5 december 2019

Roerbak met tofu en zwarte bonensaus





Afgelopen week kreeg ik een nieuw boek onder ogen en ik wist al bij de eerste bladzijde dat ik de juiste doelgroep was. Ik citeer even uit het voorwoord:

Tofu wordt soms echt verkeerd begrepen. Je hoort vaak onzekere en negatieve opmerkingen over tofu. Zoals ‘het is wel oké, maar het smaakt nergens naar’, ‘ik houd niet van de textuur’ of ‘ik weet nooit wat ik ermee moet doen’. Als dit klinkt als iets dat jij zou zeggen of denken dan heb je het juiste boek in handen. Tofu is op zoveel manieren klaar te maken. Als je er niet van houdt, durf ik te zeggen dat je het nooit op de juiste manier hebt gegeten, maar dat je het echt nog eens moet proberen. 

Kijk, dat gaat dus over mij, he? Ik wil namelijk best geloven dat tofu lekker is, maar het is nooit echt een groot succes in mijn keuken. Als ik het uit een professionele keuken eet, dan is het eigenlijk altijd prima: dat is dan meestal stevige tofu en het is gefrituurd of goed gebakken; alleen dan krijgt het die sponsachtige structuur die wel wat op een omelet lijkt. Je transformeert zo die gladde structuur tot sponsje voor saus en dat vind ik dus wel lekker. Dat weet ik nu, want ik heb dat boekje gelezen… Groene Tofu heet het en het bevat dus recepten met allerlei verschillende soorten tofu. Wist je bijvoorbeeld dat er een soort gebakken tofuvellen bestaan (inari-age), die je kunt opensnijden en vullen als een pitabroodje? Die ga ik binnenkort in de toko eens opzoeken. Kijk, dat ziet er zo uit:
  

Het boekje is verdeeld in ontbijtrecepten, snacks & bijgerechten, hoofdgerechten en zoetigheid, waarbij het deel met de hoofdgerechten uiteraard de grootste groep is. Binnen die groep vallen veel verschillende soorten recepten en houdt de auteur het zeker niet alleen bij Aziatische gerechten. Tofu past blijkbaar ook in chili (con tofu), een ovenschotel a la Nicoise, preisoep met zachte tofu, ratatouille, en Jamaicaanse tofu. Toch moet ik zeggen dat mijn voorkeur uitgaat naar de curry’s en andere Aziatische bereidingen. Wat mij betreft is tofu wel gemaakt voor pittige marinades.
De recepten zijn erg gemakkelijk en sommige gerechten mogen wel wat meer ingrediënten hebben, maar dat is misschien mijn voorkeur voor wat complexere smaken. Ik ga in ieder geval snel eens de ingemaakte tofu maken, waarbij het wordt ingelegd met sojasaus, azijn, shiitakes, ui en knoflook. Lijkt me erg lekker!

Misschien een kerstcadeautje voor een vegetariër? Het boekje is o.a. bij Bol.com te koop voor €14,95

Groene tofu
Auteur: Amelia Wasiliev
ISBN: 9789462263413
Uitgever: Citrus

Via deze link kan je het boek ook inkijken op de website.




Enfin, ik maakte uit dit boek de 'roerbak met tofu en zwarte bonensaus' (foto hierboven). Echt ontzettend simpel, maar de tofu kwam goed uit de pan. Je schudt de blokjes tofu om met maïzena en als je dat bakt, dan krijg je een lekker krokant korstje.

Het recept gebruikte een bundeltje lente-uitjes, maar die was ik vergeten te halen. Ik nam daarom ui en wat sperziebonen voor de kleur, maar ach, je kunt natuurlijk alle kanten op qua groente.

Je maakt een heel erg simpele woksaus van twee ingrediënten, maar daar zit wel heel veel smaak in: knoflook, zout, zoet en pittig. Toch kan je met hetzelfde gemak allerlei andere lekkere woksauzen zelf maken. Daar heb je dus geen potjes of zakjes voor nodig, he? Ik heb bijvoorbeeld ook een recept voor een saus met onder andere vissaus en hoisin, of iets pittigs – met sesamolie, chiliolie en sojabonensaus, of zelfs iets met pindakaas en sojasaus. Dat kan hier net zo goed en het is maar net waar je zin in hebt.


Roerbak met tofu en zwarte bonensaus
Veganistisch recept voor 2 grote + 2 a 3 kleine mensen
Bron: het boek Groene Tofu – Amelia Wasiliev – ik heb het alleen opgeschaald qua hoeveelheid en de lente-ui vervangen

300 gr paprika, in brede repen
300 gr wortel, in lange repen of schuin weggesneden, dunne plakjes
2 middelgrote uien, in partjes
2 handen met sperziebonen (uit de diepvries; die kun je zo meebakken)
1 blok stevige tofu van 500 gr
4 el maïzena (35 gr)
zout, peper (niet te veel, de saus is ook erg zout!)
100 gr zwarte bonensaus (ik gebruikte de ‘zwarte bonen knoflooksaus’ van Lee Kum Kee)
2 el zoete chilisaus
olie om te bakken
eventueel rijst voor erbij

De tofu moet uitlekken en worden geperst: leg het blok op een bord of snijplank. Leg daar een ander bord of plank bovenop en zet er iets zwaars op. Twee blikken bijvoorbeeld. Laat dit zo een kwartier staan, giet het vocht eraf en snijd het dan in blokjes.
Doe de maïzena in een kom en breng op smaak met zout en peper. Wat chilivlokjes zouden misschien ook niet misstaan. Schep de blokjes tofu hier doorheen zodat alles met een laagje maïzena is bedekt. Doe dit op het laatst, want anders plakt de maizena alle blokjes weer aan elkaar.

Ik gebruikte twee pannen; een grote koekenpan voor de tofu en een grote hapjespan (of wok) voor de groente. Bak de groente dus gaar in de hapjespan in wat olie. Ik doe er in het begin gewoon even een deksel op, anders bakt het te droog. Ik gaar het dus eerst een beetje en daarna bak ik het alsnog enigszins bruin zonder deksel.

Bak ondertussen in wat olie (2 a 3 eetlepels olie) de tofu bruin in de koekenpan. Desnoods kan je ook de tofu eerst bakken, dan apart houden, en doorgaan met de groente in dezelfde pan.
Bak het in ieder geval op redelijk hoog vuur.

Ondertussen kook je eventueel de rijst. Ook maak je de saus: roer de bonensaus en chilisaus door elkaar en verdun dit met een scheutje water. Proef even: je kunt het nog wat zachter en zoeter van smaak maken met wat meer chilisaus als je wilt.

Voeg tenslotte de groente, saus en tofu bij elkaar en serveer. 



1 december 2019

Lasagne met linzen


Afbeelding van Susana Martins via Pixabay

Een dochter keek kritisch mee naar het fotograferen. ‘Als je hier een foto van maakt, gaat niemand het eten, hoor,’ zei ze fijntjes. En bedankt, schat. Maar ik geef toe dat een linzenlasagne een visuele uitdaging is. De foto hieronder is door de dochter goedgekeurd, want zo’n close-up was nog het charmantste… Hierboven even een algemeen plaatje, hoor… Maar je begrijpt: vieze dingen blog ik niet, dus je kunt het met een gerust hart maken :)
  

Lasagne met linzen
Vegetarisch recept
gebaseerd op een recept uit de Delicious van november 2019
recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

1 middelgrote ui, gesnipperd
2 tenen knoflook, gesnipperd
2 el olijfolie
1 tl chilivlokken
2 tl gedroogde oregano
1 blikje geconcentreerde tomatenpuree (zo’n grote van 140 gr)
2 blikken van 400 gr bruine linzen (uitgelekt is dat 2 x 240 gr)
2 blikken tomaatblokjes (2 x 400 gr)
1 takje rozemarijn, de naalden gehakt (of desnoods een ruime tl gedroogd) en wat verse tijm (mag ook gedroogd – 2 tl)
2 el sojasaus (bv gewoon van het type Kikkoman, maar ik gebruikte ketjap manis, want ik vond dat de saus wel wat zoets mocht hebben)
1 bouillonblokje naar keuze (ik gebruikte paddenstoelenbouillon), verkruimeld
optioneel: ik had nog een restje rode pesto staan en er stond rode wijn open. Daar heb ik een eetlepel (de pesto) en een sliertje (de wijn) van toegevoegd. Hoeft dus niet, maar het kan ook geen kwaad
zout
125 gr crème fraiche
1 bol mozzarella (125 gr), in kleine stukjes
25 gr Parmezaanse kaas, geraspt
250 tot 300 gr lasagnebladen (ik gebruikte 3 lagen van elk 4 lasagnebladen)

Verder nodig: een ovenvorm van ongeveer A4 formaat

Fruit de uien even in de olie, in een flinke hapjespan. Voeg dan de knoflook toe, samen met de chilivlokken en oregano. Bak nog een minuut en voeg dan de tomatenpuree toe. Bak dit ook een minuut.
Voeg dan de linzen, tomaatstukjes, 300 ml water, rozemarijn en tijm, sojasaus en het bouillonblokje toe. Als je het gebruikt kan de pesto en wijn er nu ook in. Laat dit 10 minuten pruttelen. Breng verder op smaak met zout.  

Verwarm de oven voor op 180 graden.

Roer de crème fraiche los met de mozzarella en Parmezaanse kaas. Breng op smaak met wat zout.

Maak de lasagne: begin met een laagje saus in de vorm. Leg daar 3 of 4 lasagnebladen op. Herhaal dat twee keer. Je hebt dus uiteindelijk 3 pastalagen. Eindig met saus. De laatste laag daarop is het crème fraichemengsel. Ik kreeg dat niet glad gestreken, dus ik heb het zo’n beetje in hoopjes verdeeld over de saus.

Bak het nu gedurende 45 minuten. Als je de lasagne daarna 10 minuten laat staan, wordt hij iets steviger en is het beter te snijden.



24 november 2019

Een hele goede vegetarische lasagne



Dit is qua smaak een wat complexe lasagne. De volle 'umami-smaak' (onze 5e smaak,  namelijk de ‘hartige smaak’) is het eerste dat opvalt en dat komt vooral door die vijftien gram gedroogd eekhoorntjesbrood; die doet hier echt wonderen. Maar er zijn andere ingrediënten die meewerken: gerookt paprikapoeder, venkelzaad, kastanjechampignons. Smaak heeft deze lasagne in ieder geval.

Er zijn een aantal ingrediënten nodig die je misschien niet op voorraad hebt, maar ze zijn wel erg nodig voor die hartige smaak. De verse salie bijvoorbeeld is mogelijk een lastige als je dat niet in de tuin hebt staan. Laat het desnoods maar weg, maar doe dat toch niet bij alles :)  Dat venkelzaad bijvoorbeeld lijkt maar een klein beetje, maar het doet erg veel.


Een hele goede vegetarische lasagne
recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen
bereidingstijd: 2 uur

voor de saus:
olijfolie
1 middelgrote ui, gesnipperd
1 middelgrote wortel, gesnipperd
2 tenen knoflook, gesnipperd
1 aubergine, gesnipperd (jazeker: gesnipperd)
15 gr gedroogde porcini paddenstoelen (=eekhoorntjesbrood)
250 gr kastanjechampignons, gesnipperd
70 gr geconcentreerde tomatenpuree (zo’n klein blikje)
100 gr rode pesto of eventueel heel klein gesneden gedroogde tomaten
1,5 tl venkelzaad
1 tl gerookte paprikapoeder
1 tl gemalen allspice (desnoods te vervangen met nootmuskaat)
een paar eetlepels verse salie (zeg 5 grote blaadjes), fijngesneden
1,5 el gehakte rozemarijn
1,5 el verse tijmblaadjes of een krappe el gedroogd
500 ml passata (gezeefde tomaten)
1 (vers) laurierblad
zout naar smaak

verder nodig:
ongeveer 250 - 300 gr gedroogde lasagnebladen (hangt ook af van je vorm en hoeveel lagen je kunt maken. Ik ga uit van 4 lagen pasta van elk 4 bladen)
eventueel verse basilicum voor erop

voor de kaassaus:
40 gr roomboter
40 gr bloem
550 ml melk
70 gr Parmezaanse kaas, geraspt
70 gr Gruyère, geraspt (of desnoods een oude geraspte kaas)
250 gr geraspte mozzarella (uit een zakje) of je gebruikt gewoon 2 bollen mozzarella, welke je klein snijdt

Week de gedroogde paddenstoelen in 250 ml kokend water tot ze zacht zijn (zo’n tien minuten). Snijd ze daarna in kleine stukjes. Bewaar het water!

Verhit een goede scheut olijfolie in een grote hapjes- of braadpan op middelhoog vuur. Bak daarin de ui en wortel tot ze zacht zijn (zo’n tien minuten). Voeg dan de knoflook toe, roer nog even door en voeg daarna de aubergine toe. Laat dat nog eens tien minuten bakken. Mogelijk moet daar nog wat olie bij.
Doe de kastanjechampignons erbij en bak gedurende vijf minuten. Daarna volgt de tomatenpuree, pesto, kruiden en specerijen, gedroogde paddenstoelen samen met het water, passata en laurierblad. Breng dit alles weer aan de kook tot het pruttelt. Breng op smaak met zout en peper. Laat dit zonder deksel op laag vuur pruttelen gedurende 45 minuten. Het is dan wat dikker geworden.

Voor de kaassaus smelt je de boter in een kleine kookpan. Roer de bloem erdoor en laat dit 1 a 2 minuten zacht bakken. Het mag niet kleuren. Voeg dan in een paar keer de melk toe en roer elke keer goed met een garde tot de saus bindt. Voeg dan de Parmezaanse kaas, gruyère en de helft van de mozzarella toe, laat het smelten en haal van het vuur af. Kijk of er wat zout bij moet.

Verwarm de oven voor op 190 graden (of 175 graden hetelucht). Pak er een ovenschaal bij; ik gebruik een schaal met een A4-formaat. Zet de lasagne dan met de volgende lagen in elkaar:

1/4 deel groentesaus op de bodem
een laag pastabladen
1/4 deel kaassaus
1/4 deel groentesaus
een laag pastabladen
1/4 deel kaassaus
1/4 deel groentesaus
een laag pastabladen
1/4 deel kaassaus
1/4 deel groentesaus
een laag pastabladen
1/4 deel kaassaus
en tenslotte de mozzarella die je hebt overgehouden van de kaassaus

Bak de lasagne 45 minuten op 190 graden. Laat 10 minuten rusten voor je hem aansnijdt. Wat basilicum erop is mooi, maar niet perse noodzakelijk.



17 november 2019

Geroosterde bloemkool met gele curry, patat en yoghurt



De gele Thaise curry van Fairtrade, daar heb ik al vaker reclame voor gemaakt (jaja, geheel belangeloos; die hebben daar nog nooit van Eerst Koken gehoord, hoor.) Ik heb het hier dan ook altijd op voorraad. Je doet er namelijk veel meer mee dan curry’s maken!


Je maakt er bijvoorbeeld een soep met bloemkool van (foto hierboven en recept via deze link)


Of toch een soort curry, maar dan met visballetjes waarin ook een lepel van de currypasta zit (recept via deze link)


Of je roert het door een snelle pilaf (recept via deze link)


...en vooruit, zelfs een gewone, simpele curry (recept via deze link) met maiskoekjes ernaast. 


In dit recept smeer ik er een bloemkool mee in, welke ik daarna rooster in de oven. Lekker met patat en een lik Griekse yoghurt met chilisaus.

Geroosterde bloemkool met gele curry
recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

1 kilo schoongemaakte bloemkool in roosjes (niet te klein, niet te groot - 2 happen groot, zeg maar)
1 pakje Gele Curry van Fairtrade (70 gr)
50 ml water


Verwarm de oven voor op 180 graden (of 170 graden hetelucht).

Meng de curry met het water, want anders is deze te dik om de bloemkool soepel mee in te smeren. Doe de dunnere curry en bloemkool in een kom en schep om, of wat nog beter gaat; smeer de roosjes met je handen in.

Leg de bloemkool op een bakplaat (met bakpapier) in een enkele laag. Doe daar nog een klein beetje olie overheen. Zet de bloemkool 40 minuten lang in de oven. Keer de stukken halverwege.

Ik eet dit graag met patat en wat Griekse yoghurt. Op die yoghurt doe ik het liefste ook wat ‘sweet chilisaus’ (van die loempiasaus) of zelfs die loeihete Chinese chili-olie waar ik het laatst ook over had.



10 november 2019

Indonesische macaroni en smoor van eieren


Indonesische macaroni – ja, dat moest ik hier thuis ook al uitleggen. Maar het kwam door een jaren-80 recept, dat ik ergens in een boekje tegenkwam en het leek me eigenlijk een briljant idee. In die tijd was dit een typisch einde-van-de-maand-en-het-geld-is-op-recept, en nu is het pure nostalgie. En vroeger ging je aan de slag met zo’n zakje gedroogde groente, maar nu gewoon met verse groente, he? En ja, ik weet dat het amper een recept is en het is gewoon doordeweekse nasi, maar dan als macaroni vermomd, maar de kinderen zijn er hier dol op (ik heb zelfs al 'favoriet eten' gehoord!) en ik verwerk er flink wat groente in. Nou ja, misschien dat jullie er ook iets aan hebben. 

Om er toch nog iets van een recept aan toe te voegen, heb ik wel iets lekkers van Beb Vuyk uit haar Groot Indonesisch Kookboek: smoor van eieren, waarin de eieren als spiegelei worden gebakken en dan worden omgeschept met een soort tomaten-ketjap-saus.

Indonesische macaroni
vegetarisch recept voor 2 grote en 2 a 3 kleine mensen

800 gr gemengde groente, gesneden (ik had een kant-en-klaar mengsel van prei, courgette, ui, wortel en paprika)
scheutje (olijf)olie
2 teentjes knoflook, gesnipperd
1 kuipje Conimex boemboe voor nasi (of voor bami) (95 gram)
300 gr macaroni

Verder naar keuze:
1 ei p.p. – gebakken of gekookt (of de smoor van hieronder)
ketjap manis voor erbij
sambal badjak naar smaak voor erbij
wat pinda’s en/of seroendeng of gefruite uitjes

Pak er een grote hapjespan bij en verhit daarin wat olie. Bak de groente en knoflook daarin gaar op middelhoog vuur. Dat doe ik met een deksel erop en na een tijdje doe ik er een beetje water bij, omdat het anders te droog bakt. Voeg dan de boemboe toe, samen met nog eens een goede scheut water. Laat dit nu zachtjes verder pruttelen.
Ondertussen ook de macaroni gaarkoken, afgieten en toevoegen aan de groente. Breng op smaak met zout.

Daarbij ook eieren bakken of koken en op de pasta serveren.
Serveer waar gewenst met ketjap, seroendeng, etc.



Smoor van ei
bron: Beb Vuyk - Groot Indonesisch Kookboek

8 eieren
olie of boter om te bakken
2 sjalotten of 1 niet te grote ui, gesnipperd
1 a 2 tenen knoflook, gesnipperd
1 kleine prei, in halve ringetjes
een mini-blikje geconcentreerde tomatenpuree (70 gr)
1/2 blokje groentebouillon
175 ml water
2 el ketjap manis
nootmuskaat, zout en peper

Bak de eieren in een koekenpan aan beide kanten als spiegelei bruin. Dat gaat dus in twee keer als je 1 pan gebruikt. Houd de gebakken eieren apart op een bord en ga in dezelfde pan verder met de saus: bak de ui, knoflook en prei in wat olie of boter tot het zacht is. Bak de tomatenpuree even een minuut mee en voeg dan het bouillonblokje en het water toe. Roer de ketjap erdoor en breng op smaak met nootmuskaat, zout en peper. Laat dit even iets inkoken tot je een saus zo dik als ketchup hebt. Leg de eieren er weer in en schep ze voorzichtig om. Laat het doorwarmen en serveer.