5 april 2020

Shoarma van bloemkool met wraps



Ach, waar zouden we toch zijn zonder die brave bloemkool? Je kunt het zo gek niet bedenken of je kan het met bloemkool doen. Je kunt hem raspen en als rijst eten, in plakken snijden en bakken, of in roosjes roosteren. Je kunt er puree van maken of soep en zelfs salade. En qua smaken kan echt alles. Hij doet me een beetje denken aan mijn kat van vroeger, die ik bij het spelen eindeloos poppenkleertjes aandeed. Alles doorstond ze zwijgend: de bloemetjesjurkjes, de jasjes, het babyrompertje. En maar stil zitten en mooi zijn. :) 

Dit keer maakte ik er een shoarma-specerijenmengsel bij. Ik had nog kleine wraps liggen, maar je kunt het natuurlijk ook met pitabrood of met Turks brood eten.  


Shoarma van bloemkool

1 grote bloemkool (zeker 1 kilo aan schoongemaakt gewicht), verdeeld in roosjes van 2 happen groot

Voor het specerijenmengsel (Nb. Ik gebruik maatschepjes van 5 ml voor de theelepels en 15 ml voor de eetlepels):
1 grote of 2 kleinere tenen knoflook, gesnipperd
1 el korianderpoeder
1 el komijnpoeder
1 opgehoopte tl kardemompoeder
1 tl Cayenne- of chilipoeder of wat sambal oelek
2 tl gerookte paprikapoeder
2 tl zout
zwarte peper
2 el citroensap
3 el olijfolie

Kant-en-klare knoflooksaus
of zelfgemaakte yoghurt-knoflooksaus:
250 ml Griekse yoghurt
2 gesnipperde tenen knoflook
kneepje citroensap
zout en peper
handje gehakte munt, bieslook en/of peterselie

Verder erbij:
Kleine wraps of pitabrood, Turks brood, of zelf gebakken platbrood, etc
komkommer in dunne plakjes
(vegetarische) feta, verkruimeld
optioneel: hummus of deze tahinidressing (die laatste had ik):

Tahini dressing:
100 gr tahin (sesampasta)
75 ml vers citroensap
zout en peper naar smaak

Gewoon alles mengen. Je zult zien dat de tahini heel dik wordt zodra het citroensap erbij gaat, maar je kunt water toevoegen tot het een schenkbare (dikke) dressing is.

Verwarm de oven voor op 180 graden (of 170 graden hetelucht).

Meng alle ingrediënten voor het specerijenmengsel in een kom. Verdun het met een scheut water zodat het enigszins vloeibaar is; dan mengt het beter met de bloemkool.  Voeg de bloemkool toe aan de marinade en meng het goed door elkaar (eventueel gewoon met je handen, dat gaat toch het beste), zodat alles bedekt is met een laagje. Laat dit even staan.

Voor de yoghurtsaus meng je alles door elkaar.

Leg de bloemkool op een bakplaat (met bakpapier eronder) in een enkele laag. Doe daar nog een klein beetje olie overheen. Zet de bloemkool 40 minuten lang in de oven. Keer de stukken halverwege.

Serveer de bloemkool met de (warme) wraps, komkommer, feta en knoflooksaus en eventueel de tahindressing.



30 maart 2020

Citroen sorbetijs (voor een ijsmachine)


Afbeelding van Yousz via Pixabay 

Even een heel kort en simpel recept tussendoor. Met een geheim. Namelijk het geheim van poezelzachte citroensorbet. En dat is simpelweg een stijfgeklopt eiwit dat je er aan het einde doorheen mengt. Dat maakt het ijs goed schepbaar, met die zachte structuur van sorbetijs.

Dit is een heel makkelijk recept, maar je hebt wel een ijsmachine nodig. Ik weet niet of het ook werkt als je het mengsel zelf steeds doorschept tijdens het bevriezen.

Citroen sorbetijs (voor een ijsmachine)

450 ml water
250 gr kristalsuiker
optioneel: de schil van een biologische citroen zonder de witte laag
200 ml vers citroensap
1 eiwit van een groot (L) ei

Doe de suiker, het water en eventueel de citroenschil in een pan. Breng het aan de kook en laat het 2 minuten koken. Laat het afkoelen en voeg daarna het citroensap toe. Zet het daarna in de koelkast om verder af te koelen – hoe kouder, hoe beter.

Draai het mengsel tot ijs in een ijsmachine. Terwijl dat draait, klop je een eiwit tot stijve pieken en dat voeg je toe aan het ijs, als het bijna klaar is: spatel het erdoorheen en laat nog even verder draaien. Dan verder invriezen in een bak in de vriezer.



22 maart 2020

Pasta met daslookpesto, erwten en gevuld ei



Dan nu maar even een echt lenterecept, zo tussen alle virusellende door. Maar je moet wel aan alle ingrediënten kunnen komen... Ik dacht eerst dat de daslook daarin een spelbreker zou zijn, maar die eieren...? Een dochter stelde dus voor om er gevulde eieren bij te maken en dat vond ik een leuk alternatief bij de warme maaltijd, maar bij mijn supermarkten is er inmiddels geen ei meer te krijgen.

Maar goed, voor die pesto moet je dus aan daslook kunnen komen. Bij mij staat het in de tuin en dat is aan te raden. Hoewel het ook in het wild groeit, mag je die dus niet plukken, want het is beschermd. Daslook heeft het namelijk moeilijk in Nederland. Hoe dat komt is mij een raadsel, want als het eenmaal in je tuin staat, kom je er haast niet meer vanaf - het woekert behoorlijk door. (nb. een lezer meldde nav deze blog dat daslook sinds 2017 niet meer beschermd is in Nederland! In België nog wel.) Geen daslook in de buurt? Nou ja, je kunt het vervangen met basilicum + een teen knoflook, maar het is niet hetzelfde. Daslook smaakt grassig of bieslook-achtig met een flinke knoflookgeur. Oh ja, pluk de daslook vóórdat deze in bloei staat, want daarna gaat die knoflooksmaak eraf! Dat is dus over een maand ongeveer.






Pasta met daslookpesto, erwten en gevuld ei

voor de pesto:
60 gr verse daslook
25 gr peterselie (=1 plantje)
30 gr parmezaan, pecorino of een andere harde (vegetarische) kaas (een oude Goudse kan desnoods ook wel)
25 gr pijnboompitjes
50 tot 100 ml olijfolie
Zout naar smaak

verder nodig:
1 a 2 el kappertjes
500 gr doperwten (diepvries)
350 tot 400 gr pasta

En voor de eieren (1,5 tot 2 eieren p.p.) kan je dit recept in de link gebruiken, hoewel het een fluitje van een cent is: eieren in 10 minuten hard koken, laten schrikken, pellen en halveren. Eierdooiers prakken met een flinke lepel mayonaise, likje mosterd en een goede snuf kerriepoeder. Op smaak brengen met zout en met dat mengsel vul je de eitjes weer. Koud bewaren.

Voor de pesto maal je alles fijn met een keukenmachine of staafmixer. Een vijzel kan ook hoor – heel klassiek.

Kook de pasta gaar in heel ruim water en voeg daar in de laatste minuten de doperwten aan toe. Giet dan alles af en meng de pesto en kappertjes erdoor. Serveren met de eieren en wat extra kaas.

Nog meer recepten met daslook nodig? Ik schreef al eens over een salade met limabonen en sperziebonen.




15 maart 2020

Omelet met ui



Ik maak regelmatig dit recept voor een omelet met heel veel ui als bijgerecht bij groente en aardappels. Een vegetarisch alternatief, zodat we niet steeds naar vleesvervangers hoeven te grijpen. Ik heb niets tegen vegetarische hamburgers en dergelijke, maar denk wel dat je het niet te vaak moet eten. Het blijft natuurlijk sterk bewerkt en er zijn betere alternatieven. 

Ik volgde ook al een paar keer Yvette van Boven die laatst zo hoog opgaf in de Volkskrant over dubbelgekookte groente. Ripassata noemde ze het – 'nogmaals langsgaan' (de dubbelgekookte andijvie staat ook op de foto). Ze zei dat je groente als andijvie en witlof tien minuten moest koken in water. Dat laat je dan heel goed uitlekken (en als ik zeg ‘heel goed', dan bedoel ik ‘heel goed’). In een koekenpan giet je een royale scheut olijfolie. Daar fruit je kort 1 a 2 gesnipperde teentjes knoflook in en ook wat chilivlokjes. Een ansjovisje uit blik erin laten smelten mag, hoeft niet, maar doe er dan nog wel straks wat zout bij. Dan dus die zo droog mogelijke groente er weer in en dat bak je nog eens 15 minuten. Niet te hard, maar wel zodanig dat het echt bakt. Nou ja, en dat laatste lukt bij mij dus niet zo goed en ik weet precies waar het probleem zit: ik ben zuinig met de olie, want ik ben een trut. Die baal andijvie (ga gerust uit van een kilo; dat eten wij hier met z’n tweeen op, want er blijft niets van over), die bak je dus niet op in een scheutje olie. Daar moet je echt royaal mee zijn en dat ben ik niet en van echt bakken komt dus niets. Het is wel lekker, hoor. Maar enfin, doet u maar met deze informatie wat u denkt dat goed is… Oh ja, aardappelpuree is er lekker bij.   

Omelet met ui
recept voor 4 personen als bijgerecht

400 gr uien, in halve ringen
70 gr geraspte kaas naar keuze (bv (vegetarische) Goudse oude, parmezaan, pecorino, etc)
2 el olijfolie
6 middelgrote eieren (M)
zout naar smaak
zwarte peper voor wie dat lekker vindt

Bak de uien in de olie, in een pan met anti-aanbaklaag. Houd het vuur laag tot middelhoog en bak de uien bruin. Ik leg zelf een deksel op de pan gedurende de eerste tien minuten om de uien vooral te garen en daarna bak ik ze nog eens vijf minuten zonder deksel en op hoger vuur om ze bruin te bakken.

Kluts de eieren met een vork (en dus niet kloppen met een garde, want dan krijg je schuim) in een kom en breng op smaak met wat zout (en peper als je dat wilt). Voeg de kaas toe en meng het erdoor.

Giet de eieren in de pan met de uien, schep het even heel kort door elkaar zodat het eimengsel goed verdeeld is. Bak het omelet op niet te hoog vuur. Leg er ook een deksel op, dan gaart het sneller. Als de onderkant mooi bruin is leg je een groot bord op de pan en je draait pan en bord om, zodat het omelet op het bord ligt. Laat het omelet dan weer de pan in glijden en bak de andere kant ook bruin.




8 maart 2020

Pasta met gele paprika en pistachenootjes



Ik ben mijn weg door Jamie Oliver’s boek VEG aan het werken en dat bevalt best goed. Na het pastarecept van de vorige keer blijf ik even in het hoofdstuk Pasta. Dit recept is ook simpel en het lijkt wel wat op de paprikasaus die ik zelf ooit maakte, maar de gele kleur zet je tijdens het eten op het verkeerde been. Je verwacht toch een andere smaak als het geel is. De pistachenootjes tillen het ondertussen net even op een wat hoger niveau. Maak er alleen wel een salade ofzo bij, want anders is het te weinig. De saus heeft natuurlijk maar weinig om het lijf en geeft te weinig vulling en te kleine bordjes pasta.  

Pasta met gele paprika en pistachenootjes
Recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen, maar maak er een (vullende) salade bij

1 el olijfolie
2 el witte wijnazijn
1 middelgrote ui, gesnipperd
2 tenen knoflook, in plakjes
300 gr gele (punt)paprika, schoongemaakt, in reepjes
zout naar smaak
50 gr geraspte Parmezaanse kaas of een andere (vegetarische) kaas

verder nodig:
25 gr gepelde pistachenootjes
400 gr pasta naar keuze
extra kaas voor erbij

en ook:
een koeken- of hapjespan met deksel (desnoods kan het ook wel met een gewone kookpan)

Verhit een koeken- of hapjespan en doe hierin de ui, knoflook, azijn en olie. Warm dit door, voeg de paprikastukjes eraan toe en leg een deksel op de pan. Laat dit tien minuten rustig stoven, tot de paprika zacht is. Doe het dan in een kom, voeg de Parmezaan toe en pureer de groente met een staafmixer tot een gladde saus. Breng op smaak met zout.

Ondertussen de pasta gaar koken. Ook de pistachenootjes in een vijzel fijnstampen, of eventueel gewoon fijnhakken, maar dan krijg je het waarschijnlijk niet zo fijn.

Giet de pasta af en doe de saus erbij. Serveren met de pistachenootjes en extra kaas.



1 maart 2020

Bananenbloesem - een soort jackfruit?



In de grote Chinese supermarkt was het afgelopen week ongewoon rustig. Ik was blijkbaar één van de weinigen die er naar binnen durfde. Ik kwam voor een nieuw voorraadje paneer, maar dacht eraan om ook eens een blik jackfruit mee te nemen; het vezelige fruit dat op dit moment zo populair is onder veganisten, omdat je er zulke lekkere stoofpotten mee kunt maken. Zeggen ze. Maar jackfruit op water was niet te vinden, er was alleen maar jackfruit op siroop en dat moet je dus niet hebben. Daarnaast stond wel een blik met bananenbloesem. Nog voor ik kon denken ‘het moet toch niet gekker worden’ zat het al in mijn mandje. 



Eenmaal thuis zag ik dat ook dit product veel wordt gebruikt door veganisten, maar dan om nepvis mee te maken. Als je de bloesem doorsnijdt, zie je namelijk laagjes bloemblaadjes die wel wat doen denken aan de lamellen van gegaarde vis. Je kunt de stukken bloem dus in een bierbeslag onderdompelen en ze frituren als kibbeling. Of je maakt er een Vietnamese salade met pinda's en papaya van. Of… een Indiase droge curry met kokos. Dat laatste heb ik gedaan en ik heb het gegeten, maar ik weet niet goed wat ik ervan vind. Aan de smaak ligt het niet, die heeft wel iets weg van een milde artisjok uit blik en het doet echt niet denken aan banaan. Het was eigenlijk best lekker. Maar ik had de bloemen blijkbaar eerst moeten schoonmaken, want ik vond allerlei ‘graten’ – een soort naaldjes die tussen de bloemblaadjes zaten en die net iets te stevig waren om op te eten. Alleen daarom al zou ik niet snel nog eens kopen. De bloemen zelf zagen er trouwens bijna buitenwerelds uit; romig en met een zachte structuur alsof het bij leven wel oogjes en tentakels had gehad en ooit had gezwommen. Ik geloof niet dat deze tekst kan worden gelezen als een grote aanbeveling, maar och, de echte 'daredevil' moet zelf maar eens zo'n blik meepakken...

Voor de goede orde geef ik hieronder het recept dat ik bewerkte van het origineel en wat je dus een kleine portie oplevert. Je kunt dit gebruiken als bijgerecht voor twee personen en dan maak je er bijvoorbeeld nog rijst of naan bij, en een tweede curry.


Droge Indiase curry van bananenbloesem
bron: SBS

1 of 2 el olie
1/2 tl bruin mosterdzaad
1 middelgrote ui, in dunne, halve ringen
beetje chilivlokjes naar smaak
5 curryblaadjes (die ik verving met limoenblad uit de vriezer)
2 cm gember, fijn gehakt
½ tl kurkuma
1 blik bananenbloesem (uitlekgewicht 260 gr)
30 gr gedroogde kokos
50 - 75 ml kokosmelk (als je de rest van de verpakking niet nodig hebt, kan je ipv een pak kokosmelk misschien ook iets zinnigs doen met wat santen)

Laat de bloesem uitlekken en snijd het in potlood-dikke plakjes.

Verhit de olie in een (hapjes)pan op middelhoog vuur. Doe het mosterdzaad erbij tot het gaat spetteren en voeg dan de uien, chilivlokjes, limoenblaadjes, gember en kurkuma toe. Bak dit tot de uien bruin worden.
Doe dan de bananenbloesem erbij, samen met de geraspte kokos en kokosmelk. Warm dit even door en serveer. Het is dus de bedoeling dat het vrij droog blijft.

Citroencake



Het beste recept voor een gewone cake blijft de ‘quatre-quarts’ – oftewel gelijke gewichten voor eieren, suiker, bloem en boter – en dat maak je natuurlijk met je ogen dicht. Daar kan je allerlei smaken aan toevoegen, maar als je veel vloeistof toevoegt moet je toch de verhoudingen aanpassen en daar pak ik graag een recept bij. Op bakgebied heb ik weinig aangeboren gevoel voor de fijne balans... Het recept hieronder is dus duidelijk niet van mij, maar ik kan het aanraden. Het werd een heerlijke zachte cake met een goede citroensmaak.

Het origineel doet maar liefst de rasp van 6 citroenen in het beslag, maar ik hield het bij 3 grote exemplaren, omdat ik even niets kon aanvangen met al dat sap. Tenslotte pers je de benodigde 100 ml wel uit 2 stuks, dus je houdt sowieso al extra sap over. Ik doe dat zelf graag in een kan, vul dat af met koud water en zet het in de koelkast om later te drinken. Maar je kunt het sap ook gebruiken voor een glazuur: doe een beetje sap bij een kommetje poedersuiker en roer dat tot een lobbig glazuur. Giet dat na het bakken over de afgekoelde cake. Nog meer citroensmaak.

In het originele recept werd ook gezegd dat men de cake wel eens maakt met sinaasappelsap en wat gele rozijnen erbij. Dat zie ik ook wel zitten!

Citroencake
Bron recept: Eating Asia

225 gr zachte roomboter
270 gr suiker
4 middelgrote (M) eieren of 3 grote (L)
320 gr zelfrijzend bakmeel
60 ml melk
snuf zout
100 ml citroensap
fijn geraspte schil van 3 grote citroenen (liefst biologische)

Verhit de oven voor op 180 graden conventioneel (of 160 graden hetelucht). Pak er een bakvorm bij en boter die in of leg er bakpapier in. Ik gebruikte een brownievorm van 22 cm.

Klop de boter en suiker wit en luchtig. Voeg de eieren één voor één toe. Spatel er dan het bakmeel, melk en zout doorheen en tenslotte de rasp en het sap. Giet dit in de vorm en bak de cake gaar in ongeveer 1 uur. Steek er aan het einde een satéprikker in: als die er schoon en droog uitkomt is de cake klaar. Laat het afkoelen en haal dan uit de vorm.



23 februari 2020

Jamie’s pasta met courgette



Dit is er eentje van Jamie Oliver, hoewel ik de hoeveelheden van de ingrediënten nogal heb veranderd, en het lijkt erg simpel, maar de pasta is goed op smaak met de sambal, wijn en kaas. En niet te vergeten venkelzaad, die ook erg aanwezig is. Dan moet je dus wel van het anijsachtige smaakje houden; ik had hier nogal wat zeurpieten aan tafel… Toch hoort dat venkelzaad er echt bij, hoor. Ik zou het zeker niet weglaten.

Het had trouwens zomaar uit zijn vijftien minuten-kookboek kunnen komen. Het is een supersnel recept en duurt niet langer dan het koken van je pasta + een beetje.

Jamie’s pasta met courgette
gebaseerd op een recept uit Jamie Oliver’s boek VEG!
vegetarisch recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

4 tenen knoflook, gesnipperd
1 krappe tl venkelzaad (ik gebruik een maatschepje van 5 ml)
1 rode chili, gesnipperd OF een theelepel sambal oelek
1 el olijfolie
2 grote courgettes (600 gr in totaal), grof geraspt
400 gr pasta naar keuze
150 ml witte of rosé wijn
100 gr kaas naar keuze (Parmezaan bv of een vegetarisch alternatief, gewoon Goudse kan ook)
250 ml kookroom (ik heb altijd de light versie van de Lidl)
zout
extra kaas voor erbij

Verhit de olie in een hapjespan en bak de knoflook, chili of sambal en venkelzaad even kort op laag vuur, maar de knoflook mag niet kleuren. Voeg de geraspte courgette toe en bak deze op wat hoger vuur mee gedurende 5 minuten. Kook ondertussen ook de pasta gaar.
Voeg dan de wijn toe aan de courgette en laat het grotendeels verdampen op redelijk hoog vuur. Voeg dan ook de kaas en kookroom toe. Tenslotte ook de pasta toevoegen. Breng dan nog op smaak met zout en je bent klaar.



16 februari 2020

Rijst met wortel en spitskool met kikkererwten uit Tamil Nadu



Er zijn al meerdere recepten op dit blog verschenen omdat ik collega’s in het buitenland het vuur aan de schenen legde: wat is je favoriete recept?? Graag iets uit je eigen land. Daar doen ze mij erg veel plezier mee, omdat ik vaak stuit op dingen die ik niet zelf zou hebben gevonden. Dit keer kwam ik uit bij een collega die zijn wortels heeft in Tamil Nadu, de Zuid-Oostelijke deelstaat in India, die als hoofdstad Chennai heeft (bij ons bekender als Madras).

gerechten uit Tamil Nadu

De collega vertelde mij over ‘idiyappam’ ook wel ‘stringhoppers’ genoemd (zie link voor een filmpje waarin ze gemaakt worden) en het gaat dan om een soort ‘spaghetti’ of noedels van rijstmeel. Het wordt gegeten als ontbijt. Maar ja, die dingen worden gemaakt met een soort pers, waar je het deeg doorheen drukt, maar dat hebben we hier allemaal niet… De string hoppers moesten dus even worden overgeslagen. Maar toen ik verder zocht naar recepten uit dit deel van India werd 1 ding me wel duidelijk: wat wij hier als Indiaas bestempelen is niet hetzelfde als de keuken uit het Zuid-Oosten. India is natuurlijk een enorm land met grote verschillen, ook in de keukens, maar bijna alles wat ik zag was mij compleet onbekend. Om nog maar niet te spreken van de groentesoorten die men gebruikte; ze zien je al aankomen bij de AH… Toch wilde ik wel iets nieuws maken en ik kwam uiteindelijk uit bij twee simpele recepten, allebei uit het Zuiden: rijst met geraspte wortel en gebakken spitskool met kikkererwten:

Rijst met wortel
vegetarisch/veganistisch recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

300 gr ongekookte (zilvervlies)rijst
chilivlokjes naar smaak
3 el pinda’s
1,5 el gedroogde kokos
1,5 tl gemalen koriander
1 grote ui, gesnipperd
1 of 2 groene chili’s
1 tl mosterdzaad
1 tl komijnzaad
een paar curryblaadjes of limoenblaadjes (curryblaadjes zijn hier haast niet te verkrijgen; zie hier mijn betoog over limoenblaadjes) 
250 tot 300 gr geraspte wortel
1/2 tl kurkuma
zout
olie
eventueel verse koriander

Kook de rijst gaar en laat deze daarna goed droog stomen. Zet hem dan apart.

Verhit wat olie in een wok of hapjespan en doe hierin de pinda’s, kokos, korianderpoeder en chilivlokjes. Laat dit even kort bakken en iets bruin worden. Haal het dan uit de pan en houd het apart.

Ga verder in dezelfde pan: verhit er weer een beetje olie in en doe er nu het mosterdzaad, komijnzaad en de curry- of limoenblaadjes in. Laat dit even heel kort bakken en doe dan direct de ui en groene chili erbij. Laat dit 2 a 3 minuten bakken. Doe de kurkuma en geraspte wortel erbij en bak nog eens 2 a 3 minuten. Voeg tenslotte de rijst toe en zout naar smaak en warm het goed door. Aan het einde meng je de gebakken pinda’s/kokos erdoor.
De limoenblaadjes eet je niet op, dus die kan je er op het bord uithalen.

Spitskool met kikkererwten
vegetarisch/veganistisch recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

1 el olie
½ tl mosterdzaad
700 gr met spitskool, in kwarten en dan in fijne reepjes
½ tl kurkuma
optioneel: een goede snuf asafoetida (hier meer over dit kruid
4 el gedroogde kokos
optioneel: 1 a 2 groene chili’s
½ tl komijnzaad
1 blik kikkererwten a 400 ml
zout

Verhit de olie in een grote hapjespan of wok. Laat het mosterdzaad tien seconden bakken. Doe de spitskool er dan bij, samen met de kurkuma en eventueel de asafoetida. Leg er een deksel op en laat het tien minuten rustig garen. Daar mag best een kopje water bij, anders bakt het maar aan. Voeg daarna de kokos, komijn en groene chili toe en meng het erdoor, samen met de kikkererwten. Laat het deksel eraf en bak de groente droog. Breng op smaak met zout.

Eventueel serveren met een mango chutney. Wij aten er ook wat ‘pickled garlic’ bij. Dat is ook een soort chutney, maar dan met stukjes knoflook en vrij pittig.



9 februari 2020

Zilveruitjes-chutney



Ik ben er zo eentje die graag varieert met haar eten. Nooit eens hetzelfde eten, altijd weer even iets anders proberen. Dat vind ik fijn. Maar de kinderen niet altijd en al helemaal niet in het geval van boerenkoolstamppot. Die wensen ze graag ‘gewoon’. Gekookt met een scheutje azijn er op het laatst in. En ik ben wel bereid om daaraan toe te geven. Maar nu eet ik daar altijd piccalilly bij en in het kader van het experimenteren was dit recept toch leuk. En warempel, het was een prima tafelzuur bij de stamppot.

Het recept zelf was nogal opmerkelijk, want ‘men neme een pot zilveruitjes en daarvan pureer je de helft’. Soms moet je daar gewoon voor open staan. En het recept werkt inderdaad. Bovendien is het echt zo gepiept. Het staat nota bene in het magazine van de Plus supermarkt deze maand, dus daar komt u het mogelijk ook tegen, maar het past zo goed bij de stamppot dat ik het nu al wilde bloggen.


Zilveruitjes-chutney
Bron: Plus Boodschappen magazine februari 2020

1 pot zilveruitjes (met vocht!) – ik had een pot met een uitlekgewicht van 190 gram
4 el rozijnen
3 el bruine basterdsuiker
3 el ketchup
1 tl geraspte gember (of zeer fijn gehakt)
1 el kerriepoeder
zout naar smaak

Laat de pot met uitjes NIET uitlekken; je hebt de hele pot met vocht nodig. Haal de helft eruit en vermaal die helft in een keukenmachine of pureer de uitjes met een staafmixer. In het laatste geval gaat dat makkelijker met het vocht erbij.
Doe dan alles in een kleine kookpan (gepureerde uitjes en hele uitjes, met de rest erbij) en breng het aan de kook. Laat het 10 tot 15 minuten zacht koken totdat je een dikke saus hebt. Laat dit afkoelen.



2 februari 2020

Aardappelpannenkoekjes met schorseneren in kaassaus en gebakken ei



Ik zal het maar eerlijk zeggen. Ik wil met dit recept vooral even de schorseneren in de spotlights zetten. Want zeg nou zelf; hoe vaak heb je die in het afgelopen jaar al gegeten? Of eh… hoe vaak heb je ze in je hele leven gegeten? De kans is groot dat dit niet zo heel erg vaak is als je een beetje mijn leeftijd hebt. Maar dat is zonde, hoor. Het is een groente met een milde smaak, helemaal niet raar en eigenlijk erg lekker. En kijk, als instaprecept heb ik er ook nog eens kaassaus bijgemaakt! Hoewel ze even kort gebakken ook lekker zijn (dan wel alvast gaar en uit een pot). 

Soms zie je ze in de winter op de markt liggen. Het zijn dan (heel erg) lange, zwarte wortels en dat is ook precies wat het zijn: de penwortels van de plant. Nu noemden ze die dingen vroeger ook wel keukenmeidenverdriet, omdat het schillen ervan niet altijd simpel is. Maar vrees niet; je koopt ze nu gewoon in een pot. Geschild en wel; begin daar maar eens mee. Als je toch verse schorseneren wilt schillen, lees dan deze link maar even.


Ze werden vroeger trouwens ook wel armeluis-asperges genoemd. De smaak is inderdaad minder verfijnd, de structuur is steviger, maar ik zal op elk moment voor de schorseneren kiezen!

Goed, dan moeten we het ook nog even hebben over die pannenkoekjes. Ik maakte deze van een aardappelpuree en ze zijn wat delicaat. Lekker hoor; echt aardappelpuree in pannenkoekvorm, maar je kunt prima uitwijken naar alternatieven. Kant-en-klare rösti bijvoorbeeld, van die kleine rondjes die je in de vriezer koopt? Ik bak ze altijd in de oven op een bakplaat. Of kijk eens naar deze Duitse aardappel-kwark-pannenkoekjes – ook lekker.

Aardappelpannenkoekjes met schorseneren in kaassaus en gebakken ei
Recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

Eerst maar die pannenkoekjes:
500 tot 600 gr geschilde kruimige aardappels, in stukken
4 eieren (M)
50 gr bloem
200 ml kookroom (light is prima, zeker die van de Lidl) of desnoods volle melk
2 tl zout
verse nootmuskaat
zwarte peper naar smaak
roomboter of olie om te bakken (roomboter is nu beslist lekkerder)

Kook de aardappels in water in zo’n 20 minuten gaar. Giet af en maak ze fijn: desnoods met een stamper, maar als je het hebt is een aardappelpers ideaal; mooier wordt het nooit. Je moet in ieder geval een zeer gladde puree maken. Laat het iets afkoelen en meng er dan de kookroom en geklopte eieren doorheen. Breng op smaak met zout, peper en nootmuskaat. Als het goed is heb je nu een vrij slappe puree die iets uitloopt als je hem ergens opschept. Bak hier vervolgens in de boter pannenkoekjes van. Ik maak ze met een goed opgehoopte eetlepel beslag; druk dit met de lepel ook direct plat in de pan. Zo krijg je koekjes van zo’n 10 cm in doorsnede. Bak ze voorzichtig om en om bruin. Ze bruinen vrij snel!
Je kunt ze eventueel warm houden in een lauwe oven van 100 graden.

Dan de schorseneren: ik gebruik 3 potten schorseneren met een uitlekgewicht van 205 gram. Doe ze met het vocht in een pan en verwarm ze.

In een andere kleine kookpan maak je de kaassaus:
50 gr roomboter
50 gr bloem
500 ml melk + eventueel wat meer
100 gr pittige kaas (een oude Goudse bv)
1 teen knoflook, heel fijn gehakt
1 goede tl mosterd
zout en peper naar smaak en eventueel wat peterselie voor de kleur

Smelt de boter in een kleine kookpan en voeg daarna in één keer de bloem toe. Roer dit tot een stevig mengsel en laat dit even een minuut zacht bakken op laag vuur zonder dat het kleurt. Giet er daarna met scheutjes de melk bij en klop goed met een garde om een gladde saus te krijgen. Als alle melk erin zit en de saus pruttelt, moet het een dikke saus zijn. Zo niet, laat het nog even zachtjes pruttelen. Breng lekker op smaak met kaas, knoflook, mosterd, zout en peper. Er mag misschien zelfs nog wat melk bij, zodat de saus goed te gieten is.
Giet de schorseneren af en roer ze door de kaassaus.

Bak ondertussen per persoon 1 ei.

En dan dus samen opdienen: de pannenkoekjes met de schorseneren in kaassaus en een ei erop. Lekker hoor! :)



26 januari 2020

Polentafrieten met sperziebonensalade



Nou, die polentafrieten vonden de kinderen interessant, hoewel dat misschien grotendeels door de benaming kwam. Het klinkt in ieder geval beter dan gebakken maispap, toch? En de tomaatjes en olijven werden dan wel tussen de kinderen uitgeruild, de één vond de tomaten lekker en de ander natuurlijk alleen de olijven, maar dat mocht de pret niet drukken. Het was een goede maaltijd. 

Die dikke polentafrieten (knapperig van buiten, zacht van binnen) zijn behoorlijk vullend, dus met voldoende sperziebonen erbij kan je hier best een avondmaaltijd van maken, maar als je kleine porties maakt, kan het ook prima door als een voorgerecht (dan houd je polenta over).

Polenta met sperziebonensalade
recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen
nb. begin op tijd; de polenta moet afkoelen voordat je het kan bakken

voor de polenta:
1 middelgrote rode ui, fijn gesnipperd
1 teen knoflook, gesnipperd
olie voor de vorm + om in te bakken
800 ml tuinkruidenbouillon van een blokje
125 gr polenta (geen instant)
25 gr roomboter
100 gr pittige kaas naar keuze, geraspt (bv een belegen oude Goudse, Pecorino of Parmezaan)
handje peterselie, fijn gehakt
handje extra polenta (droog)

Fruit de ui in een beetje olie tot de ui zacht is. Doe in de laatste minuut de knoflook erbij. Breng ondertussen de bouillon aan de kook in een grote kookpan en roer de polenta erdoorheen. Blijf roeren totdat de polenta gaar is. Je moet wel even geduld hebben en je moet ook wel 20 minuten blijven roeren. Het zal daarna een dikke pap zijn geworden. Nu is de regel dat je echt continu roert, maar met zeer regelmatig roeren kom je er ook wel, ben ik achter. Houd het vuur laag en let wel op dat het niet aanbrandt. De polenta is gaar als de korrels zacht zijn: even proeven dus. Op de verpakking staat misschien dat het veertig minuten duurt, maar dat is overdreven. Als het gaar is, de boter erin laten smelten en daarna de peterselie, uisnippers en kaas erdoor mengen.

Bereid een vorm voor door deze in te vetten met wat olie. Een vierkante vorm is perfect om dikke frieten te snijden, maar van een ronde vorm snijd je met hetzelfde gemak puntjes. Dat maakt dus niet zo uit. Wel moet je een duimdikke laag polenta krijgen, dus zoek even naar een vorm met een passende inhoudsmaat. Giet de polenta erin en laat het afkoelen en opstijven.

Snijd de plak polenta in blokjes, dikke staafjes of puntjes. Wentel ze door een handje droge polentakorrels (niet te veel, het is voor een ‘crispy’ effect). Bak de blokjes aan alle kanten bruin in een koekenpan met olijfolie.

Ondertussen maak je de salade die je op kamertemperatuur serveert. Meng het volgende door elkaar:

500 gr gekookte en afgekoelde sperziebonen (voor een doordeweekse familiemaaltijd gebruik ik meer)
2 bakjes van 120 gr half-gedroogde tomaten – je vindt ze in het tapasvak van de supermarkt (ik deed ook wat van de olie erdoor)
100 gr zwarte olijven
3 el kappertjes

Naast de sperziebonen en polenta zie je ook wat saus op de foto. Daarvoor mengde ik het volgende:

100 gr mayonnaise (verdund met een klein scheutje water)
1 el Worchestershire saus (desnoods een vegetarische variant)
1 teen knoflook, uit de pers of zeer fijn gesnipperd
2 el zeer fijn geraspte Parmezaan
1 volle tl scherpe mosterd
handje verse gehakte peterselie

En dat alles dus opmaken op een bord: een paar van de polentastaafjes, wat sperziebonen en een beetje van de saus erlangs.



19 januari 2020

Bieten, feta en mandarijnsalade met dadeldressing



Ligt het aan mij of zie ik weer steeds vaker fruit in hartige recepten verschijnen? Vonden we dat een hele lange tijd niet vreselijk achterhaald, met treurige uitwassen als ‘tong Picasso’ en ‘pizza Hawaï’? Dat was toch minderwaardig kindereten, voor mensen die niets konden eten zonder daar appelmoes bij te doen, en de ware culisnob haalde daar zijn/haar neus voor op? Nou ja, er wordt nog wel gemopperd. Bijvoorbeeld nog recent door de Australische Delicious die struikelde over een pizza met kiwi. En toen ik nog even zocht naar de beruchte pilav met perzik uit blik, stuitte ik op deze andere parel, namelijk een pilav met niet alleen kip en kerrie, maar ook met appel, ananas, bananen (!!) én rozijnen. Smakelijk eten… Voor het kind in je. Ik schreef al eens eerder dat deze rijstfantasie een foutje uit de jaren tachtig was, maar jongens, laat ik er duidelijk over zijn: als ik dat lekker zou vinden, zou ik het heel stil houden.

Hoe dan ook, het ziet ernaar uit dat ik me niet meer hoef te schamen voor een salade met gegrilde mandarijnen. Komt dat soms door de invloeden van Ottolenghi en consorten met hun veelvuldige gebruik van zuidvruchten in het avondeten? Ik was nog wel een beetje wantrouwend, maar deze salade heeft me echt blij verrast!  Die mandarijnhelften worden kort gegrild of gebakken en zijn een klein smaakbommetje bij die aardse bieten. Beetje zout van de feta erbij, wat zoet van de dadels; ja, zo mag fruit in je avondeten toch wel, hoor.

Bieten, feta en mandarijnsalade met dadeldressing
Recept voor 4 personen

500 gr kant-en-klare gekookte bieten of eventueel rauwe bieten
2 mandarijnen
1 el olijfolie
100 gr feta, grof verkruimeld
een paar medjool dadels, in reepjes, stukjes (medjool zijn die zachte, grote dadels)
een beetje munt of rucola of basilicum voor erbij
Zout naar smaak

Dadeldressing:
3 medjool dadels, gesnipperd
Sap van 1 citroen
2 el olijfolie

De bieten kan je kant-en-kaar gegaard kopen, dan hoef je alleen het schilletje eraf te wrijven en daarna snijd je ze in hapgrote stukken. Maar je kunt natuurlijk ook rauwe bieten zelf koken (niet schillen of snijden! Gewoon heel de pan in om te koken, anders ‘bloeden’ ze leeg. Volledig onder water zetten. Ze moeten vrij lang koken; drie kwartier ben je zo kwijt. Als een mes er ingestoken kan worden zijn ze klaar) en je kunt ook de bieten in grote parten snijden, inwrijven met wat olie en ze dan op een bakplaat roosteren (in een enkele laag, vaak wel een uurtje op 200 graden (conventioneel, niet hetelucht).

Meng alles voor de dressing door elkaar. Meng het met de bieten in een kom.

Verhit een grillpan of eventueel gewoon een koekenpan. Snijd de mandarijnen door (zodat je de partjes doorsnijdt) en pel ze daarna voorzichtig. Houd de helften daarbij heel. Smeer de snijkanten in met een beetje olie en grill of bak de mandarijnen kort met de snijkant naar beneden of tot ze een bruin baklaagje krijgen. Dat gaat vrij snel op hoog vuur.

Maak de salade op door de bieten te serveren met daarop de feta, mandarijnen, dadelstukjes en kruiden. Meng dit allemaal niet, want de bieten zullen alles roze maken en dat ziet er niet mooi uit.



12 januari 2020

Zha Jiang Mian (noedels uit Beijing)



Dit hoort eigenlijk met varkensvlees te worden gemaakt en dat zal ongetwijfeld heel veel diepte geven aan de smaak van dit gerecht, maar ja… Ik vertrouw hier op de kracht van de sojabonen- en hoisinsaus en die is ook erg lekker, hoor! Zha Jiang Mian is een echte ‘signature dish’ van Beijing. Het zijn noedels met een zoutige saus, waarop allerlei rauwe groente wordt geserveerd.

Die sojabonensaus uit het recept moet je waarschijnlijk in de toko gaan zoeken. Het is een zoute saus met daarin gefermenteerde (hele) sojaboontjes. Ik gebruikte deze pot hieronder en die kan je eventueel ook in dit recept (zie link) gebruiken. Het origineel ging uit van een pot met een gladde puree, maar dat kon ik niet vinden.

Bovenop die zoutige noedels met saus komen dus allerlei rauwe groentes. Je kunt allerlei kanten uit. Hieronder gebruikte ik taugé, verse sojaboontjes (edamame), komkommer en radijs. Maar je kunt ook ragfijne (Chinese) kool gebruiken, fijne reepjes wortel, selderij of wat dan ook wat een beetje knapperig is.

Zha Jiang Mian (noedels uit Beijing)
recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

voor de saus:
4 el sojabonensaus (zie foto boven)
1 el hoisinsaus (onmisbaar!)
1 el Shaoxing rijstwijn of eventueel droge sherry
150 ml water
2 el olie
optioneel: 1 steranijs
2 stengels lente-ui, gehakt – houd het groene en witte gedeelte apart. Ze worden allebei gebruikt
1 el verse gember, gehakt
500 gr kastanjechampignons, in kleine stukjes gehakt (gesnipperd)

Verder nodig:
150 gr taugé
150 gr verse sojaboontjes (edamame) – AH verkoopt ze gedopt en geblancheerd in de koeling
1 grote komkommer, in julienne
6 radijsjes, in plakjes
400 gr noedels (mie) naar keuze

Meng de sojabonensaus, hoisin, wijn of sherry, en water in een kom.
Bak de champignons in de olie in een hapjespan of wok tot ze enigszins bruin zijn. Heb geduld; je moet eerst het water eruit bakken en daarna zullen ze pas bruin bakken. Het is dan qua volume ook gehalveerd.
Voeg er dan aan toe: steranijs (als je dat gebruikt – ze houden hier aan tafel niet zo van de smaak, dus ik liet het weg), het groen van de lente-ui en de gember. Bak dit even en voeg daarna de saus toe. Breng aan de kook en laat het op middelhoog vuur iets inkoken tot de gewenste dikte (5 minuten).
Ondertussen de noedels gaar koken.
Voeg aan het einde het wit van de lente-ui toe aan de saus.
De taugé kan even heel kort geblancheerd worden, maar je kunt het ook rauw eten.
Meng de noedels met de saus. Serveer de noedels met de rauwe groente er los bij.



5 januari 2020

Hartige wentelteefjes met tomaat en olijf



Oud brood, hebben jullie dat nog wel eens? Ik niet hoor. Ik pak wat ik nodig heb uit de vriezer, dus ik zit eigenlijk nooit met taaie sneetjes die moeten worden opgemaakt. Die wentelteven moeten hier echt worden ingepland: ik koop witbrood en leg dat met de zak open een dag op het aanrecht. Want je bakt ze een stuk makkelijker als het brood wat droger is. Een vers sneetje casino wit scheurt in je handen uit elkaar in zo’n melkbadje.

Maar waarom zou je die wentelteefjes altijd toch zoet eten? Hartig kan net zo goed. Dit recept maak je binnen vijftien minuten en als je het uitbreidt met een salade kan het prima doorgaan als simpele vegetarische maaltijd.  Dat tomatenmengsel verdubbel je eventueel als dat nodig is, want ze zijn erg lekker bij de boterhammen en het eet erg soepel door…


Hartige wentelteefjes met tomaat en olijf
Recept voor 4 personen:

Voor de wentelteefjes:
8 (oude) witte boterhammen
2 grote (L) of 3 middelgrote (M) eieren
350 ml melk
zout en peper
1 tl Italiaanse kruidenmix
beetje sambal of een andere hete saus naar smaak
roomboter om in te bakken

Kluts de eieren met de melk in een lage, brede schaal. Voeg de smaakmakers toe.
Doop de boterhammen erin (vlak voor je ze bakt), maar niet te lang, want dan wordt het een natte bende met gescheurde boterhammen bovendien. Zeker brood dat niet al te oud is moet slechts maar even worden ondergedompeld. Bak ze dan in de boter aan twee kanten bruin.

Ondertussen bak je de tomaten gaar:

Voor de tomaten:
beetje olijfolie
2 teentjes knoflook, dun gesneden
50 gr ontpitte en lekkere zwarte olijven (ja, en die zijn duurder, het zij zo)
2 el kappertjes
een snuf chilivlokjes
500 gr kerstomaatjes (ik gebruikte de zeer zoete ‘honingtomaatjes’ – AH verkoopt ze of kijk even bij je groentejuwelier, maar elk klein tomaatje is geschikt)
handje verse basilicum voor erbij

Verhit de olie en doe alles (behalve het basilicum) tegelijkertijd in de pan. Laat het een paar minuten bakken of tot de tomaatjes openbarsten. Dan kan het van het vuur. Serveren bij de boterhammen met wat basilicum erop.