28 november 2013

De Eerst Koken Kerstmenu's 2013





In het midden van ons huis ligt een glazen vloer, waar vroeger een vide zat. Daar hing vorig jaar december een snoer kerstlichtjes onder, want dat was leuk. Maar opeens was het zomaar midden augustus toen Meneer er een blik op wierp en voorstelde om het nu maar te laten hangen tot de volgende kerst. Zo gezegd, zo gedaan en vanaf vandaag doe ik ze ’s avonds ook gewoon weer aan. De moraal van dit verhaal? In een huishouden met kinderen heb je altijd wel iets anders te doen dan ergens kerstverlichting af te halen. En dat is prima. Heeft u ook zo’n huishouden? Van die witte muren langs de trap die allang niet meer wit zijn? Een schuur vol kinderfietsjes? Wachtrijen voor de douche, wc of computer? Gras in de tuin dat eeuwig te hoog staat? Altijd stapels was op de overloop? Dat heeft u ook wel iets beters te doen dan zich vreselijk druk te maken met de kerst. Maar u wilt er ook niet helemaal aan voorbij gaan. Kook dus iets lekkers voor jezelf en maak daar die dikke en chique pont neuf patatten uit het menu hieronder bij. Er blijven ontzettend veel afsnijdsels over en daarvan bak je met hetzelfde gemak een bak friet voor de kinderen. Zij blij, jullie blij. Want er zijn grenzen…. Toch?

Zo zie je maar, ook dit jaar hoeft u weer niet iets van Jamie O. in samenwerking met AH op te warmen. Trouwens, om nog wat ideeën te noemen: twee jaar geleden deden we een Captain’s Dinner, wat ideaal is voor een grotere groep mensen, omdat iedereen kan pakken waar hij zin in heeft, net als bij een rijsttafel (ook een behoorlijk geniaal concept) of het gourmetstel (minder geniaal - je doet het voor de kinderen, maar het plafond en de designlamp boven de eettafel gaan jammerlijk naar de filistijnen). Je kunt vlees- en vegetarische gerechten maken, en voor de kinderen zijn al die bakjes enorm gezellig. Ze zijn er hier gek op!

Vorig jaar gingen we ook voor een zeer ongedwongen diner en we legden allerlei culinaire spiesjes met behoorlijk succes op een winterbarbecue. Maar het blijft penibel om in het donker, halverwege de tuin, met de zaklamp tussen je tanden het vlees om te draaien.


En dan 2013; dit jaar mag het ook voor de dieren feest zijn. De twee Eerst Koken kerstmenu's van 2013 zijn vegetarisch. Het eerste menu bestaat uit 4 gangen, maar daarmee kan worden geschoven of er wordt een gang weg gelaten. Elk gerecht (behalve het dessert dan) kan als voorgerecht of hoofdgerecht worden gegeten. Wie de spinazietaartjes niet ziet zitten, kan ook goed de pasta als hoofdgerecht eten, en deze verder uitbouwen met een extra salade of knapperig vers gebakken brood met een gepofte knoflookdipsaus. Of wissel gewoon wat uit met menu 2.

~~~~~~~~~~~~~~~~

Menu 1:

·         Bloemkoolsoep met baharatolie en yoghurt
 

·         Pasta Foriana met zelfgemaakte pasta


·         Kruidige spinazietaartjes met een mango en avocadosalsa

Gekarameliseerde venkel met geitenricotta

·         Witte chocolademousse met lemon curd en nougat


Menu 2:
·         Pompoentaartje met amandel-parmezaankruimels

·         Geroosterde groentesouffle

Pommes frites pont neuf

Rucolasalade met walnoot
 
·         Simnel cake met slagroom en gember
 

Alle recepten zijn voor 6 personen


~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~

Bloemkoolsoep met baharatolie en yoghurt


Deze soep is er een van contrasten; het heeft een zachte smaak welke bijna zoet lijkt tegenover het zurige van de yoghurt en het kruidige van de olie. Daarnaast is de yoghurt opvallend koud in de warme soep, wat iets spannends in je mond geeft.

Wie wel zin heeft in een verwarmend soepje, maar niet aan de baharat wil, kan ook een goede groene of rode pesto verdunnen met olie. Een zwarte olijventapenade zal ook goed gaan. Of wat dacht je van brioche-croutons als smaakmaker? Gewoon briochebrood in blokjes snijden, bestrijken met een beetje olie en in de oven knapperig roosteren. Iets yoghurt of room in de soep geeft ook dan toch een prettig contrast.

Voor de kerst kom je hier best mee uit voor 6 personen, er vanuit gaande dat u beschaafde kommetjes soep serveert voor het voorgerecht. Wanneer er vier gangen worden opgediend, dan komt de soep zelfs in formaat cappuccinokopje op tafel.

Voor de baharat-olie
Baharat is een specerijenmengsel (van onder andere paprikapoeder, korianderzaad, zwarte peper, kaneel, komijn, kardemom en nootmuskaat) uit het Midden-Oosten en je koopt het gewoon in de supermarkt. Jonnie Boer (ja, die van De Librije) heeft mengsels samengesteld, die bij een aantal supermarkten te koop zijn in vierkante metalen blikjes. Jumbo en AH hebben ze in ieder geval en anders kan je altijd nog naar een Turkse supermarkt voor een ander merk. Ras el hanout zou ook kunnen (zit ook bij de Jonnie Boer-reeks), want ze liggen qua geur en smaak erg dicht naast elkaar, maar de Baharat kleurt iets donkerder.

Nodig:
1 el baharat
80 ml zonnebloemolie

Meng de specerijen met de olie en laat het minimaal 24 uur afgedekt staan, maar roer het af en toe om. Filter het daarna door een fijn zeefje, of schenk de olie voorzichtig over (de specerijen zullen op de bodem liggen).

Voor de soep:
25 gr roomboter
100 gr prei in ringetjes
600 gr schoongemaakte bloemkool in roosjes. Stukjes stronk kan je ook prima gebruiken.
250 ml water en 1 blokje groentebouillon
200 ml melk
200 ml slagroom
zout en peper

en erbij:
de baharat olie
12 eetlepels milde yoghurt (halfvol of vol) (2 el per kom soep)
peterselie- of muntblaadjes voor de garnering

Smelt de boter in een grote kookpan en smoor de prei er enkele minuten zachtjes in. Voeg de bloemkool toe en laat het kort meebakken. Voeg daarna het water, bouillonblokje en melk toe. Laat het met deksel erop rustig koken tot de bloemkool zacht is.

Pureer de inhoud van de pan met een staafmixer of blender (de blender zal beter werken) tot zeer glad. Breng het op smaak met zout en peper. De soep kan nu worden gekoeld en weggezet tot gebruik. Als de soep lastig is te pureren met een staafmixer kan je de room nu al toevoegen, zodat je meer vocht hebt, maar warm de soep voor het diner dan heel rustig op.

Warm de soep weer op vlak voor het serveren. Voeg de room toe als de soep heet is en verwarm hem verder door, maar laat de soep daarna niet meer koken. Als je de soep nu nog te dik vindt, kan je deze verdunnen met wat water.

Schep de soep in de borden of kommen en lepel er voorzichtig wat yoghurt op. Druppel er daarna iets olie op. Dat gaat goed uit iets met een klein schenktuitje of met een theelepel. Leg er een beetje peterselie of munt bij voor de kleur.

Pasta Foriana met zelfgemaakte pasta


Een ideale pasta voor diners met veel mensen, waar mogelijk ook nog eens vegetariërs en andere enge geheelonthouders bij aanschuiven. Wat kook je dan, wat houdt iedereen tevreden? Dit dus: een hele, simpele pasta met een kaas-notensaus en wat rozijnen. Prachtig door het simpele ervan en de kinderen zijn hier ook blij mee.

Als het lukt, maak dan zelf de pasta. Dat kan ’s morgens, waarna je de pasta simpelweg laat drogen op een rekje (of zoals ik vroeger deed; op een paar uitstekende pollepels die je klem hebt gezet op een plank), of je rolt ze lichtjes op tot nestjes en legt ze afgedekt in de koelkast. Maar wanneer het allemaal teveel wordt, koop dan gewoon een mooie pasta. Bedenk wel dat brede stroken zoals pappardelle al snel een stuk chiquer ogen dan alledaagse vormen zoals spaghetti (en nee, ik heb de pasta op de foto niet zelf gemaakt; die was voor een doordeweekse hap).

De pastasaus kan prima een dag van tevoren worden gemaakt en in de koelkast bewaard met een scheutje olie erop. Het recept is weer voldoende voor 6 personen, maar serveer er wel een salade of ander bijgerecht bij wanneer het als hoofdgerecht wordt gegeten.

140 gr walnoten
140 gr pijnboompitten
8 tenen knoflook
2 tl oregano
ruime scheut olijfolie
100 gr gele rozijnen
zout en peper
600 gr pasta
200 gr pecorino, geraspt

Hak de noten en knoflook (in een keukenmachine) behoorlijk fijn, maar nog wel kruimelig. Voeg de oregano toe. Verhit een scheutje olijfolie in een koekenpan en bak de noten en rozijnen zachtjes voor vijf minuten. Roer het regelmatig door. Breng op smaak met zout en peper.

Kook ondertussen de pasta gaar. Meng de saus erdoor en eventueel de kaas ook, of geef deze er apart bij.
Kruidige spinazietaartjes met een mango en avocadosalsa

Deze taartjes kunnen grotendeels van tevoren worden bereid, maar het snijden, vullen en vouwen van het deeg, moet op het laatst gebeuren. Maar als alles klaar staat, is dat werkelijk zo gebeurd. Overigens kan het bereiden van de taartjes uitstekend voor het voorgerecht worden gemaakt. Dat hoeft heus niet tussen de gangen door nog te worden gedaan. Het kan wel eventjes op het aanrecht staan.

Door de spinazie wordt een kruidige pruimenpesto met honing en knoflook geroerd. Deze kan je prima ’s morgens maken en gekoeld bewaren. Slechts de helft van deze pesto wordt gebruikt wanneer er 6 taartjes worden gemaakt, maar het is voor de meeste keukenmachines lastig om met kleinere hoeveelheden te werken. Als dat wel lukt, verminder het recept dan met de helft, maar ook met een grotere hoeveelheid is er geen man overboord: de pesto is de volgende dag goed te gebruiken in een pastagerecht met wat gestoofde groente erbij. En eerlijk gezegd zou ik zelf een paar taartjes extra maken en de rest van het recept wat vergroten. Ik ben er vanuit gegaan dat er vier gangen zijn, en dan moeten de porties navenant klein zijn, maar de taartjes zijn niet erg groot, dus misschien kunt u er meer kwijt bij uw gasten.

Kruidige pruimenpesto met honing en knoflook
1 kleine, gesnipperde (rode) ui
60 gram gedroogde pruimen
30 gr rookamandelen
1 teentje knoflook
50 gr geraspte parmezaan
1 tomaat (ongeveer 80 tot 100 gram)
een handje vers basilicumblad (van ongeveer 8 steeltjes)
scheutje olijfolie
½ el honing
½ el balsamico
1 tl (scherpe) mosterd
1 tl speculaaskruiden (of meer naar smaak)

Fruitde ui in wat olie (10 minuten). Vermaal ondertussen in de keukenmachine: de gedroogde pruimen, rookamandelen, knoflook, parmezaan, tomaat. Voeg daarna eraan toe: het basilicumblad, een scheutje olijfolie, honing, balsamico, mosterd en speculaaskruiden. Maal dat er nog eens kort doorheen, zodat het een dik, maar samenpakkend mengsel wordt. Roer er de ui door (met een lepel, niet met de machine).

Maak er niet een te dunne pesto van door olie toe te voegen. Het moet vrij dik blijven. Het zou anders veel te vet worden straks met het bladerdeeg. Dit recept maakt zo’n 300 gram pesto.

Mango en avocadosalsa
Ook de salsa kan eventueel al ‘s morgens worden bereid, maar serveer hem beslist op kamertemperatuur! Het recept is simpel – gewoon alles samenvoegen:


100 gram schoongemaakte rijpe avocado, in heel kleine blokjes
100 gram schoongemaakte rijpe mango, in heel kleine blokjes
1 klein rood uitje, 50 gr, zeer fijn gesnipperd
200 gr tomaat, in heel kleine blokjes – zonder vocht en pitjes, gebruik alleen het vruchtvlees. Het schilletje mag eraan blijven.
de blaadjes van 3 grote stengels basilicum, gehakt
sap van ½ kleine citroen of van 1 limoen
1 volle theelepel sambal oelek
zout naar smaak
Het maken van de taartjes:
300 gr (wilde) spinazie (of meer!)
olie
7 plakken diepvries roomboter bladerdeeg (of meer!)

Laat de spinazie in een beetje olie in een grote pan of wok slinken. De spinazie moet vooral vocht kwijtraken, dus schep dit eruit wanneer het vrij komt. Haal de spinazie van het vuur en voeg de pesto toe. Roer het om en laat het iets afkoelen.


Laat het bladerdeeg ontdooien. Het deeg moet op een bepaalde manier worden ingesneden, zodat het kan worden gevouwen: snijd het deeg op een ruime centimeter van de rand door, maar houd het deeg intact in het midden aan de 4 zijden. Laat het deeg op die plek met zeker een centimeter aan elkaar zitten.


Leg een eetlepel van het spinaziemengsel in het midden. 

Vouw de buitenste punten van het deeg naar binnen toe. Maak zo nog 5 taartjes. Snijd dan 6 rondjes uit de zevende plak deeg en leg deze rondjes in het midden van de taartjes.

Leg ze op bakpapier op een bakplaat en bak ze 20 tot 25 minuten in een oven van 200 graden (hetelucht is ongeveer 20 graden lager).



Serveer de taartjes met een royale schep van de salsa en de venkelsalade:

Gekarameliseerde venkel met geitenricotta

Deze salade komt van Ottolenghi, uit zijn boek Plenty. Hij schrijft zelf over ‘goat’s curd’, een soort kwark van geitenmelk, die zelfs in London slecht te verkrijgen is. Het beste leek mij om er zelf een geitenricotta voor te maken – 10 minuten werk en verrukkelijk. Wanneer u daar geen zin in heeft, past er een lekker rinse, zachte geitenkaas bij, in brokken verkruimeld over de venkel.

voor 6 personen als bijgerecht:

4 grote of 6 kleinere venkelknollen
60 gr roomboter
5 el olijfolie
3 el suiker
1,5 tl venkelzaad (gedroogd)
2 tenen knoflook, uit de pers
75 gr dille, grof gehakt, zonder de dikke steeltjes
200 gr geitenricotta (zie onder) of een zachte geitenkaas
zout en peper

Maak eerst de venkelknollen schoon: snijd eventuele frisse venkelblaadjes (dat dille-achtige blad in het midden) eraf en bewaar het voor de garnering. Snijd een plakje van de stronk, maar zorg dat deze de hele knol nog steeds bij elkaar houdt. Verwijder bruine of harde plekken, en was ze. Snijd daarna elke knol (van bovenkant naar stronk) in plakken van 1 centimeter dik. De buitenste plakken vallen misschien uit elkaar, maar de rest zou wel intact moet blijven.

Bak de plakken nu in een koekenpan in een mengsel van olie en boter, waarbij je de boter en olie verdeelt; het moet waarschijnlijk in drie porties worden gebakken. Bak de plakken op hoog vuur en draai ze niet totdat de onderkant een lichtbruine kleur begint te krijgen, wat een minuut of twee zal duren. Draai de plakken dan om en bak de andere kant ook nog eens twee minuten. Haal ze uit de pan en ga door met de rest van de venkel.

Als alles is gebakken, wordt de suiker, venkelzaad, zout en peper toegevoegd aan de lege pan. Bak dit 30 seconden en doe dan ook de venkelplakken weer terug in de pan. Wentel de venkel rond in de pan en laat ze in nog eens twee minuten verder garen. Ottolenghi wijst erin zijn recept op dat de venkel nog een beetje stevig moet blijven, maar bij 1 cm dikke plakken wordt mij dat toch te lomp en niet geschikt voor een kerstmenu. Laat ze dus naar eigen inzicht eventueel nog een minuutje verder bakken, maar laat ze niet te zacht worden. Haal ze daarna uit de pan en doe ze over in een grote kom.

Vlak voor het serveren wordt de venkel omgeschud met de geperste knoflook en dille. Breng verder op smaak met zout en peper. Leg de venkel op een schaal en schep er de ricotta op. Besprenkel het eventueel nog met iets olijfolie en wat verse citroenrasp, maar alleen als dit van biologische, onbespoten citroenen is, want anders doe je er meer kwaad dan goed mee. Garneer met de venkelblaadjes, of wat overgebleven dille. Serveer op kamertemperatuur!

Geitenricotta
voor 400 gr ricotta - in de supermarkt koop je geitenmelk in pakken van 0.75 liter wat net genoeg is voor 6 personen, dus ik ga voor de zekerheid toch uit van 1,5 liter. Ik houd er niet van als de gasten elkaar moeten aankijken voor het laatste restje in de pan. En de ricotta die overblijft na het diner is ook lekker op brood of door soep.

1,5 liter geitenmelk
6 eetlepels azijn of vers citroensap
zout naar smaak

Maak in een grote pan de melk warm. Het mag niet koken en idealiter zit de temperatuur ergens tussen de 80 en 90 graden, dus als je een thermometer hiervoor hebt, is dat heel handig. Zonder thermometer zit je goed wanneer de melk begint te ‘dampen’. Voeg dan het zuur toe, roer even door en laat het daarna met rust. De melk zal onmiddellijk beginnen met schiften en binnen enkele minuten drijft de ricotta bovenop en zit de gele wei onderin de pan.

Ondertussen heb je een kom met daarop een fijne zeef klaar gezet. Spreid over de zeef een schone kaasdoek of desnoods een theedoek uit en giet de inhoud van de pan door de zeef. Laat de ricotta uitlekken tot de gewenste dikte (iets dat schepbaar is en ook in een hoopje blijft liggen) en schep het daarna in een kom. Voeg zout naar smaak toe. Bewaar de ricotta in de koelkast. De uitgelekte wei wordt niet gebruikt.

Witte chocolademousse met lemon curd en nougat

Wie van slagroom houdt, zal dit ook lekker vinden; een witte chocolademousse, zonder rauw ei, dus beter geschikt voor kinderen, maar net zo goed, zacht, zalvig, lobbig en zoet. Dit recept is weer goed voor 6 beschaafde porties, maar het is zo lekker dat je het met gemak met 3 personen op kan (wat zeg ik, ik eet het alleen op als je eventjes niet op me let).

De opmaak van de schaal op de foto was niet optimaal, omdat ik die dag laat in de middag uit het bos kwam binnenrennen en ik moest nog even snel het ‘kerstdessert’ afronden. Ik was niet tevreden over het resultaat, maar omdat het zo rijk is, is het ook geen dessert dat je wekelijks maakt. Ik heb het daarom niet nog eens voor de foto gemaakt. Hieronder zie je wel een mooiere ‘swirl’ in de mousse, maar dat was dan weer niet met lemon curd. Maar dan heeft u een idee… 

Maar eigenlijk vind ik het zo lekker, dat ik wilde dat ik het wel elke week kon eten.

200 gr witte chocolade
375 ml slagroom
100 gr lemon curd (bij de AH staat het bij de jam, eventueel kan het zelf worden gemaakt)
60 gr goede nougat (maar koekkruimels of meringue geven hetzelfde effect. Het gaat erom dat er iets kauwbaars, een contrast, tegenover de zachte mousse staat. De mousse in een glaasje met een mooie paarse of gele macaron erin gestoken is vast ook erg mooi)

Smelt de chocolade au-bain-marie en zet het daarna apart om iets af te laten koelen.

Klop de slagroom stijf, maar niet zo hard dat je het bij wijze van spreken zou kunnen snijden, want dat reageert niet goed met de warme chocolade. De slagroom moet gewoon mooi stijf zijn, met staande golfjes in de room van het kloppen.

Spatel of klop de gesmolten chocolade in beetjes bij de slagroom en giet het in een schaal of individuele glaasjes.

Voor zo’n kleine hoeveelheid lemon curd pak je nu het beste een stevig diepvrieszakje. Schep de lemon curd daarin en knip een klein hoekje van een punt van de zak. Spuit nu in een zigzag beweging de lemon curd over de mousse. Haal daarna de achterkant van een lepel of vork dwars door de lemon curd heen, zodat je zwierige strepen in de mousse krijgt. Dek de mousse af en zet het enkele uren in de koelkast om op te stijven. Snijd vlak voor het serveren de nougat in kleine blokjes en strooi deze over de mousse.


En dan menu 2:


Pompoentaartje met amandel-parmezaankruimels



Toen ik dit taartje voor het eerst maakte, zat Meneer in Moskou en ik heb het tot mijn schaamte helemaal alleen opgegeten. Het is typisch zo’n taart waarvan je steeds weer een reepje afsnijdt. ‘Nog eentje dan…’

Het recept voor het deeg is in principe makkelijk, heel erg makkelijk zelfs, maar je moet je wel aan enkele regels houden. Wie korstdeeg niet in de vingers heeft, kan dit stuk nog even nalezen.

Het recept is voor een vorm van 21 cm (ik gebruikte een vorm met een losse bodem, maar een boterkoekvorm werkt prima!)

Nodig:
Voor het deeg:
85 gr koude roomboter
170 gr bloem
15 gr honing
mespunt zout
1 ei (M)
eventueel 1 el koud water

Voor de kruimellaag:
90- 100 gr amandelmeel
25 gr zachte roomboter
50 gr geraspte parmezaan
1 opgehoopte tl suiker
klein beetje citroenrasp (van een onbespoten citroen!)
zout
Verder:
50 gr Boursin verkruimeld
300 – 350 gr schoongemaakte flespompoen, in dunne plakjes
klontje roomboter + extra om de vorm in te vetten



Van het eerste deeg wordt de bodem gemaakt. Dit kan met de hand of een keukenmachine. Ik heb hier vrij uitgebreid over geschreven in een artikel over korstdeeg en zal de bereidingswijze niet hier herhalen. Het is wel belangrijk dat het deeg niet gekneed wordt, zodat het luchtig en krokant kan bakken.

Voor de kruimellaag kunt u simpelweg de ingrediënten mengen en met de vingertoppen mengen en kruimelen. Bewerk het niet te lang en maak er zonder het echt te kneden een soepel deeg van dat makkelijk valt te verkruimelen. Vorm het tot een bal en leg het verpakt in de koelkast tot het nodig is.

Bak de pompoen 10 minuten op niet te hoog vuur in een klontje boter. Voeg er een beetje tijm en zout aan toe. De pompoen moet beetgaar worden, maar hoeft niet bruin te worden. Laat het iets af koelen.

Verwarm de oven op 200 graden (180 graden hetelucht).

Rol het deeg voor de bodem uit en leg dit in de ingevette vorm. Prik wat gaatjes in de bodem met een vork. Verkruimel de Boursin over de bodem. Leg de pompoenplakjes er in een waaiervorm op. Verkruimel het kruimeldeeg erover. Ik hield overigens iets van het kruimeldeeg over, wat ik dankbaar zo opat… De taart kan nu eventueel nog afgedekt een uurtje in de koelkast worden bewaard. Maar langer heb ik zelf nog niet geprobeerd.

Bak de taart ongeveer 25 tot 30 minuten. Vooral het kaasdeeg zal de neiging hebben om te snel bruin worden. Dek het eventueel af met een stukje aluminiumfolie na 20 minuten.

Op de foto ziet u verse rozemarijn op de taart; dat is fotogeniek, maar wordt niet perse door iedereen gewaardeerd. Hak wat rozemarijn fijn en gebruik dat of serveer alleen met wat simpel aangemaakte rucola of veldsla.

De taart kan zowel warm als op kamertemperatuur worden gegeten.

Geroosterde groentesouffle
Een bescheiden en subtiel gerecht, deze groente in een zachte parmezaansoufflé. Het is overigens geen klassiek soufflé-recept, maar het zal wel iets omhoog komen in de oven, en het is makkelijker te maken.


In de soufflé op de foto gebruikte ik ratatouillegroente (rode paprika, courgette en aubergine), maar je zou ook partjes (rode) ui, pompoen of pastinaak kunnen gebruiken. Voor wat meer pit zou je ook alleen rode paprika en ui kunnen nemen. De groente mag alleen niet meer vochtig zijn wanneer het over de schaaltjes wordt verdeeld. Daarom worden ze geroosterd in de oven.

Wanneer het nog wat meer pit mag hebben, kun je er ook een soort salsa bij maken, van gehakte (goede!) zwarte olijven, grof gehakte kappertjes, gehakte gedroogde tomaten en wat verse peterselie en misschien wat citroenrasp. Deze vrij droge salsa kan je op de soufflé scheppen of bij de salade serveren.

Wanneer courgette en aubergine wordt gebruikt, kijk dan ook even bij een Turkse winkel. Zij verkopen kleine en smalle soorten die passen op de hand en daarmee zijn ze minder sponzig dan de grote varianten uit de gewone supermarkt.

Nodig:
ongeveer 1100 tot 1200 gr schoongemaakte groente (zie boven), Snijd de groente in hapgrote stukken.
4 el olijfolie
3 eieren (L – of desnoods 4 stuks van maat M)
150 ml melk
300 ml slagroom
125 gr vers geraspte Parmezaanse kaas
zout en peper
6 eenpersoons ovenschaaltjes

Verwarm de oven op 200 graden (180 graden hetelucht). Wentel de gesneden groente in de olie en leg ze in een ruime ovenschaal. Bak ze in de oven voor ruim 30 tot 40 minuten, totdat ze bruine randjes hebben en beetgaar zijn.

Verlaag de oventemperatuur van 200 naar 180 graden (160 graden hetelucht).

Verdeel de groente over de 6 schaaltjes. Ik gebruikte lage crème brulee-schaaltjes.

Klop de eieren los en voeg de melk, room en kaas toe. Breng op smaak met weinig zout en peper. Verdeel dit mengsel over de schaaltjes. Zet ze 30 tot 35 minuten in de oven. Daarna moet het roommengsel gestold zijn. Direct serveren!

Pommes frites pont neuf
Het recept voor de dubbeldikke frieten stond al eerder op dit blog. De link vind je hier. Gebruik de afsnijdsels om normale frieten van te bakken voor de kinderen! (hoewel ze hier vochten om de pont neuf patat)


Rucolasalade met walnoot
Voor de salade maak je een simpele dressing van 2 delen walnotenolie, 1 deel lichtgekleurde azijn, een likje mosterd, zout en peper. Schenk deze vlak voor het serveren over veldsla of rucola. Verdeel er wat walnoten over, welke je eerder kort hebt getoast in een koekenpan met een klein drupje olie. Voor een wat zoeter accent voeg je aan het einde een eetlepel honing toe aan de pan.

Simnel cake met slagroom en gember
 
Een Brit zal beslist over dit recept vallen. Simnel cake met kerst? Maar for heaven’s sake, dat eten ze in Engeland met Pasen! Toch is Simnel Cake simpelweg het kleinere zusje van de Christmas Cake, die stevige, met alcohol doordrenkte fruitcake. Simnel Cake is ook een typische fruitcake met een lichtgekruid beslag en erg veel gedroogd fruit. En het mag dan wel een Paasgerecht zijn, maar het past geweldig goed bij de Kerst! Deze luxe cake wordt traditioneel afgedekt met marsepeinen balletjes die de apostelen moeten voorstellen, maar laat het paasthema maar achterwege en doe iets leuks voor de kerst.


Ik maakte de cake in een gewone maat van een tulbandvorm, maar je kunt ook een springvorm van 20 cm gebruiken.

Nodig:
225 gr roomboter, op kamertemperatuur + extra voor het invetten van de vorm
225 gr lichtbruine basterdsuiker (donker mag ook, de cake zal daarmee dus ook donkerder worden!)
4 eieren (maat L)
2 afgestreken tl koekkruiden (speculaaskruiden). Iets meer mag ook wel.
mespunt zout
225 gr zelfrijzend bakmeel
375 gr gemengd gedroogd fruit – ik gebruik zo'n 200 gram blanke en bruine rozijnen, aangevuld tot 375 gram met in stukjes gehakte gedroogde abrikozen, peer en pruim (uit een zak tutti frutti)
100 gr glacekersen, gewassen, gedroogd, en in kwarten gesneden
rasp van 2 onbespoten citroenen – goede biologische citroenen zijn lastig te vinden. Ik week uit naar een potje kant-en-klare rasp (eigenlijk suiker met citroenolie). Neem dan 2 flinke theelepels.

Voor de afwerking:
abrikozenjam
250 gr blanke marsepein (of meer wanneer je meer wilt doen dan een simpele laag) - Nb. in klassieke simnel cake zit er ook halverwege de cake nog een laag marsepein welke er voor het bakken wordt ingelegd. Ik liet het hier achterwege omdat ik met een tulbandvorm werkte.
poedersuiker voor het uitrollen van de marsepein
voor het serveren: slagroom en enkele bolletjes stemgember



Verwarm de oven op 150 graden (hetelucht zou 15 graden lager moeten staan, maar ik heb het niet uitgeprobeerd! Ik ben altijd bang dat het ook het gebak uitdroogt.)

Klop de boter en suiker tot het luchtig is. Klop er een voor een de eieren doorheen. Voeg met beetjes de bloem, zout en de koekkruiden toe. Tenslotte wordt het fruit, kersen en citroenrasp erdoor geroerd.

Beboter de vorm goed met de zachte boter. Giet het beslag erin en zet de vorm in de oven. Vanwege de lage temperatuur heeft het wel twee uur nodig. Als je een springvorm gebruikt, kan het zelfs 2,5 uur duren. Test de gaarheid met een satéprikker, die er schoon uit moet komen, wanneer je deze in het midden erin steekt. Haal hem dan uit de oven.

Laat de taart 10 minuten afkoelen en stort hem, of maak de vorm open. Laat hem volledig afkoelen.

Verwarm een paar eetlepels jam in een pannetje of de magnetron. Zeef het om de stukjes eruit te halen.

Rol de marsepein op een met poedersuiker bestoven werkblad uit en snijd hier een versiering voor de taart uit. Bestrijk de cake met de jam en plak de marsepein erop.
Serveer een dotje slagroom bij de cake (wat mij betreft uit een spuitbus) en leg hier wat fijngesneden stemgember op.


En dan is het tijd voor koffie…

Alvast fijne kerstdagen iedereen!


Geen opmerkingen: