29 oktober 2010

Bitterkoekjesbavarois

Toen ik deze bavarois voor het eerst maakte, was de reactie nogal dubbel. Aan de ene kant was het de beste bavarois die we ooit proefden, maar aan de andere kant was hij zo perfect dat het net een Mona-toetje leek. Wel een beetje raar dat wij Mona als summum van lekkere toetjes zagen, maar de luchtigheid en smaak leken wel als in de fabriek gemaakt, waar ze veel meer trucs kunnen uithalen dan ik in mijn keuken. Maar goed, ik ben over de schrik heen; dit soort dingen kunnen dus ook in mijn keuken.



Bitterkoekjesbavarois
Het recept komt van kookschool Keizer Culinair
Voor 1 vorm van ongeveer 6 dl, voor 4 personen

2 dl melk
8 a 9 bitterkoekjes
1 citroen
2 blaadjes witte gelatine
2 eidooiers
Snufje zout
50 gr suiker
15 gr honing
2 el amaretto
1 dl slagroom
1 eiwit
ev scheutje zonnebloemolie

1 grote vorm of 4 kleintjes


Doe de melk in een pannetje. Verkruimel 5 bitterkoekjes. Rasp de schil van een halve citroen en pers de citroen uit. Zet het sap apart. Voeg de rasp en de koekjes toe aan de melk en breng aan de kook. Laat een paar minuten heel zachtjes koken. Week ondertussen de gelatine in een bakje koud water.
Klop de dooiers los met een snufje zout, 40 gr van de suiker en de honing.
Laat de melk heel even afkoelen. Dompel de overgebleven bitterkoekjes even in de melk en zet ze apart. Voeg daarna al roerende de melk toe aan de dooiers, maar doe dit langzaam en met een klein straaltje, anders schrikken de dooiers en zit je met stukjes ei. Zet het mengsel dan terug op het vuur (laagste stand) en laat dit al roerende binden. Laat het niet koken! Dit kan zeker een minuut of 10 duren. Als het wat dikker wordt is het klaar. Haal de pan van het vuur af.
Knijp de gelatine uit en voeg toe aan de melk. Roer goed door met een garde. Laat het nu afkoelen (af en toe roeren).
Klop ondertussen de slagroom lobbig met een ½ eetlepel citroensap.
Spatel de slagroom en de amaretto door de melk.
Klop nu het eiwit met de overgebleven 10 gr suiker stijf. Je moet er echt pieken in krijgen als je de garde eruit tilt. Spatel het eiwit voorzichtig door het melkmengsel. Niet kloppen want dan raakt alle lucht er weer uit.
Als je de bavarois straks wilt storten, kan je de vorm(pjes) licht insmeren met wat olie. Als je de bavarois in schaaltjes serveert, kan je dit achterwege laten. Leg nu in een grote vorm 3 of 4 van de koekjes, of 4 in afzonderlijke kleine schaaltjes en giet de bavarois erop. Dek af met plastic folie. Zet het minimaal 2 uur in de koelkast.



Oordeel van de kleine chef: hij wilde wel, maar mocht niet vanwege het rauwe eiwit!

Risotto met Tuinbonen

Dit is serieus het lievelingseten van de kleine chef. Hij eet eerst alle tuinbonen op en gaat dan verder met de rijst. Hij wil wel graag steeds extra parmezaan erop hebben.


Ik gebruik diepvriestuinbonen, omdat we meer buiten het tuinbonenseizoen zitten dan erin, maar mochten er verse zijn, dop ze dan zelf eens.  Je hebt heel veel peulen nodig en ik zou verse bonen ook even een paar minuutjes koken voor het bakken, maar het is een prettig werkje om te doen. Die rauwe bonen in die peul, dat is pure schoonheid…

Risotto met Tuinbonen
Voor ruim 2 personen

250 gr risotto
Klein litertje bouillon van tuinkruiden-bouillonblokjes. Je hebt niet alles nodig, maar liever teveel dan te weinig. Ik gebruik ook maar 1 blokje, want het wordt toch wel zout genoeg.
Olijfolie
1 ui, gesnipperd
1 teentje knoflook, gesnipperd
1 glas droge witte wijn
1 ons rauwe ham, bijvoorbeeld Coburger, in reepjes.
1 pak diepvries tuinbonen (ongeveer 400 gr)
(ev een klontje roomboter)

Voor de beschrijving van het bereiden van risotto moet je even hier kijken.
Verder bak je de tuinbonen een beetje bruin in de olie in een koekenpan, op hoog vuur (tenslotte zijn ze nog bevroren). Hier heb je zo’n 10 minuten voor nodig. De risotto heeft een kleine 20 minuten nodig. Voeg aan het einde de ham toe aan de bonen en laat deze ook even knapperig bakken. Voeg dan alles samen. Het is de klassieke bereiding om nu een klontje roomboter toe te voegen om de rijst nog romiger te maken, maar ik vind het zelf niet nodig. We nuttigen hier al voldoende calorieën met die Comfort Food-keuken.
Serveer met parmezaan.



Oordeel van de kleine chef:  lievelingseten!!

27 oktober 2010

Maiskoekjes

Nog meer koekjes…


Ook hier zijn we wel eens het spoor bijster. Dan weten we even niet wat we vanavond nou weer moeten gaan eten. Maar als we dan teruggrijpen op deze maiskoekjes komt het allemaal weer goed. In de winter eet je ze warm en in de zomer zijn ze koud net zo lekker. De volgende dag als lunch trouwens ook, mocht er wat overblijven. En bij de barbecue passen ze ook uitstekend.
Voor erbij maken we graag wat sla met reepjes gerookte kip, walnoten en een olie/azijn-dressing met honing of gembersiroop (deze zomer hadden we een paar weken lang een koolsla-tic) en kleine chef eet alleen de koekjes, maar daar zit gelukkig genoeg in aan groente.

Maiskoekjes

Beslag:
250 gr bloem
2 eieren
Zout
Zoveel water als nodig is om een beslag te kloppen

1 bundeltje lente-uitjes (een stuk of 4), in zeer fijne ringetjes. Het donkergroene stuk niet gebruiken.
2 potten mais (netto 240 gr per pot), uitgelekt
1 zoete puntpaprika, in zeer fijne reepjes
1 stuk goede feta, in kleine stukjes

Olie om in te bakken

Maak een beslag van de genoemde ingrediënten. Voeg daar de lente-ui, mais, paprika en feta aan toe. Het geeft een flink gevuld beslag.
Bak een aantal koekjes tegelijkertijd in de olie aan beide zijden bruin.
Ze zijn eventueel goed te bewaren in de koelkast om daarna weer op te warmen in een niet te hete oven.

Oordeel van de kleine chef: Zalig!!!!

26 oktober 2010

Knolselderijkoekjes

Gisteren bleven we na het maken van de soep (die vind je hier) zitten met een zeef vol knolselderijpulp. Zonde natuurlijk om die weg te gooien en dat is ook helemaal niet nodig. Ik maakte er koekjes van die het geweldig doen bij stoofvlees. Ze zijn zacht als fluweel van binnen en knapperig van buiten.



Laat de prut echt goed uitlekken. Ik hield van 800 gram schoongemaakte knolselderij 650 gram pulp over.

Knolselderijkoekjes
650 gr knolselderijpulp
2 eieren
100 gr bloem
Olie om in te bakken

Meng de knolselderij, eieren en bloem door elkaar. Je krijgt nu een niet te dikke massa, die zich wel in bergjes in de pan laat scheppen. Ze moeten dan zeker niet uitvloeien. Als je vermoedt dat het toch nog te dun is, voeg dan wat extra bloem toe.
Bak koekjes in de olie door een koekje te maken van 1 eetlepel met knolselderij. Druk het een beetje plat in de pan. Ze zijn vrij kwetsbaar zolang ze nog niet aan beide kanten gebakken zijn, dus laat ze met rust totdat de ene kant bruin gebakken is draai ze voorzichtig om om de andere kant te bakken.

Oordeel van de kleine chef: ja lekker. Maar ‘koekjes’ is dan ook wel the magic word.

Crème Caramel

Veel simpeler dan dit wordt het niet met mooie desserts. Je maakt het binnen 10 minuten en dan moet je nog wel een paar uur wachten, maar je kunt in die tijd best wat anders gaan doen dan wachten voor de oven en koelkast, dus dit is een ideaal toetje.


Crème Caramel wordt normaliter gemaakt met melk (eventueel een gedeelte daarvan met room voor een rijkere flan) en suiker, maar ik vervang deze door een blikje gecondenseerde melk. Het vormt een vrij machtig dessert, dus maak de porties niet te groot. Van de hoeveelheden hieronder maakte ik 4 flans, maar die kunnen ook wel wat kleiner na een 3-gangen-menu.

Crème Caramel
Voor 4 ramequins (ovenvaste schaaltjes)

Voor de karamellaag:
4 flinke el suiker
2 el water

Voor de custard:
1 blikje gezoete, gecondenseerde melk (397 gr van Nestlé bijvoorbeeld)
125 ml melk
2 eieren

Maak de karamel door de suiker en het water in een steelpannetje te verhitten. Hou het vuur laag, zeker als de suiker al wat bruiner begint te worden en roer niet. Na een paar minuten vormen zich een soort harde bellen op de oppervlakte. Nog een paar minuten later zal de suiker bruin worden. Blijf er nu bij; 20 seconden te laat en je zit met donkerbruine karamel en die is bitter. Haal de pan van het vuur zodra de karamel mooi goudbruin is en giet de karamel op de bodem van de 4 schaaltjes.
Klop de ingrediënten voor de flan door elkaar, zeef het eerst door een fijne zeef en giet dan in de bakjes.
Zet de bakjes in een ovenschaal en giet hier kokend water in, zodat de bakjes voor ¾ onderstaan. Op deze manier temper je de directe hitte aan de schaaltjes en eindig je niet met roerei.
Dek af met aluminiumfolie en bak ze ongeveer 45 minuten in een oven van 180 graden. Het midden moet dan geleiachtig aandoen, maar is nog niet helemaal vast. Ze zullen nog verder opstijven in de koelkast.
Laat ze eerst afkoelen en plaats ze dan afgedekt in de koelkast.
Voor het serveren haal je een mes langs de randen van het vormpje om de flan los te maken, je legt er een bord op en keert het boeltje om. Even schudden en voila, daar is een prachtig puddinkje met een vloeibaar karamellaagje. Heerlijk…

Oordeel van de chef: wat de boer niet kent… En meneer rommelt met een keelontsteking, dus hij wil even niets.