12 oktober 2013

Pasta rosso met gebakken ricotta




Pasta rosso met gebakken ricotta
recept voor 3 personen of 2 met kinderen

Voor de gebakken ricotta:
250 gr ricotta
1 ei (L)
40 gr geraspte parmezaan
zout en peper

Voor de pasta:
2 middelgrote (rode) uien, in fijne halve ringen
1 teen knoflook, gesnipperd
olijfolie om te bakken
250 gr rundergehakt
1 blik tomaatstukjes (400 ml)
8 gedroogde tomaten op olie, in kleine stukjes gesneden
300 gr pasta
50 gr parmezaan, geraspt

Begin ruim van tevoren, want de ricotta moet afkoelen. Verwarm de oven voor op 200 graden (180 graden hetelucht).

Meng alles voor de ricotta door elkaar. Bekleed een klein ovenvast vormpje met bakpapier en schep er de ricotta in. Bak het 30 minuten of totdat het de kaas vast aanvoelt. Laat het volledig afkoelen en bewaar het in de koelkast.

De pasta vervolgens: bak de uien op zacht vuur tot ze zachter zijn (5 minuten). Voeg het gehakt toe en bak dit rul en bruin (ongeveer 10 minuten). Voeg daarna de tomaten (blik en gedroogd) toe. Laat dit zo’n 20 minuten zachtjes sudderen tot het een dikke saus is. Je kunt eventueel nog een eetlepel olie van de tomaten toevoegen. Kook ondertussen de pasta beetgaar.

Roer, als alles klaar is, de kaas door de saus en meng er daarna de pasta door. Serveer met de in dikke plakken gesneden ricotta.

Oordeel van het smaakpanel: de ricotta vinden ze vreemd en die wordt weer bij mij ingeleverd, maar de pasta gaat moeiteloos naar binnen. Ik vond de ricotta wel lekker en de geweigerde porties at ik lekker bij een portie sla op.



 

6 oktober 2013

Salade van parelcouscous



Laatst vroeg iemand me over dit soort salades: “eten jouw kinderen dat nou echt?” Er lag iets verontrustends in zijn stem. Alsof hij het vermoeden kreeg dat het allemaal aan hem lag: zie je wel, andere kinderen eten het wel, alleen die van mij niet! Ik doe iets fout!

Maar nee hoor, ik kan jullie met de hand op mijn hart verzekeren dat ze niet eens omkijken naar dit soort creaties. Nee, dit is voor Meneer en mij. Want heel af en toe ben ik toch bereid om dubbel te koken.


Ik at hier de Sticky Tomato & Chili chutney van de Marks&Spencer bij, wat fantastisch was. De chutney is vooral zoet (en daardoor inderdaad ‘sticky’) als een hartige jam, maar door de azijn krijg je bij elke hap een mond vol smaak. Ik weet niet of de M&S in Amsterdam deze chutneys ook verkoopt (want ik kom meer in Engeland dan in Amsterdam, besef ik mij nu), maar ik heb hem laatst nagemaakt en heb er vorige week over geblogd.


Salade van parelcouscous
recept voor 4 personen

ongeveer 250 gr gare linzen (uit blik of gemaakt van ongeveer 125 gr droge linzen)
200 gr parelcouscous
een stuk courgette (ongeveer 150 gr) in zeer kleine blokjes
1 rode paprika in zeer kleine blokjes
5 gedroogde tomaten op olie
een hand peterselie, gehakt
200 gr zachte geitenkaas

Dressing:
sap van een halve citroen
1 hand basilicumblaadjes
1 el honing
1 el witte of rode wijnazijn
4 el olijfolie
zout en peper


Kook de couscous gaar in lichtgezouten water, volgens de bereidingswijze van de verpakking. Spoel het daarna direct af met koud water om het te koelen. Laat het goed uitlekken en meng het met de andere ingrediënten, behalve de geitenkaas.

Voor de dressing alle ingrediënten overdoen in een blender en pureren tot een gladde saus. Giet dit bij de couscous en brokkel de geitenkaas eroverheen. Naar smaak kan het sap van de andere helft van de citroen er ook bij worden gegoten. Koel de salade goed voor het serveren.

 

 

3 oktober 2013

Sticky tomato & chili chutney


De buurman kwam langs. Met tomaten, bietjes en een pompoen, want hij heeft zijn daktuin serieus aangepakt. Zelf waren we best trots op onze getimmerde bakken op het grote balkon, maar zagen meteen welk potentieel er was, toen we zijn ‘tuin’ zagen. Hij had namelijk echt elk plekje benut en je waande je in een echte tuin, maar dan op twee hoog. We hebben trouwens ook een normale tuin hoor, maar we krijgen de slakken er maar niet uit. Dus we wijken uit naar betere moestuinplekken.

Maar goed, tomaten dus. Van die mooie kleine, zoete. Nu had ik laatst bij de Britse Marks&Spencer een pot Sticky Tomato&Chili chutney meegenomen, welke inderdaad sticky zoet was en wonderbaarlijk goed samen ging met van alles en nog wat: boterhammen met kaas, salades, bij vlees, en vooruit, zo uit de pot gelepeld. Ik heb hem hier geprobeerd na te maken, wat heel aardig in de buurt kwam. Mijn chutney is wat donkerder, omdat ik bruine suiker gebruikte in plaats van gewone kristalsuiker. Ook zit er veel meer tomaat in, maar dan weer geen toegevoegd water. Leek mij een verbetering.

Sticky tomato & chili chutney
recept voor 1 flinke pot

200 gr kristalsuiker of bruine suiker
500 gr tomaten (de beste!)
120 gr schoongemaakte appel (bv Jona Gold)
120 ml rode wijnazijn
110 gr gedroogde tomaten op olie
70 gr geconcentreerde tomatenpuree (1 klein blikje)
70 gr ui
2 tenen knoflook
1/2 el vissaus
1 tl sambal oelek of een stukje verse chilipeper
het origineel bevat nog een lepeltje gemberpuree en iets mosterdzaad, maar ik liet ze achterwege

Ontvel de tomaten door er met een mes een kruis in te zetten en houd ze even in kokend water. Het velletje trek je er daarna zo vanaf.

Zorg dat alle ingrediënten gesnipperd zijn, zodat de saus straks precies goed is qua stukjes. Laat daarna alles samen 45 minuten sudderen totdat het de juiste consistentie heeft (stevige ketchup-dikte). Bewaar het in een goed schoongemaakte pot, dan zou het wel even mee moeten kunnen gaan.

 

 

27 september 2013

Koolraap, knolraap of koolrabi?

bron: wikipedia

Als je ze naast elkaar zet, zie je het zo: drie verschillende soorten groente. Maar op papier blijven ze maar om elkaar heen draaien… is dat soms de reden dat men ze niet meer zoveel eet? Zijn we gewoon de draad kwijt? Koolrabi, knolraap en koolraap – hoe verzint een mens het… Waren de namen op of zo? Zelfs op het internet, op websites die het zouden moeten weten, worden ze voortdurend door elkaar gehaald. Weet je wat, ik zet hier de knolselderij er ook nog even bij. Het is een van mijn lievelingsgroente en ik lust hem letterlijk wel rauw, maar het is ‘ook zo’n knol’.

KOOLRAAP
 
bron: wikipedia

Een lompe, paarse knol die onder de grond groeit. Het is geen schoonheid en valt in de categorie ‘vergeten groente’. Hij kan qua grootte op de hand passen, maar ze zijn er ook in het formaat reusachtig en dan voed je er een gezin mee. Het is een typische herfst- en wintergroente. In die periode verschijnt het ook voorgesneden in het koelvak, meestal als gele frietjes. De smaak is iets zoet en pittig, en lijkt wat op wortel. Je kunt de koolraap koken of stoven en stampen met aardappel voor een heerlijke koolraapstamppot.

KNOLRAAP

bron: wikipedia

Knolraapjes zijn wél schatjes en erg fotogeniek; ze hebben vaak een paarse bovenkant en een radijsachtig, wit kontje, maar ze kunnen ook helemaal wit zijn. Ze smaken trouwens ook wel iets naar radijs. Je kunt ze stoven of koken, of er bijvoorbeeld een gratin van maken. In het voorjaar komen ze op de markt als meiknolletjes of meiraapjes, hoewel het niet meer een populaire groente is. Waarschijnlijk zie je ze sneller uit een eigen moestuin komen. Het loof eten we overigens als raapsteeltjes. Dat zie je wel af en toe in de supermarkt. In de zomer en herfst worden de grotere exemplaren  geoogst, maar ze zijn dan niet perse lekkerder. De kleinere knollen vindt men meestal smakelijker. Overigens stamt de koolraap waarschijnlijk wel af van de knolraap en werd deze gekruist met een winterharde kool. De knolraap is namelijk niet wintervast.

KOOLRABI (eerste foto boven)

Deze knol zie je steeds vaker bij de gewone supermarkt liggen. Het is die gladde, vuistgrote lichtgroene knol, met enkele dunne stengels eraan met blad. Het groeit boven de grond. Je kunt hem in blokjes stoven en koken, maar deze groente, die wel wat weg heeft van pittige bloemkool (en er ook familie van is), kan je ook goed rauw in salades eten. Wel goed schillen, want de schil is behoorlijk stug.

KNOLSELDERIJ

 
En dan, wat mij betreft, de koningin onder de wintergroentes: de oerlelijke knolselderij. Vroeg in het seizoen (september, oktober) ligt hij in de winkel met het loof er nog aan: dat loof lijkt op de bosjes die we anders los kopen als bleekselderij, en je kunt het ook zo gebruiken. Schil de knol dik (met een koksmes) en snijd hem daarna in blokjes (die wat poreus zijn en niet zo compact als de andere knollen). Kook ze of stoof ze in een klontje boter. Gepureerd met wat room is het een delicatesse bij stoofvlees! Ook heerlijk in een risotto, soep of natuurlijk een stamppotje.

Risotto met knolselderij en gepofte knoflook
 
Selderijsalade met oude kaas





23 september 2013

Sloe Gin (Sleedoornlikeur)


Zo langzaam aan beginnen de sleedoornbessen te rijpen. Vorig jaar werd daar nog een serieuze ‘grote mensen’-siroop van gemaakt, maar dit jaar hebben we ‘sloe gin’ in de kast staan, oftewel een likeur op basis van sleedoornbessen en gin. Het is een fluitje van een cent en misschien vinden uw kinderen het wel leuk om er even uit te gaan en te helpen. Mijn dames wilden wel heel even de tas open houden voor me, terwijl ik plukte, maar Kleine Chef kon het niets schelen. Die ging liever naar huis om tv te kijken. Overigens liepen onze dochters door het bos, al smikkelend van een paar vlierbessen, maar we werden twee keer gewaarschuwd door voorbijgangers. Oh hemel, of we wel wisten dat onze peuters wilde bessen aan het eten waren?! Eh ja, dat weten we. Dat zou u ook eens moeten doen, want ze zijn heerlijk. Je moet alleen niet de groene eten, want die zijn inderdaad licht giftig.


wachten, wachten, wachten...
Maar goed, sleedoorn dus. Je herkent ze zo. De bessen lijken wel minipruimpjes; paars en met een grijzig laagje erop dat je eraf kunt vegen. Zo van de struik zijn ze oneetbaar, want ze zijn vreselijk wrang. Wacht tot ze rijp zijn (keihard is niet rijp – een rijpe bes laat ook los van de struik) en pluk ze dan voordat de vogels dat doen. Ze worden zoeter nadat het heeft gevroren, maar als dat pas laat in het jaar gebeurd, ben je te laat, dus je kunt ze thuis ook invriezen.

Zorg verder voor een fles gin. Desnoods kan je uitwijken naar wodka, maar persoonlijk ben ik verzot op gin, dus het is voor mij geen keuze. Gin heeft van zichzelf natuurlijk al een fantastisch aroma, dus dat kan alleen maar beter worden! Verder bestaat er wat onenigheid over de toevoeging van amandelen: een paar amandelen in de fles geven een sterker aroma van marsepein, wat ook het effect zou moeten zijn van de sleedoornpitten, maar je kunt het weglaten.

Tenslotte nog een opmerking over de suiker. Deze kan je op elk moment toevoegen of aanvullen, dus begin met een klein beetje en vul dit aan totdat de juiste zoetheid is bereikt. Ik houd zelf van een wat drogere drank, maar je kunt hem zo zoet maken als je zelf wilt.


Sloe Gin (Sleedoornlikeur)

400 gr gewassen, rijpe sleedoornbessen
100 tot 160 gr kristalsuiker
1 fles gin (of wodka) van 0.7 L
3 a 4 gekneusde amandelen
1 of 2 weckpotten

Als er aan de struik nog geen vorst overheen is gegaan, vries de bessen dan 2 nachten in en laat ze ontdooien. Prik ze met een mes of vork in en doe ze in een weckpot of fles met een wijde hals. Schep de suiker er naar smaak bij, maar bedenk dat je er later altijd nog meer aan kan toevoegen. Voeg de amandelen toe en giet de gin of wodka erbij.

Zet de drank nu donker weg en schud het om de dag om de suiker op te lossen. Je kunt het na drie maanden proeven, maar je laat het nog beter een jaar lang staan!

Je kunt de drank wanneer deze klaar is filteren. Naar verluidt kan je de bessen opnieuw gebruiken door er een medium sherry op te schenken. Als je dit weer laat staan, zou er een ontzettend lekker drankje van moeten komen. Ik heb het nog niet geprobeerd; ik moet eerst op de gin wachten!

Naschrift juni 2014: jaaaa! Hij is fantastisch! Die amandelen zijn een must. Ik denk tenminste dat het lichte marsepeinsmaakje daar vandaan komt. Het is een wat drogere likeur met een hint van wrangheid, maar met een heerlijke volle smaak.

Naschrift juli 2017 - we zijn een paar oogsten verder, maar ik moet nog even vermelden dat u rustig de gebruikte bessen na de gin weer opnieuw kunt wegzetten in medium sherry, zoals hierboven ook staat. Het wordt weer een likeur-achtig drankje, waar je nog goed de sherry in proeft, maar ook duidelijk de sleebessen. Ik voegde geen suiker toe.