar. Bestrooi ze met wat paprikapoeder.

Serveer de kabeljauw met wat garnalen en de saus. Bestrooi met bieslook.
Ook lekker met gebakken aardappel, of zoals wij hadden, pommes duchesse.



23 maart 2018

Engelse krentenbroodjes - hot cross buns


Het recept voor scones doet het hier op het blog altijd erg goed gedurende de paasdagen. Blijkbaar vinden jullie ze goed bij de paasbrunch passen. Maar als je nou echt een Engels paasrecept zoekt, dan moet je bij de ‘hot cross buns’ zijn, welke traditioneel op Goede Vrijdag worden gegeten. En in Engeland houden ze wel van een traditie, want het schijnt dat de eerste bolletjes met een kruis erop al in de 14e eeuw werden gebakken in St Albans Abbey. Zeker is in ieder geval dat de hot cross buns al in de 16e eeuw worden genoemd. En terwijl ze vroeger alleen met Pasen mochten worden gegeten, vind je ze tegenwoordig gewoon het hele jaar in de Engelse supermarkt.


De kruizen worden hier met een simpel bloempapje gemaakt, maar je zou ze ook van een dik suikerglazuur kunnen maken (als ze zijn afgekoeld uiteraard!) En als je geen piment wilt kopen voor dat ene snufje dat je nodig hebt, dan vervang je het maar met nootmuskaat. Daar kom je wel mee weg…

Hot cross buns
recept voor 12 bolletjes
bron: Tip Culinair 4/2004

500 gr bloem
75 gr roomboter
3 el poedersuiker
1,5 tl zout
1 tl kaneel
¼ tl pimentpoeder
¼ tl nootmuskaat
2 zakjes gedroogde gist (a 7gr)
1 ei
ongeveer 250 ml melk
125 gr rozijnen

voor de kruizen:
100 gr bloem

voor het glazuur:
4 el melk
2 el (poeder)suiker

Doe de bloem in een kom en wrijf de koude boter erdoor tot een rul mengsel. Meng het met de rest van de ingrediënten, behalve de rozijnen, tot een soepel deeg. Meng er zoveel melk door als nodig is om een soepel brooddeeg te kneden. Kneed er tenslotte de rozijnen door. Zet het deeg nu 30 minuten afgedekt weg op een warme plek.

Verdeel het deeg daarna in 12 stukken en vorm er bolletjes van. Leg ze op een bakplaat, dek af met folie of een theedoek en laat het 1 uur op een warme plek rijzen.

Verwarm de oven op 200 graden (180 graden hetelucht). Maak het deeg voor de kruizen: meng de bloem met wat water tot een dik vloeibaar deegje. Het moet zo dik zijn dat het netjes op de bolletjes zal blijven liggen; eigenlijk een soort heel slap brooddeegje dus. Doe dit in een klein spuitzakje of gewoon een stevig diepvrieszakje waar je een puntje afknipt. Spuit hiermee een kruis op de bolletjes. Bak de broodjes daarna gedurende ongeveer 20 minuten goudbruin.

Verhit ondertussen de melk voor het glazuur in een steelpan en voeg de suiker toe. Los de suiker op en laat de melk 2 a 3 minuten zacht koken om het iets stroperig in te koken. Wanneer de bolletjes uit de oven komen, bestrijk je ze met een kwastje met het glazuur.

Eet de bolletjes het liefste dezelfde dag op.




19 maart 2018

Geitenkaas met sesamcrackers en kruidige kersen op wijn



Dit leek mij nou een erg charmant voorgerecht voor Pasen, of een hapje bij de borrel. Je maakt zelf de sesamcrackers, welke worden geserveerd met iets kruidige kersen op rode wijn, en zachte geitenkaas. Leg alles op een grote schaal zodat iedereen er zelf wat van kan pakken, en schenk er een witte wijn bij. Een pluspunt is natuurlijk dat alles van tevoren kan worden klaar gezet. Als je nou enorm tegen die crackers op ziet, zou je lekkere hartige crackers kunnen kopen, maar ze zijn uiteindelijk rap gemaakt en deze crackers, die voor de helft van sesam zijn gemaakt, koop je nergens, hoor. Deze zijn ontzettend 'homemade'.

Geitenkaas met sesamcrackers en kruidige kersen op wijn
Voorgerecht of borrelhapje
recept voor 4 personen

Voor de sesamcrackers:
60 gr maismeel (ik gebruik voorgekookt maismeel van het merk Pan – zie foto)
70 gr sesamzaad
100 ml koud water
3 el zonnebloemolie
1 ruime snuf (grof) zout


Meng het maismeel met het sesamzaad en water. Meng goed door elkaar en zet dit een uur afgedekt weg.
Verhit de oven tot zeer heet; 250 graden (230 graden hetelucht).
Meng het deeg met de olie tot een soepel (maar breekbaar) deegje. Rol het daarna op bakpapier uit tot crackerdikte. Ik maakte een lap van iets groter dan een a4-tje. Maismeel bevat geen gluten, dus het deeg breekt en scheurt snel. Als je voorzichtig rolt en de scheuren weer dichtdrukt, zou je wel een mooie plak moeten kunnen uitrollen. Zet dit in de oven en bak het 10 minuten lang. Zet de oven heel even open om de grootste hitte eruit te laten, maar sluit hem dan weer op een kier (of met een pollepel ertussen), en laat de cracker in de oven staan tot deze is afgekoeld. Houd wel even in de gaten of de cracker niet te ver doorbakt! Het is nu in ieder geval wel een stuk steviger en kan in stukken worden gebroken. Verpak de stukken tot je ze verder gebruikt.

Voor de kersen:
500 gr ontpitte kersen (in het seizoen is vers natuurlijk lekker, maar diepvries is nu ook uitstekend)
200 ml soepele rode wijn
50 ml rode wijnazijn
2 el suiker
10 zwarte peperkorrels
1 laurierblad
1 steranijs (Meneer gruwelt van anijssmaakjes en ik verving het met een snuf venkelzaad. Dat vindt hij ook niet lekker, maar het was niet veel en levert toch een wat kruidiger smaakje)

Doe alle ingrediënten, behalve de kersen, in een pan en breng dit aan de kook. Doe de kersen erbij en laat het 5 minuten doorpruttelen. Laat het daarna afkoelen. Bewaar de kersen in de wijn tot je het serveert. Serveer ze op kamertemperatuur.

En tenslotte serveer je alles met zachte geitenkaas of bijvoorbeeld een geitencamembert. Ik serveerde alles op een grote schaal, waarvan men zichzelf kon bedienen.


15 maart 2018

Sperziebonensalade met hazelnoot, komijn en koriander



Okee, dit maak ik zelf gewoon uit mijn voorraadkast, maar menigeen zal voor de ongemalen zaadjes even naar de supermarkt of toko moeten. Maar dat raad ik toch wel aan: het is de moeite waard om hele zaadjes in plaats van poeder te gebruiken. Want je vijzelt dat zaad nooit zo fijn als het poeder dat je koopt en dat is prima. Je maakt er een wat gruizig mengsel van, wat het nederige sperzieboontje tot grote hoogte opstuwt. Echt een voorbeeld van een eigenlijk erg simpele salade, waarvan het geheel meer is dan de som der delen.

De hoeveelheden kun je rustig verdubbelen voor een maaltijdsalade voor twee met wat brood erbij. Of zoals wij deden, wat zelfgemaakte Vlaamse frieten, want een van de dochters wilde zien hoe je die zelf van aardappels maakt.

Sperziebonensalade met hazelnoot, komijn en koriander
gebaseerd op een recept uit het boek Spuntino van Russel Normann
bijgerecht voor 2 personen

250 gr sperziebonen
50 gr hazelnoten
1 tl karwijzaad
1 tl komijnzaad
1 tl zwart sesamzaad
een flinke pluk rucola
100 gr zachte geitenkaas (of feta zoals in het origineel staat)
zout en peper

Dressing:
likje dijonmosterd
scheutje rode wijnazijn
scheutje citroensap
2 scheutjes olijfolie
snuf grof zeezout
snuf zwarte peper

Bak de hazelnoten in een hete, droge koekenpan tot ze wat kleuren. Schep ze eruit en houd ze apart.
Doe dan het karwij-, komijn-, en korianderzaad in de pan en laat dat kort poffen tot je het begint te ruiken. Niet te lang, want het verbrandt snel! Doe het zaad daarna in een vijzel en maal het redelijk fijn. Meng het sesamzaad erdoor, maar vijzel dat niet. Doe er wat zout en peper bij.

Kook de schoongemaakte sperziebonen in gezouten water gaar, en ook graag gaar genoeg; dat sperziebonen nog veel ‘bite’ zouden moeten hebben, is een vergissing. Ze zijn rauw giftig en halfgaar simpelweg moeizaam te verteren… Giet ze af en koel ze onder de koude kraan. Laat ze goed uitlekken.

Meng de bonen in een schaal met de rucola. Verdeel de specerijen, hazelnoten en kaas erover. Tot nu toe kan je het eventueel even bewaren, maar voeg de dressing pas toe wanneer je klaar bent om te serveren. Op kamertemperatuur serveren trouwens.



11 maart 2018

Hangop met vanille en zoete dukkah



Het originele recept sprak van labneh, maar dat kennen wij toch beter als hangop. Maar terwijl onze Hollandse hangop vroeger van karnemelk werd gemaakt, maakt men labneh van dikke yoghurt. Als je dat een nachtje laat uitlekken, krijg je een soort roomkaas. Laat je het nog langer uitdruipen, dan wordt de yoghurt zo dik dat je deze tot balletjes kan rollen. In het recept rolde men deze balletjes door de zoete dukkah, maar ik vond het geneuzel en heb alles gewoon samen geserveerd in een kom.

Dukkah, voor wie het zich afvraagt, is een specerijenmengsel met noten. Normaal gesproken is het dus hartig met korianderzaad, maar deze is zoet. En erg lekker bij de romige hangop. Met tropisch fruit erbij is het een simpel, maar toch opvallend toetje.
  
Hangop met vanille en zoete dukkah
Bron: SBS.com.au
Nb. een dag van tevoren beginnen!

Voor de hangop:
1 liter Griekse of Turkse yoghurt
scheutje vanille-extract en eventueel een beetje suiker naar smaak, of gebruik een zakje vanille suiker

Leg een kaasdoek of een theedoek (zonder wasverzachterluchtjes) in een zeef en schep de yoghurt erin. Zet dit op een kom, vouw de doek dicht en laat dit een dag of nacht staan om uit te lekken. Hoe langer, hoe steviger de hangop. Roer er daarna de vanille en suiker door.

Zoete dukkah
40 gr sesamzaad
2 el pistachenootjes, grof gehakt
2 el hazelnoten, grof gehakt
2 el palmsuiker (gula djawa)
1 zakje vanillesuiker
een snuf kaneel
een snufje zout

Rooster de sesam, pistache- en hazelnoten kort in een droge, hete koekenpan. Meng het daarna met de rest in een kommetje.

Verder:
Fruit naar keuze: medjool dadels, citrusfruit in partjes, mango…
Een beetje vloeibare honing

Schep de hangop in een kommetje (niet teveel, het is machtig spul) en strijk het glad. Bestrooi met wat dukkah en serveer met fruit naar keuze en een sliertje honing.



2 maart 2018

Japanse curry met noedels



Curry? Japans? Dat is zoiets als Chinese chili con carne…? (wat overigens echt bestaat.) En daar is nog niet alles mee gezegd, want er komt ook nog een Franse bruine roux aan te pas. Beurre Noisette meets Tokyo. En toch, en toch… Het mag dan wel een raar fusion gerecht zijn, maar het schijnt immens populair te zijn in Japan en die bruine roux zorgt voor zo’n hazelnootachtig beurre noisette smaakje, welke samen met de kerrie erg bijzonder smaakt. Doe daar die dikke udonnoedels en wat sojasaus bij en je hebt een bijzonder opbeurend bord eten. Ik was er erg door verrast en zal het zeker vaker maken!

Van udonnoedels bestaan er dikke en dunnere varianten, maar de echt dikke udonnoedels koop je kant-en-klaar bij de toko. Deze noedels zijn gekookt en hoeven alleen maar opgewarmd te worden in de pan. Ik heb wel eens gelezen dat de dikke noedels niet gedroogd verkrijgbaar zijn omdat ze moeilijk goed gaar te koken zijn. Geen idee of het waar is, maar ik zie inderdaad nooit dikke, gedroogde udonnoedels in de Aziatische supermarkt. Wel de dunnere soorten, die ook best lekker zijn, maar die dikke slierten voegen echt iets toe aan een bord ‘comfort food’.

Japanse curry met noedels
Bron: gebaseerd op Olive Magazine 
recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

1 ei per persoon
1 grote ui, grof gehakt
400 gr wortel in lange, smalle reepjes
neutrale olie om te bakken (zonnebloem- of arachideolie)
50 gr roomboter
50 gr bloem
ongeveer 2 el kerriepoeder
chilivlokjes naar smaak
1 liter tot 1300 ml groentebouillon (ik gebruikte anderhalf blokje bouillon)
250 gr verse spinazie
600 gr kant-en-klare udonnoedels
4 el sojasaus (type Kikkoman)

Kook de eieren (half)gaar in 7 tot 10 minuten, koel ze direct en pel ze daarna. Halveer de eieren en leg ze apart.

Fruit de ui en wortel in een scheutje olie tot de ui zacht is. De wortel hoeft nog niet helemaal gaar te zijn. Schep ze uit de pan en houd ze even apart.

Doe de boter in de pan, smelt het en roer de bloem erdoor. Blijf dit rustig roeren op niet te hoog vuur tot het mengsel strogeel kleurt en nootachtig ruikt. Voeg de kerrie en een snuf chilivlokken toe. Daarna ook een gedeelte van de bouillon toevoegen. Roer het mengsel tot het glad is en voeg meer bouillon toe. Ik heb uiteindelijk 1 liter in de pan gedaan en daar weer de wortels en ui aan toegevoegd. Kook dit nu tot de wortel ook gaar is. Op het laatst voeg je de noedels, spinazie en sojasaus toe en verhit het tot de spinazie geslonken is en de noedels doorgewarmd. Je kunt het nu eventueel naar wens verder verdunnen met bouillon. Het origineel voegt nog eens 300 ml toe, maar dat leek mij te dun en ik was erg gecharmeerd van de lobbig-dikke saus. Serveer de curry met de eieren.


26 februari 2018

Zachte vanille-roomtoffees


Na acht jaar bloggen val je af en toe in herhalingen. Ik bleek namelijk al een toffeerecept te hebben. Wel maakte ik daarmee harde snoepjes, zoals Werther’s Echte, en bij nader inzien was dit Noorse recept voor zachte karamels toch weer heel anders. Het Werther's Echte-recept leunt veel meer op suiker (2x zoveel als onderstaand recept) en stroop (4 x zoveel!) en dit nieuwe recept heeft als hoofdbestanddeel slagroom en maakt dus een zachte, bruine karameltoffee. Het lijkt ook behoorlijk veel op fudge. Daar was hier ook al een recept voor, maar dan met witte chocolade.

Het Noorse, originele recept geeft nog enkele tips voor extra smaken. Je voegt het aan het einde van de kooktijd toe: 2 tl droppoeder (dat is wel een erg Scandinavische smaak!), óf 1 tl kardemompoeder, óf de geraspte schil van 1 limoen, óf 1/2 citroen, óf een ½ sinaasappel. Of gewoon de vanillesmaak hieronder. Ook lekker.

Zachte vanille-roomtoffees
Bron: Godt.no

250 ml slagroom
125 gr suiker
60 gr lichte stroop ('Golden Syrup') of honing
50 gr roomboter
1 zakje vanillesuiker of een beetje vanille-extract
snuf zout

Doe alle ingrediënten in een ruime kookpan met dikke bodem en hoge randen (de kokende massa zal hoog opborrelen) en breng het aan de kook. Roer regelmatig en roer vooral tegen het einde vaak zodat het niet aan de bodem van de pan aanbrandt. Kook het in tot een goudkleurige en zeer stroperige massa. Harde karamel aan de zijkant van de pan kan je met een nat kwastje terugduwen, of laat het zitten, maar hak het niet los in het uiteindelijke toffeemengsel, want dat zal harde stukjes in je toffeemengsel opleveren.

De karamel is klaar als het loskomt van de bodem van de pan en mooi bruin, taai en elastisch is. Als je een thermometer hebt, dan moet het ongeveer 120 graden zijn. In de bovengenoemde link van toffees wordt de specifieke stadia van het suiker koken genoemd en voor zachte toffees moet je nu dus stoppen met verhitten. Als je doorgaat, krijg je harde toffees.

Giet de karamel in een kleine vorm (ongeveer 20 x 20 cm), bekleed met bakpapier. Laat de karamel afkoelen tot kamertemperatuur en snijd het dan in blokjes. Oh ja, en kijk uit met meekokende kinderen; de karamel is gloeiend heet! Niet proeven dus, voordat het voldoende is afgekoeld!




22 februari 2018

Kappes Teerdisch (zuurkoolstamppot uit Trier)



In de omgeving van Trier (Duitsland) maken ze deze Teerdisch, een zuurkoolstamppot, normaliter wel met gebakken spek erdoorheen, maar dat is voor de gelegenheid even achterwege gebleven. Eigenlijk is de stamppot niet zo gek veel anders dan onze Hollandse pan, maar de zuurkool wordt wel in witte wijn gekookt, welke helemaal verdampt wordt. In plaats van spek bakte ik er uienringen met balsamico bij, en een vega burger om het wat completer te maken.

Ik heb deze stamppot wel vaker, midden in de zomer, gegeten rond Trier, maar soms leek het meer op een ander zuurkoolgerecht dat ook op dit blog staat (zie link). Daarin wordt de zuurkool langdurig gesudderd en op het laatst voeg je een rauwe, fijn geraspte aardappel toe. Die aardappelprut kookt binnen enkele minuten gaar, maar maakt de zuurkool heerlijk smeuïg. Die zou je eigenlijk echt eens moeten proberen.

Kappes Teerdisch (zuurkoolstamppot uit Trier)
Recept voor 3 a 4 personen

500 gr gewone zuurkool
250 ml witte wijn (Riesling eigenlijk het liefst)
1 kilo geschilde, kruimige aardappels
1 blokje groentebouillon
300 ml melk
30 gr roomboter
zout naar smaak

voor de uien:
1 el olie
2 grote uien, in smalle, halve ringen
Een scheutje balsamicoazijn

Doe de zuurkool en de wijn in een kookpan en laat het zonder deksel zacht koken tot de wijn nagenoeg verdampt is. Kijk wel uit dat het niet droog kookt. Bij mij was de wijn na 3 kwartier bijna verdampt.

Kook de aardappels, samen met het bouillonblokje gaar en stamp ze fijn. Roer om met de boter en melk. Giet de zuurkool af en vang de overgebleven wijn op. Meng de zuurkool met de aardappelpuree. Voeg daarna zoveel wijn toe als nodig is om het smeuïg te maken. Als het niet veel wijn is, kan je het natuurlijk ook in 1 keer toevoegen aan de aardappels, maar dat moet je zelf maar even inschatten.

Ondertussen de uien bruin bakken in wat olie. Op het einde omroeren met wat balsamico en serveren bij de zuurkool. Eventueel met nog een vega burger erbij. Mosterd is er ook lekker bij.



17 februari 2018

Indiase bietensoep


Kleurig he? Tja, bietensoep… Wat je ook doet, het wordt roze. Dit is een Indiase variant van eigen hand, want ik heb er feitelijk het recept van een bietencurry op los gelaten, waarna ik de curry heb geblenderd. Nou ja, zo ongeveer dan… Omdat ik hier kant-en-klaar gekookte bietjes van de supermarkt gebruik, is de soep in een mum van tijd klaar. Hij bevalt ons erg goed en ik heb het nu al een paar keer gemaakt.

Indiase bietensoep
recept voor 4 personen

3 el neutrale olie (zoals zonnebloem- of arachideolie)
6 verse limoenblaadjes (uit de diepvries - nerven eruit gesneden en gesnipperd) of desnoods te vervangen met een serehstengel (oftewel: citroengras – ook gesnipperd)
1 grote ui, grof gesnipperd
rode chili of sambal oelek naar smaak (in ieder geval 2 goede theelepels)
4 cm verse gember, gesnipperd (goed snipperen, want de vezeltjes zijn moeilijk stuk te blenderen)
4 tenen knoflook, gesnipperd
1 klein blikje geconcentreerde tomatenpuree (70 gram)
1 tl kaneel
2 tl komijnpoeder
1 kg gare bieten in stukken (bv kant-en-klaar gekookt)
1 tl zout
500 ml kokosmelk (mijn voorkeur is 2 tetrapakjes van Gotan van 250 ml per stuk)
600 ml groentebouillon
sap van 1 limoen

Verhit de olie in een grote pan. Bak de limoenblaadjes (of sereh) heel kort en voeg dan de ui en chili of sambal toe. Bak de ui tot deze zacht is en voeg dan de tomatenpuree, gember, knoflook, kaneel en komijn toe. Bak dit nog even kort door. Voeg dan ook de bieten, zout, kokosmelk en bouillon toe. Laat dit nog even doorkoken en pureer het vervolgens in een blender of met een staafmixer. Nb. De nerven van de limoenblaadjes zijn lastig te pureren, dus ik hoop dat je die eruit had gesneden. De gember kan ook een uitdaging zijn… Wie wilt, haalt de soep (of de helft ervan) door een zeef. Voeg tenslotte het limoensap als laatste toe en serveer.


Samosa's van filodeeg met aardappel en erwten zijn er lekker bij (deze bijvoorbeeld), maar gewoon stokbrood is ook lekker. Een schepje dikke yoghurt is ook erg lekker.




12 februari 2018

Zelfgemaakte sultana’s


In Nederland noemen we ze sultana’s, en iedereen kent ze, maar eigenlijk is dit koekje Engels, waar ze Garibaldi biscuits heten. Het is een braaf en matig gezoet koekje en stamt al uit 1861. Ze zijn vernoemd naar de Italiaanse generaal Garibaldi, welke een heldenstatus in Engeland had (waarom is mij volstrekt onduidelijk…) en het schijnt dat er wel meer dingen naar hem vernoemd zijn. Maar ach, ze noemen het koekje tegelijkertijd ook ‘geplette vliegen’ samen met andere onaardige dingen over vliegen, omdat de geplette rozijnen daar aan doen denken. Maar het is al met al een leuk projectje voor de kinderen, juist omdat het zo’n bekend koekje is. Ze zijn ook echt een fluitje van een cent.

Sultana’s
recept voor zo’n 16 stuks

220 gr zelfrijzend bakmeel
50 gr zachte roomboter
snuf zout
70 gr suiker + 1 eetlepel om te bestrooien
snuf kaneel
60 ml melk
120 gr krenten of rozijnen

Verwarm de oven voor op 170 graden (of 160 graden hetelucht).

Meng de boter, het zout en de bloem in een kom tot het op fijne broodkruimels lijkt. Meng er daarna de suiker en kaneel door en tenslotte de melk. Kneed dit tot een soepel deeg dat niet plakt en van de kom los komt. Misschien moet je er nog een klein beetje melk aan te voegen, maar gebruik niet te veel.

Rol het deeg op bakpapier uit (eventueel met behulp van een snuf bloem) tot een lap van 5 mm dik. Strooi de rozijnen over de helft van de lap en klap de andere helft daarover heen, zodat de rozijnen ertussen komen te zitten. Rol de lap nu weer uit tot krap 5 mm. Maak het vooral niet te dik, want het rijst in de oven nog tot bijna het dubbele. Strooi de extra eetlepel suiker erover. (nb. Als je wilt kan je het deeg eerst insmeren met wat losgeklopt ei en dan bestrooien met de suiker, maar ik vind het altijd zonde van de rest van het ei en heb dit niet gedaan. De koekjes zouden er wel een mooie glans van krijgen.)

Snijd de deegplak nu met een groot mes in rechthoekjes van zo’n 4 x 7 cm, maar laat het deeg op zijn plek liggen. Je kunt ze na het bakken gemakkelijk van elkaar breken. De restjes deeg kan je opnieuw uitrollen en snijden, maar dit werden bij mij wel de kneusjes die in de keuken werden opgegeten. :)

Bak de koekjes nu in 15 a 20 minuten bruin en knapperig. Houd ze wel in de gaten. Uiteindelijk bakte ik ze iets langer dan 20 minuten, maar elke oven is anders.




7 februari 2018

Hollandse appeltaart (basisrecept)


Jazeker, er zijn genoeg recepten voor appeltaart te vinden, maar dit is mijn basisrecept en als het niet voor jullie is, dan op z’n minst voor mezelf. J Het blog is ook mijn persoonlijke archief namelijk.

Enfin, enkele tips heb ik wel. Bijvoorbeeld dat je de taart het liefst een dag van tevoren maakt. Daar wordt ie namelijk alleen maar lekkerder van. Bewaar hem in de koelkast, maar haal hem er wel tijdig uit, zodat de taart ook weer niet steenkoud op tafel komt.

Verder ben ik wel pietluttig qua deeg. Ik gebruik het klassieke recept voor ‘harde wenerdeeg’ wat een typisch 1-2-3-deeg is: 1 deel suiker, 2 delen boter en 3 delen bloem. Dat breng je samen met ei en wat koud water. De kunst is om dit heel rap te doen. Wanneer je het langdurig kneed, of de boter zacht laat worden, dan krijg je taai deeg. Ik heb er ooit een blog over geschreven, waarin ik beschrijf hoe je dit het beste met de hand of met de keukenmachine kan doen (hier de link).

Ik maak een grote taart van 26 cm. Wanneer je een kleinere taart wilt maken, kan je dus de ingrediënten van het deeg aanpassen met de 1-2-3-formule.


Hollandse appeltaart (basisrecept)
voor een grote springvorm van 26 cm

voor het deeg:
450 gr bloem
300 gr roomboter (nee, geen margarine)
150 gr witte basterd- of kristalsuiker
ongeveer 75 gr ei (= 1 groot ei - L) Als je 2 middelgrote eieren gebruikt, bewaar het restant dan om de taart te bestrijken straks
citroenrasp van 1 citroen (bewaar het sap voor de vulling)
1/2 tl kaneel
zout
plus zoveel koud water als nodig is om een soepel deeg te kunnen maken (=een scheutje)

Maak het deeg zoals ik in dit blog beschrijf. Steekwoorden: snel maken, en met koude boter werken.
Laat het deeg 30 minuten afgedekt rusten in de koelkast. Dit maakt 1 kg deeg. Verdeel dit in drie gelijke stukken voor de bodem, zijkant en bovenkant.

Voor de vulling:
900 gr geschilde appels (bv Jona Gold) - in niet te dikke plakjes
100 gr rozijnen, even geweekt in warm water
sap van een 1/2 citroen
3 tl kaneel
100 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
50 gr paneermeel
enkele eetlepels abrikozenjam + 2 eetlepels voor de bovenkant

Bekleed een springvorm met bakpapier. Dit gaat heel makkelijk als je het papier een beetje nat maakt. Je kunt het dan tot een prop verfrommelen en daarna vouw je het heel gemakkelijk in de vorm.
Rol het 1/3 van het (koude!) deeg met behulp van een beetje bloem uit tot een lap voor de bodem. Rol een tweede stuk uit voor de zijkanten - snijd de lap in brede stroken en zet deze tegen de zijwanden, en druk het deeg aan elkaar in de vorm.
Smeer enkele eetlepels abrikozenjam uit over de bodem, en bestrooi met paneermeel.
Meng de plakjes appel met de rozijnen, suiker, vanillesuiker, citroensap en kaneel. Leg daarna de vulling netjes en plat in de vorm.

Rol het derde stuk deeg uit en snijd dit tot repen om een raster bovenop de taart te maken. Leg een aantal naast elkaar op de bovenkant en de andere daar dwars op.

Bak de taart in een voorverwarmde oven van 180 graden (ik gebruik geen hetelucht voor de taart, maar als je niets anders hebt, moet je de temperatuur verlagen naar 170 graden). Ik bak de appeltaart iets langer dan een uur (65 a 70 min), maar elke oven is anders, dus houd het even in de gaten. En een kleinere taart bak je natuurlijk ook korter. Eventueel geef je de taart in de laatste 10 minuten alleen onderwarmte om de bodem goed gaar te krijgen, hoewel ik zonder extra onderwarmte ook een prima bodem krijg.





2 februari 2018

Surinaamse saoto soep (vegetarisch)


He, dat was raar… De vegetarische bouillon van knolletjes smaakte verdacht veel naar kippenbouillon! Als je je ogen dicht deed, zou je zweren dat er een kip aan te pas was gekomen. En wat een diepe smaak… Ik heb het restant van de bouillon de volgende dag lekker zonder iets erbij gedronken. Ik zou saoto zelfs alleen voor die bouillon al maken.

Deze bekende Surinaamse soep met Indonesische wortels (soto!) is niet moeilijk en veel werk is het allemaal ook niet, maar de meeste mensen moeten voor de ingrediënten wel even naar de toko. Je hebt verse of diepvries producten nodig. Ik heb zelf alles in de vriezer liggen. Laos koop ik vers en snijd ik in stukken van 1 a 2 cm breed, en deze vries ik in een doosje in. Kurkumawortels ('geelwortel' - een soort oranje mini-gemberwortels) koop je ook vers of bevroren en je kunt ze gewoon in de vriezer gooien. Kijk wel uit voor je spullen als je kurkuma snijdt: het vlekt waanzinnig. Op kleding en handen, maar ook op je snijplank. Dus snel snijden, in de pan gooien en plank afspoelen.

Saoto is dus een bouillon, waarbij je in het bord dingen toevoegt naar smaak: wat witte rijst, dun gesneden, rauwe spitskool en taugé, sambal en ketjap, en vooral de ‘chips’ horen erbij. Je kunt het erg caloriearm maken, maar de gebakken chips maken het natuurlijk een stuk vetter. Oh ja, en lekkerder.

Vegetarische saoto soep
Voor een grote pan – zeker voor 4 volwassenen als avondmaaltijd

Voor de bouillon:
Snijd alles in grove stukken: uiteindelijk zeef je de bouillon en de smaakmakers gooi je weg:
1 grote ui
1/2 bol knoflook; kleine teentjes heel en grote gehalveerd
goede scheut olie (zonnebloem- of arachideolie)
3 stukjes laos van 1 cm
3 verse kurkumawortels (vers of diepvries), hoeft niet geschild te worden
1 duimgroot stuk verse gember, geschild
2 a 3 salambladeren of laurier (desnoods weglaten)
10 pimentkorrels
3 stengels citroengras (sereh), grof gehakt
2 liter water
4 maggi bouillonblokjes (van het geel/rode-pakje. Dit zijn trouwens 2 omhulsels; er zitten 2 blokjes in een omhulsel)
een snuf nootmuskaat
1 a 2 takjes bladselderij

Voor erbij:
1 gekookt ei per persoon
Ongeveer 300 gr witte rijst
300 gram spitskool in dunne reepjes
200 gram verse taugé

En om alles op smaak te brengen:
Saoto mix: gefrituurde vermicelli met aardappelsticks
gebakken uitjes (kant-en-klaar)
eventueel gebakken knoflook (is er ook kant-en-klaar)
fijngesneden platte bladselderij
een (Surinaamse) sambal (van madame Jeanette pepers, maar dat durf ik niet J )
zoute of zoete ketjap

Verhit de olie in een grote soeppan. Fruit de ui en de knoflooktenen tot de ui zacht is en voeg dan de rest van de bouillon-ingrediënten toe, behalve het water en bouillonblokjes. Bak de groente nog even en voeg tenslotte ook het water en de bouillonblokjes toe. Breng het aan de kook en laat de bouillon een uurtje op het laagste vuur pruttelen. Het liefste doe je dit enkele uren van tevoren; haal de bouillon daarna van het vuur en laat het met het deksel erop staan. Zeef de bouillon pas wanneer je de soep verder gaat bereiden. Zo kunnen de smaken er goed intrekken.

Wanneer je klaar bent om te eten, kook je de rijst gaar. Zet alle toevoegingen in schaaltjes op tafel.
Serveer de soep door de kom half vol te scheppen met bouillon en laat de eters naar wens de kom aanvullen met de extra’s.



29 januari 2018

Toast furikake en daarbij een romige wortelsoep met kokosmelk en sesam


Noteer dit even voor uw volgende bezoekje aan de toko: furikake. Het is een mengseltje dat men in Japan graag over rijst strooit, maar je kunt er veel meer mee. Het bestaat uit bonito vlokken (gedroogde vis), wasabi, zeewier (nori), sesamzaad, suiker, zout en een aantal smaakversterkers, die me in dit geval totaal niet stoorden. Het is, zeg maar, een soort luxe Aromat, maar dan voor Japanners. Geheel in Japanse stijl heeft het een vissig smaakje (door die bonito natuurlijk) en het is misschien niet voor iedereen, maar nadat ik het hier serveerde op toast, mayonaise en kaas, is het hele zakje binnen een dag geconsumeerd door de familie. Meneer schudde het restje op een gebakken ei met de mededeling dat hij meer ging halen.



De vegetarier kan zelf een mengseltje maken van sesam, nori, zout en misschien wat edelgistvlokken. Google maar even; er zijn zat (Engelse) recepten te vinden, maar ik ben bang dat die bonito wel erg bepalend is...


Voor toast furikake (Japanse tosti!) besmeer je een witte boterham met wat mayonaise, en een beetje geraspte (oude) kaas. Bestrooi dit matig met wat furikake en schuif het in de oven tot het brood knapperig is. Lekker met soep. Dit bijvoorbeeld:

Romige wortelsoep met kokosmelk en sesam
Recept voor 4 personen

3 cm verse gember, fijn gesnipperd (heel fijn, want de vezeltjes laten zich lastig blenderen straks)
1 kleine ui, gesnipperd
1 stengel citroengras, gesnipperd
1 ruime el sesamolie (en geen gewone olie! Sesamolie heeft een erg bepalende smaak)
900-1000 gr wortels (ik hield 800 gram geschild over)
750 ml groentebouillon
1 tl kurkuma
1 tl (bruine) suiker
1 flinke tl sambal oelek
scheutje (witte wijn)azijn naar smaak, of eventueel sap van een kleine citroen
1 blik kokosmelk (400 ml)

Erbij: wat tabasco of een ander soort chilisaus en sesamzaad om te bestrooien

Verhit de sesamolie in een grote kookpan en fruit daarin de gember, ui en citroengras gedurende 10 minuten op het laagste vuur.
Voeg de rest van de ingredienten toe, behalve de kokosmelk. Breng aan de kook en laat dit rustig gaar koken. Giet er tenslotte de kokosmelk bij en blender/pureer de soep helemaal glad. Warm de soep door en serveer met wat tabasco en sesamzaad erop.